Zaterdag 24/09/2022

'Waarom zou God zoiets ziekelijks toelaten?'

Zijn strips vallen onder de noemer magisch realisme, hij dweept met schrijvers als Jean Ray en Michel De Ghelderode en situeert bijna al zijn verhalen in zijn geliefde Ardennen. Na zes jaar absolute stilte houdt hij zich niet langer in: in De laatste roept hij zijn weerzin uit tegen God en de nazi's. Comès' trauma's werden nooit zo hallucinant in beelden vertaald. 'Ik ben niet de meest stabiele persoon ter wereld, neen.'

Door Geert De Weyer

De fijne grijns om zijn lippen spreekt boekdelen. Waarom er zes jaar lag tussen dit boek en het vorige, was de vraag. "Ten eerste", begint hij, "ben ik een trage tekenaar." Een moment van stilte volgt. We kijken elkaar een tijdlang aan. "Ten tweede was ik lange tijd ziek", klinkt het dan kortaf, waarop een zowaar nog langere stilte volgt.

"Euhm, mag ik vragen wat u h...?"

"Te veel gedronken."

Bàf. Het hoge woord is eruit. "Er zijn veel mensen die veel meer drinken dan ik", verklaart hij, "maar mijn lichaam kon het niet langer verdragen. Het werd gevaarlijk. Pas twee jaar nadat ik met drinken stopte, vond ik mijn energie terug om dit boek te maken." De bijna 65-jarige Waalse auteur grijpt meteen daarop naar zijn glas rode wijn. "Allez, santé", grijnst hij, het glas heffend. "Ik mag nog één glas per week tot mij nemen", zegt hij, nog voor zijn lippen het glas raken.

Didier Comès (alias van Dieter Hermann) is een van de grootste nog levende Belgische stripauteurs die aan de basis stond van de volwassenwording van het Europese beeldverhaal. Hij debuteerde in 1969 met enkele gagstrips in Le Soir, vier jaar later liet hij de wereld kennismaken met zijn eerste lange verhaal, De levende God, een sciencefiction/fantasy-achtig relaas waarin al de sterk filmische, aan het beeld ondergeschikte verteltrant tot uiting komt die bepalend zal zijn voor zijn latere werk. Ook de dood en mythologie, net als oorlog en vrouwen, zijn dan al overduidelijk aanwezig.

Zijn oeuvre laat zich rubriceren onder de noemer magisch realisme. In al zijn albums vloeien het zichtbare en onzichtbare, het bewuste en onbewuste in elkaar over. Grenzen van tijd en ruimte vervagen en maken plaats voor hallucinatoire, magische en dromerige avonturen. Zijn onderwerpen hebben te maken met fundamentele 'primitieve' ervaringen van de mens: geboorte en dood, erotiek en religie, liefde en geweld. Hij schrikt er niet voor terug onderwerpen als incest, schizofrenie, autisme of zwakzinnigheid aan te snijden, en zijn hoofdpersonages zijn vaak getourmenteerde zielen. Het mag dan ook niet verrassen dat Comès ooit opbiechtte psychische problemen te hebben en zijn stripromans als een soort exorcisme of uitdrijving te beschouwen.

's Mans bekendste roman luistert naar de naam De dorpsgek van Schoonvergeten, een klassieker waarin een doofstomme jongen wordt geconfronteerd met oorlogstrauma's en wraakzuchtige Ardense bewoners. Later volgen steeds opnieuw in zwart-wit getekende strips als Amber, Iris, Eva, Het huis waar de bomen dromen en De tranen van de tijger, stuk voor stuk beeldverhalen waarmee hij een nieuw, volwassen strippubliek bereikt. Tussen de regels lezen, daar gaat het om bij Comès. Zo ook in De laatste, een 56 pagina's tellende stripnovelle waarin een jonge, onervaren Amerikaanse soldaat in december 1944 in een voorpost in de Ardennen de opdracht krijgt de wacht te houden in een greppel rondom een stenen Jezuskruis. Hij krijgt meteen bezoek van Joseph, Manfred en Amedee, respectievelijk een zwevende schedel, een uit zichzelf bewegend legeruniform en een derde geest die zich verbergt in het stenen Jezusbeeld aan de voet van de greppel. De eerste twee zijn Pruisen, gevallen in 1914 bij het begin van de oorlog. De laatste is een oud-leraar uit het nabijgelegen dorp die door zijn collega-spoken een "hooghartige papenvreter" en een "eersteklas klootzak" wordt genoemd. Met z'n drieën wachten ze de komst af van een vierde man. "Om eindelijk eens te kunnen wiezen." Wat volgt, is een confrontatie tussen de moffen en geallieerden, met de jonge Amerikaan in het midden van het schouwtoneel. Los van de gruwel en de pogingen van de drie geesten om hun nog levende gast te beschermen, dienen zich Comès' mythologische wezens aan als een kater en twee filosofische raven, ooit nog een brave koster en een pastoor, nu godslasterlijke en prottende cynici die het niet aan heldenmoed ontbreekt.

Het is niet de eerste keer dat u raven tekent en ze een belangrijke rol laat spelen.

"Ik hou erg van die beesten. In dit geval gaat hun komst gepaard met pure symboliek. Raven zijn in feite aaseters. In de oorlog wisten ze hun buik vol te vreten met kadavers. Ze verlekkerden zich vooral aan die blinkende mensenogen. In de Germaanse mythologie hebben raven ook een belangrijke betekenis. Je ziet ze vaak goden vergezellen.

"Kijk, als je het boek én tekent én schrijft, weet je dat je er voor minstens enkele jaren aan verbonden bent. Ik heb gemerkt dat hoe ouder ik word, hoe meer moeite het tekenen me kost. Je zou denken dat het technisch makkelijker wordt met ouder worden, maar het tegendeel is waar. Het gaat trager vooruit, en ik wil mezelf perfectioneren. Hoe ouder men wordt hoe beter men wil zijn, wist je dat? Nu, net daarom wil ik me ten minste overtuigen met een verhaal waarvan ik weet dat ik er vele jaren over gebogen wil zitten. Het mag geen werk zijn, ik moet het verhaal in de eerste plaats voor mezelf schrijven. Met die Germaanse mythologische verwijzingen ga ik graag aan de slag. Kijk, wij Belgen hebben een unieke manier om fantastische verhalen te vertellen. Mensen als Thomas Owen, Jean Ray en Michel De Ghelderode zijn in dat genre de beste schrijvers van België. Die manier van verhalen vertellen boeit me zeer. Tussen de regels lees je meer dan je zou willen."

Tussen de lijnen door klinkt het ook alsof u last heeft van een beetje faalangst. Vreemd toch, voor een man met zoveel ervaring als uzelf.

"Een béétje faalangst? Zeer veel faalangst, zult u bedoelen! Kijk, ik wil de uitdaging, dat mijn werk leesbaarder wordt, tot een goed einde brengen. Dat gaat gepaard met angst, ja, want er is niets zo vreselijk als de routine die zich van je meester maakt. Veel oudere tekenaars hebben daar last van. Maar naar mijn mening ben je als tekenaar, eenmaal het slachtoffer geworden van routine, ten dode opgeschreven. Dat was mijn grote angst. Ik heb me de voorbije jaren voorgenomen om niet te veel met mijn hoofd te zoeken naar wat het beeld betekent. Ik wilde het ook niet te moeilijk meer maken, de beeldtaal moet enkel decoratief zijn."

Heel wat van uw strips spelen zich af tegen de achtergrond van de oorlog. Soms oppervlakkig aanwezig en soms, zoals in dit laatste werk, heel sterk op de voorgrond. Hoe komt dat eigenlijk?

"Simpel: ik ben een oorlogskind. In 1942 werd ik geboren in de Oostkantons. Dat heeft zeker meegespeeld. Mijn vader is in die tijd door de Duitsers opgetrommeld als soldaat, idem voor de mannen uit Saint Vith of Malmédy. Dat had een invloed op ons gezinsleven. Later, toen ik een jongen was en we gingen spelen in de wouden rondom, werden we op het hart gedrukt op te passen voor springstoffen of granaten die er nog verborgen lagen. Elk kind wist dat, het waren de naweeën van de oorlog. Om die reden ben ik antimilitair en agnost."

Dat laat u eigenlijk voor het eerst echt zonder omwegen zien in dit boek. De God van de katholieken noemt u daarin de Grote Snoeshaan. Hij lijkt slechts plezier te hebben als hij de mensen elkaar kan laten afmaken, laat u iemand zeggen. En ook: hij is dol op bloed.

"Een van de drie spoken heeft de plaats ingenomen van Jezus Christus aan het kruis. Hij spreekt door Zijn naam. Maar het blijkt gewoon een zelfingenomen lijk. Misschien wil ik daarmee ook wel aankaarten dat ook katholieke militairen op iedereen schieten en geschoten hebben. Nu en in de voorbije oorlogen. Voor mij centraliseert dit boek meerdere sleutelmomenten van het leven.

"Kijk, er is een bepaald hoofdstuk dat mij na aan het hart ligt. Op een gegeven moment, wanneer de kinderen Mieke en Jan-W. de schuilplaats van de Amerikaanse soldaat en de spoken bezoeken (de jongen van het gezelschap is uitgerust met een helm en een pistool, en dreigt de Amerikaan om te brengen als wraak voor de onschuldigen die omkwamen tijdens een bombardement op hun dorp, GDW) wil ik verduidelijken dat zulke oorlogen, waarin onschuldigen worden opgeofferd, wel degelijk bestaan. De burgers zijn altijd het slachtoffer. Dat heeft me getraumatiseerd. (denkt na) Oorlog is enkel lijden, het is meer een obstakel dan een oplossing."

Er gaat al jaren het gerucht dat u, mede door de oorlogstrauma's uit uw jeugd, geen Duits meer wilde praten. Maar dat klopt duidelijk niet, we spreken namelijk al een half uur in het Duits.

"Dat gerucht klopt inderdaad niet. Ik weet niet waar dat vandaan is gekomen. Ik sprak Duits op school, mijn voornaam is Dieter, ook al werd die vrijwel meteen door de broeders in Malmédy verfranst. Maar het is zeker niet zo dat ik weiger de Duitse taal in de mond te nemen.

"Wellicht heeft men dat verzonnen omdat ik ooit heb opgemerkt dat ik de nazi's haat en er moeite mee had dat mijn vader en nonkel door de Duitsers werden ingelijfd. Goed, daar is een trauma uit voortgevloeid, dat heeft me parten gespeeld. Zelfs nu nog. Dat is iets waar ik niet veel over spreek, eigenlijk. Tenzij in bedekte termen, of via mijn stripwerk. Weet je, iedere bewoner van de Oostkantons is in zijn hart Belg. Sterker: ze zeggen zelfs dat ze de laatste oude Belgen zijn. De huidige inwoners zijn een mix van Duitsers, Fransen en Belgen. Niemand spreekt over vroeger. Ik ook niet. Nu nog denkt men dat de mensen die er wonen voor het Derde Rijk waren. Mijn vader en nonkel moesten, hoewel ze in feite Belgische soldaten waren, vechten voor dat Derde Rijk. Dan wil je toch weten of zij mensen hebben ge... (spreekt het woord niet uit, GDW) Hebben ze dat gewild of werden ze ertoe gedwongen?"

Het is wel voor het eerst dat u zich zo negatief over de katholieke God uitlaat.

"Op de vraag waarom God al die oorlogen en ellende toelaat, antwoorden gelovigen altijd dat dat niet de schuld is van God, maar van de mens zelf. Dat vind ik onzin. Waarom zou God zoiets ziekelijks toelaten? Om die reden geloof ik niet in God. Ik geloof eerder in iets onbekends, in iets wat niets met religie te maken heeft. In iets universelers dan wat men ons wil opleggen. Ik ben, denk ik, een beetje een animist. Ik geloof dat een boom en een rivier een ziel hebben. Daar put ik kracht uit. Maar God... pff, komaan zeg..."

In zowat al uw strips nemen de underdogs de hoofdrol op zich. De meesten zijn ook vrij labiel. Geldt die omschrijving misschien ook voor u?

"(kijkt even op) Hm, ik ben zeker geen stabiel persoon. Ik ben een zoekende mens. Mijn zoektochten zijn zeer moeilijk, in die zin dat ik weinig sereniteit vind, terwijl ik daar toch naar streef. Vandaar dat die twee kinderen opduiken in het verhaal. Ze representeren alle mensen die zich van oorlog enkel de slechte schaduwkant herinneren. Mensen ook wier hele leven in het teken van de oorlog staat, die alles verloren hebben en voor wie iedereen in feite een vijand was. Zowel de Duitsers als Amerikanen."

Kunt u zichzelf eigenlijk ooit nog verlossen van de Ardense cultuur? Bijna al uw verhalen hebben de Ardennen als decor.

"Goed, maar niet allemaal. De tranen van de tijger speelt zich bijvoorbeeld af in Canada. Nu, de voorwaarde is misschien niet zozeer dat het de Ardennen moeten zijn, maar dat er dieren en zeker bomen in moeten voorkomen. Ik hou van bomen. Ik hou ervan ze te tekenen, ik voel me goed in hun buurt. Een woud heeft voor mij hetzelfde effect als een uitgestrekte zee voor andere mensen. Ik word er rustig van, voel me voor de verandering één met de wereld."

'Ik geloof dat een boom en een rivier een ziel hebben.

Daar put ik kracht uit. Maar God... pff, komaan zeg'

Didier Comès

De laatste

Oorspronkelijke titel: Dix de der

Vertaald door Kris De Saeger

Casterman, Parijs/Brussel, 56 p., 12,95 euro (hardcover).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234