Woensdag 28/09/2022

AchtergrondEconomie

Waarom steeds meer bedrijven wegtrekken uit China: ‘Er is een ongelofelijk negatief sentiment over het land’

null Beeld AFP
Beeld AFP

Covid en de lockdowns hebben het ondernemersklimaat in China enorm verslechterd. Veel buitenlandse bedrijven maken plannen om hun productie te verplaatsen. Er wordt zelfs gesproken over het einde van een tijdperk. ‘China is niet meer hetzelfde.’

Leen Vervaeke

Op 11 maart om 9 uur ’s ochtends kreeg Franz Hoepflinger, directeur van een Oostenrijkse machinefabriek in Taicang, een industriestad op zo’n 50 kilometer van Shanghai, telefoon van zijn assistent. “Baas, pak je spullen in en ga terug naar Shanghai”, zei ze opgewonden. “Ze gaan de snelweg afsluiten. Als je nu niet vertrekt, kom je niet meer terug.”

Het waren de eerste voortekenen van de lockdown in Shanghai. Het aantal besmettingen nam toe, wijken gingen in lockdown, verbindingen met omliggende steden werden afgesloten. Hoepflinger, die in Shanghai woont en elke dag naar Taicang forenst, graaide zijn spullen bijeen en sprong in de auto. Om 10.15 uur ging de snelweg dicht, ruim twee weken later ging Shanghai in lockdown.

“Ik heb geluk gehad, anders was ik niet teruggekomen bij mijn dochter”, zegt Hoepflinger, een alleenstaande vader met een dochter van 17. “Maar sinds die dag is het voor mij niet mogelijk om terug naar de fabriek te gaan. Shanghai is heropend, maar de situatie is verre van normaal. Als ik naar Taicang ga, moet ik twee weken in hotelquarantaine. Dat gaat helemaal niet.”

Hoepflinger leidt zijn bedrijf nu ruim drie maanden vanuit Shanghai. “Ik sta iedere dag in contact met mijn mensen en ik heb toegang tot het camerasysteem. We hebben 36 camera’s in de fabriek en ik heb voortdurend vergaderingen via videobellen. Maar het is moeilijk. Als de leider er niet is, beginnen mensen hun eigen ideeën te hebben, en die zijn soms niet zo goed.”

Fabriek van de wereld

Sinds 1 juni is de lockdown van Shanghai voorbij: de wijken zijn weer open, inwoners mogen naar buiten, bedrijven zijn weer aan de slag. Maar het leven in Shanghai is allesbehalve genormaliseerd. Iedere dag worden nog wijken afgesloten, vanwege een besmetting of een ‘verdacht contactpersoon’. Er worden massatests opgelegd, uitgaansverboden, reisrestricties: de situatie is hoogst onzeker.

Een werknemer in een beschermend pak in het financiële district van Shanghai kort na het opheffen van de lockdown, 2 juni. Beeld Reuters
Een werknemer in een beschermend pak in het financiële district van Shanghai kort na het opheffen van de lockdown, 2 juni.Beeld Reuters

Voor buitenlandse bedrijven, die decennialang in China hun productieketens opzetten en er meebouwden aan de ‘fabriek van de wereld’, is het een zware afknapper. Na twee maanden lockdown, waarin veel fabrieken gesloten waren of op halve kracht in een geslotenlussysteem draaiden, ondervinden ze nog steeds enorme hinder van het onwrikbare zerocovidbeleid.

Veel buitenlandse bedrijven maken plannen om een deel van hun productie te verplaatsen en hun afhankelijkheid van China te verminderen. Volgens de Amerikaanse Kamer van Koophandel in China heeft 51 procent van haar leden investeringen in China uitgesteld of verminderd, volgens de Europese Kamer overweegt 23 procent om investeringen uit China te verplaatsen.

“Er is veel onzekerheid: wanneer begint de volgende lockdown?”, zegt Jörg Wuttke, voorzitter van de Europese Kamer van Koophandel in China. “Dat maakt de zakenwereld zenuwachtig. De voorspelbaarheid van de Chinese markt is verdwenen.”

Het zijn ontwikkelingen met potentieel verstrekkende gevolgen. Na decennia van toenemende globalisering en Chinese integratie in de wereldeconomie wordt China’s rol in de mondiale aanvoerketens nu ter discussie gesteld. Veel kenners voorspellen een ‘ontkoppeling’ tussen China en het Westen, waarbij economische samenwerking beperkter en lastiger wordt.

Een gezondheidswerker checkt het doorlaatbewijs van iemand op straat in Shanghai. Beeld AFP
Een gezondheidswerker checkt het doorlaatbewijs van iemand op straat in Shanghai.Beeld AFP

Negatief sentiment

Hoepflinger was erbij toen China buitenlandse bedrijven nog met open armen ontving. Hij stampte het bedrijf in Taicang – een vestiging van Starlinger, een Oostenrijkse producent van recyclingmachines – in 2005 zelf uit de grond. Tegenwoordig zitten er in Taicang zo’n vierhonderd Europese bedrijven. “Er waren heel goede voorwaarden”, zegt hij. “Een stabiele energievoorziening, een complete aanvoerketen van onderdelen, alles was heel billijk.”

De afgelopen jaren staken de eerste twijfels op. De arbeidslonen in China werden hoger en transport via containerschepen werd duurder. De geopolitieke spanningen rond China namen toe: tijdens de handelsoorlog met de Verenigde Staten werden blijvende tarieven opgelegd en de Amerikaanse overheid voerde onlangs een importverbod van producten uit Xinjiang in. De oorlog in Oekraïne – en sancties tegen Rusland – zette de risico’s van zakendoen in autoritaire landen extra in de verf.

“Er is een ongelofelijk negatief sentiment over China”, zegt Monique Maissan, oprichter en directeur van Waste2Wear, een bedrijf gespecialiseerd in textielproducten gemaakt van gerecyclede plastics. “Als je bij klanten in Canada zegt dat je hoofdkwartier in Shanghai is, wordt dat je niet in dank afgenomen. Ook Europese klanten vragen: kunnen we niet elders produceren? Zeker met katoen willen ze 100 procent zeker zijn dat die niet uit Xinjiang komt (waar veel Oeigoerse dwangarbeid wordt ingezet bij de productie van textiel, red.). Wij kunnen met blockchain de herkomst traceren, maar veel bedrijven zeggen: liever geen risico’s.”

Ook Maissan bestuurt haar bedrijf van op afstand: vanuit Nederland. In mei ontvluchtte ze haar woonplaats Shanghai, toen tijdens de lockdown steeds meer besmettingen in haar woontoren opdoken en het risico op centrale quarantaine groter werd. “Het was een moeilijke beslissing, als eigenaar van een bedrijf voel je je verantwoordelijk”, zegt ze. “Ik heb gelukkig fantastisch personeel, dat in moeilijke omstandigheden goed werk verricht.”

En dus is ook Maissan voortdurend aan het videobellen, zeker nu Shanghai nog steeds met allerlei restricties kampt. “Wij hebben heel veel mensen voor kwaliteitscontrole, maar die mogen nu de provinciegrenzen niet meer over. We kunnen dus alleen mensen sturen die toevallig in de juiste provincie wonen. Elke dag is er een andere uitdaging, die we dan via Zoom of WeChat moeten oplossen. Dat geeft ongelofelijk veel stress.”

Maissan is haar productie al een paar jaar aan het verschuiven, naar India, Vietnam, Sri Lanka en Madagaskar. Voor de arbeidsintensieve textielsector is China te duur aan het worden. Ook andere sectoren werken al langer aan een ‘China+1’-strategie, waarbij ze minstens één alternatief voor China opzetten. Maar China’s geavanceerde ecosysteem evenaren is niet makkelijk. Maissan: “Je kunt niet in één jaar een nieuwe industrie in een nieuw land opzetten, dat duurt vijf tot tien jaar.”

Onbetrouwbaar en onvoorspelbaar

Met covid en de lockdown van Shanghai komt alles nu in een versnelling. Veel buitenlandse bedrijven lijden onder de strenge reisrestricties, waardoor buitenlands personeel China moeilijk binnenkomt. Maar de grootste schok was de lockdown van Shanghai, waarbij de Chinese overheid zich als onbetrouwbaar en onvoorspelbaar liet kennen.

“Het vertrouwen van de bedrijfswereld heeft een stevige klap gekregen door deze wispelturige maatregelen”, zegt Bettina Schön-Behanzin, hoofd van de afdeling Shanghai van de Europese Kamer van Koophandel. “Veel bedrijven zijn hun aanwezigheid in China ernstig aan het heroverwegen.”

Wat meespeelt, is dat veel buitenlandse bedrijfsleiders door de lockdown in hun basale levensbehoeften werden geraakt. Hoepflinger kon tijdens de eerste drie weken van de lockdown geen eten of water krijgen en had geen idee hoelang dat zou duren. “Dat gaf me een heel slecht gevoel”, zegt hij. “De winkels zijn nu weer open, we kunnen weer inkopen doen. Maar ik heb nu altijd een voorraad van 10 kilo noedels in huis.”

Een containerterminal in Taicang, waar Franz Hoepflinger in 2005 zijn bedrijf – een vestiging van Starlinger, een Oostenrijkse producent van recyclingmachines – uit de grond stampte.  Beeld Getty
Een containerterminal in Taicang, waar Franz Hoepflinger in 2005 zijn bedrijf – een vestiging van Starlinger, een Oostenrijkse producent van recyclingmachines – uit de grond stampte.Beeld Getty

Maissan moest de politie inschakelen om tijdens de lockdown vanuit haar afgesloten wijk op de luchthaven te geraken. “Het was heel link. Zodra ik mijn wijk verlaten had, kon ik er niet meer terug in, ook niet als mijn vlucht geannuleerd zou worden. En komende uit een wijk met besmettingen zou ik in geen enkel hotel toegelaten worden. Het waren zenuwslopende uren.”

Daarnaast blijft de bedrijfsvoering erg moeilijk. Personeel is afwezig door wijklockdowns, transport wordt vertraagd door reisrestricties, kosten lopen op door desinfectie- en testvereisten. Hoepflinger: “Onze leveranciers uit Shanghai moeten speciale toestemming krijgen om naar Taicang te komen. De transportkosten zijn meer dan verdubbeld, op sommige momenten lagen ze zelfs vijf keer hoger.”

Bij Maissan liepen enkele leveringen door de lockdown vertraging op, terwijl die kleren in een aan een seizoen gebonden collectie hoorden. “Dan moet het gevlogen worden, maar daarvan zijn de kosten veel hoger. We hebben voorgesteld de pijn te delen tussen fabrikant, onszelf en klant. Dat kan één keer, maar als het vaker gebeurt, dan houdt het op. Daarom komen we zelf met alternatieven. Wij stellen nu voor: volgend jaar 30 procent niet meer in China maken, maar het risico spreiden.”

Peking is onaangedaan

Maissan heeft de verschuiving van haar productie sinds covid versneld en heeft nu besloten om zelf permanent uit China te verhuizen, een stap die ze eigenlijk pas over twee, drie jaar had willen zetten. Ze blijft naar China reizen. Hoepflingers bedrijf overweegt een vestiging in India op te zetten, al is dat vooral om de hoge importbelastingen te omzeilen. Veel bedrijven zetten soortgelijke stappen: Apple verschuift een deel van zijn iPad-productie naar Vietnam.

“Vietnam is een populaire bestemming, vooral onder Japanse bedrijven”, zegt Hoepflinger. “Sommige Europese en Amerikaanse bedrijven gaan naar Maleisië en Indonesië. Die zien dit als een kans en doen mooie aanbiedingen. Andere landen liggen moeilijker: Myanmar heeft politieke problemen, Thailand kampt met een tekort aan arbeidskrachten, Cambodja heeft geen stabiele energievoorziening.”

De Chinese centrale overheid lijkt zich er weinig van aan te trekken, in tegenstelling tot veel lokale overheden. In zekere zin past de ontwikkeling in Pekings plan om laagtechnologische industrie te vervangen door sectoren met hogere toegevoegde waarde en minder in te zetten op export en meer op de binnenlandse markt. Peking gaat ervan uit dat de Chinese markt aantrekkelijk genoeg is om de gewenste buitenlandse bedrijven – hightech, vergroening, financiële sector – te blijven bekoren.

En inderdaad: terwijl veel bedrijven hun productie deels verplaatsen, willen ze tegelijkertijd voet aan de grond houden in China, omwille van de enorme Chinese markt. “Er is nog steeds groot potentieel in China”, zegt Hoepflinger. Hij ondervindt veel concurrentie van Chinese bedrijven die zijn machines kopiëren, maar heeft er ook een grote afzetmarkt. “Onze meest geavanceerde machines kunnen flesjes tot 100 procent voedselveilig plastic recyclen. Het is Chinese bedrijven nog niet gelukt die te kopiëren.”

Ook Maissan blijft op China inzetten. “We zijn een lokale afdeling aan het opzetten en aan het uitbreiden, volledig gericht op lokale verkoop. China is steeds meer gesloten, maar binnen die geslotenheid is nog veel mogelijk, vooral in onze branche. Wij produceren groene textiel van gerecyclede plastics, en we hebben een blockchainmethode ontwikkeld om de herkomst te bewijzen en ‘fakes’ tegen te gaan. China is zich ook sterk aan het vergroenen en zet enorm in op blockchaintechnologie.”

Franz Hoepflinger, directeur van een Oostenrijkse machinefabriek in Taicang: ‘De transportkosten zijn meer dan verdubbeld, op sommige momenten lagen ze zelfs vijf keer hoger dan normaal.’ Beeld rv
Franz Hoepflinger, directeur van een Oostenrijkse machinefabriek in Taicang: ‘De transportkosten zijn meer dan verdubbeld, op sommige momenten lagen ze zelfs vijf keer hoger dan normaal.’Beeld rv

Minder samenwerking, meer buffers

De geleidelijke ontkoppeling tussen China en het Westen vindt dus ook plaats binnen bedrijven, die hun operaties voor de Chinese en westerse markt steeds meer opsplitsen. “In de biotechsector zie je dat bij veel Amerikaanse en Europese bedrijven met een wereldwijde licentie voor hun technologie”, zegt Sven Agten, de Belgische directeur van een Duitse multinational in Shanghai en auteur van diverse boeken over de Chinese economie. “Die zetten in China een joint venture op, met Chinese investeerders, een Chinees management en enkel een licentie voor Greater China. Alsof je een deel van dat bedrijf uitsnijdt voor de Chinese markt.”

China en het Westen blijven dus economisch verbonden, maar met minder interactie, minder samenwerking en meer buffers. Veel buitenlandse bedrijven zetten in hun Chinese vestigingen alleen nog Chinese managers in. Maissan: “Als het niet om export maar om de binnenlandse markt gaat, zitten ze niet meer te wachten op een buitenlander aan tafel. Vroeger was dat een plus, ze waren in je geïnteresseerd. Nu zitten ze naar zo’n buitenlander te kijken: wat moeten we ermee?”

Maissan beaamt wat velen zeggen: het voelt als het einde van een tijdperk. “Ik woon al heel lang in China en ik heb er goede gevoelens over. Ik heb er een bedrijf mogen opzetten en met mooie mensen mogen werken. Maar het land waar ik met zo veel plezier heb gewoond, is niet meer hetzelfde land. Ik vind het zo jammer. China was zo sprankelend en bruisend, maar dat is niet meer.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234