Donderdag 29/09/2022

'We hebben zwaargeblunderd, jongens'

In 2011 gebeurde iets wat de campagnestrategen van president Barack Obama niet hadden verwacht: niets. Ondertussen rolden ze misschien wel de meest strategische verkiezingscampagne ooit uit, met keiharde aanvallen tegen 'ultrakapitalist' Romney. En toen gebeurde weer wat ze niet hadden verwacht: Romney blunderde. Een reconstructie op basis van tientallen getuigenissen over hoe het Witte Huis heroverd werd. Scott Wilson en Philip Rucker

In het vroege voorjaar zochten de campagneleiders van Obama in Chicago een antwoord op de vraag die uiteindelijk bepalend zou zijn voor het presidentschap: hoe zouden ze campagne voeren tegen Mitt Romney?

De keuze die tijdens talrijke telefoongesprekken tussen het Witte Huis en het campagnehoofdkwartier werd besproken, was of ze Romney zouden afschilderen als een windvaan - een vroeger gematigde gouverneur van Massachusetts die conservatief was geworden om de nominatie van zijn partij in de wacht te slepen - dan wel zijn carrière als voorzitter van Bain Capital zouden gebruiken om hem voor te stellen als iemand die de geprivilegieerde minderheid een hand boven het hoofd hield ten koste van de middenklasse.

"De meest opvallende gegevens die we al vroeg zagen, gingen over de vraag 'begrijpt hij de problemen van mensen zoals ik'", zegt een functionaris van het Witte Huis die bij de besprekingen betrokken was. "In de loop van de zomer zweefde Romney in deze categorie ergens tussen de 10 en 20 procent."

De keuze was gemaakt. De campagne lanceerde spoedig een niet-aflatend publiciteitsoffensief dat Romney afschilderde als een harteloze bedrijfsleider, een man die zonder wroeging mensen ontslaat en geen voeling heeft met het dagelijkse leven van de doorsnee-Amerikaan.

Naarmate het offensief aan intensiteit won, groeide ook de bezorgdheid in het kamp van Romney. "Ann kwam naar me toe en zei, 'Eric, wat gaan we hieraan doen? Er moet iets gebeuren'", vertelt Eric Fehrnstrom, Romneys hoofdadviseur, over de echtgenote van de presidentskandidaat. Romneys gezin popelde om het verhaal van de 'echte Mitt' te vertellen, maar volgens de adviseurs zou het juiste moment daarvoor later komen, tijdens de conventie en de debatten.

Obama, die de last van een slechte economie met zich meesleepte, had ook hulp nodig - en die kreeg hij vaak van Romney.

Verhuizing naar Chicago

Voor de pogingen om Romney te definiëren begonnen, toen het nog niet eens zeker was dat hij de tegenstander zou zijn, legde het kamp-Obama al de basis voor een overwinning die zou worden beslecht in de marges van een gepolariseerd kiespubliek.

In januari 2011, bijna twee jaar voor Obama de confrontatie met de kiezer moest aangaan, verhuisden topstrateeg David Axelrod, campagnemanager Jim Messina en andere adviseurs van het Witte Huis naar Chicago om zich af te zonderen van wat een campagnefunctionaris spottend omschreef als "de kletsende klasse van Washington".

Het was geen gemakkelijke periode in Washington. De Republikeinen hadden net de tussentijdse verkiezingen binnengerijfd en het Huis van Afgevaardigden heroverd. De nationale werkloosheidscijfers waren bijna twee punten gestegen sinds Obama president werd.

Maar wat de denktank in Chicago vooral zorgen baarde was geld - de honderden miljoenen die Romneys campagne en onafhankelijke groepen naar verwachting zouden uitgeven om de president te verslaan.

In 2011 gebeurde er iets onverwachts: niets. De voorspelde aanval bleef grotendeels uit, waardoor de campagne in Chicago de tijd en de middelen kreeg om de organisatie een vol jaar voor de verkiezingen op poten te krijgen. Er moesten geen negatieve advertenties worden gepareerd, dus alle tijd en geld konden naar de voorbereiding gaan.

"Een van de grote mysteries is waarom ze zo lang gewacht hebben", zei een derde campagneleider uit Obama's kamp. "We waren als de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog, die naar de hemel staarden en wachtten op de bommen. Ze kwamen niet."

Het kamp van Obama, daarentegen, gaf in 2011 126 miljoen dollar uit - meer dan driemaal zoveel als Romney dat jaar. Plaatselijke afdelingen werden geopend, er werden uitgebreide inspanningen geleverd om het volk te bereiken in de onvoorspelbare swing states, en de kiezersdatabanken werden aangevuld met informatie die bij de vorige verkiezingen nog niet beschikbaar was.

Die dure nieuwe gegevens bevatten onder andere informatie over de gewoontes van televisiekijkers die door de kabelbedrijven was verzameld, en die aanwijzingen leverde inzake de karaktereigenschappen en voorkeuren van de kiezers. In deze verkiezingswedloop dongen beide kampen om de gunst van vrouwelijke kiezers uit de middenklasse, en het kamp van Obama adverteerde uitvoerig in de komische tv-serie 2 Broke Girls van CBS, zoals blijkt uit een analyse door Yahoo van gegevens van de federale verkiezingscommissie. Zijn campagnevoerders kochten gedetailleerde kiezersgegevens aan die om de twee weken werden bijgewerkt.

Dankzij die hulpmiddelen konden ze precies bepalen - gezin per gezin, en niet meer postcode per postcode - voor wie de mensen zouden stemmen, en of ze überhaupt zouden gaan stemmen.

'Nieuw nationalisme'

Tegen het midden van de zomer kampte Obama echter met problemen die, tenminste in de publieke opinie, de vooruitgang overschaduwden die in Chicago werd geboekt. Het aanhoudende gevecht over het schuldenplafond, waardoor Obama het gezicht werd van alles wat fout ging in het politieke systeem, bracht hem in zijn zwakste positie tijdens zijn presidentschap.

Crossroads GPS gaf in die periode 16 miljoen dollar uit aan negatieve publiciteit, en hoewel dat ongeveer alles was voor dat jaar, brachten de advertenties schade toe. Obama bereikte zijn dieptepunt in augustus 2011, toen een opiniepeiling van Gallup aangaf dat nog maar 38 percent van de Amerikanen zijn beleid goedkeurden. "We waren tot in Jimmy Carter-gebied gezakt", zei de tweede functionaris van het Witte Huis.

Een ontmoedigde Obama vertrok op zomervakantie naar Martha's Vineyard. Het was tijd om na te denken over de toekomst.

In de daaropvolgende maanden vermengde Obama een nieuw populisme in zijn boodschap, met als hoogtepunt een toespraak in Osawatomie (Kansas), waar Theodore Roosevelt een eeuw eerder voor een "nieuw nationalisme" had gepleit. "Dit is een alles-of-nietsmoment voor de middenklasse en voor iedereen die vecht om tot de middenklasse op te klimmen", zei Obama. "Wat op het spel staat, is of dit een land zal zijn waar werkende mensen genoeg kunnen verdienen om een gezin te stichten, een bescheiden som te sparen, een huis te kopen en hun pensioen te verzekeren."

Dat werd de centrale boodschap van zijn campagne, nu eens als een aanval op Romney, dan weer als een belofte aan de kiezers.

Romney: moegestreden en blut

Toen Romney in juni 2011 zijn campagne lanceerde, stelde hij zichzelf voor als de enige Republikein die de zieltogende economie opnieuw gezond kon maken. Voor de tweede keer deed hij een gooi naar het Witte Huis.

Wat toen nog niet duidelijk was, was de tol die de Republikeinse voorverkiezingen in de daaropvolgende 10 maanden zouden eisen.

Toen Rick Santorum in april van dit jaar eindelijk zijn campagne staakte en Romney de Republikeinse nominatie hoogstwaarschijnlijk op zak had, was hij moegestreden en blut. Het merendeel van de ongeveer 100 miljoen dollar die hij had bijeengebracht, had hij uitgegeven, en zijn fondsen voor de presidentsverkiezingen zou hij pas na de conventie in augustus kunnen aanspreken.

Ook zijn politieke imago lag in duigen. Hij had zich een rechts imago aangemeten om de nominatie in de wacht te slepen, en dat maakte zijn campagne voor de presidentsverkiezingen extra ingewikkeld. Hij stelde voor om illegale immigranten door 'zelfdeportatie' het land te doen verlaten, en bestempelde zijn eigen ambtstermijn als gouverneur van Massachusetts als "streng conservatief".

"We hadden gewild dat de voorverkiezingen vroeger zouden eindigen dan ze deden", zei Beth Myers, een hooggeplaatste adviseur en vertrouwelinge van Romney. "We beseften dat we in die periode tactisch in het nadeel waren. Alles wat we deden, moest er echt toe doen."

Aanval op Bain Capital

Tegen die tijd hadden de campagneleiders van Obama in Chicago hun strategie gekozen: ze zouden hun pijlen richten op de zakelijke carrière van Romney.

Maar ook het kamp van Romney dacht klaar te zijn voor de strijd. In de loop van 2011 hadden zijn medewerkers elk van de ongeveer 100 transacties onderzocht die Bain Capital uitvoerde tijdens het directeurschap van hun kandidaat, zodat ze zich konden voorbereiden op mogelijke kritiek. Toen die er kwam tijdens de Republikeinse voorverkiezingen, weerde Romney hem moeiteloos af door zijn tegenstanders ervan te beschuldigen dat ze gekant waren tegen succes.

Dat schiep een vals vertrouwen. Toen Obama zijn pijlen begon te richten op Romneys periode bij Bain, dachten zijn adviseurs in Boston dat de strijd al gestreden was. "De aanvallen op Bain waren pijlen die van Mitt Romney afketsten", zei Fehrnstrom. "Ze richtten geen blijvende schade aan." Het kamp van Obama dacht daar anders over.

Vicecampagneleider Stephanie Cutter pleitte voor een reeks advertenties rond Bain in het late voorjaar. Ze was zelf afkomstig uit Massachusetts, waar ze Romneys mislukte poging had bestudeerd om in 1994 de zetel van de toenmalige democratische senator Edward M. Kennedy over te nemen, en de rol die Bain daarbij had gespeeld. Er bestond een strategie, en Cutter kende die door en door.

In mei begonnen de advertenties.

"Bain Capital is gaan lopen met een grote bom geld dat ze aan deze fabriek verdiend hebben", zei een voormalige werknemer van GST Steel, een bedrijf dat door Bain gekocht en uiteindelijk gesloten was, voor de camera. "Wij zien Mitt Romney als iemand die jobs kapotmaakt."

In het hoofdkwartier van Romney merkten de campagneleiders verontrustende ontwikkelingen op in hun interne opiniepeilingen.

Romney weigerde ook om zijn belastingaangiften voor een periode van meer dan twee jaar vrij te geven, en deed dat uiteindelijk pas toen hij onder druk werd gezet, wat er volgens de democraten op wees dat hij iets te verbergen had. Dat beeld werd versterkt door Romneys plannen om zijn strandhuis in het Californische La Jolla uit te breiden met onder andere een autolift en door de passie van zijn vrouw Ann voor een elitaire sport als paardendressuur.

Benghazi draait verkeerd uit

Na een door problemen belaagde rondreis in de zomer naar Groot-Brittannië, Polen en Israël schoof Romney het buitenlandbeleid terzijde. De buitenlandreis, die door een lid van Romneys comité voor nationale financiën werd omschreven als "een vergissing van begin tot einde", werd gevolgd door een ongemakkelijke conventie. De campagneleiders zochten naar iets om het tij te keren.

Op 11 september, te midden van zich ontvouwende verslagen over een aanval op Amerikaanse ambassades in Egypte en Libië, zagen ze een politieke kans.

Enkele uren tevoren had de Amerikaanse ambassade in Caïro een verklaring uitgestuurd als reactie op de verontwaardiging van Egyptenaren over een anti-moslimfilm die in Californië was gemaakt. Romneys adviseurs beschouwden die verklaring als een misplaatste uiting van begrip voor de aanvallers.

Enkele uren later keurde Romney, op advies van van zijn communicatie-experts en met de zegen van zijn buitenlandadviseurs, een verklaring goed die Obama ervan beschuldigde te heulen met anti-Amerikaanse belangen in de moslimwereld. De boodschap werd kort na 22 uur uitgestuurd.

Tegen de volgende ochtend werd het voor Romney duidelijk dat hij te snel had gehandeld. Zijn campagneteam vernam dat tijdens een aanval op een ambassadegebouw in de Libische stad Benghazi vier Amerikanen waren omgekomen, waaronder ambassadeur J. Christopher Stevens.

"We hebben geblunderd, jongens", zou Romney die ochtend tijdens een telefonische vergadering tegen zijn medewerkers hebben gezegd, volgens verschillende deelnemers aan het gesprek. "Dit is niet goed."

Als hij zijn verklaring zou intrekken, waarschuwden zijn adviseurs hem, zou de neoconservatieve vleugel van de partij "hem vierendelen". Tijdens een optreden in Florida bleef hij erachter staan. Twee dagen later reisde Obama naar de legerbasis Joint Base Andrews, waar hij de aankomst van de vier in de Amerikaanse vlag gehulde doodskisten bijwoonde.

Van dan af was Romney niet meer geneigd om met Obama in discussie te treden over de aanval in Libië, zelfs tijdens het laatste debat over het buitenlands beleid, al zou dat een handige manier zijn geweest om zijn anderszins sterke staat van dienst op het gebied van nationale veiligheid in diskrediet te brengen.

"De gouverneur was erg geschrokken van de reactie op onze publieke verklaring", zei een adviseur. "Ik denk dat hij daardoor aarzelde om de Benghazi-kwestie agressief tegen de regering-Obama te gebruiken."

De 47 percent

Tijdens Romneys turbulente zomer liep Obama's campagne rustig door, en toen kreeg de kandidaat die tijdens zijn hele carrière wel vaker op geluk kon rekenen, opnieuw een meevaller in de schoot geworpen.

Op 17 september, minder dan een week na de aanval in Benghazi, begon het politieke magazine Mother Jones met de publicatie van in het geheim opgenomen videobeelden van Romney die tijdens een benefiet in de lente spottend sprak over "de 47 percent" van de Amerikanen die geen inkomstenbelasting betalen.

"Hen zal ik er nooit toe kunnen overhalen om hun persoonlijke verantwoordelijkheid op te nemen en voor hun eigen leven te gaan zorgen", zei hij tegen de gasten, die elk 50.000 dollar hadden betaald om het evenement bij te wonen.

Het filmpje sloot perfect aan bij het imago van Romney dat ook in Obama's Bain-advertenties naar voren was geschoven: dat van een kandidaat die in de eerste plaats de rijken wilde beschermen.

Binnen enkele uren na de publicatie van de video gaf Romney tijdens een persconferentie in het Californische Costa Mesa toe dat zijn opmerkingen "niet elegant waren uitgedrukt". Het was een nieuw dieptepunt voor de campagne.

In Chicago liepen Cutter, Obama's vicecampagneleider, en Ben LaBolt, zijn communicatiemanager, enkele minuten na het verschijnen van de video op de website van het magazine het kantoor van Axelrod binnen om te overleggen wat ze zouden doen. Tegen het einde van de dag stuurden de campagnevoerders een verklaring uit waarin Romney werd verweten dat hij "de helft van het land had afgeschreven". Toen hielden ze zich enkele dagen op de vlakte en keken toe.

Een vijfde campagneleider stelde het zo: "Aanvankelijk wisten we niet wat we ermee moesten; we wisten alleen dat we het precies goed moesten spelen."

Het eerste debat

In de daaropvolgende week vergrootte Obama zijn voorsprong in de peilingen. Met oktober in zicht leek de strijd gestreden en stevende de zittende president af op een overwinning.

Maar binnen de Obamacampagne wees een nieuwe opiniepeiling op iets waarvan de hoofdadviseurs vreesden dat het niet zou blijven duren. Uit de enquêtes na het '47 percent'-voorval bleek dat onafhankelijke kiezers die naar het Republikeinse kamp overhelden, nu opschoven in de richting van Obama.

Of ze daar nog zouden zijn op de verkiezingsdag was lang niet zeker, en die vraag baarde Obama's adviseurs zorgen op het moment dat de president afreisde naar een vakantieoord in de buurt van Las Vegas voor het eerste debat.

Wekenlang had Obama zich verzet tegen de intensieve oefensessies die zijn adviseurs hem wilden doen volgen. Nu hij president was, was het zelfs voor zijn naasten moeilijk om hem iets te laten doen waar hij geen zin in had.

En hij had geen zin om zich op het debat voor te bereiden, een van die politieke taken waar Obama zijn neus voor ophaalde, zoals telefoontjes naar schenkers. Eens aangekomen in Nevada slaagde hij erin om aan de "debattraining" te ontsnappen voor bezoekjes aan de Hoover Dam en aan een plaatselijke afdeling van de campagne.

Romney, die achterop liep in de opiniepeilingen, wist dat het debat misschien wel zijn laatste kans was om de koers van de wedloop te wijzigen. In het vliegtuig, op weg van de ene campagneplaats naar de volgende, en in zijn hotelkamer voor het slapengaan, studeerde hij.

Zijn voorbereiding wierp vruchten af. In de uren na Romneys succesvolle optreden in het debat begonnen zijn adviseurs bemoedigende gegevens te zien. Zijn '47 percent'-opmerkingen waren zo goed als verdwenen uit de punten die kiezers als belangrijk aangaven tegenover enquêteurs van de campagne.

"Het werd grondig weggespoeld", zei Newhouse, Romneys hoofdenquêteur.

Romney had Obama, die afwisselend slaperig, afgeleid en slechtgehumeurd overkwam, alle hoeken van de kamer laten zien. En de conservatieve Republikein die hij tijdens de voorverkiezingen was, had zich in een aantal voor onafhankelijke kiezers belangrijke kwesties met rasse schreden naar het centrum begeven.

Niemand had wat in Denver gebeurde voor mogelijk gehouden, toch zeker niet zo laat in een presidentsstrijd die op sommige vlakken al vijf jaar bezig was.

Telefoons van ongeruste schenkers stroomden binnen bij de Obamacampagne, en binnen enkele dagen leken de opiniepeilingen uit te wijzen dat de verkiezingswedloop een maand voor de verkiezingsdag opnieuw een nek-aan-nekrace was geworden. In de ogen van Obama's adviseurs waren de positieve gevolgen van Romneys klunzige september in één nacht verdwenen.

Obama was boos op zichzelf en begon de opnames van zijn optreden te bestuderen om zich voor te bereiden op het tweede debat, dat nog meer dan een week verwijderd was.

Vicepresident Biden belde hem de dag na het debat in Denver, en de president drukte zijn spijt uit hem te hebben teleurgesteld. Nadat de campagne maandenlang het geluk aan haar zijde had gehad, leek nu niets meer in haar voordeel te spelen.

Anders dan Obama had Biden zich gedurende de voorbije maanden met tussenpozen voorbereid. Adviseurs hadden een lijst samengesteld met honderd vragen waaraan hij zich kon verwachten, en zelfs in de kleinste gaatjes vrije tijd onderwierpen ze de vicepresident aan boord van Air Force Two aan een kruisverhoor: "Waarom zou het nu beter gesteld zijn met de economie dan vier jaar geleden?"

Biden voerde een agressieve verdediging van de staat van dienst van de regering. Nog voor hij het podium in het Centre College in Danville (Kentucky) had verlaten, stopte iemand hem een gsm toe. Het was Obama, die belde om hem te feliciteren.

In de laatste dagen reisde Obama in vliegende vaart door de 'swing states' om zijn achterban op de been te brengen en aan te sporen om te gaan stemmen. Ook Romney vloog door Ohio, Virginia, Florida. Verschillende opiniepeilingen toonden een krappe voorsprong voor beide kandidaten, met nauwelijks meer dan een week te gaan voor de verkiezingsdag.

Orkaan Sandy

Toen kwam orkaan Sandy, waardoor de campagnes tijdelijk werden stilgelegd. Voor Romney had de storm geen slechter moment kunnen kiezen.

Obama verliet het campagnepad en nam de leiding over een noodhulpprogramma dat zelfs door sommige Republikeinen werd geprezen. Een van hen was Chris Christie, de gouverneur van New Jersey. Maandenlang was Christie een van Romneys meest loyale bondgenoten geweest. Hij had Romneys verpletterende overwinning in het eerste debat voorspeld en verdedigde hem wanneer hem dat gevraagd werd.

Met nog enkele dagen te gaan had Christie nu lovende woorden voor Obama. Hij noemde Obama's optreden in de nasleep van Sandy 'voortreffelijk', en terwijl de twee mannen over de door de storm gegeselde straten van Atlantic City stapten, verklaarde hij dat hij "de president niet genoeg kon bedanken voor zijn persoonlijke bezorgdheid en medeleven met onze staat".

Zes dagen later haalde Obama zijn tweede ambtstermijn binnen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234