Zaterdag 02/07/2022

ReportageOekraïne

‘We houden stand. De Russen geraken geen stap verder’: De Morgen trekt naar de frontlijn in Donbas

Oekraïense ­soldaten nemen een pauze, nadat ze net beschoten geweest zijn.  Beeld Vincent Haiges
Oekraïense ­soldaten nemen een pauze, nadat ze net beschoten geweest zijn.Beeld Vincent Haiges

In de Donbas-regio is de oorlog om het oostelijk deel van Oekraïne in volle gang. De Morgen trok naar de frontlijn, waar de Oekraïense strijdkrachten met man en macht weerstand bieden tegen de Russen. ‘Ons moreel zit goed, we geloven erin.’

Joanie De Rijke

Zondagmorgen, aan de grens tussen de regio’s Dnepro, Zaporizja en Donetsk, Oost-Oekraïne.

Halverwege de kilometerslange loopgraaf houden we halt op een veldje tussen de bosjes. We moeten onze telefoon uitzetten als we verder willen gaan, zegt Andrii Bystrik van de territoriale defensie. Hoever de Russische militaire troepen van ons vandaan zitten, kan hij niet precies zeggen, maar het gaat om “een paar kilometer”.

Het is orthodoxe paaszondag in Oekraïne, samen met kerst het belangrijkste religieuze feest van het jaar. De zon schijnt, en normaal gesproken had dit zo’n dag kunnen zijn waarop families samenkomen en de paska, de paasbroden, worden gezegend door de kerk.

Maar dat past niet in Poetins plannen. Pasen of niet, van een tijdelijk staakt-het-vuren kan geen sprake zijn, klinkt het vanuit het Kremlin. En dat merken we. De ene explosie na de andere dondert over de velden. Inkomend vuur van de Russen wisselt af met uitgaand vuur van het Oekraïense leger.

We horen het typische fluiten van een raket in de lucht, gevolgd door de dreun van de inslag. Dan weer wordt een aantal granaten achter elkaar afgeschoten aan Oekraïense kant, richting Russen. Soms klinkt een lang aanhoudend gedreun, alsof de hemel uiteengereten wordt en de aarde in duizenden stukken splijt. Grad-raketten, legt Bystrik uit.

Om maar te zeggen dat het allesbehalve rustig is in dit zonovergoten landschap aan de frontlijn, 100 kilometer ten oosten van de stad Zaporizja. Al blijkt dat allemaal relatief. Volgens Bystrik is het veeleer kalm vandaag. “De afgelopen twee dagen ging het hier achter elkaar door. Boem-boem-boem.” Fotograaf Vincent en ik kijken elkaar aan. Als het vandaag rustig is, wat moet het dan wel zijn op een onrustige dag?

Luchtaanvallen

Het offensief startte op 18 april in Donbas, waar de Russische separatisten sinds de vorige oorlog in 2014 en 2015 een derde van de volksrepublieken Loehansk en Donetsk in handen hebben en de frontlijn zich sindsdien over 400 kilometer uitstrekt. Nu wil Poetin de hele Donbas veroveren en kreunt het gebied onder de artilleriebeschietingen en luchtaanvallen.

Ook de regio Charkiv in het noorden heeft het zwaar te verduren. Met het nieuwe offensief is de Oekraïense oorlog in fase 2 beland; de strijd om het oosten. Poetin wil op 9 mei, de dag dat de Russen de overwinning op de nazi’s herdenken, de Donbas definitief in handen hebben.

Oekraïne biedt intussen met man en macht weerstand, hoewel al ruim veertig dorpen door de Russen zijn ingenomen.

Andrii Bystrik praat met een van de laatst overgebleven dorpbewoners. Lydia Ivahivna's kleinzoon werd doodgeschoten door Russische soldaten.  Beeld Vincent Haiges
Andrii Bystrik praat met een van de laatst overgebleven dorpbewoners. Lydia Ivahivna's kleinzoon werd doodgeschoten door Russische soldaten.Beeld Vincent Haiges

Volgens de Oekraïense president Zelensky zijn 40.000 van zijn beste mankrachten aan de verdedigingslinies in Donbas actief. Vrijwilligers van de territoriale defensie, professionele militairen en speciale eenheden staan zij aan zij in dit industriegebied, al decennialang de thuisbasis van de hardwerkende fabrieksarbeider.

Behalve om zijn zware industrie staat de Donbas ook bekend om zijn vruchtbare zwarte aarde, waarop graan en zonnebloemen perfect gedijen. Die zwarte aarde strekt zich overal rondom ons uit, geflankeerd door lange stroken bos en groene velden. Een soldaat speurt met zijn verrekijker het veld af, op zoek naar een teken van de Russen. Bystrik wenkt ons; of we hem willen volgen, dichter naar de plek van de beschietingen.

In de bosjes wemelt het van de militairen. Ze diepen de loopgraaf uit, slepen militair materiaal over en weer, hangen slaapzakken over de takken van de bomen. En ‘vieren’ tussendoor Pasen. Bystrik heeft zijn auto volgeladen met paasbrood, ingemaakte augurken, pruimen en blikken paté om uit te delen.

Intussen barst het gedonder opnieuw los, vanop het terrein voor ons. Bystrik probeert verbinding te krijgen met de militairen die er zitten. Als hij weet waar ze zich precies bevinden, kunnen we hen vergezellen. Ons gezelschap, onder wie de tolk en haar echtgenoot, kijkt elkaar vragend aan. Nog dichter naar de explosies?

Soldaten op zo'n 100 kilometer ten oosten van Zaporizjia. Beeld Vincent Haiges
Soldaten op zo'n 100 kilometer ten oosten van Zaporizjia.Beeld Vincent Haiges

Maar Bystrik blijft er stoïcijns onder. Waar de een al voorzichtiger is dan de ander in een militair gebied met de Russen op een steenworp afstand, is deze vrijwilliger van de ‘speciale territoriale defensie van Zaporizjia’ bepaald geen watje. Op momenten dat anderen dekking zoeken, wandelt hij verder, alsof er geen vuiltje aan de lucht is.

De 45-jarige Bystrik werkte voor de oorlog bij een Ford-dealer uit de streek. Na 24 februari ruilde hij zijn maatpak in voor camouflagekledij. Sindsdien gaat hij door het leven als ‘kapitein’. “Wat moet ik anders? Voor mijn land opkomen, toch?”

Dat de Oekraïense troepen constant moeten bewegen, benadrukt de kapitein, anders worden ze aan flarden geschoten. “Omdat we in dit gebied te weinig manschappen hadden, verloren we de eerste dagen terrein aan de Russen. Inmiddels hebben we versterking gekregen en houden we stand. De Russen geraken op dit moment geen stap verder.”

Burgers wachten op hulp in Zaporizjia.  Beeld Vincent Haiges
Burgers wachten op hulp in Zaporizjia.Beeld Vincent Haiges

De troepen in de Donbas wachten onder andere op nieuwe wapenleveringen uit België en andere westerse landen. “Om met zwaar materiaal als tanks te kunnen werken, moeten we eerst getraind worden. Maar met de lichte wapens kunnen we meteen aan de slag en zijn we beter in staat de Russen terug te dringen. Rondom Charkiv is dat op sommige plaatsen al gelukt.”

België besliste onlangs om zwaardere wapens aan Oekraïne te leveren. Het gaat om antitankraketten die worden opgekocht uit de beschikbare voorraden van Belgische defensiebedrijven. Eind februari leverde ons land al 5.000 machinegeweren, 200 antitankwapens en 3.800 ton brandstof aan Oekraïne.

Intussen klinken de explosies alsmaar dichterbij. Bystrik wil nog altijd vooruit, maar hoort dan dat de militairen die we wilden vergezellen, zojuist beschoten zijn door de Russen. Ze hebben zich inmiddels teruggetrokken, niemand raakte gewond.

“De afgelopen dagen hebben de Russen al hun artillerie op ons losgelaten”, zegt luitenant Sergej (30). Hij leidt de eenheid die net aangevallen is geweest en nu uitblaast op veilige afstand. Sergej is professioneel militair, geen vrijwilliger. “Omdat we hier in de open velden zitten, is het niet makkelijk om dekking te zoeken. We kunnen ons hooguit in de verlaten dorpjes verschuilen, maar de Russen weten dat en schieten die dorpjes in puin.” Er zijn dan ook al heel wat gewonden gevallen tijdens de eerste week van het Donbas-offensief, klinkt het. En doden, al wil de luitenant daar geen nummer op plakken.

Moreel

Toch heeft hij er vertrouwen in dat ze de Russen op afstand kunnen houden en dat ze op den duur terrein zullen terugwinnen. Hoelang dat kan duren, blijft ook voor de militairen koffiedik kijken. “Ik verwacht dat we hier nog wel een paar maanden zitten. Maar ons moreel zit goed, we geloven erin. In tegenstelling tot de Russen, bij wie de mentale fut er echt wel uit is. Dat speelt een belangrijke rol in deze oorlog.”

Intussen vliegt een Russische verkenningsdrone over. Zo’n drone betekent meestal dat daarna beschietingen volgen. Waarop we onze biezen pakken en met Bystrik naar een klein dorpje rijden dat de Russische troepen gisteren onder vuur namen.

Het gehucht bestaat uit een twintigtal huizen en ziet er op het eerste gezicht vredig uit. De kippen scharrelen rond en in de tuinen staat het vol rode en gele tulpen. Het is zo stil dat je de takken van de bloesems kunt horen kraken zodra er een zuchtje wind opsteekt. Maar de rust is bedrieglijk.

Lydia Ivahivna. 'Waar moet ik naartoe? Ik ben al oud.'

 Beeld Vincent Haiges
Lydia Ivahivna. 'Waar moet ik naartoe? Ik ben al oud.'Beeld Vincent Haiges

“Mijn schuur en toilet zijn gisteren geraakt door Russische beschietingen. Gelukkig was ik niet thuis.” Lydia Ivahivna (73) is een van de weinige bewoners die weigert te vertrekken. “Waar moet ik naartoe? Ik ben al oud.” Ze laat ons binnen in haar kleine huisje. We moeten onze schoenen niet uitdoen, zegt ze. “Er wordt zo veel geschoten dat het stof telkens van het plafond naar beneden komt. Schoonmaken heeft geen zin.”

Ze kijkt ons wat weemoedig aan in het halfdonker van haar woonkamer. Dat ze altijd sterk en gezond is geweest, klinkt het zachtjes. “Maar sinds 25 februari voel ik me oud. Op de tweede dag van de oorlog werd Viktor, mijn enige kleinzoon, doodgeschoten door de Russen. Hij was 24 en zat in het leger. Het gebeurde in Bila Tserkva, een stad niet ver van Tsjernihiv. Viktor en zijn collega’s werden gewaarschuwd dat een speciale eenheid van de Russen op komst was. Op het moment dat ze met hun wagen wilden omkeren, openden de Russen het vuur. Viktor stierf door Russische kogels.”

Kogels van ‘bevrijders’

De tranen lopen over Lydia’s gezicht. “Kogels van onze ‘bevrijders’. Wel, ze hebben me ‘bevrijd’ van mijn toilet, mijn schuur en van mijn kleinzoon. Ik wens ze toe dat ze sterven als kakkerlakken die vergiftigd worden. Als ik kon, zou ik Poetin met mijn eigen handen vermoorden. Ik zou er graag voor willen sterven, tien keer achter elkaar als het moet.”

Buiten wijst ze naar de weg voor haar huis. “Een paar dagen geleden lag daar een Oekraïense soldaat. Met zijn gezicht naar de grond, in een plas bloed. Zijn collega vertelde dat we niets meer voor hem konden doen. Toen besefte ik: zo is ook mijn kleinzoon om het leven gekomen. Waarom toch? Waarom kon ik niet sterven in zijn plaats?”

Op de terugweg stoppen we bij een aantal barakken, half verstopt onder de bomen. Het blijkt er vol militairen te zitten. Plots breekt er paniek uit. We moeten meteen naar binnen, klinkt het. “Schiet op, lopen!”

In de grootste barak staat het luik van de schuilkelder open. “Naar beneden, snel!” De kelder blijkt een grote ruimte die zich onder het hele gebouw uitstrekt. Ze verwachten een aanval van de Russen, vertellen de militairen. Wellicht omdat die via hun drone weten waar we zitten, denkt Bystrik.

Levende schietschijf

Een soldaat kijkt gespannen naar zijn radio en maakt notities. We luisteren. En wachten. Dan is het plots voorbij. Geen dreiging meer, we kunnen weer naar boven. Als we terugrijden over de verlaten veldwegen, beseffen we allemaal hoe kwetsbaar we hier op het platteland zijn. In de stad kun je je nog verschuilen in en achter de gebouwen. Maar hier rijden we te midden van de open vlaktes. Er is geen enkele andere auto te zien. Het voelt alsof we een levende schietschijf zijn.

De volgende dag staan we in het militaire ziekenhuis van Zaporizja. Het ligt er vol gewonden uit de Donbas. Yuriy Wowk (55) wijst naar zijn knie. “Vanmiddag moet ik geopereerd worden. Vorige week stapte een collega op een mijn. Hij raakte zwaargewond, ik moest hem op mijn schouders dragen en heb hem drie kilometer verder naar het veldhospitaal gebracht. Nu ben ik wel wat gewend, maar het terrein was moeilijk begaanbaar en mijn collega was een zware kerel. Blijkbaar is mijn knie kapot. Vanmiddag moet ik onder het mes. Hopelijk herstel ik snel, ik kan niet wachten om opnieuw naar de frontlijn te gaan.”

De Oekraïens-Amerikaanse Yuriy.  Beeld Vincent Haiges
De Oekraïens-Amerikaanse Yuriy.Beeld Vincent Haiges

Yuriy is Oekraïens-Amerikaans en woont al 25 jaar in de VS. Toen de oorlog begon, meldde hij zich aan bij het Oekraïense vreemdelingenlegioen. “Ik moest iets doen, onze band met Oekraïne is nog altijd heel sterk.” Hij werd goedgekeurd – “Ik heb mijn militaire opleiding tijdens de Sovjet-Unie in Sint-Petersburg gevolgd” – en werd na drie dagen training naar Boetsja en Irpin gestuurd, waar de gevechten in volle gang waren. “Ik verzamelde inlichtingen over de posities van de Russen, ik klom op de daken om te zien waar ze zich bevonden.”

Een familie komt aan in de stad Zaporizja. Ze zijn op de vlucht voor het ­geweld in hun dorp. Beeld Vincent Haiges
Een familie komt aan in de stad Zaporizja. Ze zijn op de vlucht voor het ­geweld in hun dorp.Beeld Vincent Haiges

Sinds het offensief in de Donbas is hij in het oosten actief, met Sparta, zijn eenheid. “We gaan met drie man ’s nachts het terrein van de Russen binnen, nadat collega’s ons de positie van het Russisch materiaal hebben doorgegeven. Vervolgens saboteren wij hun voertuigen en andere zaken. Het gaat om kleine sabotagepraktijken, maar ze zijn effectief.”

Bloedbad

Na het bloedbad in Boetsja en Irpin zit de woede diep, klinkt het. “We laten ons niet opnieuw afslachten. Ook niet als Poetin besluit tactische wapens tegen ons in te zetten. Dat zal helaas mensenlevens kosten, maar we zullen niet stoppen.”

Niet opgeven. We horen het al vanaf het begin. En altijd komt het terug. Gewonde Oekraïense militairen zeggen bijna allemaal dat ze zo snel mogelijk terug naar de frontlijn willen. Misschien dat ze er na een tweede of derde keer in het ziekenhuis anders over denken, maar op het moment zitten ze nog vol strijdlust. Of, zoals Yuriy het grijnzend uitdrukt: “Ik lust ze rauw voor mijn ontbijt, die Russen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234