Zondag 03/07/2022

ReportageBusramp Sierre

‘We weten ongeveer wat er in Sierre is gebeurd, het wil alleen nooit lukken om het uitgelegd te krijgen’

Op 13 maart 2015, drie jaar na de busramp, werd in het Zwitserse Sierre een gedenkteken onthuld. Beeld AFP
Op 13 maart 2015, drie jaar na de busramp, werd in het Zwitserse Sierre een gedenkteken onthuld.Beeld AFP

‘Toen we haar mochten zien, leek het alsof ze sliep. Ik weet nog dat ik hoopte dat ze ‘boe’ zou zeggen.’ De busramp in Sierre, tien jaar later, door de ogen van de eerste hulpverleners, een moeder, een broer en een weduwe.

Douglas De Coninck

Op dinsdag 13 maart 2012 knalde iets na negenen ’s avonds een Belgische autocar frontaal tegen het betonnen uiteinde van een pechhaven in een autotunnel onder het Zwitserse Sierre. De meeste kinderen waren elf of twaalf, en waren na een laatste dag op de pistes van skigebied Saint-Luc net vertrokken richting Oud-Heverlee en Lommel. Een officiële oorzaak voor het ongeval dat 22 kinderen en 6 volwassenen het leven kostte, is nooit benoemd, ook al blijven enkele ouders tot vandaag ijveren voor een heropening van het onderzoek.

Marianne en Eric

Ooggetuigen en eerste hulpverleners

Marianne Vanderborght (70) en Eric Van Malderen (69), wintersporters uit Eigenbrakel, behoorden tot de eerste spontane hulpverleners. Marianne: “Eerder die dag waren we gaan skiën in Saint-Luc. We zaten met een groep Vlaamse en Nederlandse kinderen in een cabinelift. We denken dat het diezelfde groep was.”

Eric: “Ons Nederlands is niet zo goed, maar we hoorden de accenten – Vlaams en Limburgs. Ze waren met z’n dertigen of zo. Die avond zijn we gaan dineren bij vrienden in Saint-Luc. Daarna reden we terug naar Veysonnaz, waar wij een studio hadden. Toen we de tunnel inreden, flikkerden er neonlichten die tachtig kilometer per uur aangaven. We zagen die bus. Van achteren bekeken leek het alsof die zich gewoon in de pechhaven had geparkeerd.”

Marianne: “Er dwarrelden papiertjes uit de bus. Er was ook een Zwitserse dame en haar zoon die waren gestopt en gebaren maakten. Pas toen we uitstapten, hoorden we de kreten. Van kinderen.”

Eric: “Ik liep naar de voorkant. Toen zag ik het. Frontaal tegen die dwarse muur aangeknald. Zeker drie meter bus was weg. We gingen terug naar achteren en zagen de Belgische nummerplaat. Er klauterden twee jongetjes uit de achterruit. Ze zeiden ‘Oud-Heverlee’. Ik belde de hulpdiensten, ook al had die Zwitserse vrouw dat al gedaan. Ik ben het verkeer in de tunnel dan wat gaan regelen.”

Marianne: “Er is nog een meisje uit de bus geklauterd. Ze bloedde wat, maar leek verder oké. Een volgend meisje maakte aanstalten om uit de bus te springen, maar durfde niet. Ik heb daar minutenlang gestaan, in oogcontact met haar, klaar om haar op te vangen.”

Eric: “Na een kwartier is de eerste politiewagen gekomen. Hij was naar ons gevoel opvallend rustig. Hij stelde vragen als: ‘Bent u begeleider?’ Ik drong erop aan dat hij de voorkant ging bekijken. Pas toen hij dat deed, drong de ernst van de situatie door.”

Eric en Marianne: ‘Op een herdenking zagen we jaren later het meisje met de verbrijzelde benen terug. Ze was basketbalspeelster geworden.’ Beeld Wouter Van Vooren
Eric en Marianne: ‘Op een herdenking zagen we jaren later het meisje met de verbrijzelde benen terug. Ze was basketbalspeelster geworden.’Beeld Wouter Van Vooren

Marianne: “Achteraf is gebleken dat ze bij de dispatching, waar ze camerabeelden hadden, dat hele eerste kwartier hebben gedacht dat de bus daar gewoon motorpech had. Die politieman kwam uit routine even kijken waarom die bus daar stond.”

Eric: “Eerst moest de brandweercommandant naar de bus komen kijken, dat was de procedure. In Sierre zijn er maar twee beroeps bij de brandweer, alle anderen zijn vrijwilligers die vanuit de regio moesten worden opgeroepen. Er kwam een tweede politiewagen. Een jonge agente is de bus binnengegaan door de zijdeur te forceren. Ik verweet mezelf: waarom heb ik dat zelf niet geprobeerd? We zijn kinderen uit de bus beginnen halen.

“Er was een meisje bij wie twee benen waren verbrijzeld. Alain Ritiner vroeg me haar te helpen dragen. Hij was de eerste ambulancier ter plaatse. Mijn eerste indruk was dat het meisje geen benen meer had. We hebben haar dan toch naar buiten gedragen. Ze ging in foetushouding liggen.”

Marianne: “Er kwam rook uit de bus, steeds meer. Je staat daar op zo’n moment niet bij stil.”

Eric: “Er had vuur kunnen ontstaan.”

Marianne: “Ik bleef oogcontact houden met dat ene meisje. Ik zag dat ze achterom keek, in de bus, en iets berustends in haar blik had. Alsof ze wilde zeggen: laat maar, het heeft geen zin meer.”

Eric: “Ik begon kwaad te worden. Die agenten bleven er zo rustig bij. Een van hen zei: ‘We moeten wachten, we hebben hier geen materiaal voor.’ Hij sprak ook over een briefing die nog moest worden gehouden. Een briefing! Achteraf begrijp je het allemaal wel, het zijn vrij kleine bergstadjes en de lokale hulpdiensten waren hier echt niet op voorzien.”

Marianne: “Het was voor hen een oorlogssituatie.”

Eric: “Wij hebben negen kinderen uit de bus kunnen bevrijden. Pas na ruim drie kwartier is de brandweer gearriveerd met het nodige materiaal. Er werd ons gevraagd te vertrekken.”

Marianne: “Ik wilde daar niet weg voor dat ene meisje in veiligheid was. Ze hebben haar toen uit het wrak gehaald, gelukkig.”

Eric: “Toen we door die tunnel wegreden, begon het gepieker. Hadden we die kinderen daar in die tunnel niet naar hun ouders moeten laten bellen? Maar ja, misschien richt je daar meer slechts mee aan dan goeds. Ik weet nog dat ik in de auto pas merkte dat mijn handen onder het bloed zaten.”

Marianne: “Je handelt op automatische piloot. Je voelt geen emoties, alleen adrenaline. In de auto viel dat weg en kwamen de emoties. Ik wilde iets drinken. Iets stevigs. In Veysonnaz was er een bar. Ik bestelde een dubbele wodka, puur. Het smaakte naar water en ik heb er nog één besteld. Ook die smaakte naar water.”

Eric: “We hebben in onze studio de hele nacht websites en de Zwitserse teletekst zitten checken. Om vijf uur zagen we het staan, op teletekst: 28 doden. We hebben geen oog meer dichtgedaan.”

Marianne: “Als ik terugdenk aan Sierre voel ik me machteloos en kwaad. Ik ging de volgende ochtend naar het mortuarium. Ik wilde een briefje achterlaten voor de ouders, die nog onderweg waren. Wij waren de enige Belgen daar die uitleg konden geven. Ik mocht niet eens in de buurt komen. Een agent had orders gekregen.”

Eric: “De Zwitserse politie is wat militaristisch georganiseerd. Het land heeft een heel veilig wegennet, we mogen deze mensen niks kwalijk nemen. En zodra de reddingsoperatie écht op gang kwam, hebben zij mirakels verricht. Jaren later hebben we het meisje met de verbrijzelde benen teruggezien op een herdenking in Oud-Heverlee. Ze was basketspeelster geworden.”

Bloemen en knuffels bij de ingang van de tunnel na het fatale ongeluk. Beeld Getty Images
Bloemen en knuffels bij de ingang van de tunnel na het fatale ongeluk.Beeld Getty Images

Emmy

Weduwe van co-chauffeur

In de woonkamer in Langdorp staat een hoed op de kast in woonkamer. Het is niet de hoed die Paul Van de Velde (51) die avond droeg. De ramphoed is Emmy Claesen achteraf bezorgd, en ook zijn trouwring en nog een paar spullen. Ze is de weduwe van de chauffeur die 2.222 meter voor de crash het stuur afstond aan zijn collega.

Emmy: “Ze noemden hem Polle Hoed omdat er bij Toptours twee Pauls waren en hij de laatste jaren altijd een hoed droeg. Zo, met die andere hoed daar, die hij vaak heeft gedragen, is Polle nog een beetje hier.

“Toen wij jong waren, ging iedereen in het weekend naar de dancing. Polle droomde ervan om er zelf een te beginnen. Wij kenden veel mensen, het kon niet mislukken. Onze zonen waren nog klein, ik zag dat niet zitten. Hij heeft toen zijn eigen dancing gebouwd, hier op zolder. Hij zat daar avonden na elkaar aan zijn eigen project te knutselen.

“Polle werd elektricien, maar hij had een hekel aan dat stof, van dat trekken van sleuven. Hij had gezien dat je je bij de VDAB kon laten omscholen tot autocarchauffeur. Hij is chauffeur geworden bij Eurolines. Vijf jaar voor zijn dood is hij bij Toptours begonnen. Hij werkte er nog niet zo lang toen hij me zei: ‘Hier blijf ik tot mijn pensioen.’ Ik ben het pas later gaan begrijpen. Toptours is een kleine familie, een bedrijfje waar mensen heel warm en respectvol met elkaar omgaan. Polle was thuisgekomen.”

Het nieuws kwam over de deurbel, halfzes woensdagochtend. Politie Aarschot. Of het zou kunnen dat ze al drie oproepen had gemist?

Emmy: “Ik belde Katia (een van de zaakvoerders van Toptours, red.) en ze vroeg mij of ik tot daar wilde komen. Alsof men dacht dat ik iets zou krijgen als ik het over de telefoon zou moeten horen. Peter, mijn oudste zoon, woonde hier nog. Ik maakte hem wakker, ik heb nog dat beeld van zijn slaperige hoofd boven de lakens: ‘Een ongeval? Dat kan niet! Papa is de beste chauffeur ter wereld.’ Peter is hier beneden wat gaan zoeken op de computer en kwam op een Zwitserse nieuwssite. Daar stond het. Weet u wat Roel, mijn jongste zoon, zei? Precies hetzelfde: ‘Een ongeval? Dat kan niet! Papa is de beste chauffeur ter wereld.’

“Roel is in Gent op de trein gesprongen, heeft in Brussel een taxi genomen en is net op tijd in Melsbroek geraakt. Ik wilde eerst niet meegaan, ik was bang van de blikken van die ouders. Roel zei dat hij wilde weten wat er was gebeurd. Hij heeft mij over de streep getrokken. Ik kwam onderweg naast de andere chauffeursweduwe te zitten. Ze zei me dat ze een halfuur voor het ongeval nog met hem had gebeld, en dat Polle toen achter het stuur zat. ‘Het zal uw man zijn geweest die reed’, zei ze. Dat kwam binnen. Ik besefte opeens dat ik daar nooit mee zou kunnen leven.

“De identificaties in het mortuarium duurden langer dan voorzien. Het begon ernaar uit te zien dat wij zouden moeten kiezen: afzien van een laatste aanraking of de terugvlucht naar Melsbroek missen. Een aantal ouders is toen voor ons opgekomen. Ze eisten ook voor ons het recht op om onze man nog even te zien. Dat was een intens moment, de eerste keer dat ik me niet meer zo geïsoleerd voelde. Een man van het Disaster Victim Identification Team (federale politie, red.) stelde voor om in mijn plaats te kijken. Ik heb erop aangedrongen dat ik hem nog even kon zien, al was het maar een lichaamsdeel of zo. Ze hebben de kist opengemaakt en hem onder een laken gelegd. Alleen zijn rechterhand lag bloot en die heb ik even kunnen aanraken. Ik zag dat zijn trouwring ontbrak, die hadden ze al weggehaald. Ik zag de rand op zijn vinger waar de ring altijd had gezeten. Toen pas wist ik het zeker.

“Een psychologe is toen even gaan praten met haar Zwitserse collega’s. Het staat voor 200 procent vast, zei ze me, dat niet Polle achter het stuur had gezeten. En eigenlijk, zei ze nog, is het eerder 300 procent. Er viel iets van mij af toen ik dat hoorde. Het klinkt stom, maar het was alsof ik weer kon ademen. Buiten vroeg ik de andere weduwe of ze het ook tegen haar hadden gezegd. Ze zei ja. Ik vond dat verschrikkelijk voor haar, op dat moment.”

Olga en Lucas

Moeder en broer van overleden Eline (11)

Olga Leclercq (49) en haar zoon Lucas (19) wijzen het drassige grasperk in de achtertuin aan. Straks, begin of midden maart, zullen zoals elk jaar de krokussen tevoorschijn komen. Ze blijven maar een paar dagen. “We hebben ze zo geplant dat ze een vlinder vormen”, zegt Olga. “Eline hield van vlinders.”

Eline was elf en ging naar basisschool ’t Stekske in Lommel. De Lommelse kinderen zaten vooraan in de bus, die van Sint-Lambertusschool in Heverlee achteraan.

Lucas en Olga: ‘We hebben de krokussen in de tuin zo geplant dat ze een vlinder vormen. Eline hield van vlinders.’ Beeld Damon De Backer
Lucas en Olga: ‘We hebben de krokussen in de tuin zo geplant dat ze een vlinder vormen. Eline hield van vlinders.’Beeld Damon De Backer

Olga: “De telefoon ging die woensdagochtend heel vroeg, om een uur of zes. Het broertje van een meisje op de bus. Hij was in paniek, en zei dat er een heel erg ongeluk was gebeurd. Ik ben naar de buren gerend omdat we een oppas nodig hadden voor Lucas. Wij reden naar ’t Stekske. Voor we goed en wel beseften wat ons aan het overkomen was, stapten we in Melsbroek op een vliegtuig naar Zwitserland. We zijn pas rond zessen ’s avonds aangekomen in de lobby van een hotel in Sion. Die stond helemaal vol met stoelen, wel vijftig. Er waren ouders die een bericht kregen en met de taxi naar een ziekenhuis konden.

“Toen kwam er een hele uitleg van een politieman over het verloop van de reddingsoperatie, met dankwoorden aan de brandweer en de ambulanciers. Iedereen werd uitvoerig bedankt. Een vader stond op: ‘Wij willen weten of ons kind nog leeft.’ Toen pas kregen we het te horen. Van al wie daar nog zat, was het kind overleden.”

Lucas: “Er is natuurlijk ook geen goede manier om zo’n nieuws te brengen.”

Olga: “We hebben twee dagen in die lobby doorgebracht. We moesten vragen beantwoorden over de kleur van de ogen, sproetjes, moedervlekjes, oorbellen. De dag erna mochten we ons kind identificeren. Er waren nog twee meisjes in coma, en we hoopten allemaal dat het onze dochter was. Ik zag een foto van een van hen. De beste vriendin van Eline, bleek achteraf, maar ik kon haar op de foto niet herkennen. Zij heeft het gelukkig gehaald, en daar ben ik heel blij om. Tot de identificatie ben ik blijven geloven dat Eline nog in leven was. Je kunt er niet bij dat je kind er niet meer is. Toen we haar mochten zien, leek het alsof ze sliep. Ik weet nog dat ik hoopte dat ze ‘boe’ zou zeggen, zoals ze thuis zo vaak deed als ik ging kijken of ze al lag te slapen.”

Lucas: “Ik hoorde het toevallig, ’s nachts. Ik had dorst, kwam naar beneden voor een glas melk. Ik hoorde oma aan de telefoon. Ik hoorde aan haar stem wat er met Eline was gebeurd.”

Olga: “In juni, drie maanden na de ramp, zijn we met een groep ouders teruggegaan. We hebben toen foto’s en filmpjes gemaakt in de tunnel en er nadien een ongevallenexpert naar laten kijken.

“Als je in de tunnel staat, zie je het heel goed. Dan denk je: dit kán niet per ongeluk zijn gebeurd. Die stoeprand in de noodnis, waar de chauffeur op is gaan rijden, was achttien centimeter hoog. Hij heeft er zijn rechterwielen op gezet, vijfendertig meter voor het begin van de nis.”

“Helemaal aan het begin van de noodnis zagen wij een zwarte vlek. Rubber. Daar is het wiel buiten de wielkast gegaan, precies daar is er naar rechts gestuurd. Hij heeft niet geremd, hij is blijven sturen. Hij is vijfenzeventig meter lang op die stoeprand blijven doorrijden. De muur van de nis was brandschoon. Geen streepje lak, geen enkele kras.”

Lucas: “Er is gesproken over een klapband, maar onderzoek wees uit dat er niks mis was met de banden. De bus was volledig in orde.”

Steunfonds opgericht

Een groep ouders van overleden kinderen in Lommel richtte destijds een steunfonds op waarmee ze eigen onderzoeksdaden financierden, zoals reconstructies door Canadese en Nederlandse ongevallen­experts. Het leverde niks op, en veel ouders wilden de zaak daarna laten rusten. Olga en Lucas niet.

Olga: “Al tien jaren probeer ik me in het hoofd van de chauffeur te verplaatsen. We hebben meermaals aan mijnheer Elsig (de Zwitserse procureur, red.) gevraagd om bij de telefoonoperator de inhoud op te vragen van twee mms-berichten die de chauffeur om 20.05 en 20.41 uur naar zijn vriendin stuurde. Dat was een halfuur voor de crash. Al het sms-verkeer is bekeken, maar voor die twee mms-berichten moest een aparte aanvraag worden ingediend bij de telecomoperator, en dat is nooit gebeurd.”

Olga: “Tijdens de uitvaartplechtigheid in de Soeverein Arena nam ze het woord. Ze zei dat dit zijn laatste busreis was geweest, en dat hij uit liefde voor haar was gestopt bij dat bedrijf, Toptours.

“Later leerden wij Tom en Katia kennen, de zaakvoerders van Toptours. Zij wisten niet wat ze hoorden. De chauffeur had het weekend daarvoor een sollicitatierit gedaan om voltijds in dienst te komen. Zijn contract lag klaar. Hij zou voortaan elke week busritten naar het buitenland doen. Wat ging er in die laatste minuten door die man zijn hoofd?.”

Lucas: “Aan de tachograaf kun je zien dat de autocar net voor de tunnel aan de rotonde is gestopt en dat de twee chauffeurs van positie zijn gewisseld. De bus heeft daarna exact 2.222 meter en 115 seconden gereden, om dan met 100 kilometer per uur tegen die muur te knallen. Hij heeft niet eens twee minuten gereden.”

Olga: “In het dossier lazen we dat de man dagelijks Seroxat slikte, een antidepressivum dat in de luchtvaart verboden is vanwege de risico’s op ontwenningsverschijnselen bij het afbouwen. We zagen op tv een reportage met Richard en Selma Eikelenboom, die met hun eigen forensisch bureau wereldwijd cold cases heronderzoeken. Mike, mijn man, stuurde een mailtje. De volgende dag belde Selma. Zij legde ons uit hoe gevaarlijk die medicatie is.

“De chauffeur slikte pas sinds twee jaar Seroxat en was begin 2012 beginnen afbouwen. Selma somde zaken op waarin mensen, totaal out of character, opeens de vreselijkste dingen deden. Je had die KLM-stewardess die met een bijl haar man en haar dochter dood hakte (in 2008, in het Nederlandse Badhoevedorp, red.). Je had die Canadees David Carmichael, die in 2004 zijn zoontje van elf wurgde in een hotelkamer (justitie in Canada achtte de man ontoerekeningsvatbaar en liet hem vrij zonder verdere aanklacht, red.). Hij reist al jaren de wereld rond voor lezingen over wat hem overkwam. Altijd weer gebeurt het tijdens het ongecontroleerd afbouwen van Seroxat. Het leek ons evident dat men, met de kennis die er was, ook ging kijken naar hoe de chauffeur in Sierre op de afbouw heeft gereageerd.

“Verschillende onafhankelijke experts hebben het dossier bestudeerd en konden onze vermoedens helaas alleen maar bevestigen. Ze stuurden hun verslagen op eigen initiatief naar procureur Elsig, maar die heeft alles genegeerd.

Was het een flauwte of een stuurfout? Dat laat hij in het midden. Ik wil nog steeds weten hoe het komt dat Eline er niet meer is. Het blijft me bezighouden, al tien jaar lang.”

‘Ik krijg het niet uitgelegd’

Lucas: “We weten ongeveer wat er in Sierre is gebeurd, het wil alleen nooit lukken om het uitgelegd te krijgen. Het is iets onmogelijks om uit te spreken, en dat is best frustrerend. Ik hield er op school een spreekbeurt over. Ik vind het heel moeilijk uit te leggen zonder te klinken als een of andere gek. Telkens als ik dat probeer, hoor ik mezelf denken: ‘Man, wat klink jij gestoord.’”

Olga: “Ik heb lang David Carmichael gesproken na de boekpresentatie van Katinka Newman, The Pill That Steals Lives, in Londen. Want dat is zo gek: in Groot-Brittannië heb je de BBC die enorm veel aandacht schonk aan de risico’s op bijwerkingen bij Seroxat. Je hebt de British Medical Journal, die in 2015 na jarenlang wetenschappelijke research aantoonde hoe producent GlaxoSmithKline de resultaten van eigen onderzoek naar schadelijke bijwerkingen had achtergehouden.”

“Ik vroeg David Carmichael hoe je zo’n psychose ervaart. Nou, zei hij, het idiote is dat je heel helder lijkt te denken. Het valt helemaal niet op. Mensen hebben niet in de gaten dat je psychotisch bent. Het is niet zo dat je als een zombie handelt of raar uit je ogen kijkt. David dacht die nacht in die hotelkamer écht dat zijn zoontje een gevaar was.”

De weduwe van de chauffeur heeft de suggesties over een wanhoopsdaad altijd afgedaan als “een kaakslag”.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234