Zondag 02/10/2022

'We vrezen voor een bloedbad'

Marie Colvin (55) was de enige Britse journalist die berichtte vanuit de belegerde Syrische enclave Baba Amr, in opdracht van 'The Sunday Times'. Woensdagochtend kwam ze om het leven, bij een granaataanval van het Syrische leger op een inderhaast ingericht perscentrum. Wat volgt is haar laatste reportage.

e noemen het de weduwekelder. Geprangd tussen geïmproviseerde bedden en overhoop gegooide spullen ondergaan doodsbange vrouwen en kinderen de gruwel van Homs, de Syrische stad die al twee weken davert onder onophoudelijke bombardementen.

Een van de 300 mensen die opeengepakt zitten in deze kelder van een houtfabriek in het belegerde district Baba Amr is de twintigjarige Noor, die haar man én haar huis verloor door de granaten en raketten.

"Ons huis werd geraakt door een raket, en dus moesten we met zeventien in één kamer trekken", vertelt ze, terwijl Mimi, haar driejarige dochter, en Mohammed, haar vijfjarige zoon, zich vastklampen aan haar abaya (islamitsch kledingstuk, wijde jurk) red). "We leefden twee dagen lang op wat suiker en water, en mijn man besloot op zoek te gaan naar eten." Dat was de laatste keer dat ze Maziad, 30, zag, die werkte in een zaak die mobiele telefoons repareerde. "Hij werd aan stukken gereten door een mortiergranaat." Voor Noor was het een dubbele tragedie. Adnan, haar 27-jarige broer, vond de dood aan de zijde van Maziad.

Iedereen in de kelder heeft wel zo'n verhaal over ontbering of dood. Dit toevluchtsoord werd uitgekozen omdat het een van de weinige kelders is in Baba Amr. Schuimrubberen matrassen staan opgestapeld tegen de muren, de kinderen hebben geen daglicht meer gezien sinds de belegering begon op 4 februari. De meeste gezinnen zijn hun huis ontvlucht met alleen maar de kleren die ze aanhadden.

De stad raakt stilaan door haar voorraden heen, het enige beschikbare voedsel hier is rijst, thee en een paar blikken tonijn die de plaatselijke sjeik bezorgde nadat hij een platgebombardeerde supermarkt had geplunderd.

Een baby die vorige week geboren werd in de kelder oogt al even hard in shock als haar moeder, Fatima, 19, die hierheen vluchtte toen de familiewoning van één verdieping met de grond gelijk werd gemaakt. "We hebben het bij wonder overleefd", fluistert ze. Fatima is zo hard getraumatiseerd dat ze geen borstvoeding kan geven, en dus kreeg de baby alleen suiker en water; er is geen melkpoeder. Misschien is Fatima een weduwe, misschien niet. Haar man, een herder, was op het platteland toen de belegering van start ging met een wild spervuur, en sindsdien heeft ze geen woord van hem gehoord.

De weduwekelder weerspiegelt de hopeloze toestand waarin 28.000 mannen, vrouwen en kinderen zich vastklampen aan het leven in Baba Amr, een district van lage betonnen woningblokken dat aan alle kanten is ingesloten door de Syrische strijdkrachten. Het leger lanceert willekeurig Katjoesjaraketten, mortiergranaten en tanksalvo's.

Sluipschutters op de daken van de Al-Ba'ath-universiteit en andere hoge gebouwen rond Baba Amr schieten op elke burger die ze in het oog krijgen. In de eerste dagen van de belegering werden bewoners met bosjes neergemaaid, maar nu weten ze waar de sluipschutters zitten en hollen ze de kruispunten over waar ze gezien kunnen worden. Er zijn nog maar weinig auto's in de straten.

Bijna elk gebouw draagt de sporen van tanksalvo's die inslaan op betonmuren of van raketten die gapende wonden maken in de bovenverdiepingen. Het gebouw waar ik verbleef, verloor vorige woensdag de volledige bovenverdieping door een raketinslag. In bepaalde straten zijn hele gebouwen ingestort, al wat je ziet zijn gescheurde kleren, gebroken potten, versplinterde meubelen van verwoeste gezinnen.

Foltercentra

Het is een stad van kou en honger. Overal hoor je de echo van exploderende granaten en geweervuur. Er zijn geen telefoons, de elektriciteit is afgesneden. Weinig huizen hebben diesel voor de blikken kachels waarop ze aangewezen zijn voor iets van warmte in de koudste winter sinds mensenheugenis. IJskoude regen vult de gaten, sneeuw dwarrelt binnen door vensters waar geen glas meer in zit. Er zijn geen winkels meer open, en dus delen gezinnen wat ze hebben met familie en buren. Vele doden en gewonden zijn mensen die het waagden op zoek te gaan naar eten. Uit vrees voor de genadeloze ogen van de sluipschutters begonnen gezinnen vorige week brood over de daken te gooien, of haalden ze gemeenschappelijke muren neer om zich onopgemerkt te kunnen verplaatsen.

De Syriërs hebben een enorme gracht gegraven rond het grootste deel van het district, en laten zo goed als niemand binnen of buiten. Het leger voert een gewelddadige campagne om de weerstand te breken in Homs, Hama en andere steden die in opstand zijn gekomen tegen Bashar al-Assad, de Syrische president, wiens familie al 42 jaar aan de macht is.

In Baba Amr heeft het Vrije Syrische Leger (VSL), de gewapende arm van de oppositie tegen Assad, de steun van zowat alle burgers, die hen beschouwen als hun verdedigers. Het is een ongelijke strijd: de tanks en het zware wapentuig van Assads troepen tegen de kalasjnikovs van het VSL.

Er bevinden zich naar schatting 5.000 Syrische soldaten in de buitenwijken van Baba Amr. Gisteren ontving het VSL berichten dat die een grondaanval voorbereiden. De bewoners vrezen de afloop daarvan. "We zijn bang dat het VSL de stad zal verlaten", zegt Hamida, 43, die samen met haar kinderen en die van haar zus een leegstaand appartement op de gelijkvloerse verdieping betrekt sinds haar huis gebombardeerd werd. "Het wordt een bloedbad."

Iedereen had dezelfde vraag op de lippen: "Waarom heeft de wereld ons in de steek gelaten?" Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, zei vorige week: "We zien hoe buurten zonder onderscheid gebombardeerd worden, hoe ziekenhuizen gebruikt worden als foltercentra, hoe kinderen van tien jaar gedood en gepijnigd worden. We zien bijna zeker misdaden tegen de mensheid".

En toch schiet de internationale gemeenschap niet te hulp. Abdel Majid, 20, die hielp om gewonden uit de gebombardeerde gebouwen te halen, had een simpele bede: "Zeg de wereld alstublieft dat ze ons moeten helpen", zei hij, bevend, met wanhopige ogen. "Stop de bombardementen. Alstublieft, stop de beschietingen."

De reis door het platteland van de Libanese grens naar Homs zou in betere tijden idyllisch zijn. De dorpjes zijn onbeduidende clusters van betonnen gebouwen en aardewegen, maar de lanen zijn afgezoomd met cipressen en populieren en kronkelen door boomgaarden met abrikoos- en appelbomen.

Tegenwoordig voel je echter vooral angst als je door dit gebied reist. Het land is namelijk grotendeels wat de bewoners hier Syria hurra noemen, 'vrij Syrië'. Het VSL patrouilleert er. Toch heeft het leger van Assad controleposten opgezet op de grote wegen, en troepen gestationeerd in ziekenhuizen, scholen en fabrieken. Ze zijn zwaargewapend en hebben rugdekking van tanks en artillerie.

De rit naar Homs is dan ook een rammelend dokkerparcours over aardewegen en door velden. Aan niet-officiële controleposten van het VSL bekijken mannen rond vuurtjes elk voertuig met een achterdochtige blik. Wanneer het duister valt, geven zaklampen bediend door onzichtbare figuren aan dat de weg vrij is.

Elke rondreizende auto van het VSL heeft een plaatselijke herder of boer aan boord om de weg te tonen in het landelijke gebied. Het Syrische leger heeft de vuurkracht, maar de plaatselijke bevolking kent de binnenwegen.

Ik bereikte Homs via een smokkelroute - ik beloofde die niet bekend te maken - klom in het duister over muurtjes, gleed weg in modderige beken. Ik arriveerde in de verduisterde stad in de vroege uren, en werd verwelkomd door een ontvangstcomité van mensen die vonden dat buitenlandse journalisten het lot van de stad moesten tonen aan de wereld. Ze waren zo wanhopig dat ze me in een open truck sleurden en tegen hoge snelheid rond begonnen te rijden met de koplampen aan. Iedereen stond in de bak Allahu akbar te roepen - God is de grootste. Uiteraard opende het Syrische leger het vuur.

Toen iedereen wat gekalmeerd was, werd ik rond gereden in een kleine auto, de lichten gedoofd, door de donkere, verlaten straten. Het gevaar was tastbaar. Op een onbeschut stuk weg opende een eenheid van het Syrische leger met machinegeweren het vuur op de auto, en vuurde een raket op ons af. We vluchtten een rij verlaten gebouwen in.

De schaal van het menselijke leed in deze stad is immens. De inwoners zijn in paniek. In bijna elk gezin is iemand gestorven of gewond geraakt. Khaled Abu Salah, een activist die deelnam aan de eerste demonstraties tegen Assad in Homs in maart vorig jaar, zat op de vloer van een kantoor, zijn hand gebroken, windels bedekten de granaatscherfwonden in zijn benen en zijn schouder.

De 25-jarige universiteitsstudent, die zijn leven waagde door de slachtpartij in Baba Amr te filmen, ontsnapte nipt aan de dood toen hij twee door mortiervuur gewonde mannen naar een geïmproviseerd hospitaal probeerde te brengen. Hij en drie vrienden hadden de gewonden net naar de kliniek gebracht, die bemand werd door een arts en een tandarts. Ze waren net door de deur gegaan toen "een granaat insloeg net voor de ingang", zei hij vorige week. "Mijn drie vrienden waren onmiddellijk dood." De twee mannen die ze geholpen hadden, werden ook gedood.

Abu Ammar, een 48-jarige taxichauffeur, ging vorige week om 8 uur 's ochtends op zoek naar brood. Hij, zijn vrouw en hun geadopteerde dochter hadden hun toevlucht gezocht in het huis van twee oudere zussen nadat hun woning gebombardeerd was.

"Toen ik terugkeerde, was het huis van de kaart geveegd", zei hij. Alleen een paar stukken muur stonden nog recht. Tussen het puin was een rode vrouwenblouse zichtbaar, flessen zelf opgelegde groenten waren min of meer ongehavend. 'Dokter Ali', een tandarts die werkt als arts, zei dat een van de vrouwen uit het huis levend het hospitaal bereikt had, maar haar beide benen waren geamputeerd en ze was gestorven. Het ziekenhuis is niet meer dan een gelijkvloers appartement dat ter beschikking werd gesteld door een vriendelijke eigenaar. Hier en daar zie je misplaatste tekenen van huiselijk leven: plasmazakjes hangen aan een houten kleerhanger, boven de patiënten bungelt een kleurrijke kindermobiel aan het plafond.

De beschietingen van vorige vrijdag waren de hevigste tot dan toe, de gewonden werden door familieleden in de kofferbak van de auto naar de kliniek gevoerd. Ali, de tandarts, was de kleren aan het openknippen van de 24-jarige Ahmed al-Irini op een van de twee operatietafels. Granaatscherven hadden enorme bloederige stukken uit de dijen van Irini gereten. Het bloed stroomde eruit terwijl Ali met een pincet een stuk metaal onder zijn linkeroog verwijderde.

Irini spartelde even met de benen en stierf op de tafel. Zijn schoonbroer, die hem binnen had gebracht, begon te huilen. "We waren aan het kaarten toen een raket insloeg op het huis", zei hij tussen de tranen door. Irini werd naar een geïmproviseerd mortuarium gebracht waar vroeger de slaapkamer was, naakt, op een zwarte plastic zak na die zijn geslacht bedekte.

Het ging gewoon door. Khaled Abu Kamali stierf nog voor de dokter zijn kleren kon uitdoen. Hij was in zijn eigen huis geraakt door granaatscherven. Salah, 26, zat helemaal onder de granaatscherven in zijn borst en rug. Er was geen verdoving, maar hij bleef praten toen Ali een metalen buisje in zijn rug stak om de druk van het bloed weg te nemen in de borst.

Um Ammar, een 45-jarige moeder van zeven kinderen, verzorgde mee de gewonden. Ze had zich aangeboden als verpleegster nadat het huis van haar buur beschoten was. Ze droeg smerige plastic handschoenen en was aan het wenen. "Ik moet dit uithouden, want alle kinderen die binnengebracht worden, zijn mijn kinderen", zei ze. "Maar het is zo zwaar."

Akhmed Mohammed, een militaire arts die overgelopen is uit het leger van Assad, riep: "Waar zijn de mensenrechten? Hebben we die dan niet? Waar zijn de Verenigde Naties?"

Er waren maar twee bedden in het ziekenhuis om te herstellen. Eén werd ingenomen door Akhmed Khaled, die naar eigen zeggen verwond werd toen een granaat insloeg op de moskee toen hij bijna klaar was met zijn gebeden. Zijn rechterteelbal moest weggenomen worden, met alleen paracetamol om de pijn te verzachten.

Hij sprak de bewering van het regime van Assad tegen dat de rebellen islamistische extremisten zijn: "We vragen alle mensen die geloven in God - christenen, joden, moslims - om ons te helpen." Als de gewonden Baba Amr proberen te ontvluchten, dan moeten ze eerst te voet gedragen worden. Dan worden ze op motorfietsen gezet; de gelukkigen worden naar veilige oorden gesmokkeld, zij die er het ergste aan toe zijn, halen het niet.

Ook al laten de Syrische autoriteiten niemand het gebied verlaten, toch slagen sommige vluchtelingen erin om via omkoping buiten te geraken. Ik ontmoette vluchtelingen in dorpen rond Homs. Newlywed Miriam, 32, zei dat zij en haar man besloten te vertrekken toen ze hoorden dat drie gezinnen uitgemoord waren en de vrouwen verkracht werden door de Shabiha, een gewelddadige militie die wordt aangevoerd door Assads jongere broer Maher.

"We stapten zowat over de lichaamsdelen, terwijl boven ons de beschietingen doorgingen", zei ze. Ze haalden het ongehavend, ook omdat ze haar trouwring veil had om in veiligheid gesmokkeld te worden.

Abdul Majid, een student computerwetenschappen aan de universiteit, was uren nadat hij gearriveerd was in een dorpje buiten Homs nog aan het beven. Hij was alleen achtergebleven in Baba Amr. "Ik moest de oude mensen helpen want alleen de jonge mensen geraken weg", zei Majid, 20, die een leren jekker en jeans droeg. Hij vertrok toen de hele straat op de vlucht sloeg nadat elk huis beschoten was.

"Ik ging naar een controlepost van het leger die naar verluidt niet al te erg was. Ik gaf hen een pak sigaretten, twee zakjes thee en 500 Syrische pond. Ze zeiden me dat ik moest rennen." Kalasjnikovsalvo's knalden boven zijn hoofd, tot hij de boomgrens bereikte. Hij zei dat de soldaten alleen maar deden alsof ze op hem schoten om zichzelf te beschermen, maar zijn blik gaf aan dat hij daar niet zo zeker van was.

Als het Syrische leger binnendendert in Baba Amr, dan maakt het VSL bitter weinig kans tegen de tanks, het superieure wapentuig en hun numerieke overmacht. Toch zullen ze fanatiek strijden om hun families te beschermen, want ze weten maar al te goed dat op mislukken gegarandeerd een bloedbad volgt, als je mag afgaan op de handelwijze van het Assadregime in het verleden.

Groen licht om te doden

Het VSL bestaat ten dele uit overlopers uit het leger van Assad. Het wil geen burgers in zijn rangen, maar die doen andere zaken, zoals troepenbeweging observeren en goederen aanvoeren. Maar in de voorbije maanden is het moeilijker geworden voor soldaten om over te lopen.

In het leger, net zoals in het land, zou wel eens een scheiding kunnen optreden volgens sektarische breuklijnen. De meeste officieren zijn leden van de alawietensekte, een sjiitische minderheidsclan waartoe ook de familie Assad behoort. De voetsoldaten zijn soennieten.

De vraag is of de rangen het zullen houden als de soldaten almaar meer van hun broeders moeten doden. Het deel van het land ten oosten van de Libanese grens, waar Homs zich bevindt, is soennitisch. In de dorpen daar zeggen de mensen dat de officiers die het bevel geven voor de aanvallen alawieten zijn die vechten voor de familie Assad, en niet voor het land.

Het moreel van het leger van Assad zou, ondanks de overmacht, laag zijn, want de soldaten worden slecht betaald en de aanvoer loopt mank, maar die informatie komt vooral van overlopers. "Het eerste wat we deden toen we een huis aanvielen, was hollen naar de koelkast", zei een overloper.

Om het platteland in het zuiden opnieuw in te nemen, zijn duizenden soldaten nodig. Hafez a-Assad, Bashars vader en de vorige president, loste de problemen met islamistische fundamentalisten in 1982 op door de stad Hama plat te bombarderen en 10.000 mannen, vrouwen en kinderen te doden. Zijn zoon lijkt er tot dusver van uit te gaan dat een soortgelijk initiatief een stap te ver zou gaan voor zijn resterende bondgenoten Rusland, China en Iran.

Voorlopig blijft het dus bij een gewelddadige en dodelijke patstelling. Het VSL is niet aan de winnende hand, en zijn munitievoorraden raken uitgeput. De enige hoop die Assads tegenstanders nog rest is dat de internationale gemeenschap hen te hulp schiet, zoals de NAVO deed tegen Muammar Kadhafi in Libië. Maar dat lijkt weinig waarschijnlijk.

Waarnemers geven een onderhandelde oplossing weinig kans, maar het blijft de beste manier om uit de impasse te geraken. Ook al lijkt geen van beide zijden bereid tot onderhandelingen, toch worden achter de schermen ernstige inspanningen gedaan om Rusland zover te krijgen dat het Assad dwingt tot gesprekken.

Maar terwijl de internationale diplomaten treuzelen, groeit de wanhoop in Baba Amr. Die wanhoop werd uitgedrukt door Hamida, 30, die samen met haar zus en hun dertien kinderen schuilden in een flat op de begane grond nadat hun huis geraakt werd door twee raketten. Drie kleine meisjes, tussen zestien maanden en zes jaar oud, slapen op een dunne, versleten matras op de grond, drie andere delen een tweede matras; Ahmed, 16, de oudste van haar zus, werd gedood door een raket toen hij op zoek was naar brood.

"De kinderen wenen de hele tijd", zei Hamida. "Ik voel me zo hulpeloos." Ze begon te huilen. "We voelen ons zo verlaten. Ze hebben Assad groen licht gegeven om ons te doden."

© THE SUNDAY TIMES

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234