Donderdag 18/08/2022

Wanorde maakt depressief

Lygia Fagundes Telles beschrijft de onrust van jonge vrouwenharten in 'De meisjes'

Lode Delputte

In Brazilië is Lygia Fagundes Telles al meer dan een kwarteeuw een klinkende naam. De schrijfster heeft roem vergaard met talrijke, vaak vertaalde verhalen en romans, maakt deel uit van de Academia Brasileira de Letras en sleepte nogal wat prijzen in de wacht, onder meer met haar verhalenbundel Antes do Baile Verde ('Voor de groene dans', 1970).

De nu 75 jaar oude Fagundes Telles is bovendien als advocate werkzaam geweest. De sociale trekjes van haar oeuvre zijn daar niet vreemd aan, hoewel het niet echt engagement ademt. Haar romans zijn geen aanklachten tegen een onrechtvaardig bestel, of toch niet helemaal; veel meer is het Fagundes Telles te doen om de psychologische weerslag van het systeem op het vereenzaamde individu.

Dat individu is meestal vrouwelijk, afkomstig uit de hogere klassen van de megapool, zeg maar São Paulo, en worstelt zich een weg door talrijke alledaagse conflicten. Het leven wordt bij Telles een existentieel hindernissenparcours dat met een stevig gebouwde taal en stijl onder woorden wordt gebracht. Haar personages lijken alleen hortend en stotend vooruit te komen, proberen zich aan allerhande dwingende condities te onttrekken en dromen van geluk, liefde en schoonheid.

Een van Telles' bekendste werken, As Meninas, een roman uit 1973 die nu in het Nederlands is vertaald onder de titel De meisjes, is in die zin representatief. Het is het verhaal van drie jonge vrouwen, studentes nog, die nu eens vol moed, dan weer de wanhoop nabij, aan hun leven werken. Het drietal is gehuisvest in een niet al te streng nonnenpensionaat, waar ze dikke vriendinnen zijn geworden. Lorena, Lião en Ana Clara studeren respectievelijk rechten, sociologie en psychologie - drie verschillende levenswijzen dus, en drie elkaar voortdurend afwisselende ikverhalen. Terwijl Lorena en Lião aardig op weg lijken om ooit wel eens een diploma te behalen, zal het met Ana Clara minder goed aflopen. Het arme kind is aan de drugs.

Het uitvoerigst komt Lorena aan het woord. De katholieke rijkemansdochter blijft in haar eigen wereldje vastzitten en slaagt er niet in zich uit een zelfgeweven web van romantische fantasieën te bevrijden. Ze verzamelt belletjes, komt haar vriendinnen met snoezigheid en geld te hulp en droomt ervan als maagd in het huwelijksbootje te stappen. Meer nog, ze heeft zich voorgenomen met een dokter te trouwen, M.N., een personage waarvan de lezer niet te weten komt of hij bestaat of niet, want we krijgen de brave man nooit te zien. Intussen loopt Lorena's gemis als een rode draad door de roman. "Als M.N. niet opbelt, hang ik me op."

Hoewel Lorena dol is op Latijn en erg graag met weetjes en citaatjes uitpakt, geeft de toekomstige juriste niet bepaald de indruk een erg gemotiveerde studiekeuze gemaakt te hebben. Sociale rechtvaardigheid is niet aan haar besteed. Helemaal anders dan Lião, die in Lorena's ogen "zo nodig (moet) herinneren aan de statistieken over kindertjes die doodgaan van de honger in het noordoosten, dat gezeur over het noordoosten loopt de spuigaten uit. Ik weet niet tot wanneer we dat volk nog op onze schouders moeten meetorsen." En nog: "Ik denk ook wel dat God, als hij daar niet aanwezig is, er wel zijn redenen voor zal hebben."

Lião de Melo Schultz, dochter van een gevluchte ex-nazi en een Bahiaanse vrouw, staat, in tegenstelling tot 'Loreentje', met beide voeten op de grond. Ze is kritisch ingesteld, gaat doortastend te werk en laat zich vooral niet meeslepen in de mythomane gevoelswereld van Lorena en haar hysterische "mammie". Lião is het personage waaraan de tijdgeest van De meisjes het duidelijkst af te lezen valt: het begin van de jaren zeventig, toen de militaire dictatuur in Brazilië hoogtij vierde en elke vorm van protest ondergronds moest plaatsvinden. Rode Lião is dol op de muziek van Caetano Veloso en Chico Buarque, raakt verslingerd aan de theorieën van priesters-verzetsstrijders en heeft zich voorgenomen haar opgepakte en gemartelde vriendje Miguel waar ook ter wereld te zullen volgen.

Lião is het personage dat lucht moet geven aan Fagundes Telles' eigen onvrede met de dictatuur. Op een gegeven moment, als de sociologiestudente een openhartig gesprek heeft met moeder Alix, een van de nonnen op het pensionaat, voert de schrijfster het (door de censuur over het hoofd geziene) relaas op van ene Bernardo, een jongen die ze zelf gekend heeft en wiens verhaal ook Lião aan de weet gekomen is: "... ik doorstond de aframmelingen die een diepe snee in mijn elleboog veroorzaakten. In de wond staken sergeant Simões en korporaal Passos een draad. Ze dwongen me dan mezelf en mijn vrienden schokken toe te brengen. Om te voorkomen dat ik schreeuwde stopten ze me een schoen in de mond." Moeder Alix kent de geschiedenis en bewijst daarmee verre van wereldvreemd te zijn. Liefdevol en met gezond verstand probeert ze haar meisjes vooruit te helpen.

Een derde existentiële zoektocht is die van Ana Clara. Zij heeft haar studie onderbroken en heeft, als ze de draad weer wil oppikken, psychiatrische bijstand nodig. Ana, een geboren nachtbraakster, raakt van de regen in de drop, neemt sloten alcohol tot zich en hallucineert dat het een aard heeft: "Ze struikelde over de trede en viel op haar knieën. Gilde toen ze houvast zocht: de grond krioelde van de kakkerlakken." Haar vriendje Max is een dealer en verdient weliswaar wel wat geld, dleg, zoals dat in het boek bij wijze van geluk brengende omkering wordt genoemd, maar dat belet niet dat ook Ana Clara voortdurend bij Lorena terechtkomt, die met haar niets ontziende moederhart de grootste nood wel lenigt, maar allerminst verhindert dat het Anaatje ten slotte slecht vergaat.

Met De meisjes heeft Fagundes Telles een erg degelijke roman geschreven, althans voor wie er de tijd voor neemt. De innerlijke monologen wisselen elkaar soms erg abrupt af, ogenschijnlijke details winnen na verloop van tijd onverwacht aan belang, zinnen worden afgebroken en krijgen pas vele pagina's verder een voortzetting. Dat botsende en schokkende ritme, dat op meesterlijke wijze de rusteloze ziel van drie nog net niet volwassen jongelui verbeeldt, kan de lezer wel eens op een dwaalspoor zetten. Van dwalen weten Lião, Ana Clara en Lorena overigens alles af. "Wanorde," zegt de laatste, "deprimeert me." En: "Ach, kon ik me maar vanbinnen opruimen, alles kalmpjes in de lade."

Lygia Fagundes Telles (uit het Portugees vertaald door Kitty Pauwels), De meisjes, De Geus, Breda, 336 p., 898 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234