Vrijdag 07/10/2022

Waarom niemand de ware toedracht achter het nieuwjaarsalarm kent

Recht wordt niet gedaan op een besloten vergadering of een samenkomst van politiek verantwoordelijken en inlichtingenagenten, maar in een rechtbank en tijdens een publiek en tegensprekelijk debat

Walter de Smedt bekritiseert de absolute geheimhouding en immuniteit van het federaal parket

Walter de Smedt is rechter in Antwerpen@4 DROP 2 OPINIE:Wie wil weten op welke wijze de strijd tegen het terrorisme in ons land wordt gevoerd moet het gezamenlijke verslag van de vaste comités van toezicht en het daarop volgende debat in de parlementaire begeleidingscommissies aangaande het nieuwjaarsalarm lezen (DM 18/7 en 19/7). Niet dat je dan zult weten waarom gedurende enkele weken alarmfase vier werd aangehouden, want dat weten noch de ministers, noch de beide comités, noch de beide inlichtingendiensten, noch de senatoren en volksvertegenwoordigers. Zelfs de chef van de federale politie weet het niet.

Op de vraag van de - terecht - meer dan ontstemde parlementairen waarom die laatste het niet mocht weten, antwoordde de dienstdoende voorzitter van het Vast Comité P, dat verondersteld wordt de politiediensten te controleren, dat "het om een moment van verdwazing ging in het hoofd van de federale procureur". Voorzeker is die uitspraak niet van hetzelfde gehalte als het uitstekende comitéverslag en het daarover gehouden eveneens zeer waardevolle debat. Het gaat helemaal niet om een moment van verdwazing maar integendeel om de veruiterlijking van een weloverwogen strategie en een doelgerichte werkwijze.

Het besluit van het parlementaire debat dat er wetswijzigingen nodig zijn om de huidige 'disfuncties' weg te werken, mag juist zijn, maar kan niet tot doel hebben de organieke wet op de Vaste Comités van Toezicht te wijzigen. Met die zeer goede en dienstige wet is immers niets mis. De werkelijke problematiek ligt in de organisatievorm en de werkwijze van het federaal parket. Men mag niet vergeten dat het federaal parket werd opgericht ingevolge het bezoek dat enkele, toen nog jonge VLD-parlementairen hadden gebracht aan het Direzione Investigativa Antimafia. Zij wensten ook voor ons land een gespecialiseerd parket in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.

Het idee was goed. Zoals wel vaker was de uitvoering heel wat minder.

Het nieuwe federaal parket werd niet ingebed in de bestaande parketstructuur. Het werd een losstaande entiteit onder versterkt ministerieel gezag. Het nieuwe parket werd al vlug de promotor van de nieuwe recherche door middel van de bijzondere opsporingsmethoden, zoals die door voornamelijk de rijkswacht was ontwikkeld en bij wijze van parallele en geheime politieoperatie (zoals de in het Dutrouxonderzoek gebruikte operatie Othello) was uitgevoerd. Het lag dan ook in de lijn der verwachtingen dat dit parket, na de aanslagen van elf september 2001, werd ingeschakeld in de door de VS gevoerde war on terror. Vergelijk het met wat in 1972 gebeurde toen eveneens onder Amerikaanse invloed in de war on drugs een Bestuur van de Criminele Informatie en een Nationaal Bureau voor Drugs werden opgericht. Toen ging het ook om volkomen geheim werkende diensten die de werkwijzen en het werkterrein van de inlichtingendiensten overnamen en die toepasten in de gerechtelijke opsporing en het onderzoek. Hoewel intussen meerdere gerechtelijke en parlementaire onderzoeken duidelijk aantoonden dat dergelijke ongecontroleerde acties aanleiding kunnen geven tot ontsporingen werd de de nieuwe recherche niet aangepast aan de vastgestelde disfuncties, maar werden de oorzaken daarvan doorgezet.

Meerdere intussen verworven kenmerken zijn daarbij van doorslaggevend belang. Vooreerst is er de absolute geheimhouding zoals die door het federaal parket wordt voorgehouden. Dat is de gerechtelijke geheimhouding niet: die is relatief en voorlopig. Bevoegdheid betekent ook verantwoordelijkheid. Dat houdt in dat de procureur de mededelingen en kennisgevingen kan doen die hij gepast of nodig acht. Het is ook op die wijze, door het verslag van de procureur aan de minister van justitie, dat de ministeriële verantwoordelijkheid kan worden uitgeoefend en het parlement kan worden ingelicht. Het is ook langs deze weg dat de volksvertegenwoordiging kan worden ingelicht over belangrijke of delicate dossiers die door het parket zonder gevolg gelaten worden of pas na vele jaren onderzoek worden gedagvaard, wat in de hier besproken materie wel meer gebeurt.

De gerechtelijke geheimhouding houdt eveneens op te bestaan tijdens het openbare en tegensprekelijke debat voor de strafrechter. De sanctie op onvolledig bewijs is de afwijzing ervan. Dat de federale procureur nu ook geconfronteerd wordt met de regels van de inlichtingenwereld is niet in overeenstemming met de gerechtelijke benadering en dat is zijn enige opdracht. De derde regel (inlichtingendiensten beslissen over het daaraan te geven gevolg) en het trocprincipe (voor wat hoort wat) doen afbreuk aan de hoedanigheid van het parket voor zover dat als deel van de rechterlijke macht beschouwd wil worden.

Kortom, recht wordt niet gedaan op een besloten vergadering of een samenkomst van politiek verantwoordelijken en inlichtingenagenten, maar in een rechtbank en tijdens een publiek en tegensprekelijk debat. Vervolgens gaat het niet langer om enkel de verzelfstandigde actie van politie- of inlichtingendiensten, maar om een door het federaal parket, al of niet in samenspraak met het politieke beleid, geleide actie. Daarin is het onderscheid tussen het bestuurlijke en het gerechtelijke geheel verdwenen. De door het parket aangestuurde politiedienst neemt nu, hier zelfs met uitsluiting van de twee inlichtingendiensten, zowel nationaal als internationaal, de opdrachten en bevoegdheden van de uitgesloten diensten over. Ten slotte is niemand nog bij machte om, zoals het parlementair debat het stelde, daarover enig toezicht uit te oefenen of enige mogelijke disfunctie te sanctioneren.

Ingevolge de wet op de bijzondere opsporingsmethodes heeft de procureur immers een absolute immuniteit voor de misdrijven die, mits zijn toestemming, door de politieambtenaren tijdens het toepassen van de bijzondere methoden worden begaan. Indien de leden van de parlementaire begeleidingscommissies maatregelen willen nemen om aan de huidige toestand te verhelpen dan doen zij er goed aan hun aandacht op voorgaande problematiek te richten. Het is overigens te voorzien dat de behandeling van een ander dossier hen daartoe zal brengen.

Het onlangs vernietigde arrest van het hof van beroep te Antwerpen inzake Fehriye Erdal en anderen heeft duidelijk aangetoond dat er interpretatiemoeilijkheden zijn met de terrorismewet zoals die door het federaal parket is gebruikt. In dit arrest worden de door dat parket aangevoerde bewijzen, afkomstig uit de geheime en gemengde inlichtingen- en onderzoeksactiviteit, op degelijk onderbouwde wijze afgewezen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234