Woensdag 18/05/2022

InterviewCriminoloog Stefaan Pleysier

Wat doe je met een 12-jarige die een agent neersteekt? ‘Je kan hem niet de verantwoordelijkheid van een volwassene toedichten’

De steekpartij gebeurde donderdag aan het Agnetencollege in Peer. Beeld Mine Dalemans
De steekpartij gebeurde donderdag aan het Agnetencollege in Peer.Beeld Mine Dalemans

Wat doe je met een 12-jarig kind dat een agent messteken toedient? Geen makkelijke vraag voor een jeugdrechter, weet criminoloog Stefaan Pleysier. ‘Jongeren te lang in een gemeenschapsinstelling plaatsen, kan net meer kwaad dan goed doen.’

Jorn Lelong

De steekpartij in Peer trekt veel aandacht. Niet zo verwonderlijk ook. Een 12-jarig kind dat een politieman messteken toedient en vervolgens voorgeleid wordt wegens poging tot doodslag, dat maken we niet elke dag mee. “In de provincie Limburg, waar de feiten gepleegd werden, kwam het sinds 2010 slechts twee keer voor”, zegt criminoloog Stefaan Pleysier (KU Leuven). “Bovendien moet je er rekening mee houden dat poging tot doodslag er lang niet altijd zo uitziet, het kan zich bijvoorbeeld ook in een familiale context afspelen. Een 12-jarige die op klaarlichte dag een politieagent aanvalt, dat is toch heel uitzonderlijk.”

Over de precieze aanleiding voor de steekpartij is er nog weinig duidelijkheid. Net na schooltijd zou aan het Agnetencollege van Peer een discussie ontstaan zijn tussen een wijkagent, een moeder en haar 17-jarige zoon. Op beelden die een omstander maakte en die op sociale media verspreid werden, zien we hoe vervolgens de 12-jarige broer de wijkagent meerdere messteken in de rug toedient en daarna wegloopt. Het mes zou hij gekregen hebben van een dertienjarig meisje van dezelfde school.

Stijgt het aantal feiten van deze aard bij jongeren?

Pleysier: “Nee, het aantal zware gewelddadige feiten bij jongeren is sinds 2010 gedaald. Maar in onderzoeken in Engeland en Nederland zien ze wel dat dit soort feiten, geweld met messteken, bij jongeren vaker dan vroeger lijkt voor te komen. We moeten dus voorzichtig blijven met conclusies daarover.”

Poging tot doodslag zijn zware feiten. Maar het gaat wel om een 12-jarige, die we nog niet verantwoordelijk genoeg achten om te stemmen, te drinken of seks te hebben. Welke overwegingen spelen dan allemaal mee in het bepalen van de straf?

“Dat is inderdaad een lastige kwestie. We weten bijvoorbeeld dat 12-jarigen minder in staat zijn om hun emoties of impulsen te beheersen, of om de gevolgen van hun acties op langere termijn in te schatten. Je kunt ze dus niet dezelfde verantwoordelijkheid toedichten als een 17-jarige, laat staan een volwassene.

“Het grootste verschil met het berechten van volwassenen is dat men in het jeugdrecht veel breder kijkt dan alleen naar de feiten die gepleegd zijn. Er wordt gekeken naar de voorgeschiedenis van de dader, er volgt een uitgebreid sociaal onderzoek en men kijkt ook naar welke sanctie de dader op langere termijn het meeste kans geeft op een geslaagde re-integratie.”

Is het geen moeilijk evenwicht tussen enerzijds welke straf het meest nuttig is voor de jongere, en anderzijds welk signaal je aan de maatschappij geeft?

“Zeker. Hier heeft men ervoor gekozen om de jongere voorlopig drie maanden in een halfopen instelling te plaatsen. Dat doet men niet zomaar, want je haalt een jongere dan wel minstens drie maanden weg uit zijn omgeving en uit zijn school. Hoewel er onderwijs wordt voorzien in de instelling, zorgt dat misschien voor leerachterstand. En die jongere komt nu misschien terecht bij oudere jongeren die al vaker feiten gepleegd hebben. Dat zijn dus allemaal factoren die de re-integratie van zo’n jongere kunnen bemoeilijken. In principe kiest de jeugdrechter daarvoor als men oordeelt dat dat de enige mogelijkheid is.”

Waarin verschilt een halfopen instelling precies van een gesloten instelling, waar je pas vanaf 14 jaar naartoe kan?

“Het is niet zo dat die halfopen instellingen zoveel minder afgeschermd zijn van de buitenwereld, die term verwijst vooral naar het regime binnen de instelling. In gesloten instellingen kunnen jongeren niet zomaar rondlopen, terwijl je bij halfopen instellingen meer bewegingsvrijheid hebt en meer activiteiten in leefgroepen doet. Er vinden bijvoorbeeld ook meer activiteiten buiten plaats.”

Hoe wordt dan aan de re-integratie gewerkt?

“Er is natuurlijk intensieve begeleiding. Als die jongeren gedragsproblemen hebben, zoals agressie of het uiten van geweld, leert men hoe ze daar anders mee kunnen omgaan. En men kijkt ook waar de jongeren naartoe willen, en hoe de begeleiders hen daarbij kunnen ondersteunen.”

Maar als die jongeren straks opnieuw in dezelfde omgeving terechtkomen, is de kans op herval toch groot?

“Ja, als je die daar gewoon terugplaatst, is de kans groot dat die in dezelfde patronen terugvallen. Vandaar dat men nu al moet kijken naar wat er bijvoorbeeld misgaat in de omgeving van de jongere. Als de ouders bijvoorbeeld weinig gezag hebben thuis, dan kan ook daar een begeleiding voor worden gestart.”

In 2019 kwam het jeugddelinquentierecht op het Vlaamse niveau terecht. Een verbetering?

“Er zijn zeker meer mogelijkheden. Zo kunnen jongeren nu ook als mogelijke straf zelf een positief project voordragen waaraan ze kunnen werken. Op andere vlakken is het dan weer strenger. Zo kunnen jongeren nu voor een langere termijn in een gemeenschapsinstelling geplaatst worden. Als dat op een verkeerde manier ingezet wordt, kan het net meer schade teweegbrengen dan het goed doet. Maar het blijft wachten op een uitgebreide evaluatie van het jeugddelinquentierecht voor we daarover echt uitspraken kunnen doen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234