Donderdag 19/05/2022

InterviewAngèle

Wat raakt popsensatie Angèle? ‘Iedereen die mijn vertrouwen heeft misbruikt, mag op z’n knieën vallen: mij pakken ze niet meer’

null Beeld Manuel Obadia-Wills / Universal Music
Beeld Manuel Obadia-Wills / Universal Music

Zesentwintig is Angèle nog maar net geworden, op 3 december, maar op haar wereldverovering staan geen grenzen: vijf shows in Vorst Nationaal, één in het Sportpaleis, en straks in de Londense O2 Arena in het voorprogramma van Dua Lipa – haar vriendin sinds ze samen ‘Fever’ maakten. Dan is er nog de Netflix-docu die net in première ging, én natuurlijk Nonante-cinq, haar nieuwe album dat weer als een bom zal inslaan, maar ook verrassend matuur is.

Stefanie De Jonge

Die bulkt van de beklijvende lyrics.

Angèle Van Laecken: “Ik deed dat altijd al, mijn kwetsuren en alles waarover ik ­pieker verwerken door erover te schrijven, maar tijdens de lockdown kwam er opeens wel heel veel op me af. Na mijn vorige tournee was ik van plan twee maanden vrij te nemen om op vakantie te gaan en te feesten met mijn vrienden, maar toen ging opeens alles op slot en zat ik alleen thuis. Ik was dat totaal niet meer gewend. Ik had de hele tijd van optreden naar optreden geleefd en nu kon ik niet meer naar een nieuwe tour toeleven, want we hadden geen idee wanneer we die konden plannen. In de lockdown kon ik niet anders dan beginnen na te denken over mijn leven, mijn onzekerheden en mijn angsten.”

Je komt tot harde conclusies: ‘Vandaag wil ik alleen succes. Vroeger was ik vrij’, zeg je in de Netflix-documentaire.

“Zo voelde het inderdaad op het moment dat het succes me zo bruut overviel. Ik dacht toen alleen maar: en nu moet ik er alles aan doen om dat succes vast te houden. Ik wílde dat succes en die bekendheid, had het echt nodig. Het appelleerde aan een gemis dat ik voelde.”

Welk gemis?

“Ik voelde een enorme nood om mezelf te bewijzen, een nood aan aandacht.”

De aandacht die je vader Marka al had als zanger van Allez Allez, je moeder Laurence Bibot als actrice en komiek, en je broer Roméo Elvis als rapper.

“Ja. (lacht) Als kind zag ik hoe mijn ouders in de supermarkt werden herkend, daarna werd mijn broer een ster. Ik wilde bewijzen dat ik óók iets kon, dat ik niet alleen maar dat schattige meisje was. Mijn moeder heeft me ook altijd gezegd dat mooi zijn niet volstaat, dat je iets moet kúnnen. Dus toen mijn ­carrière op gang kwam, heb ik me daar helemaal op gestort. Ik ben sowieso iemand die graag intens leeft en ervan houdt in het middelpunt van de belangstelling te staan. Mijn hele leven draaide alleen nog daarom, maar ondertussen groeide het gevoel dat er iets niet klopte. Nu weet ik dat ik er diep vanbinnen veel harder naar verlang om vrienden te hebben die er echt toe doen en die ik kan opzoeken als ik met iets worstel, om een echte thuis te hebben ook, een plek waar ik me kan nestelen.

“Het succes maakte me ook heel onvrij. Ik kon niet meer zomaar mensen ontmoeten, kon niet meer lopen waar ik wilde, moest opletten bij alles wat ik zei. Alles wat ik deed, kreeg gewicht. De lichtheid om dingen te doen zonder nadenken miste ik verschrikkelijk. Maar dankzij de ­pauze die corona me oplegde, ben ik daarover gaan nadenken. Ik begrijp nu dat ik duidelijker grenzen moet trekken om ondanks mijn bekendheid toch weer greep op mijn leven te krijgen, en niet alles door mijn omgeving te laten bepalen.”

Daarover heb je het in het nummer ‘Libre’: ‘Aujourd’hui j’ai bien changé, crois moi.’

“Ik heb me heel erg moeten aanpassen aan mijn nieuwe leven. Het heeft me veranderd. Ik ben volwassen moeten worden. Vroeger was ik heel beleefd, ik zette liever een stapje achteruit dan mijn stem te verheffen en luisterde netjes – ook omdat ik een meisje was en altijd schattig werd gevonden. Zonder na te denken nestel je je toch in die rol.”

Je moest, vertel je in de docu, vóór een optreden telkens van rol veranderen. ‘Ik creëerde voor mijn shows een personage, een betere versie van mezelf, een mix van al mijn fantasieën.’

“Ja. Het ging allemaal zo snel dat ik me soms afvroeg: wat gebeurt er allemaal? Waarom ik? Ik stond voor die zalen vol mensen die me beoordeelden terwijl ik mezelf nog aan het ­zoeken was, en niet precies wist waar ik heen wilde. Dat was heel verwarrend. Het afgelopen jaar heb ik een duidelijker beeld gekregen van wie ik ben als mens en als artiest. Ik ben tijdens een optreden nog steeds niet helemaal dezelfde als wanneer ik overdag met mijn vrienden een koffie drink. Ik heb het nog steeds nodig om me op te maken en kostuums aan te trekken om in de juiste stemming te komen vóór ik op het podium stap. Maar ik snap nu wat ik aan het doen ben.”

null Beeld Manuel Obadia-Wills / Universal Music
Beeld Manuel Obadia-Wills / Universal Music

Je hebt de Netflix-documentaire in volle coronatijd gemaakt. Toen stond je toch al stevig in je schoenen, dacht ik.

“Ja, maar toch had ik voor alles wat ik dacht nog niet de woorden gevonden. Pas door het maken van de documentaire heb ik veel dingen duidelijk voor mezelf kunnen formuleren.”

Waarom wilde je meewerken aan die documentaire, terwijl je juist had besloten grenzen te stellen en jezelf minder bloot te geven?

“Het is niet dat ik mezelf niet meer wil tonen, integendeel. Ik wil echt wel over mezelf vertellen, maar ik wil niet dat iemand ermee aan de haal gaat en een beeld van me creëert dat niet klopt. Ik wil zelf kiezen wat ik wel en niet toon. Toen Netflix me vroeg voor die documentaire, dacht ik vooral: daarin kan ik nu eens alles zelf bepalen. Samen met ­Brice (Van Der ­Haegen, red.) en ­Sébastien (­Rensonnet, red.), met wie ik ook mijn clips maak, ben ik er dan gewoon aan begonnen. Het verhaal is gaandeweg ontstaan. Heel eerlijk.

“Dat is belangrijk als je door zoveel jonge meisjes wordt gevolgd: dat je een eerlijk beeld geeft van jezelf, toont dat je ook twijfelt, bang bent en fouten maakt.”

‘J’ai touché le fond’, zing je in ‘Libre’. Welke bodem heb je geraakt?

“In mijn ­persoonlijke leven ben ik door een dal ­gegaan, maar zoals ik al zei heeft de documentaire me goed geholpen alles op een rijtje te zetten.”

‘Je ne veux plus tomber / Dans le piège des fous / Qu’ils se mettent à genoux’.

“Ja, iedereen die me erin heeft geluisd en mijn vertrouwen heeft misbruikt, mag op z’n knieën vallen: mij pakken ze niet meer. Er zijn privé en professioneel dingen gebeurd die me echt getekend hebben.”

Zoals de keer dat Playboy een foto van jou met twee paprika’s voor je borsten bij een interview plaatste, terwijl je uitdrukkelijk had verboden die te gebruiken.

“Inderdaad, ja. Die historie heeft een litteken ­nagelaten, maar niet alleen in slechte zin. Ik was heel jong, ik had nog geen idee in wat voor wereld ik was terechtgekomen: het is goed dat die ellende me daar in één klap bewust van heeft gemaakt.”

Je ouders en je broer gingen je voor: je moet toch al iets geweten hebben van het wel en wee in het mediacircus.

“Wat ik meemaakte, was een beetje van een ander niveau, toch? Maar goed, dat Playboy-­incident was dus heel leerzaam. Niet dat ik ­daarna dacht dat de wereld slecht was, maar ik begreep wel dat er meer valkuilen waren dan ik had vermoed.”

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Je gaat er nu licht over, maar in de documentaire barst je in huilen uit als je eraan terugdenkt.

“Ja… Het was op dat moment ook echt het ­ergste wat me kon overkomen. Ik stond aan het begin van mijn carrière, mijn single was net uit, ik was als een gek aan het werken en zat vol hoop en vertrouwen. Het was voor mij heel belangrijk om aan mijn ouders te tonen dat ik helemaal op eigen kracht, zonder enige hulp van hen, mijn weg als artieste kon vinden, dat ik zelf iemand was, dat ik legit was en talent had. En dan publiceren ze zo’n foto en zetten eronder: de dochter ván… poseert naakt! Ze reduceerden me tot alles wat ik niet wilde zijn: (spuugt het uit) een mooi meisje, de dochter ván, alleen maar interessant vanwege haar seksuele aantrekkelijkheid. Met dat beeld zeiden ze eigenlijk: je werk en je talent kunnen ons niets schelen. Ik had keihard mijn best gedaan en werd door hen volledig onderuitgehaald.”

Hoe kwamen ze aan die foto?

“Ik had die samen met een vriendin voor de grap gemaakt, samen met de foto’s die wel voor het artikel bedoeld waren. Maar goed, vanaf toen ben ik het beeld van mij als vrouw en als seksueel wezen heel nadrukkelijk zélf gaan bepalen. Als ik ergens macht over wil, is het daarover. Ik zeg niet dat ik nooit meer naakt wil poseren, maar als ik het doe, zal dat zijn wanneer ík het gepast vind en met een boodschap die ik belangrijk vind om te vertellen.”

De tijden zijn wel veranderd. Ik denk dat niemand na #MeToo nog zoiets zou durven uit te halen.

“Dat is zo. Het was echt een heel patriarchale streek. Het heeft me nog allergischer gemaakt voor dat soort gedrag.”

Het was ook weer een man, televisiepresentator Cyril Hanouna, die jou outte toen je een relatie had met Marie Papillon.

“Ja. Mijn eerste relatie met een vrouw was niet iets wat ik voor eeuwig geheim wilde houden, maar het was wel míjn liefdesverhaal, en ik wilde daar pas over vertellen wanneer ík dat nodig vond. Dat hij dat in mijn plaats deed, ook weer met foto en al, vond ik gewoon gewelddadig. Ik snap wel dat dat nu eenmaal de regels van het spel zijn als je bekend bent, dat mensen stiekem ­foto’s van je proberen te maken en uit zijn op een scoop. Ik zal dat moeten accepteren, maar dat kan ik alleen maar volhouden als ik ook het recht heb om te reageren: kijk, zó voelde ik me toen jij me outte, en dáárom vind ik dat ongepast. Dat heb ik in de documentaire gedaan, en dat luchtte op. (lacht) Ik hoop nu vooral dat ik een voorbeeld ben voor meisjes die met hun coming-out worstelen. Als ik meer voorbeelden had gehad, had ik misschien eerder begrepen dat ik ook van vrouwen hou, en had ik die kant van mezelf al op jongere leeftijd kunnen verkennen.”

Bij jouw generatie is daar toch al veel meer openheid over?

“Huh? Bij mij op school was er tien jaar geleden geen enkele lesbienne, hoor. Dat was absoluut niet iets waar je voor uitkwam, je zou er echt voor uitgemaakt worden. Ik zat wel op een streng katholieke school met veel keurige rijkeluiskinderen: dat zal ook meegespeeld hebben. Het is jammer dat het zo taboe was en dat biseksualiteit voor mij pas zo laat iets volkomen normaals is geworden. Dat is het allerbelangrijkste: dat gay of bi zijn wordt gezien als iets normaals, niet iets waarmee boekjes kunnen scoren, en ook niet iets waarmee artiesten willen uitpakken. Er zou gewoon geen enkel punt van gemaakt moeten worden. Ik vind het vreselijk dat op dit moment alle vooruitgang weer wordt teruggedraaid en de homofobie weer aan het groeien is.”

Tergend erg. ‘On pourra réinventer les règles / On choisit ce qu’on définit’, zing je in ‘Solo’: je vindt dat we zelf onze regels moeten bepalen als het om relaties gaat.

“Ja, want wie heeft die norm van huisje-boompje-­beestje eigenlijk bepaald? Moet ik me daar wel iets van aantrekken? Ik vind dat niemand zich in dat keurslijf moet laten dwingen, maar dat je je moet afvragen: ‘Wat past er bij mij? Waar voel ik me goed bij?’ Er zijn zoveel manieren om lief te hebben. Er zijn zoveel vormen van relaties. Ik weet niet precies wat ik wil. Misschien heb ik morgen zin om te trouwen, misschien doe ik dat met een man, misschien met een vrouw. Misschien ga ik daarna samenwonen, maar misschien ook niet. ­Alles is mogelijk.”

Voorlopig hou je het bij je hond.

“Inderdaad.”

Maar je blijft geloven in de liefde, blijkt uit het nummer ‘Taxi’: ‘Avant toi c’était moins bien’.

(lacht) Dat is wat je denkt, hè, als je verliefd bent: dat je leven nog nooit zo mooi is geweest. Maar als de liefde zo hevig is, vraag je je ook wel af: waarom voel ik me opeens zo overgeleverd? Soms zit er dan een addertje onder het gras, weet ik nu. Daar gaat ‘Taxi’ ook over, dat relaties mooi kunnen zijn maar ook toxisch, en dat dat oké is, dat je van elke relatie iets leert. Geen enkele verliefdheid is verloren tijd. Je staat erna altijd weer een stap verder.”

Niemand heeft je na die ene foto nog met de camera kunnen betrappen in een romantisch samenzijn. Dat vind ik wel knap.

“Ja, haha. Maar mentaal weegt dat wel, hoor, als je elke keer om de hoek moet kijken voordat je deur uitstapt. En ik heb inderdaad allemaal trucs om mezelf onzichtbaar te maken: petten en zonnebrillen, restaurants reserveren onder een andere naam – tenzij er geen plaats is en ik iets moet forceren, natuurlijk. (schatert) Soms mogen de voordelen ook wel eens opwegen tegen de nadelen, toch?”

Absoluut. Ik hou erg van het nummer ‘Solo’: ‘Je continue à croire à l’amour’, maar: ‘Je m’entraine à rester solo’. Goed idee.

“Dank je. (lacht) Het is niet dat ik niet meer verliefd wil worden. Integendeel, ik kan niet wachten. Maar ik wil nu eerst leren om me goed te voelen in mijn ­­eentje en daarvoor niemand nodig te hebben. Ik wil dat ik het óók in een relatie fijn blijf vinden om tijd door te brengen met mezelf, omdat ik dat prettig vind. Dat is het idee achter ‘Solo’. Je moet soms alleen zijn met je demonen: alleen dan kun je ze bestrijden. Een ander kan dat niet voor jou doen.”

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

‘Pourquoi attendre tout de l’autre / Pour combler nos manques et nos névroses...’

“Precies. Veel mensen maken, denk ik, net als ik de fout om te denken dat je lief je gelukkig gaat maken. De liefde kan wel bijdragen, maar je mag nooit van je lief verwachten dat hij of zij jouw gemis gaat opvullen en je van je neuroses zal afhelpen. Je lief is je psycholoog niet en moet die rol ook niet gaan spelen. Dat werkt niet. Je zult daar een professional voor moeten inhuren en er zelf werk van maken.”

Lukt dat?

“Ik vind dat ik er aardig in slaag mijn angsten en trauma’s in goede banen te leiden, ja. En ervan genieten alleen thuis te zijn zonder lief lukt ook steeds beter.”

Je bent een fan van de ‘méthode Coué’, blijkt uit ‘Pensées positives’. De psycholoog Emile Coué gelooft in auto­suggestie: als je positief denkt, draaien dingen vanzelf de goeie kant op.

“Ja. Ik probeer dat toe te passen.”

‘Mais si on m’parle mal, j’ai pas envie de me taire’. Je wordt wel kwaad als mensen op Instagram posten: #balancetonporcdefrère, toen je broer van ongepaste intimiteit werd beschuldigd.

“Ja. Dat was smakeloos. Nu, toen ­Roméo die fout maakte, heb ik wel gereageerd. Dat kon niet anders. Iedereen weet sinds ‘­Balance ton quoi’ hoe ik denk over seksueel overschrijdend gedrag, en het is niet omdat het mijn broer betreft dat ik het opeens laat passeren. Hij heeft zich verontschuldigd, maar ik wilde toch zeggen dat ik zulk gedrag veroordeel. En dat kennelijk ook fijne mensen in de fout kunnen gaan – want ik hou van mijn broer en ik ben hem blijven steunen. Maar mensen bleven me ermee achtervolgen. Ik ben toen echt een paar weken bijna niet buiten gekomen.”

Ik wil het nog even hebben over je concerten. België was verrast dat je in eerste instantie een grote tournee in Frankrijk plande en maar één concert in je thuisland.

“O, maar we waren altijd al van plan om er meer te organiseren, hoor. We wisten alleen nog niet wanneer.”

Damso heeft een feature op ‘Nonante-cinq’ en hij is ook groot in Frankrijk. Maar je richt je dus niet per se op ons buurland? Zou je een samenwerking met pakweg Zwangere Guy overwegen?

“Waarom niet (lacht). Ik zou in ieder geval graag een nummer maken met Tamino. Hij is een goeie vriend en we hebben het er al over gehad. We moeten alleen nog een moment vinden.”

Ik krijg de indruk dat het goed met je gaat.

“Dat is zo. Ik heb in mijn hoofd echt veel orde op zaken gesteld.”

Heb je al de chez toi waar je zo naar verlangde?

“Ja! Eindelijk. Dat heeft alles veranderd. Ik was altijd maar aan het zwerven tussen Brussel en Parijs, maar nu heb ik een zalige thuis.”

In Brussel of Parijs?

“Hier in Brussel.”

Echt? Dus het is waar als je zingt: ‘Bruxelles je t’aime’.

“Natuurlijk! Ik ben terug bij de basis en dat voelt goed.”

Angèle is nu te zien op Netflix, Nonante-cinq is uit bij Universal.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234