Dinsdag 26/10/2021

AchtergrondDieren in bosbranden

Welk dier overleeft zo’n gigantische vuurzee?

Brandweerman Bruce Wells gaat het vuur te lijf dat woedt in het Sequoia National Forest in de Sierra Nevada in Californië, 25 augustus. Beeld Patrick T. Fallon / AFP
Brandweerman Bruce Wells gaat het vuur te lijf dat woedt in het Sequoia National Forest in de Sierra Nevada in Californië, 25 augustus.Beeld Patrick T. Fallon / AFP

Wat doen de natuurbranden die onder meer Canada, Siberië en Zuid-Europa deze zomer teisteren met het dierenleven in de getroffen gebieden? Dat er dramatische gevolgen zijn ligt voor de hand, maar het verhaal is veel ingewikkelder.

Dat vele dieren omkomen bij een grote natuurbrand, staat vast. De beelden van al of niet levende verschroeide Australische koalaberen na de bosbranden van begin vorig jaar zitten nog in het collectieve geheugen.

Maar hoe tegenstrijdig het misschien ook klinkt, brand kan ook heilzame effecten hebben op de natuur, zegt Femke Hilderink, adviseur internationale landschappen bij het Wereld Natuur Fonds (WNF). “Het kan bijvoorbeeld leiden tot verjonging van de vegetatie in een gebied. Dat is gunstig voor soorten die een open landschap nodig hebben, zoals grazers, sommige insectensoorten en weidevogels.”

Een onverwacht bijeffect is er verrassend genoeg soms ook voor het zeeleven, als zich dat nabij de brand bevindt. De as die de zee op waait, kan het water voedselrijker maken voor kleine waterinsecten, en daarmee voor vissen. Veel hangt dan af van de hoeveelheid as en de vraag of niet ook chemische blusmiddelen in het water terechtgekomen zijn.

Tekort aan soortgenoten

Maar de hevige natuurbranden die zich op de huidige schaal voordoen in onder meer Canada, Siberië en Zuid-Europa zijn volgens Hilderink voornamelijk verwoestend. Slachtoffers vallen niet alleen door het vuur zelf, maar meer nog door de gevolgen ervan. Door de rook stikken dieren, er kan voedseltekort ontstaan. En op de vlucht door kaal, verbrand gebied lopen zwakkere en kleinere dieren eerder de kans in de klauwen van roofzuchtige carnivoren te eindigen. Op iets langere termijn kan door de vele slachtoffers een tekort aan soortgenoten ontstaan, waardoor voortplanten moeilijker wordt. Ook kunnen migratieroutes van trekdieren verstoord worden door brand, wat hun kans op overleven ook weer verkleint.

Branden bedreigen niet alleen rechtstreeks individuele dieren, een probleem is vaak ook dat de vuurzee de hele samenstelling van landschappen ingrijpend verandert. Mobiele soorten als zoogdieren en vogels kunnen daaraan ontsnappen. Maar daarmee zijn niet alle problemen van de baan. Matthew Scrafford, wetenschappelijk medewerker bij de Canadese Wildlife Conservation Society, legde onlangs tegenover de Canadese tv-zender CBC uit wat de recente (en nog altijd woekerende) branden in Canada deden met de veelvraat, een marterachtig zoogdier met zeer territoriale en agressieve eigenschappen. Veel dieren waren weliswaar in staat om te vluchten voor de vlammen, de vraag was alleen waar ze naartoe moesten, in een gebied waar al veel verstoring bestaat door houtkap, mijnbouw en andere menselijke activiteiten. Als buiten de brandhaarden al geschikte territoria te vinden waren, dan werden die reeds bezet door soortgenoten. Het gevolg: de dieren bevechten elkaar op leven en dood. “We zien zoveel veelvraten met ontbrekende ogen, oren en gehavende zijkanten van hun schedel”, zei Scrafford over de huidige branden. Het gevolg van felle onderlinge gevechten. Scrafford: “Er is zware concurrentie om leefgebied en er ontstaat strijd om de vrouwtjes.”

Veerkracht van bossen

Natuurbranden zijn natuurfenomenen wanneer ze niet door de mens zijn veroorzaakt. De natuur is er in principe op berekend. Mediterrane bossen zijn er volgens Ignas Heitkönig, ecoloog aan de Wageningen Universiteit, beter op voorbereid dan de oude bossen in arctische gebieden als Canada en het westen van de Verenigde Staten. “De frequentie van bosbranden is in zuidelijker gebieden, onder meer door droogte bij de hogere gemiddelde temperaturen daar, hoger dan bijvoorbeeld in Vancouver en omstreken. Planten en bomen zijn er min of meer op aangepast, die veren eerder terug nadat een brand is uitgewoed.” Bossen vol oude eeuwenoude bomen hebben die flexibiliteit veel minder.

Een hert in de dikke rook van een Californische bosbrand in augustus. Beeld AFP
Een hert in de dikke rook van een Californische bosbrand in augustus.Beeld AFP

`De natuur heeft een grote veerkracht, zegt Heitkönig. “Lokale dierpopulaties kunnen uitsterven. Maar als na enige tijd de vegetatie terugkeert, zullen exemplaren uit de omgeving terugkeren en kan op termijn de populatie zich herstellen.”

Veel hangt daarbij af van de vraag of een soort ‘endemisch’ is: wanneer een diersoort nog enkel voorkwam in het getroffen gebied, is de kans groot dat met een hevige brand de soort voorgoed verdwenen is. Soorten die sterk territoriaal zijn, of die zich enkel nestelen in holtes van zeer oude bomen, hebben het extra moeilijk.

Droge bliksem

De ervaring leert volgens Heitkönig dat de veerkracht van de natuur afneemt naarmate de frequentie van branden toeneemt. Dat is het geval door zogeheten ‘droge bliksem’: als gevolg van klimaatverandering blijven forse regenbuien steeds vaker uit bij onweer. Deze ‘droge bliksems’ werken dan als een ontstekingsmechanisme voor de droge natuur zoals de bougie in een automotor.

Dat probleem ziet ook de Canadese veelvraatonderzoeker Matthew Scrafford op zijn onderzoeksterrein. “Er is zeker een verband tussen de verhoogde frequentie van bosbranden, de ernst ervan en de negatieve effecten op de veelvraat”, constateert hij.

Hoe groot het effect van branden op dierpopulaties precies is, blijft in z’n algemeenheid moeilijk te zeggen. Snel na de felle branden die in Australië begin vorig jaar 8,4 miljoen hectare natuur vernietigden, schatte Christopher Dickman, hoogleraar ecologie aan de universiteit van Sydney, dat “meer dan een miljard dieren” zouden zijn omgekomen in de vlammen , van wallaby’s en kaketoes tot honingeters. Er werd gevreesd voor het voortbestaan van de reuzenkoeskoes en de grote suikereekhoorn, waarvoor enkel de (verbrande) eucalyptusbomen een voedselbron zijn. Ook de buidelmuis, die alleen nog voorkwam op het zwaar getroffen Kangaroo Island, zou mogelijk uitsterven door de branden.

De uitspraken van Dickman klonken stellig, maar ze waren vooral een schatting, gebaseerd op oud onderzoek dat werd omgerekend naar het oppervlakte van de toen woekerende brand. Zeker is dat getal van een miljard nog steeds niet.

Volgens ecoloog Heitkönig staat wel zo goed als vast dat in Australië soorten zijn uitgestorven door de branden, al was het maar omdat soms door een brand een toch al zeldzame soort verdwijnt doordat andere soorten de overhand krijgen en de bedreigde soort als het ware gaan overwoekeren. “Maar vaak weten we niet precies hoeveel exemplaren van dezelfde soort er in een bepaald gebied zaten. Dat is een van de lastigste dingen van ecologie: je moet vaak schattingen maken, maar met enorme marges.”

Dynamische wereld

Ook Femke Hilderink van WNF ziet de moeilijkheden van dat soort beweringen. “Na de branden in Australië zullen kwetsbare soorten, zoals vogels die afhankelijk zijn van holtes in oude bomen, natuurlijk proberen alternatieve plekken te zoeken. Naarmate dat minder goed lukt, wordt de kans op succesvol voortplanten kleiner. Wanneer door brand minder voedsel beschikbaar is, kan dat de groei van de jongen belemmeren, en daarmee hun overlevingskansen. Dat zijn langetermijneffecten die je niet direct kunt meten.”

Volgens ecoloog Heitkönig is het beeld dat media geven van een brand vaak te weinig gelaagd om een goede indruk te krijgen van de betekenis en gevolgen. “De vraag wat branden doen voor het dierenleven en de natuur in het algemeen is heel sterk afhankelijk van de locatie. Wat de media tonen, zijn vaak plaatjes van omgekomen of getroffen dieren en gebieden. Achter elk fragment daarvan schuilt een groot ecologisch verhaal van een zeer dynamische wereld, waar lange en korte processen op verschillende niveaus op elkaar inwerken. De complexiteit daarvan is gigantisch, er zijn dan ook geen snelle oplossingen voor het fenomeen bosbrand. Wij mensen willen dat wel, maar zo werkt het niet in de natuur.”

Tellen, tellen, tellen

Daarom is het zo belangrijk dat het bestaan van soorten en de schade van brand in bepaalde gebieden beter in kaart wordt gebracht, zegt ook Hilderink van WNF. “Het is belangrijk om tellingen te verrichten, zowel voor als na hevige branden. Op basis daarvan weet je hoe groot de schade is en kun je gerichte maatregelen nemen om soorten te helpen. Wanneer door brand bijvoorbeeld veel nestbomen zijn verdwenen, kun je soorten helpen door nestkasten in het gebied te hangen, of door de aanplant van nieuwe bomen.”

Daar belanden de ecologen op een teer punt. Nu de frequentie van natuurbranden als gevolg van menselijk handelen en de bijbehorende klimaatverandering zo toeneemt, neemt volgens Heitkönig de noodzaak toe om voorspellende modellen te ontwerpen, analoog aan klimaatmodellen, om beter te kunnen inspelen op mogelijk brandgevaar. “Dat loopt vast op geld. Voor medisch onderzoek wordt vele malen meer geld uitgetrokken dan voor ecologisch onderzoek. Begrijpelijk, zeker na corona, maar het budget voor ecologisch onderzoek bedraagt nog geen 10 procent van het medisch budget. Dan wordt goed onderzoek heel lastig.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234