Woensdag 10/08/2022

'We zeggen niet: beste kinderen, zo zijn jullie'

Het Speelteater van Eva Bal bestaat dit jaar officieel twintig jaar. Vieren doen ze het voorlopig niet in Gent; in de Kopergietery is men immers te druk bezig met allerlei andere projecten. Bal, zopas barones geworden, twijfelt er nog steeds niet aan dat ze voor en met kinderen wil werken. Enkele van de kinderen van toen zitten nog steeds in de artistieke branche. Zij halen herinneringen op.

Eva Bal over 20 jaar Speelteater, haar levenswerk

Ik wist niet zo goed wat me overkwam toen ik, nu dertien jaar geleden, voor het eerst de repetitieruimte van het Speelteater in Gent binnenkwam. Het gezelschap bereidde Het geheime dagboek van Adrian Mole voor, ik zou mijn licentiaatsthesis maken over hun bewerking van Sue Townsend's bestseller. Oudere Speelteater-voorstellingen als Tijdelijk geschift of Neusjes waren me als tiener steeds bijgebleven, vandaar de keuze om me voor mijn eindwerk niet terug te trekken in een universiteitsbibliotheek, maar een paar maanden lang wekelijks naar Gent te sporen. In het lokaal waar ik terechtkwam om de repetities bij te wonen, werd geschaterd, geroepen, getrokken en geduwd, uitbundig gedaan, geïmproviseerd. En ik dacht 'help!' en bleef stil in mijn hoekje zitten terwijl de dames en heren acteurs de ruimte inpalmden, fysiek en verbaal.

Sindsdien is er veel veranderd. Het Speelteater ruilde de lokalen in de Gouvernementstraat in hartje Gent in voor een eigen theaterzaal, de Kopergietery, dichtbij de Dampoort, dat ook als kunstencentrum fungeert. Een vast gezelschap is er niet meer. De acteurs van toen, waaronder Ineke Nijssen, Jeanne Pennings, Kurt Defrancq en Jacob Beks, zijn uitgezwermd, komen in sommige gevallen tijdelijk weer. Enkelen werden BV, een letterwoord dat in 1987 nog niet bestond. Ook het landschap waarin het Speelteater werkt, is niet meer hetzelfde. Was het vroeger haast alleenheerser in het Vlaamse jeugdtheater, vandaag zijn er vele collega's bijgekomen die de aandacht opeisen. Internationaal gaat het het gezelschap momenteel voor de wind. Producties als Voetstappen in de nacht (een regie van Eva Bal, in samenwerking met zoon Vincent) of Komosha (Johan De Smet) zijn, acht jaar nadat Europa werd afgereisd met het poëtische Landschap van Laura, hits in het buitenland. Voetstappen, naar Simenon, wordt momenteel in vier talen gespeeld. Lang nadat de eindverhandeling was ingediend en de verlegenheid was overwonnen, bleef ik het gezelschap voor de krant volgen. Soms van dichtbij, soms van een iets grotere afstand.

Misschien is er ook weer niet zoveel gewijzigd bij het Speelteater. Kinderen, hun belevenissen en levenswereld vormen nog steeds de inspiratiebron. Theater tonen aan jongeren en hen ook zelf laten creëren in theater, dans of muziek, daar gaat het nog steeds om. En Eva Bal, zopas barones geworden, staat na twintig jaar nog steeds aan het roer. En praat nog altijd met evenveel vuur over haar Speelteater. Soms valt er geen speld tussen te krijgen. "Ik heb nooit de keuze gemaakt om voor kinderen te werken, zegt ze, het wás zo en ís zo. Ik heb er nooit aan getwijfeld. Nooit, nee, echt nooit." Is er intussen geen afstand gegroeid tussen haar en hen? "Contact met jongeren is niet gebonden aan leeftijd. Dat héb je. Er zijn dingen veranderd, ik kan niet zo goed overweg met e-mail enzoverder, maar dat beïnvloedt dat contact met kinderen niet. Ik ben altijd inspiratie blijven putten uit jeugdtheater en heb altijd geprobeerd thema's zo intens mogelijk uit te werken en zo helder mogelijk neer te zetten. Een echt recept daartoe is er natuurlijk nooit." Of Eva Bal zich kan voorstellen dat ze het huis op een dag uit handen zou geven, om alleen nog maar te regisseren? "Ja, dat kan ik best", antwoordt ze."Regisseurs en acteurs zijn ook gekomen en gegaan, ze keren soms ook weer terug. Het is goed om met elkaar samen te werken rond een bepaald project, of voor enkele jaren. Om dan weer ieder je eigen weg te gaan. Talent gaat zich op een bepaald ogenblik gewoon anders richten. Zo is het heel denkbaar dat ik de dagelijkse leiding overdraag en wel bijvoorbeeld nog regisseer."

Eigenlijk had ze al een Speelteater voor ogen toen ze vijftien jaar was, en in Nederland woonde: "Ik stelde me een soort van Bijenkorf voor, een warenhuis voor kunst. Op elke etage zou je iets anders kunnen zien. Theater, film en tentoonstellingen. Op de trap zou je 's middags je boterhammen kunnen opeten. Repetities bijwonen van acteurs. Als jongere zelf theater maken." Bij sommige Nederlandse gezelschappen, vertelt ze, kon je als jongere na afloop van een voorstelling een praatje gaan maken met een acteur over wat hij had gedaan, of werd een voorstelling ingeleid. "In mensentaal dan." In Vlaanderen bestond zoiets nauwelijks. Jeugdtheater was synoniem voor sprookjestoneel. 'Volwassen'-voorstellingen werden zo gebracht dat je er als jongere maar weinig door geraakt werd.

Eva Bal werd door de toenmalige minister van Nederlandstalige Cultuur uitgenodigd om het jeugdtheater in Vlaanderen 'nieuw bloed te geven'. "Mij werd gevraagd om na te gaan of er geen mensen waren wier talent hen ertoe dreef om voor jongeren theater te maken. Die dat dus niet zomaar deden, of uit betutteling." Hoe ze daarbij zou tewerkgaan, bleef open. Ze regisseerde bij andere gezelschappen, gaf cursussen, maar begreep al snel dat ze op die manier wellicht in het ijle zou blijven werken. En dus werd het Speelteater opgericht. De toenmalige regeling was zo dat het nieuwe gezelschap slechts voor producties zou kunnen worden gesubsidieerd, niet voor theaterateliers met jongeren of om andere gezelschappen uit te nodigen, hoewel dat van meet af aan de bedoeling was. Kunstencentra bestonden toen nog niet. Bij het Speelteater is het niet altijd gemakkelijk om doorheen de gepresenteerde producties, meestal het werk van verschillende regisseurs, een bepaalde stijl te ontwaren. "Tja, een kunstenaar als Christo, die is gemakkelijk te 'vatten'", antwoordt Bal op die opmerking, "hij pakt vanalles in. Wij gaan nieuwe uitdagingen aan, zijn divers, en misschien is juist dat kenmerkend. We moeten ons toch niet in patronen dwingen om naar buiten toe herkenbaar te zijn? Er gebeurt hier zoveel levendigs en complex, dát is misschien ons waarmerk. Het vreemde is dat buitenlanders Komosha en Voetstappen in de nacht, hoe uiteenlopend ook, als echte Speeltheaterproducties zien. Allicht omdat de 'oplossingen' in de beide gevallen door jonge mensen worden aangereikt." Tijdelijk geschift of, twintig jaar later, Komosha, en inderdaad vele voorstellingen daar tussenin, sluiten dicht bij de wereld van jongeren of kinderen aan. Maar dreig je, indien je alleen maar zulke producties afficheert, jongeren om zo te zeggen niet op te sluiten in die eigen leefwereld? Waarom zouden ze niet met Griekse tragedies mogen worden geconfronteerd, of met de klassiekers uit de literatuur? Voor Eva Bal is die tegenstelling een faux problème, klassiekers of tragedies kunnen ook: "Helemaal in het begin speelden we De geschiedenis van Reynaert de Vos, gebaseerd op de autenthieke tekst. De makers kiezen vrij de stof die hen raakt en waarin ze zich herkennen. Voor elke regisseur ligt dat anders. Het is nooit de bedoeling geweest om een spiegel voor kinderen en jongeren te plaatsen en te zeggen: kijk, zo zijn jullie.

Wel denk ik dat het 'nu' en de maatschappelijke context waarin kinderen leven, belangrijk zijn. Het zijn niet altijd berekende keuzes, wanneer dat in een productie zit. Je doet het omdat je wezenlijk geraakt wordt. Zoals bij Achter glas, dat ging over een kind dat zo waanzinnig moest vechten om te overleven. De verdwaalden, de losers: waar komen ze vandaan? Waar moeten ze naartoe? Mij zullen die thema's altijd blijven boeien. In Voetstappen moet een vader 's nachts zijn kind alleen laten om te gaan werken. Als je dan op een school bent naar aanleiding van die voorstelling en je merkt de aarzeling bij sommige kinderen wanneer je quasi luchtig poneert dat dat bij hen allicht toch niet gebeurt... Kijk, het bestaat dus en kinderen willen er wel over communiceren. Zoveel onder hen dreigen door de mazen van het net te vallen, ze lopen voortdurend vlakbij de afgrond."

Een aantal dingen die het Speelteater doet blijft min of meer verborgen voor een ruimer publiek, al wil men volgend seizoen de deur meer openzetten. Gast-artiesten leiden ook workshops."We nodigden het Hans Hof Ensemble, uit de danswereld, uit met enkele voorstellingen. Ze gaven een workshop en zullen volgend jaar weer op onze eigen affiche opduiken, naar aanleiding van een groot internationaal project uit Berlijn, Zeit, waaraan we deelnemen. Naar aanleiding van de productie Cowboys van HETPALEIS werkten jongerengroepen rond hetzelfde thema. Bart Meuleman zette een schrijversworkshop op, voor jong en oud. Uit de teksten van twee jonge schrijvers over het Internet en de mogelijkheden of onmogelijkheden tot communicatie die dat medium biedt, maakte een jonge Nederlandse regisseur een productie. Vier schrijvers, Pascale Platel, Geertrui Daem, Paul Pourveur en Frank Vander linden hebben we gevraagd een monoloog te schrijven, elk geïnspireerd door een kind. Dat project groeide uit de ervaring met een jongen die hier niet zo goed functioneerde in groep, maar als hij op zijn eentje was, veel bleek te zeggen te hebben. Daar werd indertijd een monoloog van gemaakt. De teksten van de vier zullen in een volgende fase door kinderen, die worden begeleid door regisseurs, worden gespeeld. In ee ntweede fase zullen volwassen acteurs met de teksten aan het werk gaan.

Weet je, niet alles wat hier gebeurt wordt afgerond, soms wel, soms niet. Er broebelt veel, er gebeuren hier fascinerende dingen waar je, soms meteen, soms later, op kan verder borduren. We merken dat voor die organische manier van werken heel wat interesse bestaat, ook uit het buitenland. Soms komen ze hier een paar dagen rondlopen om te zien hoe het toegaat."

Succes in het buitenland; Vlaamse gezelschappen pakken er graag mee uit, ook het Speelteater. Alleen, waar staat dat buitenland voor? Allicht is het onbescheiden om te stellen dat het Vlaamse en Nederlandse jeugdtheater een niveau heeft bereikt dat buitenlandse gezelschappen zelden halen, maar helemaal onwaar is het niet. Spelen Benelux-gezelschappen in het buitenland soms - alweer, we zijn onbescheiden- geen eenoog in het rijk der blinden? Eva Bal reageert bedachtzaam. "Ik heb niet de neiging om daar een oordeel over te geven. Het is gewoon anders in het buitenland, er wordt anders gewerkt en daardoor krijg je andere producties. Ik was een jaar in Canada op uitnodiging van het festival Les Coups de Théâtre dat me had gevraagd een remake te maken van Mijnheer Bach! Mijnheer Bach. De omstandigheden waarin de acteurs daar werken zijn zo helemaal anders dan hier. Ze hebben bijvoorbeeld geen maand- of repetitieloon, alleen een licht verhoogd voorstellingsloon. Ze krijgen de garantie dat ze zestig voorstellingen kunnen spelen, en moeten voor het geld dat ze krijgen, ook repeteren.

Overdag repeteren ze dus drie à vier shows in én dan moeten ze nog eens naar de televisie. Als regisseur moet je dus duidelijk al patronen in je hoofd hebben om ze de acteurs snel te kunnen aanleren. Wat van mij werd verwacht, was juist om te tonen dat acteurs mee kunnen creëren. Het is uiteindelijk een erg moeilijk proces gebleken, omdat er nauwelijks was gedacht aan de omkadering van een voorstelling. Belichting bijvoorbeeld. Ik wou wat de belichter bijtijds bij het productieproces werd betrokken omdat het licht een eigen stem is in de voorstelling, terwijl men in Canada eerder van uit gaat dat er gewoon een plens licht moet zijn waar de actie zich op dat moment afspeelt. De belichter komt er dan ook pas twee dagen voor de première opdagen, tevoren komen alleen zijn assistenten kijken. "

Het belangrijkste voor mij wat betreft de internationale tournees die we nu doen, is dat samenwerkingsverbanden mogelijk worden. Johan De Smet is bijvoorbeeld ondertussen al gevraagd in Ierland, Rusland en Israël. Als er bij wijze van spreken elektriciteit kan ontstaan tussen de twee buitenlandse partners, dan kan dat volgens mij echt wel iets nieuws opleveren. "

Heeft Eva Bal ergens spijt van? "Oh, spijt of niet. In de voorstellingen die ik zelf heb gemaakt, zie ik achteraf wel vrij goed waar ik steken heb laten vallen, waar ik het niet gehaald heb en waar ik dan weet dat het aan mezelf lag. En soms denk ik ook wel: het had sneller gekund, de uitbouw van het Speelteater, was er niet zo'n hard gevecht om middelen geweest. Nu heeft het 15 jaar geduurd voor we een eigen theater hadden. Maar dàt we deze eigen plek hebben, dàt we kunnen werken, dat we partner zijn in internationale projecten, dat kinderen en jongeren de grondstof blijven aanreiken voor ons werk en dat ze zelf blijven creëren, dat is het belangrijkste en dat heeft toekomst."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234