Zondag 26/06/2022

Wachten op niets

De boel om hem heen staat op instorten en de dagen vallen hem lang, maar de schrijver, hij schrijft door. 'Ook al denk ik weleens: hou daar nu toch eens mee op jongen.' Hij moet, al was het maar om bij zinnen te blijven in een gekmakende wereld. Na twee wat mindere boeken knoopt Jean-Marie Berckmans (°1953) in Na het baden bij Baxter en de ontluizing bij miss Grace weer aan bij zijn betere werk, al liggen Café De Raaf (1990) of Het zomert in Barakstad (1993) definitief achter hem. De enige constante: het zijn opnieuw geen verhalen 'over Janneke en Mieke' geworden. Alles wel in Kromsky's hel, kortom. Welkom, mede namens Goedertier en Charlowietje.

door Herman Jacobs

J. M. H. Berckmans

Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 166 p., 699 frank.

Ge moet eens gaan zien bij Kromsky, maar ge kunt misschien eerst beter de Openbaring van Johannes lezen zodat ge al een gedacht hebt van Apokalips Nu. In ullie eigen gebuurte.

Aldus laat Berckmans weten in de verhalencyclus 'Alles wel in Kromsky's hel' uit zijn nieuwe boek. Het citaat is (bijna) willekeurig gekozen - waar je Na het baden bij Baxter en de ontluizing bij Miss Grace ook opslaat, leed, ellende en ondergang slaan je als een ijskoude vieze dweil in het gezicht. (I)k vertoef in de duisternis, in de doofheid, heet het in het openingsverhaal, 'Berckmans wordt achtervolgd maar funksioneert nog minimaal', en dat zullen we weten ook: er valt nu ècht niets meer te lachen.

In zijn acht vorige verhalenbundels kon dat altijd nog wel, hoe wrang en gegeneerd die lach dan vaak ook was. Bij de grimmige armeluizenapocalyptiek die Vlaanderens radicaalste schrijver nu over zijn lezers uitstort, vergaat je iedere lust ertoe. Het enige wat echt noodzakelijk is, is af en toe Charlowie z'n stront opruimen en bier en soep en brood aanslepen van de Dzjiebi en wachten op, wachten op, wachten op, wachten op wat, wachten op wie, wachten op niemand, wachten op niets, zoals hij schrijft in een van de hartverscheurende brieven aan zijn overleden ouders, verzameld onder de titel 'This is not the final rust in putteke'. En het slotverhaal, 'Eindstation Butebeton', eindigt met deze terminaal troosteloze zinnen: De laatste geschifte loopt over het gazon van Butebeton. De wekker loopt af, de zon ontploft. De plaat van Pink Floyd blijft hangen. Misschien is de injektienaald kapot, en misschien is er misschien zelfs geen kook meer in Butebeton, niets meer te vreten.

Niettemin begroet de schrijver, in het gezelschap van vriend en toeverlaat Geert Breës (Berckmans-lezers uit vorige boeken bekend als 'de Brees', in het nieuwe boek figurerend als 'Goedertier') de interviewer niet zonder hartelijkheid in het huis in de Lemméstraat, waar hij woont met Charlowietje. Het sneeuwwitte maltezertje springt de bezoeker enthousiast blaffend om de benen.

"'t Is een goed hondje, jong. En hij speelt ook goed zijn hoofdrol in mijn boeken, vind ik. Hij doet wel niet veel anders dan in huis, maar ja (lacht). Dat is begonnen toen mijn moeder gestorven is - ik woonde hier met mijn vader en mijn moeder. Een van mijn beste vrienden, Albert Szukalski, de beeldhouwer, is ook overleden, begin dit jaar. Daar heb ik een boek over geschreven, over de dood van mijn moeder en de dood van Szukalski en de rouw daarover, As op Jazzwoensdag. Dat had eigenlijk moeten verschijnen voor Baxter. Maar door pesterij van Houtekiet is dat niet doorgegaan. Toen ze te weten zijn gekomen dat ik terugging naar Nijgh & Van Ditmar, hebben ze geweigerd het uit te geven. Het zal nu volgend jaar verschijnen. Verkeerde volgorde, maar ja, soit.

"Gelukkig had ik ondertussen dit klaar. Het is ook alweer twee jaar geleden dat Doctor Paf de Pierennaaier is verschenen, je moet met iets komen hè. Ik vind de druk om te produceren enorm, ik zou liever eens wat meer tijd hebben om langer aan iets te werken. Al schrijf ik in een jaar dit wel bij elkaar, dat is niet zo'n probleem. Ik doe ook niks anders, helemaal niks anders, ik zit hier de ganse tijd op mijn keukenstoel. Goed, ik heb ook een cd gemaakt, ik teken, ik schilder... 's Nachts, want overdag... 't Zijn lange dagen hè. Ik functioneer psychisch heel moeilijk... Maar kom, 't boek is er weer hè, 't boek is er weer.

"Het doet me wel niet meer zoveel als vroeger. Als er vroeger een boek van mij verscheen, dan ging ik echt door mijn dak, maar nu... Ik ben er niet echt zo wild enthousiast over eigenlijk. Pas op, ik vind het een goed boek hè, ik vind het heel goed, maar het doet me minder, ik zit ook vaak te denken: 'Hou daar nu toch eens mee op jongen, zoek een job nu het nog kan, eventueel...'

"En dan al die administratieve problemen, met de vakbond - hier ligt alweer een brief van 't ACV - en met ik weet niet wat nog allemaal. Papieren van hier, papieren van daar... Maar dat komt nu allemaal in orde, dat heeft het OCMW voor mij geregeld. Ik heb nu een gezinshulp, een sympathieke dame die drie keer per week drie uur komt en mijn afwas doet, en mijn boodschappen, en 't kot wat opkuist en zo, dat het hier weer wat leefbaar is hè. En een klusploeg, die komen hier schilderen binnenkort. Want mijn lichamelijke gezondheid is ook al niet geweldig, ik zou dringend geopereerd moeten worden aan mijn linkerbeen, al drie jaar. Mijn aders zijn dichtgeslibd van de nicotine, maar het komt er maar niet van. Ondanks het zeer zwaar insisteren van mijn huisarts. Maar ik heb geen goesting om een week in 't ziekenhuis te gaan liggen, weetjewel?"

Misschien zou het helpen als het grote publiek zijn werk zou omhelzen? Maar dat publiek lust Berckmans' welhaast oudtestamentische ondergangsvisioenen, de groteske viezigheid die hij oproept - "Daar is in Baxter een stuk minder sprake van, hoor" - en de dadaïstische ontsporingen in zijn teksten kennelijk niet.

"Ja, waarom verkoop ik zo weinig denk je? Al is het toch niet zo moeilijk wat ik schrijf, vind ik. Wat is daar moeilijk aan? Wat is daar nu moeilijk aan? In sommige gevallen zit er wel een vreemde logica in, oké. Maar het gaat niet over Janneke en Mieke, weetjewel? Er worden zoveel boeken geschreven over Janneke en Mieke. Ik schrijf dan liever wat ik doe, dat vind ik eerlijker tegenover mezelf en tegenover mijn publiek. Ik vind eerlijkheid het belangrijkste. En dan van die verhaaltjes, pffft... Ik krijg ze ook niet gelezen, ik moet dat allemaal niet weten. Ik lees al zes jaar niks meer, niks, niks, niks. Niets, geen krant, geen tijdschrift, niets."

Het is geen nieuw thema in Berckmans' werk, maar 'Apokalips Nu' wordt in Baxter wel zeer acuut. Veel verder lijkt hij daarin niet meer te kunnen gaan. "O, toch wel, nog zeer zeer zeer ver. Tot aan het evangelie van Johannes. Ik wil ook geen twee keer hetzelfde doen, trouwens. Ik evolueer. 'Als plots aan Ratata een eind zal zijn gekomen', uit Bericht uit Klein-Konstantinopel, en het slotverhaal van dit nieuwe boek, 'Eindstation Butebeton', dat vind ik de beste verhalen die ik ooit geschreven heb. Daarin roep ik de totale apocalyps op. Butebeton is overigens een buitenwijk van Zwolle, maar dit terzijde.

"In de tijd van Doctor Paf de Pierennaaier was het leven nog enigszins draaglijk, dat blijkt ook uit dat boek. Maar het leven van Kromsky is een hèl. Vandaar ook die bijna sarcastische titel 'Alles wel in Kromsky's hel'. Zijn huis dondert wel in elkaar er is wel niks anders meer te vreten dan brol en knoeft van Knauff, maar toch: alles wel in Kromsky's hel, weetjewel? (Met klem:) Niks gaat goed in Kromsky's hel, alles is naar de verdòmmenis in Kromsky's hel, dat zie je toch? Die hebben geen eten meer, die hun wc dondert in elkaar, heel dat kot dondert in elkaar, het plafond van de kelder komt naar beneden - alles wel in Kromsky's hel, ja.

"Hoewel, op zich is het misschien ook wel een vrolijk verhaal, omdat die mensen, ja, zich toch redden, weetjewel? Die redden zich, en dat is al voldoende reden om vrolijk te worden: (schreeuwt plotseling) je rèdden! Het hoofd boven water houden vind ik al voldoende om vrolijk van te worden. Nu ja, vrolijk.

"Ik zou ook fictie kunnen schrijven, zoals ik in het verleden ook heb gedaan, maar ik ben erop uitgekeken. Ik heb dit nodig als een grafie van mijn eigen leven, begrijp je? Mijn werk staat in direct contact met mijn onmiddellijke Umwelt. Mijn hoofdfiguren zijn mijn vrienden, en in feite gaat het telkens weer over dezelfde mensen, ik geef ze alleen wel steeds andere namen. Ik spreek niet van autobiografie omdat veel in mijn verhalen verzonnen is natuurlijk, maar het is wel een grafie van mijn leven, een beschrijving van hoe ik mijn leven ervaar. En zoals blijkt is dat niet altijd even vrolijk.

"De verhalen die ik vroeger schreef vind ik wat gedateerd. Ik herlees ze ook nooit meer. Het zou nooit in mij opkomen om nog eens een verhaal uit Café De Raaf te lezen. Dat vind ik zo, dom is het woord niet, maar het drijft op zo'n simpel ideetje. Ik ben meer voor complexe dingen. Ik doe liever wat ik nu doe. Ik ben ook bezig aan een oeuvre natuurlijk hè. Ik zit niet stil. Volgend jaar een nieuw boek, het jaar daarop weer een, als het een beetje lukt.

"In Baxter staan verwijzingen naar dingen die mensen vaak niet begrijpen, ze zijn onduidelijk, maar ze klinken wel. Het is ook van weinig belang of ze nu duidelijk zijn voor de lezer of niet. Het staat er, het staat er mooi, het klinkt goed, en dat is het belangrijkste.

"As op Jazzwoensdag is geschreven volgens de basisregels van de free jazz. Een zeer experimenteel boek eigenlijk wel. In die zin is het misschien wel weer beter dat het na dit boek komt, ook al is het eerder geschreven. Het is echt avant-garde.

"Maar van avant-garde koop je natuurlijk geen biefstuk. Om elke dag biefstuk te eten moet je boeken schrijven over Janneke en Mieke, maar dat laat ik over aan vooral een paar vrouwelijke collega's. Ik doe mijn eigen ding, weetjewel, ik ben daar zeer tevreden over, en ik ben er op een heel geboeide manier mee bezig. Niet op een plezànte manier, want ik vind het niet plezant, het is moeilijk, heel moeilijk, ik vind het heel zwaar. Het is zeer inspannend. Soms, als ik aan het schrijven ben, dan wringt mijn hand gewoon tegen, wil ze niet verder schrijven.

"Ik moet soms ook heel diep in mezelf graven, dat merk je ook wel. Zoals in die brieven aan mijn overleden ouders. Maar die móest ik schrijven, ik móest die schrijven, ik móest met die mensen kommunikeren - ik heb die brieven allemaal aan een cafétafel geschreven. Omdat ik eenzaam was, of zat. Mijn ouders waren toen pas uit mijn leven verdwenen, vlak na elkaar, dat was een drama. Nu ja, het overlijden van mijn vader vond ik geen ramp. Maar mijn moeder, dat was echt een drama.

"Mijn vader was een klootzak. Maar het was mijn vader hè. Ik ben heel mijn leven bang van hem geweest. Nu nog. Hij is al tweeëneenhalf jaar dood en nog ben ik bang van hem, heb ik nachtmerries over hem. Hij kon niet kommunikeren, zeker niet met zijn kinderen, en hij heeft 45 jaar lang mijn moeder gekoeioneerd en gepest.

"Toen ik veertien was, ik zal 't nooit vergeten, vroeg ik aan mijn vader: "Pa, mag ik alstublieft naar de muziekschool?' Weet je wat mijn vader zei? 'Doet eerst uw werk maar voor 't school!' Toen hij bijna dood was, was hij hier op een nacht, mijn moeder sliep al, zijn valies aan het inpakken om naar het ziekenhuis te gaan, 's anderendaags. Ik woonde toen op het appartement hierboven. Op zeker ogenblik zei ik tegen hem: 'Ja, wel, pa, houdt u goed, ik ga boven nog wat werken.' Weet je wat ie zei? (Honend:) 'Hà! Wèrken!'

"Mijn vader heeft mij als schrijver altijd vernederd, had geen enkel respect voor wat ik deed, niet het minste. En dat blijft zwaar op mijn maag liggen. Dat vergeef ik hem nooit - en nog andere dingen ook niet. Terwijl mijn moeder, dat was eigenlijk een heilige. Mijn moeder heeft heel haar leven, met vijf kinderen jongen... Hàrd gewerkt hoor. Hard gewerkt. Ze ging uit werken, poetsen, broodjes smeren, ramen zemen. Mijn moeder was maar tot haar veertiende naar school geweest, maar ze kende wel heel de wereldliteratuur.

"Sinds haar dood sta ik er alleen voor. Het is zoals ik het schrijf in het openingsverhaal: ik functioneer nog minimaal, maar er zijn wel een ontzettend aantal dingen die ik gewoon niet meer kan. De vaat doen kan ik niet meer, ik kan niet meer naar de supermarkt gaan, tenzij met heel veel moeite. Ik kom ook niet meer in cafés, terwijl ik daar vroeger de ganse dag zat. Ik drink ook veel minder. Ik moet dan ook altijd zorgen dat ik aan iets om te eten kom... Ik functioneer nog minimaal, maar ik ben maar bang dat dat ook nog achteruitgaat. Ik heb nu een nieuwe psychiater, een iets oudere dame, daar heb ik wel vertrouwen in. Ik heb de indruk dat zij mij wel kan, nu ja, daarom niet helpen, maar dat ze me toch mijn problemen kan helpen te objectiveren.

"Het minste dat ik een bruine vensteromslag in mijn brievenbus vind raak ik in paniek. Dan moet ik daar weer mee naar het O See Em Wééé, of naar de Vee Dee Aa Bééé of naar de Er Vee Aáá. Ik word er compleet gek van. En het heeft volgens mij ook helemaal niks te maken met wat ik doe. Ik vind dat dus allemaal belachelijk. Maar ja, je moet wel. Het zijn natuurlijk gewoon de praktische beslommeringen van het gewone leven, de meeste mensen vinden daar ook hun weg in, maar ik kan dat allemaal niet aan. Ik ben chronisch neerslachtig - niet depressief, ik weet maar al te goed wat een depressie is, die heb ik niet.

"Ik erger me ook kapot als - ik kan niet meer naar muziek op de radio luisteren. Alleen af en toe wat jazz, en 's nachts luister ik ook weleens naar rustige klassieke muziek op Radio 3, met niet teveel gezever ertussendoor. Maar verder - ik vind het zielig, werkelijk zielig. Terwijl er zo ontzettend veel goeie muziek is, draaien ze alleen maar slechte. Ik heb nooit zulke mooie muziek gehoord op de radio als op de dag dat koning Boudewijn begraven werd. Toen speelden ze heel rustige muziek.

"Ik ben muzikaal vrij onderlegd, ik weet nogal veel van muziek af. Met Geert hier en een toetsenist hebben we pas een nieuwe cd gemaakt; ik zing. Wil je ze eens horen?"

Hij loopt naar de cd-speler en haalt het plaatje dat in de lade zit eruit, wendt zich dan tot Geert Breës: "Wat is dat hier, Geert? 'Desolation Row'"(lacht). Tot mij: "Dat zit al twintig jaar in de cd-speler, weetjewel?" Ondertussen bekijk ik het cd-doosje. De groep heeft zich Leipzig 2000 genoemd. "Naar Dresden '45, hè (lacht). Of Saigon '75. Dat zou eigenlijk nog beter geweest zijn."

Op het wijsje van 'Twee ogen zo blauw' weerklinkt snijdende, geknepen zang, die de melodie moedwillig martelt. Ik hoor 'OCMW' rijmen op 'wc'. "We hebben er 25 van gemaakt, daarvan konden we een pint gaan pakken. We kunnen er altijd bijpersen hè?"

"De hedendaagse samenleving, die kan ik niet heel erg lang meer aan," gaat de schrijver na het muzikale intermezzo voort. "Daarom kom ik ook bijna de deur niet meer uit. Je merkt ook in dit boek, navenant mijn boeken de laatste jaren verschenen zijn, dat mijn wereld steeds claustrofobischer wordt, steeds beperkter. Ik beschrijf een heel kleine biotoop, maar die krijgt wel steeds universelere, bijna mythische dimensies.

"Een en ander heeft natuurlijk concreet ook te maken met de ziekte in mijn linkerbeen, ik kan niet ver meer gaan. Maar ik kan met de moderne samenleving niet om. Gsm en internet, het verkééér waar ik krankzinnig van word... Jongejongejonge. Ik word compleet gek van de wereld waar we nu in leven.

"Negenennegentig procent van alle reclame op de radio is reclame voor websites. Websites alstublieft - ik heb al moeite om te begrijpen hoe ik het licht moet aansteken of de televisie moet aanzetten, laat staan dat ik iets van internet begrijp. Ik kan er niet meer tegen, ik vind het gewoon walgelijk waar we naar toe evolueren. Het gaat ook sneller en sneller, elke dag komt er iets nieuws. Morgen komen ze Telenet installeren, ik ben overgeschakeld van Belgacom. Heb ik ook een voicemail, weetjewel? Voicemail! (lacht) Krankzinnig word ik ervan."

In Berckmans' voorstelling van deze wereld duiken dan ook, niet toevallig, vaak sporen op van een àndere, sinistere wereld uit het verleden. Neem alleen de titel van zijn nieuwe boek al.

"Ja, de referenties aan de holocaust zijn weer legio. Heb ik altijd gedaan hoor. Niemand herkent dat als dusdanig, maar ik weet dat voor mezelf wel. Ik vind het zeer belangrijk dat ik dat doe. Omdat we dat nooit mogen vergeten. We moeten daaraan blijven denken. En ook omdat er nu een holocaust op zes miljard mensen aan de gang is. De globalisering en dergelijke, als ik dat woord nog maar hoor dan word ik al ziek. Nu probeert 11.11.11 de Tobin tax op de Europese agenda te krijgen, maar dat gaat natuurlijk niet door. En dan de kloof tussen rijk en arm, ook in ons eigen land, in onze eigen stad, in mijn eigen omgeving merk ik dat.

"Daar heeft de depressiviteit van wat ik schrijf ook heel veel mee te maken. Ik geef er me rekenschap van dat ik de rest van mijn leven arm zal zijn, weetjewel? Dat is niet zo'n aangenaam idee. Tenzij ik eens een bestseller schrijf, maar dan moet ik natuurlijk een boek schrijven over Janneke en Mieke. Of over een grootvader die collaboreerde of zoiets."

Merkwaardig genoeg is echt protest, expliciet uitgesproken, vrij zeldzaam in Berckmans' werk - al zou je toch denken dat hij redenen genoeg heeft om te protesteren.

"Ja, maar ik protesteer ook niet meer. Ik heb mijn lot aanvaard. Ik ben ooit nog een tijdje lid geweest van de KP. Maar dat bleek uiteindelijk zo'n zootje halvegaren dat ik dat snel voor bekeken heb gehouden."

Van de politiek hoeven we geen redding te verwachten?

"Kijk, er zijn in heel de wereld zeshonderd bedrijven, hoorde ik onlangs in een documentaire op de BBC. Zeshonderd. En die controleren alles, klaar.

"Ik heb ontzettend veel heimwee naar mijn kindertijd, in de late jaren vijftig, begin jaren zestig. Toen speelde je met zelf in elkaar geknutselde zwaarden en zo, weetjewel. Dat is allemaal verdwenen, de kinderen spelen nu met video's en computers. Angstaanjagend. Daarom kom ik ook niet meer buiten, ik wil het gewoon niet meer zien.

"Wat ik ook niet meer kan inpassen is dat ik ooit een geslaagd zakenman ben geweest. Ik kan me van die Jean-Marie nauwelijks nog een beeld vormen. Een Jean-Marie in een villa met vier slaapkamers, drie badkamers, een audio, Mercedes...

"En je deed dat efficiënt," merkt Geert Breës op.

"Zéér efficiënt," beaamt Berckmans. "Van alles op de hoogte, geld verdienen, goed leven. Zes jaar heb ik toen in Italië gezeten, in de schoenenbranche. Ik was heel gelukkig, maar het was wel een zeer oppervlakkig geluk eigenlijk, het stelde niet zoveel voor. Het stelde niet zoveel voor. Daarna is mijn vrouw weggegaan, en toen, tja...

"Maar ik ben geen sukkelaar. Ik schrijf. Het belangrijkste vind ik dat die heel diepe emoties op papier komen. Als ik die grafie van mijn bestaan niet maak, dan stort ik in elkaar. Ik ben nu weer met iets nieuws bezig, en ik ben daar heel tevreden over. Misschien zou ik wel blij zijn als ik het schrijven niet meer nodig had. Misschien wel, ik weet het niet. Maar als ik mijn vroegere en mijn huidige leven met elkaar vergelijk, dan vind ik dit wel het waarachtigste. Het is het moeilijkste, maar wel het beste, denk ik, voor mezelf.

"Communicatie vind ik heel belangrijk. Ik wil mijn gesteldheid meedelen. Weliswaar zijn er maar duizend lezers in geïnteresseerd, maar goed. Dat is nu eenmaal zo.

"Ik ben een absolute Einzelgänger in de literatuur. Het houdt me niet bezig waar ik daar ergens in pas. Als ik weleens een schrijver op de radio bezig hoor, dan denk ik vaak, waar gaat dit in Godsnaam over?"

Kwart voor middernacht en het gros van het nieuws is abominabel maar er is een lichtpunt. Morgen is er nog meer gepasteuriseerde stront te vreten dan er vandaag nog gesteriliseerde in de handel was.

De dagen wegen als beton, vooral buiten in Butebeton, binnen in Butebeton niet zo, daar wegen ze maar als lood, maar dan ook elders en dan ook overal en dan ook altijd. Nu de muziek is afgeschaft kan men zich afvragen wat nu gezongen. Het departement filosofie is ook afgeschaft omdat nergens meer over nagedacht hoeft te worden. Alle logopedisten zijn werkloos omdat niemand z'n bek nog hoeft open te doen.

'Van avant-garde koop je natuurlijk geen biefstuk. Om elke dag biefstuk te eten moet je boeken schrijven over Janneke en Mieke'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234