Vrijdag 01/07/2022

InterviewDunstan Bruce

‘We woonden in een kraakpand waar we alles deelden, tot onze onderbroeken toe’

Dunstan Bruce. Beeld rv
Dunstan Bruce.Beeld rv

‘He drinks a whisky drink, he drinks a vodka drink, he drinks a lager drink, he drinks a cider drink.’ 25 jaar geleden scoorde het Britse zootje ongeregeld Chumbawamba een hit van Poperinge tot Anadyr met ‘Tubthumping’, een bont zuiplied waarvan geen mens zich ooit de titel kon herinneren. Dat Chumbawamba geen zoveelste onehitwonderverhaal is, mag blijken uit I Get Knocked Down, een carrière-omspannende documentaire die deze week het nieuwe film- en muziekfestival Everything UK in Gent afsloot.

Noud Jansen

I Get Knocked Down wordt verteld vanuit het standpunt van frontman Dunstan Bruce – ooit een linkser dan linkse activist die vastbesloten was om de wereld te veranderen, nu een wat zwaarmoedige zestiger die zich hardop afvraagt wat al dat gezwaai met rode vlaggen nu eigenlijk heeft opgeleverd, en hoe het, op de drempel van de herfst van zijn leven, met hem verder moet.

Dunstan Bruce: “De meeste mensen kennen Chumbawamba alleen van ‘Tubthumping’. Ze hebben geen idee dat we in 1997 al 15 jaar bestonden en erna nog eens 15 jaar hebben bestaan. Dat zinde me niet, dus ik dacht: laat ik een film maken die het hele verhaal vertelt. Te beginnen bij het begin: de provinciestadjes in Noord-Engeland waar we allemaal zijn opgegroeid in arbeidersgezinnen, en waar we als tieners van onze sokken werden geblazen door de punk van de late jaren 70. Die muziek heeft ons gevormd, vooral op politiek vlak. Rond ons 20ste zijn we als overtuigde lefties in een kraakpand in Leeds gaan wonen waar we alles deelden, tot onze onderbroeken toe. En in 1982 zijn we daar Chumbawamba begonnen, een groepje waarmee we onze onvrede over zo’n beetje álles wilden ventileren.

“Onze ambitie was om het stokje van de anarchopunkers van Crass over te nemen en er onze eigen richting mee uit te rennen. En dat deden we ook – tot ‘Tubthumping’ alles veranderde. Buiten onze politieke overtuiging, weliswaar: we hebben onze principes nooit verloochend, ondanks al de roem en het geld. En daar ben ik trots op.”

Uit I Get Knocked Down leerde ik dat jullie in 1998 een aanbod van zegge en schrijve 1,75 miljoen euro hebben afgewimpeld om ‘Tubthumping’ te gebruiken in een Nike-commercial. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om!

“Je hebt gelijk, zoiets bestaat niet meer. Maar wij wilden nu eenmaal niks met Nike te maken hebben, en daar sta ik nog altijd vierkant achter.

“Een paar jaar later zijn we wel overstag gegaan toen General Motors een ander nummer, ‘Pass it Along’, voor een Pontiac-reclamespotje wilde gebruiken. Niet onbelangrijk detail: de opbrengst, 82.000 euro, hebben we helemaal weggegeven aan twee activistische groeperingen die campagne voerden tégen General Motors vanwege de slechte arbeidsomstandigheden bij de autobouwer. Een geslaagde grap, vind ik nog altijd. Een beetje in de geest van het situationisme.

“Geloof het of niet, maar een kwarteeuw na dato krijgen we nog altijd geregeld aanbiedingen om ‘Tubthumping’ te gebruiken voor reclamespots en soundtracks. Ieder aanbod wordt zorgvuldig gewikt en gewogen door alle betrokkenen, waarna we een democratische beslissing nemen. ’t Is een dunne koord om te bewandelen. Uiteraard willen we allemaal graag het inkomen behouden dat dat nummer ons nu al 25 jaar bezorgt – niemand van ons hoeft een 9-tot-5-job te doen – maar boven alles willen we onze integriteit bewaren. Tot nu toe lukt dat aardig.”

Heeft het jullie destijds eigenlijk verrast dat ‘Tubthumping’ een wereldhit werd?

“Volkomen. Het beste bewijs is de titel: het woord ‘tubthumping’ komt niet één keer in de tekst voor. Vanuit marketingtechnisch oogpunt is dat wel het stomste dat je kunt doen, want die titel is nooit blijven hangen – ‘Hé dj’, ging het destijds in de pubs, ‘zet dat nummer van ‘I get knocked down’ nog eens op?’ En toch werkte het: ‘Tubthumping’ stond in geen tijd wereldwijd aan de top van de hitlijsten.”

Na vijftien jaar in de underground van de ene dag op de andere pal in de schijnwerpers staan: hoe beviel dat?

“Uitstekend. Het avontuur op zich was al plezierig, maar ‘Tubthumping’ gaf ons ook de kans om de mainstream te infiltreren en van binnenuit te ondermijnen. Een 20ste-eeuws paard van Troje! Daar genoot ik nog het meest van.

“Goed, niet iedereen in de band dacht er zo over. Enkele leden wilden zo snel mogelijk terug naar de underground, wat de voornaamste reden was waarom onze tijd in het middelpunt van de belangstelling niet zo lang geduurd heeft. We waren nu eenmaal een collectief: iedere stem was evenveel waard.

“Maar gedurende een jaar of anderhalf, misschien wel twee, hebben we gretig gebruikgemaakt van het mondiale platform dat ons werd geboden. Overal waar we kwamen – en we kwámen ineens overal – spraken we onze steun uit voor plaatselijke linkse politici. En vrijwel altijd wanneer we door de radio of de televisie werden uitgenodigd, namen we de gelegenheid te baat om een standpunt over deze of gene politieke kwestie te uiten. Dat werd ons niet bepaald in dank afgenomen: de keren dat we werden teruggevraagd, zijn op één hand te tellen. (lacht)

Op de BRIT Awards van 1998 veroorzaakten jullie commotie toen je bandmaat Danbert Nobacon een emmer ijswater over het hoofd van toenmalig vicepremier John Prescott van Labour uitkieperde.

“Ja, en eerder die avond hadden we op het podium ook al de tekst van ‘Tubthumping’ veranderd: ‘New Labour sold out the dockers / Just like they sold out the rest of us. Ik heb me laten vertellen dat de organisatie dat allemaal maar matig kon appreciëren, maar zelf ben ik nog altijd erg in mijn nopjes met die acties.

“Het deed me ook ontzettend veel plezier dat voormalig Crass-boegbeeld Penny Rimbaud, die ik voor de film ben gaan bezoeken, zich die avond nog goed kon herinneren. Hij vertelde zelfs dat die emmer ijswater de enige reden was waarom hij het ons vergaf dat we ooit bij een mastodont als EMI getekend hadden. (grinnikt) One of a kind, hoor, Penny Rimbaud.”

Dat mag je wel zeggen: ik denk niet dat veel bijna-tachtigers tot een poedelnaakte slangendans te porren zijn.

(lacht) Dat was zijn idee. En hij hoefde het resultaat niet eens ter goedkeuring terug te zien, kun je ’t je voorstellen?”

U zingt dezer dagen bij Interrobang?!, een punkgroepje waarmee u de achterafzaaltjes van Noord-Engeland afschuimt. Het nam me voor u in dat u in de film eerlijk laat zien dat die achterafzaaltjes vaak slechts voor de helft gevuld zijn.

“Mijn ego is niet zo groot dat ik iedereen altijd wil laten zien hoe geweldig het met me gaat. De realiteit is wat ze is, en dat wilde ik niet verbloemen.

“Eén van mijn favoriete muziekdocumentaires, die me overigens ook geïnspireerd heeft voor de mijne, is 20.000 Days on Earth over Nick Cave. Mijn enige probleem met die film, hoe voortreffelijk ik Cave verder ook vind, is dat de overgrote meerderheid van de mensen die ernaar kijken nooit in de mogelijkheid zal verkeren om te doen wat hij doet of te zijn wie hij is. Wij – en dan bedoel ik: ikzelf en mijn coregisseur Sophie Robinson – wilden een film maken waarmee de kijker zich kan identificeren. Het overgrote deel van de mensheid worstelt om er wat van te maken in het leven. Ik ook.”

Vooral in het eerste deel van de film geeft u een terneergeslagen indruk. Bent u depressief?

“Dat wás ik. Toen I Get Knocked Down net klaar was en ik de eerste scènes terugzag, schrok ik: ‘Ben ik echt die man geweest?’ Dat ik me nu stukken gelukkiger voel dan toen, heeft alles met deze film te maken. Vier à vijf jaar heb ik eraan gesleuteld, en die jaren voelden als één langgerekte therapeutische sessie. Door in mijn Chumbawamba-verleden te spitten, ben ik erin geslaagd om me van de last van dat verleden te ontdoen en heb ik – eindelijk – vrede met mezelf.”

You got knocked down, but you got up again?

(lacht) God, dat klinkt zo pathetisch. Maar wat kan ik zeggen? Het is wáár.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234