Zaterdag 01/10/2022

Waarom Vlaamse fictie geen potten breekt in het buitenland

Fictie van eigen bodem, de Vlaamse televisiekijker krijgt er maar niet genoeg van. Maar eens de landsgrenzen voorbij, is die honger naar Vlaamse fictie een stuk minder groot. Of zijn die reeksen dan toch niet zo goed als wij graag denken?

Met 1,3 miljoen zaten we zondagavond voor het scherm voor Quiz me Quick. Een verrassing is dat nauwelijks. Clan, Deadline 14/10, Code 37 en zelfs het door critici verguisde De vijfhoek: programmeer een Vlaamse fictiereeks en de kijkers komen als vanzelf. "Het gevolg van de kwaliteit van die reeksen", klinkt het dan bij de producenten. Ondanks de kleinere budgetten leveren zij naar eigen zeggen reeksen af die zonder blozen naast de duurdere buitenlandse concurrentie mogen staan. De Vlaamse kijker mag zich met andere woorden in zijn handen wrijven.

En toch. Ondanks dat binnenlands succes is het moeilijk om ook in het buitenland kijkers te vinden. Dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld Scandinavische reeksen zoals The Killing, Wallander en Borgen die wereldwijd op een brede schare fans kunnen rekenen. Waarom lukt in Vlaanderen niet wat in het hoge Noorden wel kan? "Het is vooral een zaak van volume", legt Sue Green uit. Green staat aan het hoofd van The New Flemish Primitives en moet in die hoedanigheid de programma's van de productiehuizen Woestijnvis, deMENSEN en De Filistijnen internationaal aan de man brengen. "Zenders kopen niet graag series waarvan er slechts een beperkt aantal afleveringen beschikbaar zijn. Het in de markt zetten van een nieuwe reeks kost tijd en geld. Zenders doen die moeite niet voor een reeks van slechts acht afleveringen. Minstens tien afleveringen en liefst nog een tweede seizoen, dat zijn tegenwoordig de voorwaarden voor internationaal succes."

"Kijk naar de reeksen die het wel goed doen in het buitenland", zegt Peter Bouckaert, hoofd Fictie bij productiehuis Eyeworks. "Vermist is verkocht in meer dan negentig landen, Matroesjka's in zestig landen, maar bij allebei die reeksen is de verkoop pas echt op gang gekomen na het draaien van een tweede seizoen."

Ook de onderwerpen die in Vlaamse fictie aan bod komen zijn niet evident in een internationale context. "Wil je scoren in het buitenland dan maak je best een crimireeks", vertelt Ingrid De Coninck, die buitenlandse reeksen aankoopt voor de zenders VIER en VIJF. "Qua verkoopcijfers steken die er nog steeds met kop en schouders bovenuit." Een reeks als Quiz me Quick is een stuk moeilijker te vermarkten. De Vlaamse cafécultuur is in de meeste buitenlanden al behoorlijk exotisch, quizzen zijn zo mogelijk een nog Vlaamser fenomeen. Ook De Ronde, nog zo'n kijkcijferkanon, heeft met hetzelfde probleem te kampen. Alleen bij ons zet een wielerwedstrijd het hele land in rep en roer.

Mossel noch vis

En dan is er nog de taal. "In de meeste landen wordt gedubd, maar dat is heel duur", legt Green uit. "En dus wordt er meestal voor ondertitels gekozen, maar dat is voor de kijkers toch even wennen. Het maakt het risico dat de zender sowieso al neemt door voor een Vlaamse reeks te kiezen nog groter". Al heeft het Nederlands ook zijn voordelen, denkt Bouckaert. "Het geeft zo'n reeks iets exotisch. Je weet meteen dat je niet de zoveelste goedkope versie van een Amerikaanse reeks te zien krijgt." Ook De Coninck ziet het Nederlands niet meteen als een probleem. "Op dat vlak hebben de Scandinavische reeksen echt wel het pad geëffend."

Die Scandinavische landen en hun indrukwekkende export op televisievlak blijven het lichtende voorbeeld. Al wordt de kloof volgens Bouckaert steeds kleiner. "Onze huidige situatie is perfect te vergelijken met die van Denemarken een paar jaar geleden. We hebben drie grote zenders die volop in fictie investeren, een overheid die via het mediafonds en de tax-shelter een duit in het zakje doet en een productiesector die met originele reeksen op de proppen komt. En die reeksen vallen op, ook in het buitenland."

"Klopt", zegt De Coninck. "Wat al voor een aantal Vlaamse films gold is nu ook voor het televisiewerk het geval. Er is echt wel sprake van een soort Vlaamse hype. Mijn buitenlandse collega's houden heel goed in de gaten wat in Vlaanderen op de buis komt."

Het is volgens de betrokkenen dus slechts een kwestie van tijd voor Vlaamse fictie voet aan grond krijgt in het buitenland. "Wat we nodig hebben is onze eigen The Killing", denkt Bouckaert. "Eén groot buitenlands succes en de bal gaat aan het rollen." Maar het domste wat we kunnen doen is daar nu expliciet naar op zoek gaan. "Fictiereeksen maak je in de eerste plaats voor je thuismarkt", legt Green uit. "De internationale verkoop is slechts de kers op de taart. We mogen onze eigenheid niet verliezen. Creatieve toegevingen doen, in de hoop een reeks internationaal beter in de markt te kunnen zetten, is een heel slecht idee. Voor je het weet blijf je met een reeks zitten die mossel noch vis is en waar helemaal niemand naar kijkt. Niet in eigen land en al helemaal niet het buitenland."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234