Zondag 29/05/2022

GetuigenissenPeter R. de Vries

‘We kenden hem als een vechter, dus we gingen ervan uit: hij gaat dit overleven’: collega’s over Peter R. de Vries

null Beeld ANP
Beeld ANP

Vier kogels van dichtbij, waarvan één in het hoofd, op klaarlichte dag in hartje Amsterdam. De moord op misdaadverslaggever Peter R. de Vries afgelopen zomer sloeg ook bij ons in als een bom. Het was het hoogtepunt in de golf van dodelijk geweld die Nederland de jongste jaren overspoelt, en die wordt toegeschreven aan de criminele organisatie van drugsbaron Ridouan Taghi. Sindsdien heerst er angst bij gerecht en politie en geldt het vak van misdaadjournalist als een risicoberoep. Een gesprek met collega’s van Peter R. de Vries, vrienden en advocaten.

Annemie Bulte en Ayfer Erkul

Nog geen drie minuten lopen was het van de studio van RTL Boulevard aan het Leidseplein naar de parkeergarage waar Peter R. de Vries zijn auto had gestald. Dat korte eindje kostte hem het leven. Op 6 juli rond halfacht ’s avonds, toen hij van een talkshow kwam, werd de misdaadverslaggever van dichtbij neergekogeld door een schutter die hem op een trapje zat op te wachten.

“Ik werd gebeld om 19.35 uur, ik weet het nog precies”, zegt advocaat Peter Schouten, zijn beste vriend.

Schouten: “Iemand had van een ooggetuige gehoord dat Peter was neergeschoten. Ik schrok enorm en dacht: verdomme, die is er geweest. Ik belde meteen zijn zoon Royce. Hij wist nog van niets en reageerde ontsteld.”

In de minuten na de aanslag in hartje Amsterdam werden in Breda de straten rond het huis van Peter Schouten afgezet door zwaarbewapende agenten en werd hij weggevoerd in een gepantserde auto. Hetzelfde gebeurde in Utrecht met advocaat Onno de Jong, gespecialiseerd in de begeleiding van kroongetuigen. Met z’n drieën vormden Schouten, De Jong en De Vries het verdedigingsteam van kroongetuige Nabil B. in de zaak tegen de liquidatiebende van drugsbaron Ridouan Taghi. Schouten en De Jong stonden de kroongetuige bij als advocaat, Peter R. de Vries als vertrouwensman. Alle drie stonden ze op de dodenlijst van Taghi.

Schouten: “De pers dacht dat we naar een onderduikadres werden gebracht, maar ik wilde gewoon naar Peter en zijn familie toe, en heb mijn beveiligers gevraagd om me bij hen te brengen.

“Toen Onno en ik in het ziekenhuis aankwamen, was hij buiten bewustzijn. Ik ben die avond heel lang gebleven. Ik praatte tegen hem, maar hij zei natuurlijk niets terug. We hebben al die tijd in spanning afgewacht. Negen dagen later is hij overleden.”

Dat moeten vreselijke dagen geweest zijn.

Schouten: “Dat was zo, zeker voor zijn familie en zijn vriendin. Die waren 24/7 bij hem. Tegelijk koesterden we de dagen dat we nog bij hem konden zijn en hoop hadden – we hadden ook meteen kunnen horen dat hij geëxecuteerd en al dood was. Ik ben hem nog vaak gaan bezoeken.”

Onno de Jong: “We kenden hem als een vechter, dus we gingen ervan uit: dat lichaam gaat keihard knokken, hij gaat dit overleven. Misschien tegen beter weten in, maar we bleven hopen. En dan kwam op 15 juli het nieuws dat hij het niet gehaald had.”

De Nederlandse justitie legde bijna onmiddellijk de link met het criminele netwerk van Ridouan Taghi (44), die in Nederland een drugsimperium heeft uitgebouwd met tentakels tot in de haven van Antwerpen. Die organisatie, die de voorbije jaren ongeveer een derde van alle cocaïne in Europa invoerde, wordt verdacht van een rist gewelddadige liquidaties in boven- en onderwereld. Taghi werd in december 2019 in Dubai gearresteerd en staat samen met zestien medeverdachten terecht in het grootste strafproces dat Nederland ooit heeft gekend, het zogenaamde Marengo-proces. Dat is al maanden aan de gang in de Amsterdamse rechtbank De Bunker, onder nooit geziene veiligheidsmaatregelen: zwaarbewapende politieagenten, rondcirkelende helikopters en drones die alles filmen. Die zijn er niet voor niets, want in de omgeving van kroongetuige Nabil B. vielen al doden. Eerst werd zijn broer doodgeschoten, een hardwerkende Utrechter met een goedlopend marketingbedrijfje. In september 2019 werd Nabil B.’s advocaat Derk Wiersum voor zijn huis vermoord. En nu was Peter R. de Vries aan de beurt.

“Ik denk dat het puur ging om de symboliek”, zegt Koen Voskuil, misdaadjournalist bij Algemeen Dagblad.

Voskuil: “Nederlands bekendste misdaadverslaggever die op klaarlichte dag werd neergeschoten in één van de drukste wijken van Amsterdam, dat heeft zo’n enorme impact. Het doel was terreur zaaien, een boodschap duidelijk maken: ‘Wie zich tegen mij keert, gaat eraan.’

“Ik was helemaal van de kaart. Binnen het halfuur circuleerden er beelden op de sociale media waarin je hem op straat zag liggen na de aanslag, bloedend en weerloos. Dat maakte het extra indringend. De filmers zijn nooit gevonden, maar het doet denken aan de technieken van een terreurbeweging die gruwelbeelden van een aanslag verspreidt om het effect te vergroten.”

“Het extreme geweld van de georganiseerde misdaad neemt al jaren toe in Nederland”, zegt Parool-journalist Paul Vugts, die zelf een tijdlang moest onderduiken in een safehouse.

Vugts: “Het gaat niet alleen om afrekeningen onder criminelen, ook onschuldige burgers vallen ten prooi aan dodelijk geweld. Vijf jaar geleden werd misdaadblogger Martin Kok vermoord nadat hij over Ridouan Taghi had geschreven op zijn website. Daarna kregen verschillende journalisten van de politie te horen dat ze op de dodenlijst stonden. Mijn collega John van den Heuvel van De Telegraaf zit al sinds december 2017 in een zwaar beveiligingsregime. Ik heb ook een tijdlang in de beveiliging gezeten, maar dat had te maken met een andere criminele organisatie. Nadien volgden er aanslagen op de redacties van de Telegraaf en Panorama, telkens nadat die media over de drugsbaron hadden gepubliceerd. Al die zaken worden gelinkt aan Taghi en zijn medeverdachten, maar bij gebrek aan bewijs is hij voor heel wat zaken niet aangeklaagd.”

Voskuil: “Die dodenlijst is een gek fenomeen. Niemand houdt die bij op papier. Het zijn eerder geruchten in het milieu dat er een prijs op iemands hoofd is gezet. En dat zijn levensgevaarlijke situaties, want ook geruchten kunnen er al voor zorgen dat iemand denkt: ‘Ik ga carrière maken in de misdaad, ik schiet ’m af.’”

Na de moord op advocaat Derk Wiersum was duidelijk dat iedereen die de kroongetuige hielp gevaar liep. Het was moeilijk om een opvolger te vinden, verschillende advocaten bedankten voor de job uit angst. Toen traden Peter Schouten en Onno de Jong aan, samen met De Vries.

Schouten: “De kroongetuige heeft eerst Peter R. de Vries benaderd met de vraag om zijn vertrouwenspersoon te worden. Peter vond dat hij geen nee kon zeggen en vroeg me of ik Nabil B.’s advocaat wilde zijn, want hij wist dat ik niet bang ben. En toen is Onno er ook bij gevraagd, want hij is de man met de meeste ervaring met kroongetuigen in Nederland. En zo zijn we een team geworden. Een driemanschap.”

null Beeld Dirk-Jan van Dijk/Lumen
Beeld Dirk-Jan van Dijk/Lumen

Hadden jullie het weleens over de risico’s die jullie liepen?

Schouten: “In onze eerste gesprekken wel. ‘Jij bent de hoofdprijs’, zei ik hem. ‘Jij loopt het meeste gevaar, want jij bent het bekendst.’ Maar Peter was niet bang. En Onno ook niet, toch?”

De Jong: “Nee, dat klopt, ik sta al bijna tien jaar kroongetuigen bij en ik zit al langer in de beveiliging. Het wordt allemaal wel steeds heftiger.”

In november 2020 raakte bekend dat jullie op de dodenlijst van Taghi stonden. Ga je dan vaker over je schouder kijken?

De Jong: “Nee, toen werden wij al beveiligd, dus dat veranderde niet zo veel.”

Schouten: “Dat was voor ons geen reden om ermee te stoppen. Af en toe maakten we er een grap over. Galgenhumor, zeg maar.”

Na de moord is er een prachtige foto van jullie verschenen: drie stoere mannen die samen staan te lachen.

De Jong: “Die foto is genomen tijdens een fotosessie met de bekende fotograaf William Rutten, voor een gezamenlijk twitteraccount.”

Schouten: “Op die foto zie ik Peter zoals ik me hem wil herinneren. Hij is tijdens een pauzemoment genomen, ik weet niet meer om welke grap we lachten. Ik vind het een bijzonder beeld omdat het iets zegt over die drie mannen in de frontlinie, op een onbewaakt moment. Eén van ons drieën is nu gesneuveld.”

‘Op die foto met ons drieën staat Peter zoals ik me hem wil herinneren. Drie mannen in de frontlinie, op een onbewaakt moment. Eén van ons drieën is nu gesneuveld.’ (V.l.n.r.: Peter Schouten, Onno de Jong en Peter R. de Vries.) Beeld William Rutten, The Netherlands
‘Op die foto met ons drieën staat Peter zoals ik me hem wil herinneren. Drie mannen in de frontlinie, op een onbewaakt moment. Eén van ons drieën is nu gesneuveld.’ (V.l.n.r.: Peter Schouten, Onno de Jong en Peter R. de Vries.)Beeld William Rutten, The Netherlands

Mensenredder

Duizenden mensen brachten een laatste groet aan Peter R. de Vries in het Amsterdamse theater Carré. Hij was 64, vader van twee volwassen kinderen, en een fenomeen in Nederland. Hij raakte bekend met zijn verslaggeving over de ontvoering van biergigant Freddy Heineken en spoorde één van de ontvoerders op in Paraguay. Hij getuigde tegen crimineel Willem Holleeder en beet zich vast in cold cases, die hij zelf probeerde op te lossen. Na de verdwijning van de Amerikaanse toeriste Natalee Holloway achtervolgde hij de Nederlandse verdachte Joran van der Sloot tot in Zuid-Amerika en dwong hij bekentenissen van hem af. Al die dingen maakten van hem een bekende Nederlander. “Misschien wel de allerbekendste”, zegt Paul Vugts. “Nou ja, na de koning misschien.”

Hoe goed heb jij hem gekend?

Vugts: “Ik zeg niet dat we beste vrienden waren, maar hij was een zeer gewaardeerde, fijne collega. Een bijzondere collega ook, vanwege zijn taakopvatting. Hij was geen gewone misdaadjournalist, hij bemoeide zich actief met strafzaken, bracht gerechtelijke dwalingen aan het licht en nam het op voor de nabestaanden. Onvermoeibaar. Daar heeft hij heel goeie dingen mee bereikt, maar ik zou het zelf nooit doen. Ik ben meer een klassieke misdaadverslaggever, en ik vond dat hij als journalist zijn boekje te buiten ging. Daar had ik het weleens met ’m over. Maar Peter vond het laf om die definitie van journalistiek zo nauw te nemen. Eigenlijk had hij zijn eigen variant op de journalistiek gecreëerd. Hij getuigde bijvoorbeeld zelf op belangrijke strafprocessen, en met het Marengo-proces werd hij plots vertrouwenspersoon van een kroongetuige, een functie die helemaal niet bestáát. Maar zo vervulde hij wel meer onbestaande functies.”

Voskuil: “Moordonderzoeken die gestrand waren, wist hij weer vlot te trekken door er aandacht aan te besteden. Dat vind ik zijn grootste verdienste. Maar op een bepaald moment is hij zo in die figuur van Peter R. de Vries gaan geloven, dat dat een beetje in de weg is gaan staan, en soms ten koste ging van zijn werk.”

Hij was een gouden medestander, maar ook je ergste tegenstrever.

Voskuil: “(knikt) Neem Bertie Verstappen, de moeder van de elfjarige Nicky, die in 1998 verdween en later vermoord bleek. Die zaak heeft hij jarenlang gevolgd en bracht hij keer op keer in de aandacht in zijn misdaadprogramma, waarvan mijn vader eindredacteur was. Bij de 37ste uitzending over Nicky Verstappen zei mijn vader: ‘Dat kun je je kijkers toch niet aandoen? Stop daar toch eens mee!’ Nee, zei hij dan, het moet. Dus ja, je kon je geen betere medestander wensen. Maar veel mensen hebben ook ondervonden dat hij behoorlijk rancuneus kon zijn. Je was voor hem of je was tegen hem, er was geen tussenweg. Hij had zo’n sterke persoonlijkheid. Als hij de kamer binnenstapte, veranderde de atmosfeer.”

Sommige mensen noemden hem arrogant.

Vugts: “Er waren twee Peters: de Peter als de camera’s er waren, en Peter als je gewoon met z’n tweeën was. Hij was een zachte, aardige man, maar hij kon zich wel zeer zelfverzekerd en misschien wel arrogant opstellen. Hij was ook ijdel. Maar ja, dat is een mensenrecht, denk ik.”

Peter Schouten, jij kende hem al dertig jaar.

Schouten: “Ik ken hem van toen ik directeur was van een uitgeverij die tijdschriften uitgaf. Peter kwam solliciteren om hoofdredacteur te worden van Actueel, want hij wilde er een misdaadblad van maken. Zo zijn onze levens met elkaar verbonden geraakt, en die vriendschap bleef duren, ook toen ik na enkele jaren iets anders ging doen. Uiteindelijk zijn we ook weer gaan samenwerken. Peter was intussen uitgegroeid tot een soort geweten van Nederland. Als iedereen de weg was kwijtgeraakt – justitie, politie, de media – dan vond Peter hem terug en dan zorgde hij ervoor dat mensen weer op het rechte pad gingen lopen.”

Wat voor vriend was hij?

Schouten: “Een warme, fijne vriend die er altijd voor je was. Ik vroeg me af waar hij de tijd vandaan haalde, want hij was er óók voor zijn familie en alle mensen die met hem samenwerkten. We konden alles met elkaar delen en waren heel eerlijk tegen elkaar. Hij kon heel lief luisteren. Ook dat mis ik enorm.”

De Jong: “Toen ik bij het team van de kroongetuige kwam, voelde ik de hechte vriendschap tussen die twee en vroeg ik me af of ik daar wel tussen kon passen. Maar vanaf de eerste dag was er een ongelooflijke chemie tussen ons drieën, een vorm van symbiose waarin alles klopte. Als we een probleem hadden of iets wilden aftoetsen, belden we Peter, en die loste het dan wel op.”

Schouten: “Nog steeds staan we, als we beslissingen nemen, even stil en vragen we ons af: hoe zou Peter hiertegenaan gekeken hebben? Het klinkt een beetje zweverig, want hij is natuurlijk dood, maar hij is er nog wel voor ons.”

Hoe ging het er eigenlijk aan toe op het Marengo-proces, waar hij tegelijk de kroongetuige adviseerde en het proces als journalist volgde?

Vugts: “Heel vreemd. We hebben een aparte kamer voor de pers, en daar kwam hij vaak ’s middags binnenlopen met een zakje krentenbollen. Als vertrouwensman van de kroongetuige was hij betrokken bij het proces, maar hij kwam in de rechtszaal bij ons op de persbanken zitten. Dat wekte wel wat wrevel bij sommige collega’s, want door corona waren die plekken schaars. ’s Avonds gaf hij op televisie commentaar. Of dan de misdaadverslaggever sprak of de vertrouwenspersoon die nauw betrokken was bij het proces: dat wist alleen hijzelf.”

Voskuil: “Hij droeg verschillende petten en vond dat hij die allemaal goed kon scheiden. En misschien kon hij dat zelf wel, maar in de onderwereld wordt soms radicaler gedacht. Als je zo actief deel gaat uitmaken van een proces en je blijft jezelf misdaadverslaggever noemen, dan levert dat een gevaar op voor de journalistiek. We hebben maar weinig om ons te verdedigen, maar één belangrijk aspect is onze neutraliteit.”

Vugts: “Onder misdaadjournalisten merken we wel dat hij een gat heeft achtergelaten. Sinds Peter is doodgeschoten, worden wij benaderd door mensen die een nieuwe Peter zoeken. Nabestaanden van vermoorde slachtoffers, mensen die onterecht in de gevangenis zitten, mensen die hulp zoeken. Ik ben heel eerlijk: dat is niets voor mij. Ik ben geen mensenredder, ik ben een misdaadjournalist.”

null Beeld BELGAIMAGE
Beeld BELGAIMAGE

Bad Boys

In het begin was Peter niet zo geïnteresseerd in de zogenaamde mocromaffia, vertelde je in een podcast, Paul.

Vugts: “Dat klopt. Peter was altijd met de Hollandse netwerken bezig geweest: Willem Holleeder, Klaas Bruinsma. Hij bemoeide zich niet met de nieuwe groepen rond criminelen met Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse roots. Maar in 2018 hoorde hij van de politie dat hij op de dodenlijst van Ridouan Taghi stond. Dat heeft hij toen zelf naar buiten gebracht. Niet lang daarna kreeg hij een vriendelijk briefje van Taghi – die toen nog voortvluchtig was – waarin hij zei dat dat helemaal niet klopte en dat hij net veel waardering voor hem had. Van toen af leek zijn interesse gewekt.”

Voskuil: “Een jaar later stapte hij in het kamp van Nabil B., de grootste vijand van Taghi. Met alle moorden die er al waren gepleegd, leek me dat wel een roekeloze stap.”

Taghi lijkt wel een crimineel zonder voorgaande, met een ongekende bloeddorst.

Vugts: “Geweld van dit kaliber, dat hebben we in Nederland nooit gekend.”

Voskuil: “Met de komst van de mocromaffia hebben we de wreedheid in de onderwereld zien groeien: een afgehakt hoofd dat op de stoep ligt voor een shishabar, een folterkamer… Dat zijn Zuid-Amerikaanse toestanden.”

Wat voor iemand is Taghi?

Voskuil: “Een slimme kerel, die snel kon opklimmen van een kleine crimineel tot de leider van een organisatie. Het is opmerkelijk hoelang hij onder de radar is gebleven. Pas in 2015 kwam hij voor het eerst in beeld, toen de politie nog volop aan het jagen was op de Nederlandse netwerken. Men heeft zich onvoldoende gerealiseerd hoe die zogenaamde mocromaffia al aan de weg aan het timmeren was. De politie heeft dus ook veel te laat gezien hoe Taghi zijn organisatie aan het opbouwen was en de bakens aan het verzetten was.”

Vugts: “Taghi stond wel in het systeem, maar voor kleine dingen. Als tiener maakte hij deel uit van een jeugdbende in Utrecht, de Bad Boys, die straatraces deed in drukke winkelstraten, inbraken en kleine drugdeals. Vijftien jaar later bleek die jeugdbende buiten het gezichtsveld van de politie uitgegroeid tot een drugsnetwerk dat zelfs een eigen team had om liquidaties uit te voeren. Toen was ze al veel te groot om onder controle te houden.”

De verdachten van de moord op Peter R. de Vries zijn Delano G., een 21-jarige Rotterdammer die mislukte als rapper, en de 35-jarige Pool Kamil E. ‘Twee schlemielen’, noemde Peter Schouten ze. Een uur na de aanslag waren ze al opgepakt.

Voskuil: “Dat was natuurlijk heel amateuristisch. Het gebied waar ze toesloegen, heeft de hoogste cameradichtheid in Nederland. De politie kon de vluchtauto volgen via de camera’s met automatische nummerplaatherkenning en kon hen klemrijden op de snelweg. Het moordwapen lag nog in de auto en de kruitresten zaten nog aan de handen van de schutter. Slechter kun je het eigenlijk niet doen.

“Vroeger zag je dat er voor dit soort liquidaties vanuit het Oostblok een professionele huurmoordenaar werd overgevlogen. Maar criminele organisaties werven nu steeds vaker jongeren uit achtergestelde wijken. Die zien zo’n liquidatie als een mogelijkheid om snel carrière te maken binnen het criminele circuit. Voor een schijntje gaan ze iemand bespioneren en lopen ze er met een pistool op af. Sommigen hebben nog nooit geschoten. Er zijn al verschillende gevallen geweest waarbij de schutter door de zenuwen de verkeerde persoon aanzag voor het doelwit – daar is zelfs een nieuwe term voor, ‘vergismoorden’. Compleet onschuldige mensen zijn daardoor vermoord. Het loopt ook altijd slecht af met die schutters: of ze worden niet betaald, of ze worden zelf uit de weg geruimd omdat ze te veel weten. Heel triest allemaal.”

Paul Vugts. Beeld © Kees van de Veen
Paul Vugts.Beeld © Kees van de Veen

Gratis ventilatie

Wanneer is die geweldgolf tegen de bovenwereld begonnen?

Vugts: “Met de moord op misdaadblogger Martin Kok, in december 2016. Hij was min of meer een bovenwereldfiguur, al moet ik erbij zeggen dat hij zélf twee mensen had omgebracht en zich daar niet voor schaamde. Hij gooide elk gerucht dat hij hoorde ongecheckt op zijn website en hield zich aan geen enkele journalistieke norm. Maar hij was wel de eerste die Ridouan Taghi in de schijnwerpers zette, op een moment dat haast niemand hem kende. En hij was de eerste die vermoord werd om wat hij geschreven had.”

Kok wist dat hij op de dodenlijst stond, maar maakte daar grapjes over.

Voskuil: “Ja, hij was niet te intimideren. Zijn auto was eens beschoten, er zaten kogelgaten in zijn deur, en dan zei hij: ‘Ik heb gratis ventilatie gekregen.’”

Vugts: “Op een bepaald moment was er een zware bom onder de auto van Kok geplaatst terwijl hij op restaurant zat. Ze werd gelukkig op tijd ontdekt, maar als ze was ontploft, waren er tientallen doden en gewonden gevallen. En toch bleef hij er grappen over maken.

“De middag voor hij werd vermoord, had ik nog met hem geluncht. Hij wilde graag serieus genomen worden door de misdaadjournalisten en wilde een avond met ons op stap. Maar ik wist hoe zulke avondjes verliepen, met cocaïne en prostituees. ‘Als je mij erbij wilt, is het een lunch, ik drink water en betaal mijn eigen rekening. Geen foto’s, niks online. Gewoon zoals normale mensen’, zei ik tegen hem.

“Zo hebben we het toen gedaan met een groepje. Toen we na de lunch afscheid namen, zei hij dat hij er een jaarlijkse traditie van wilde maken. ‘Volgend jaar kunnen we wel paintballen,’ grapte ik. ‘Dan kun je vast wennen aan hoe het is om beschoten te worden.’ Die avond is hij vermoord, toen hij vertrok uit het bordeel waar hij vaste klant was. Achteraf bleek het niet zo’n leuk grapje, maar het was wel helemaal zoals hij er mee omging. ‘Ik ga liever dood aan een kogel dan aan kanker’, zei hij altijd.”

Je zat zelf een tijdlang in zware beveiliging. Hoe was dat?

Vugts: “Dat is zo’n beetje wat Marc Van Ranst bij jullie heeft doorgemaakt. In 2017 kreeg ik informatie uit het criminele milieu dat ze me wilden doodschieten omdat ik te veel wist over liquidaties. Ze wilden verhinderen dat ik erover zou schrijven. Gaandeweg werd die informatie steeds concreter, en uiteindelijk kon ik niets anders doen dan in overleg met de staat mijn koffers pakken. Samen met mijn vriendin ben ik vertrokken en hebben we een halfjaar in een safehouse gewoond. Ik werd vervoerd in gepantserde auto’s, met een hele ploeg beveiligers om me heen. Circus Vugts, noemde ik het.”

Hoe raak je daar weer uit?

Vugts: “Tja, het nadeel van zo’n moordopdracht is dat hij nooit wordt ingetrokken. Er komt geen groene vlag. Maar gaandeweg arresteerde de politie een paar belangrijke betrokkenen van die liquidaties waarvan ik weet had, en was het duidelijk dat ik daar niets mee te maken had. De aanvankelijke aanleiding om mij dood te schieten was er niet meer, en er gebeurden intussen andere liquidaties, zodat ik niet meer hun belangrijkste zorg was.

“Ik wilde eruit, ik wilde mijn leven terug. Ik wilde op de fiets, op het terras. Na een halfjaar heb ik op eigen initiatief de beveiliging laten afbouwen. We hebben toen een plan bedacht om te toetsen of het veilig was: ik ben met minder zichtbare beveiliging door de stad gaan wandelen, alsof er geen bewaking was. Er gebeurde niks vreemds. Toen heb ik gezegd: dan wil ik terug naar het normale leven.”

Wist Peter R. de Vries welk gevaar hij liep?

Vugts: “Rationeel wist hij dat wel, maar misschien heeft hij het toch onderschat, ik weet het niet. Vóór hij de rol van vertrouwenspersoon op zich nam, nam hij een paar collega’s in vertrouwen, ook mij. Ik zei dat ik het geen goed idee vond. ‘Weet je wel waar je aan begint, Peter? Dit is een andere wereld, dit is niet Willem Holleeder. Dit is een hele nieuwe generatie die mensen uit de weg laat ruimen.’ Hij antwoordde: ‘Ik zou geen knip voor de neus waard zijn als ik het daarom niet deed.’”

Na de aanslag ontstond er een hele discussie over zijn beveiliging. Wilde hij die of niet?

Schouten: “Peter wilde geen persoonsbeveiliging. Maar er zijn ook nog andere vormen van beveiliging. Wat hij niet wilde, waren lijfwachten die hem zouden begeleiden naar allerlei afspraken, en aan wie je je agenda vier dagen van tevoren moet doorgeven. Als hij een afspraak had met een tipgever, snap ik dat hij daar geen pottenkijkers bij wilde.”

Vugts: “Hij voerde wel degelijk gesprekken over zijn beveiliging met de overheid, maar daar heeft hij vrijwel meteen een conflict over gekregen. Dat begrijp ik ook wel, want het orgaan dat hem moest beveiligen, had er in zijn ogen te weinig verstand van, en er was ook helemaal geen gevoel van urgentie. Ze beantwoordden zijn telefoons niet en behandelden hem niet als gelijkwaardige gesprekspartner. ‘Ze zijn zo arrogant, ze bellen gewoon niet terug,’ vertelde hij me. ‘Dan doe ik het maar zonder.’

“Kijk, hij vond dat hij zijn leven moest kunnen leiden zoals hij dat wilde. Dat paste bij zijn levensmotto, dat hij op zijn kuit had laten tatoeëren: ‘On bended knee is no way to be free.’ Liever staand sterven dan op je knieën leven. De staat kan natuurlijk geen mensen beveiligen als die dat niet willen. Maar als ze op een redelijker manier in gesprek met hem waren gegaan, denk ik dat er een andere uitkomst mogelijk was geweest.”

Peter R. de Vries bij De Bunker, de rechtbank van het Marengo-proces. Beeld Utrecht Robin/ABACA
Peter R. de Vries bij De Bunker, de rechtbank van het Marengo-proces.Beeld Utrecht Robin/ABACA

Neef Youssef

Er is nog wel meer dat justitie anders had kunnen aanpakken. We weten nu dat Ridouan Taghi, die in de meest beveiligde gevangenis van Nederland zit, maandenlang ongestoord bezoek kon krijgen van zijn neef Youssef Taghi, die advocaat was. Zo had hij een rechtstreekse lijn naar de buitenwereld.

Vugts: “Ja, en wie weet welke opdrachten hij naar buiten smokkelde. Het is niet uit te sluiten dat de moord op Peter via die lijn werd besteld. Dat is heel wrang, want een paar journalisten wísten dat er een neef bij Taghi op bezoek kwam, en dat justitie zich daar zorgen over maakte. Ik vernam het in het voorjaar en probeerde die berichten te verifiëren, maar kon het verhaal niet hardmaken. Bovendien heeft elke verdachte recht op bezoek van een advocaat. En ik kon moeilijk naar Youssef Taghi toestappen: als die zijn neef op de hoogte bracht, was het onderzoek verbrand én bracht ik mezelf en mijn krant in gevaar. Het was toen ook nog niet duidelijk dat die neef echt iets verkeerds deed.”

Intussen is gebleken dat neef Youssef wel degelijk boodschappen naar buiten bracht en zo nieuw geweld aanjaagde. Waarom heeft justitie niet eerder ingegrepen? Dit lijken Belgische toestanden.

Vugts: “Als er nog Nederlanders waren die neerkeken op België, is dat nu wel verleden tijd. Het is niet minder dan een grof schandaal. En het zit me erg hoog. Natuurlijk, de overheid kan bezoek van een advocaat niet verbieden. Maar hier zijn ze wel heel braaf geweest: de overheid wilde geen tuchtmaatregelen nemen zolang er geen bewijs was dat de neef een dubbele rol speelde. Maar het onderzoek naar hem is pas echt begonnen ná de moord op Peter. Aan het einde van de zomer zijn ze de spreekkamer beginnen afluisteren. En pas in oktober werd Youssef Taghi gearresteerd.”

Koen Voskuil. Beeld Peter Hilz
Koen Voskuil.Beeld Peter Hilz

Op die geheime opnames was gefluister te horen, en het krassen van een balpen.

Vugts: “De spreekkamers in de zwaarbeveiligde gevangenis in Vught zijn kamertjes met in het midden dik glas. De advocaat en zijn cliënt zitten er gescheiden, maar je kunt wel dingen opschrijven en dat briefje tegen het glas houden. Wellicht gebeurde het zo, want op de opnames wordt over allerlei zaken gesproken, maar op bepaalde momenten wordt er gefluisterd en vallen er stiltes. Je hoort dan hoe dingen worden opgeschreven en later weer doorgekrast. Dat zijn wellicht dingen die het daglicht niet verdragen. Volgens het Openbaar Ministerie zijn er voldoende aanwijzingen dat de Taghi’s met drugshandel bezig waren, maar ook spraken over plannen voor een gewelddadige ontsnappingspoging en geweld tegen vier medewerkers van de gevangenis. Die zitten nu in zware beveiliging: de Taghi’s hadden naar hun adresgegevens gezocht. Gewone cipiers! Dat toont aan dat niet alleen misdaadbestrijders in de schijnwerpers grote risico’s lopen, zoals journalisten, rechters en advocaten. Dat zo’n lijn maandenlang gewoon open kon blijven: ik heb er lang slecht van geslapen.”

Uiteindelijk hebben de Nederlandse media er pas over gepubliceerd toen Youssef Taghi in oktober, maanden na de moord, werd gearresteerd.

Vugts: “Het Openbaar Ministerie vroeg ons met klem om niets te publiceren om het onderzoek niet in gevaar te brengen. Dat is heel ongebruikelijk, maar het tekent de bizarre omstandigheden van deze hele zaak.”

Onno en Peter, wisten jullie dat advocaat Youssef Taghi maandenlang vrije toegang had tot zijn neef Ridouan?

De Jong: “Nee.”

Schouten: “Wij hebben het vernomen via de media.”

Wist Peter R. de Vries het dan ook niet?

Vugts: “Peter was op de hoogte. Hij wist het al sinds het voorjaar, via dezelfde weg waarlangs ik het vernam. Maar het idee blijft onverteerbaar dat hij vermoord zou zijn via een communicatielijn die een halfjaar openstond en ook na zijn dood nog maanden heeft opengestaan.”

Misdaadjournalist is een risicoberoep geworden in Nederland. Zijn er dingen die je niet meer schrijft omdat het te gevaarlijk is?

Voskuil: “Dat speelt soms wel een rol. Alles is verhard, je moet oppassen wat je schrijft, journalisten moeten voorzichtiger zijn. Vroeger was er alleen een juridische afweging over wat je kon schrijven en wat niet. Nu komt daar ook een veiligheidsafweging bij. Maar je mag daar niet te ver in gaan. We kunnen toch niet met z’n allen gaan zwichten voor terreur?”

Vugts: “Iedereen doet op een verantwoorde manier zijn werk, en we doen het voluit. Als de onderwereld ook maar het idee krijgt dat dit soort geweld de media monddood kan maken, dan doen ze er uiteraard nog een schepje bovenop. Maar gewoon is het niet.”

Vragen jullie je dan niet af: wie is de volgende?

Voskuil: “Wij niet alleen, hoor. De angst is er overal ingeslopen. Officieren van justitie en rechters willen niet meer met naam in de krant genoemd worden. Gerechtelijke dossiers worden geanonimiseerd. We hebben een bespreking gehad met de politie, en daar waren we met een stuk of acht journalisten. Natuurlijk kijk je dan wel even naar elkaar en vraag je je af: wie is de volgende?”

Vugts: “We houden er sterk rekening mee dát er nog een volgende komt. En opnieuw zal de regering zeggen: ‘Dat hadden we niet verwacht.’ De vraag is wat je ermee doet. Moet iedereen dan maar onder de tafel gaan zitten met de oren dicht, als kinderen?”

Zou je zelf opnieuw in de beveiliging willen?

Vugts: “Nee, daarvoor is de dreiging te vaag. Vorige keer was er een heel concrete moordopdracht aan mijn adres, nu ben ik één van de tientallen die de volgende kunnen zijn. En wanneer ga je er dan weer uit? Er zijn rechters, aanklagers en ex-aanklagers die voor lange tijd in een heel zwaar beveiligingsregime geleefd hebben, sommigen nog steeds, en dat is heel heftig.”

Het Marengo-proces heeft officieel niets met de drie moorden rond de kroongetuige te maken, maar iedereen die daar zit, voelt de dreiging wel.

De Jong: “Het is het meest vergiftigde, verziekte proces ooit. Er hangt een sfeer van vijandigheid en angst in de rechtszaal.”

Schouten: “Toen Duitse journalisten ons kwamen interviewen, kregen we te horen dat ze geen tolk konden vinden omdat iedereen bang is om zich met de zaak bezig te houden. Dat is toch absurd.”

Vugts: “Door dat geweld is de Nederlandse rechtsstaat al meerdere keren op ongekende wijze aan het wankelen gebracht. Ik vind het verschrikkelijk, en ik stoor me er heel erg aan als onze regering zegt dat dit on-Nederlands geweld is. We hebben vier moorden gehad, journalisten die in safehouses zitten, aanslagen op nieuwsredacties... ‘Hou op met on-Nederlands,’ denk ik dan. ‘Dit is Nederlands. Doe er iets aan.’”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234