Woensdag 10/08/2022

'We spartelen om niet te verzuipen'

Malawi, in zuidelijk Afrika, kampt met een voedseltekort van 600.000 ton. De oogsten zijn dit jaar, net als vorig jaar, te klein om een bevolking van elf miljoen zielen te voeden. Over noodvoorraden beschikt het land niet. De internationale gemeenschap is door regering en Wereldvoedselprogramma (WFP) gevraagd bij te springen om tot drie miljoen mensen te kunnen voeden tot de volgende oogst.

Lilongwe

Van onze correspondent

Aernout Zevenbergen

Maïs, bonen en olie zijn de belangrijkste producten waaraan behoefte bestaat. Alleen de Verenigde Staten zijn over de brug gekomen met donaties, andere donoren werken aan hun reactie. Droogte heette tijdens de voedselschaarste begin dit jaar de belangrijkste oorzaak te zijn. Maar weersomstandigheden, zeggen waarnemers nu, spelen slechts een bijrol in het voedselprobleem van Malawi. "De droogte is hooguit de druppel die de emmer doet overlopen", merkt een diplomaat op. Een fundamenteel verkeerd landbouwbeleid van decennia zou een veel prominentere rol spelen, luidt het oordeel.

Onder wijlen dictator Kamuzu Banda (president van 1966 tot 1994) moest Malawi meedoen met de Groene Revolutie, een vorm van landbouwpolitiek waarbij wordt vertrouwd op de technologie om voedseltekorten weg te werken. Nieuwe hybride zaden, betere irrigatie en het gebruik van kunstmest voorzagen vooral India eind jaren zestig, begin jaren zeventig van genoeg voedsel om niet langer gekweld te worden door hongersnoden.

Diezelfde Groene Revolutie heeft in een Afrikaans land als Malawi in de beginperiode vruchten afgeworpen. Banda prees zichzelf op tournees onder zijn onderdanen als het genie dat heel het land van 'primitieve' voedselsoorten als bananen en cassave had afgeholpen, en een 'modern' menu van maïs had bezorgd. Een kwart eeuw na dato eten Malawiërs alleen maïs. Hun eigen oude gewassen worden sporadisch verbouwd, en - belangrijker - niet als echt voedsel gezien na jarenlange indoctrinatie van een naar 'modernisering' hunkerende dictator. Niets minder dan een nieuwe 'voedselrevolutie' is nodig om die eetgewoonten aan te passen aan de landbouwmogelijkheden van het land, zegt een hulpverlener te vrezen.

Maïs is geen inheems gewas, het is nauwelijks bestand tegen lokale plantenziekten, is niet droogtebestand en groeit op de aarde van Malawi alleen met de toevoeging van grote hoeveelheden kunstmest. Malawi's straatarme bevolking bestaat voor het merendeel uit boertjes die op een paar honderd vierkante meter hun eigen voedsel verbouwen. Met een gemiddeld jaarinkomen van 190 euro ontbreekt het hen aan geld voor investeringen in hun eigen voedselproductie. De jaarlijkse aanschaf van dure, hybride zaden en kunstmest valt voor de meesten buiten bereik. De regering verschafte daarom jarenlang zogeheten starterpacks aan boeren, gesubsidieerde pakketten met zaaigoed en kunstmest.

Met de subsidies lukte het Malawi net zichzelf te voeden en een strategische voedselvoorraad op te bouwen. Tot de internationale gemeenschap in ruil voor financiële assistentie aan het land een reorganisatie van de overheidsbegroting vroeg, en afschaffing eiste van de subsidies. "Het is van de gekke natuurlijk dat donoren van ons eisen geen subsidies te geven aan onze boerenstand, terwijl de VS en de EU hun eigen boeren aan een infuus van subsidies houden", zegt de onderminister van Publieke Werken, Jan-Jaap Sonke, een geboren Nederlander maar inmiddels genaturaliseerd Malawiër.

De verhoudingen tussen donoren en Malawi verlopen al enige tijd uiterst moeizaam. Donoren klagen over een gebrek aan transparantie en tekortkomende democratisering door de regerende partij, het UDF. Strategische voedselvoorraden bijvoorbeeld die het land had, zijn verkocht om overheidsschulden af te betalen. Die verkoop verliep volgens ingewijden via bedrijven van familieleden van hoge politici, en niet alle fondsen zijn te traceren.

President Bakuli Muluzi op zijn beurt klaagt over 'inmenging in interne aangelegenheden' zodra donoren kritische geluiden laten horen. "Het probleem", verklaart Sonke, "ligt erin dat het zo moeilijk is om werkelijk met elkaar te praten als we overleggen met donoren. Zij begrijpen ons niet, wij begrijpen hen niet. Hun criteria passen prima in Europa, maar zijn nauwelijks toepasbaar in Afrika." Bijna alle westerse landen hebben hun assistentie opgeschort of verminderd, waarmee de bewegingsruimte van de regering om te investeren in de nationale ontwikkeling, waaronder de eigen voedselproductie, nog meer is verkleind. Sonke: "Ja, ik ben erg pessimistisch. We doen ons best om ontwikkeling op gang te brengen in het land, maar voorlopig spartelen we om niet te verzuipen."

Onderminister Openbare Werken: 'Criteria donoren passen prima in Europa, maar zijn nauwelijks toepasbaar in Afrika'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234