Zaterdag 21/05/2022

AnalyseSociale woningen

Waarom onze sociale huisvesting in crisis is: ‘We hangen nog altijd aan de logica van vroeger’

null Beeld © Eric de Mildt
Beeld © Eric de Mildt

Meer kandidaten, langere wachttijden en steeds hogere voorwaarden om hulp te krijgen: het sociale woonbeleid in Vlaanderen botst op zijn limieten. Is het tijd voor een ommezwaai?

Ann De Boeck

Al wie kan werken moet na negen jaar zijn sociale woning afstaan. Met dat voorstel willen de liberalen de lange wachtlijst voor een sociale woning in Vlaanderen inkorten. Maar de woorden van Bart Somers in deze krant waren nog niet koud of experts en middenveldorganisaties haalden kritisch uit. Het idee dat een sociale woning een springplank is naar een zelfredzaam bestaan als modelburger wordt dan ook sterk betwist door de ervaringen op het terrein.

Het ballonnetje van Somers is niet het enige wat erop wijst dat de Vlaamse regering hiermee worstelt. Zo vond bevoegd minister Matthias Diependaele (N-VA) er vorige week niets beters op dan een half miljard voor de bouw van sociale woningen door te schuiven naar de privéhuurmarkt. Private ontwikkelaars zouden dan in ruil voor overheidsgeld lagere huurprijzen aanrekenen. Een voorstel dat zelfs door coalitiepartner CD&V “slecht beleid” werd genoemd.

De situatie is zorgwekkend. De voorbije jaren groeide de lijst van kandidaten voor een sociale woning fors. In 2016 stond de teller op 137.177 wachtenden, in 2018 op 153.910 en nu (de laatste cijfers dateren van 2020) op 169.096. Het geduld van deze mensen wordt ook steeds langer op de proef gesteld. De gemiddelde wachttijd is al opgelopen tot 3 jaar en 9 maanden. In die tijd zoeken velen hun toevlucht tot een krottig appartement op de privémarkt.

Het probleem ligt voor een stuk bij het aanbod. Amper 6 procent van de Vlaamse huishoudens beschikt over een sociale huurwoning. In veel Europese landen ligt dat een pak hoger. Zo zit Nederland op 30 procent, Frankrijk op 16 procent. “Tot enkele decennia geleden was een woning in Vlaanderen dan ook vrij betaalbaar in vergelijking met deze landen”, zegt expert sociaal beleid Ive Marx (UAntwerpen). “Met dank aan onze chaotische ruimtelijke ordening.”

Voor sukkelaars

Daarnaast is er een historische verklaring. Al sinds de eerste wet op de arbeidershuisvesting in 1889 was het duidelijk dat de overheid er eigenlijk geen zin in had. De katholieke elite was vooral bang voor de opkomst van het socialistische gedachtegoed. Met de wet probeerde ze het volk tevreden te houden, maar ze bleef altijd hameren op het belang van een eigen woning. “Een sociale huurwoning was voor sukkelaars”, zegt Pascal De Decker, socioloog en ruimtelijk planner aan de KU Leuven.

Droegen colera-uitbraken toen bij tot de volkswoede, dan waren het later economische depressies, oorlogen en politieke crisissen. Zo verrezen de typische tuinwijken na de Eerste Wereldoorlog en hadden we in de jaren 90 ‘Domus Flandria’, een groot investeringsprogramma van de Vlaamse regering om 10.000 sociale woningen te bouwen. De analyse na Zwarte Zondag was immers dat het Vlaams Blok zijn overwinning deels te danken had aan een gebrek aan betaalbare woningen.

“Na deze crisissen vielen de investeringen wel telkens terug”, zegt De Decker. Volgens minister Diependaele wordt er vandaag nochtans meer geld dan ooit geïnvesteerd in sociale huur: ongeveer 4,5 miljard euro over de hele legislatuur. “Maar als je dat afzet tegenover het stijgend aantal gezinnen, dan zie je dat het investeringsritme laag blijft”, zegt De Decker.

Intussen zet een nieuwe gezondheidscrisis de zaken weer op scherp. Het voorbije jaar is de prijs van een woning met 10 procent gestegen. De bevolking groeit, de ruimte wordt schaarser. Vooral singles en alleenstaande ouders hebben het moeilijk om onderdak te vinden. “Maar terwijl die realiteit verandert, hangen we nog steeds vast aan onze logica van vroeger. Sociale huur baadt nog altijd in een sfeer van marginaliteit”, zegt Marx.

Een kluwen

De maatschappelijke weerstand maakt dat politici steeds nadrukkelijker zelf proberen te bepalen wie in de woningen terechtkomt. Aanvankelijk was het systeem vrij eenvoudig: wie eerst op de lijst stond, kreeg eerst een geschikte woning. In de loop der jaren zijn daar allerlei voorrangsregels bijgekomen. “Om het cru te stellen: ze willen niet te veel armen en mensen van vreemde origine”, zegt De Decker. Tegelijk proberen ze de uitstroom op te krikken, zoals met het voorstel van Somers.

Vanaf 1 januari 2023 komen er weer een heleboel criteria bij. Zo worden de taalkennisvereisten verscherpt, moeten werkloze sociale huurders zich verplicht inschrijven bij de VDAB en moet je een ‘lokale binding’ hebben met de gemeente waarin je een aanvraag indient. Onderzoeksbureaus zullen ook nagaan of je niet stiekem een eigendom hebt in het buitenland. “Een sociale woning is een verhaal van rechten en plichten”, zegt de woordvoerder van Diependaele hierover.

Diependaele hoopt dat sociale huurders meer zelfredzaam worden door de taal te leren en werk te vinden. Maar volgens de experts voedt hij daarmee net het negatieve discours, terwijl sociale huisvesting eigenlijk gewoon het kwetsbare publiek bedient dat het moet bedienen. In plaats van dit positieve verhaal te verkopen, wordt er op ingehakt, klinkt het.

Björn Mallants, directeur van de Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen, op Twitter: “Giet hier nog een saus over van lokale besturen die ook hun eigen regeltjes willen, en die vaak niet zitten te wachten op sociale woningen, en het algemeen beeld wordt gevoed dat sociale huurders fraudeurs en profiteurs zijn.”

Sociale woningen in Merksem.  Beeld Wouter Van Vooren
Sociale woningen in Merksem.Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234