Vrijdag 12/08/2022
null Beeld Marie Mgeysen
Beeld Marie Mgeysen

Lust & Liefde

"Weet je nog,’ zei hij, ‘hoe ik op je onderbroekje mocht kussen als ik raadde welke kleur dat had?'"

Veertig jaar was Therèse (72) gelukkig getrouwd. Toen stierf haar man. En moest ze, ondanks of dankzij het enorme verdriet, weer terugdenken aan haar eerste grote liefde, als tienermeisje. Hoe zou het hem vergaan zijn? 

Corine Koole

"Nadat mijn man een paar jaar geleden was ­overleden, moest ik opeens sterk denken aan mijn eerste verliefdheid toen ik een jong meisje was. Ik zal niet beweren dat die jeugdvriend gedurende mijn huwelijk steeds in mijn hoofd heeft gezeten, maar helemaal verdwenen is hij nooit. Op ons zeventiende deelden we een bijzondere aantrekkingskracht. Hij was een creatieve jongen die als trompettist met zijn band in parochiezalen optrad en ik was zijn trotse lief dat altijd in het publiek stond. Na een paar maanden maakte hij het uit. Hij hield van me, zei hij, maar zijn echt grote liefde was de muziek. Hij had een aanbieding gehad van een Duitse band en zou ­binnenkort vertrekken. Dat vertelde hij me op onze vaste plek naast de rivier. Uit onmacht sloeg ik hem heel hard in het gezicht. Ik vroeg nog, een beetje onbenullig: ‘Wat zegt je moeder hiervan?’ Toen hij een moment later weer begon te twijfelen en zijn woorden dreigde ­ongedaan te maken, weerhield ik hem daarvan.

“Kinderen waren we. En toch begreep ik toen al dat het geen zin had hem tegen te houden, de kracht van de muziek was te hevig. Het idiote was: onze verkering heeft in totaal een paar maanden geduurd, maar het duurde drie jaar voor ik hem kon vergeten. Geen jongen kon tippen aan de gedichten die hij schreef, aan zijn zachte aanrakingen, de manier waarop hij fluisterend toestemming vroeg om zijn hand op mijn borsten te ­leggen. Ik bleef zijn concerten bezoeken, tot ik na drie jaar de man tegenkwam met wie ik trouwde en een leven lang zeer gelukkig zou zijn.

“Het was dan ook niet uit spijt over mijn huwelijk dat ik na mijn mans plotselinge dood opnieuw contact zocht met mijn muzikant, niet uit weemoed over een foute jeugdbeslissing, maar uit nieuwsgierigheid en meer nog, uit een soort wens te leven. Mijn man was dood, maar ik was er nog. Ik kreeg meteen antwoord op mijn mail en ons eerste telefoongesprek duurde tweeënhalf uur. Hij wist alles nog en noemde details uit onze korte verhouding die ik zelf allang vergeten was. ‘Weet je nog,’ zei hij, ‘hoe we langs het water lagen in het gras en hoe ik je rok omhoog wilde doen en op je onderbroekje mocht kussen als ik raadde welke kleur dat had?’ Ik moest lachen en zag alles nog voor me. Die onderbroekjes bedekten mijn hele buik en taille, hadden de kleuren geel, rood, roze, en waren van degelijk katoen. Mijn moeder kocht ze bij de Hema. Zijn beschrijvingen brachten een heel verleden tot leven. Ik zag ineens weer hoe ik na zo’n kuis kusje op dat katoen, nooit ernaast, nooit eronder, altijd een beetje moest huilen. Hoe hij dan vroeg: ‘Waarom huil je?’ En hoe ik antwoordde dat ik huilde van geluk. ‘Maar we hebben het nooit gedaan hè’, vroeg hij nu door de ­telefoon. ‘Nee’, antwoordde ik: zo gingen die dingen vroeger. In de jaren vijftig hadden we maar één mantra: niet zwanger worden, niet zwanger worden.

“Het hernieuwde contact verkwikte me en langzaam begon het te dagen dat het bruuske einde van mijn bijna veertig jaar huwelijk niet het eeuwige einde van alle liefde hoefde te zijn. Al snel begon ik hem vaker te ­bellen. Zo raar eigenlijk hoe die nieuwe, meisjesachtige verliefdheid kon groeien, en bestond naast de doffe rouw van de oude vrouw die ik natuurlijk ook was. Twee parallelle sporen, het een niet belangrijker of groter dan het ander. Wonderlijk, hoeveel uitingen liefde gelijktijdig kan hebben.

“Een aantal keer hebben we op het punt gestaan af te spreken, maar uiteindelijk durfde hij niet. Mijn telefoontjes brachten hem in de war. ‘Je weet niet wat je met me doet’, zei hij strak. En vreemd genoeg werd mijn verliefdheid daardoor niet minder maar meer. Als ik hem had ontmoet, was me waarschijnlijk opgevallen dat hij oud was geworden, zwaarmoedig en gevoelig. Nu hoorde ik alleen die mooie stem die nauwelijks veranderd was. We spraken uren over elkaars leven, ik vertelde over mijn man en hij over zijn vrouw. Niks lelijks, al merkte ik dat hij, hoewel succesvol in de muziek, niet echt gelukkig was. Tijdens die telefoongesprekken leek het of ik naast hem zat, opnieuw langs het water. Ik zei om het licht te houden tussen ons: ‘Je moet dit hernieuwde contact zien als een passerend schip’. Maar dat was niet helemaal ­eerlijk, want ik begon steeds meer naar hem te verlangen.

“Ik had het erover met mijn dochter, die begreep het wel. Maar anderen zeiden: hoe kun je zo snel na de dood van je lieve man nu verliefd worden op een ander? En natuurlijk vroeg ik mezelf dat ook af. Toch zag ik er niks onethisch in. Deze man was zo vertrouwd. De gesprekken met hem hielpen de pijn van het verlies van mijn man niet te verzachten, maar wel om meer greep op mijn ingestorte leven te krijgen. Alle goedbedoelde woorden van familie en vriendinnen waren lief, maar bevestigden ook dat ik alleen was in mijn verdriet. Niemand die echt weet hoe het is om je man te verliezen. Het contact met mijn jeugdliefde maakte me weer even een sociaal wezen, een vrouw, meer dan alleen weduwe. De liefde was echt, is echt, geen opportunisme, en bood troost. Nu pas liet hij me weten hoe hij als zeventien­jarige gehuild had nadat hij het had uitgemaakt.

“Vijftien maanden heeft het contact dit keer geduurd, zo’n twintig telefoongesprekken. Toen zei hij: ‘Ik wil met rust gelaten worden. Ik raak te veel van slag hiervan’. Ik heb hem daarna nog een boek gestuurd waarvan ik wist dat hij het graag wilde hebben, maar kreeg geen reactie meer. Bij wijze van afscheid heeft hij nog gezegd: ‘Misschien komt er later een tijd dat het wel kan, wij samen’. Daar houd ik me nu aan vast, als ik hem brieven schrijf die ik nooit verstuur. Ik weet hoe onvoorspelbaar het leven kan zijn, mijn man leek onsterfelijk en was ­binnen drie maanden dood. Verzet tegen verdriet heeft geen zin, alleen veerkracht helpt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234