Maandag 16/05/2022

AchtergrondVirus

Welke pandemie kan hierna komen? De virussen die experts het meest vrezen

null Beeld Wannes Nimmegeers
Beeld Wannes Nimmegeers

Het gevaar van een pandemie is niet geweken omdat we er net een hebben gehad. Dus wat komt er na corona: filo, nipah of toch weer corona? Een overzicht van de gevaarlijkste virussen die kunnen overspringen uit het dierenrijk.

Maarten Keulemans

Een jaar voordat in Wuhan corona oversprong op de mens, krabbelde 4.000 kilometer verderop een doodzieke, 28-jarige verpleegkundige genaamd Lini Puthussery iets op een briefje. Voor haar man. ‘Ik denk niet dat ik je nog zal zien. Sorry. Voed onze kinderen alsjeblieft goed op.’

Een week eerder had de vrouw drie patiënten verzorgd die in de Zuid-Indiase deelstaat Kerala in het ziekenhuis waren opgenomen met een geheimzinnige aandoening. En nu had ze de ziekte zelf. Hoge koorts, verlammende hoofdpijn, spierpijn, braken. Tegen de tijd dat haar echtgenoot vanuit zijn werk in Bahrein in Kerala arriveerde, was ze al nauwelijks meer aanspreekbaar. Puthussery overleed de volgende ochtend, met achterlating van haar man en twee zoontjes, van 2 en van 5.

Nipah. De naam zal weinig mensen iets zeggen, maar dat is de virusziekte die haar had getroffen. Van de negentien mensen die besmet raakten overleden er zeventien – een sterfte van 90 procent. Gelukkig kreeg men de uitbraak onder controle. Maar er zijn ook aanwijzingen dat het virus zich via de lucht begint te verspreiden. Reden waarom nipah hoog scoort op alle lijstjes van zorgwekkende, mogelijk pandemische virussen.

De coronacrisis mag voorbij lijken, opgelucht ademhalen is er voor virologen en epidemiologen niet bij. ‘Ik mag hopen dat de politiek nu een beetje is wakker geschud’, zegt Ron Fouchier (Erasmus MC), een van de virologen die ook vóór corona al veelvuldig wees op het gevaar van pandemische virussen.

Viroloog Marion Koopmans pleitte afgelopen zomer in The Lancet, samen met twee collega’s, voor een wereldwijd systeem van vroege detectie van nieuwe probleemvirussen. Niet alleen verdacht zieke patiënten, maar ook rioolwater, slachtafval en dieren die veel in contact komen met de mens, op boerderijen en in het wild, zou men structureel moeten bemonsteren, op zoek naar verdachte nieuwe virussen.

Dat is best duur en ‘technisch uitdagend’, erkennen de wetenschappers. Maar wel hard nodig. Want het gevaar van pandemieën is niet geweken, nu we er net een hebben gehad.

Integendeel. Corona bewijst juist dat onze wereld gevoeliger is voor overspringende nieuwkomers uit het dierenrijk dan ooit, schrijven de drie. Door een perfecte storm van razendsnelle natuurontginning, massale veeteelt, wereldhandel op volle toeren en reizigers overal.

Wat het volgende pandemische virus is? Niemand die het precies weet. ‘Als je een eeuw achterom kijkt, is duidelijk dat het opnieuw een luchtwegvirus zal zijn’, stelt coronaviroloog Eric Snijder (LUMC) vast. Bovendien zal het gaan om een virus dat besmettelijk is voordat de patiënt doodziek op bed ligt, denkt arts-microbioloog Mariet Feltkamp (LUMC), ‘zodat je steeds achter de feiten aanloopt.’

En: het virus zal vast een zogeheten RNA-virus zijn. Zulke virussen hebben een tamelijk flexibel genetisch bouwplan, goed voor ‘snellere evolutie en aanpassingen aan nieuwe gastheren’, constateert arts-microbioloog Matthijs Welkers (Amsterdam UMC).

Het vervelende is: dan houd je nog steeds veel virussen over. Los nog van de virussen die we níét kennen, of waarvan experts het domweg niet verwachten. Uit zeker vijf hoeken zou de volgende crisis kunnen komen. Een overzicht – voor de niet al te weekhartigen.

1. Griep

Opeens is het virus overal. In plassen, in natuurgebieden, op boerderijen. Met vogels – en nu en dan een vos – die om hun as draaien, zwaar gedesoriënteerd, en uiteindelijk dood neervallen. De oorzaak? Het vogelgriepvirus, genaamd H5N1. ‘De virulentie ervan bij dieren is dusdanig dat we er echt angst voor hebben’, zegt griepexpert Fouchier.

Toch acht Fouchier voor de mens het gevaar groter van een ánder griepvirus: het ‘Euraziatische aviaire H1N1-virus’, een vogelgriep die sinds 1979 rondgaat in varkens. Daarvandaan springt het elk jaar wel honderden keren over op mensen.

‘Het is nog een beetje vogelvirus, maar wel al gewend aan zoogdieren’, vertelt Fouchier. ‘En dit virus hoeft maar één keer te landen in iemand die immuungecompromitteerd is en die het virus niet goed kan kwijtraken, en dan kan het muteren en kan het losgaan.’ Een nieuwe grieppandemie kan dan een feit zijn.

Je mag hopen dat mensen enige bescherming tegen het virus hebben. Maar dat is, zeker voor kinderen die nog geen H1N1-infectie meemaakten, ‘moeilijk in te schatten’, zegt Fouchier. Zo heeft het virus uitsteeksels die flink verschillen van de al rondgaande griepvirussen en ook een behoorlijk afwijkend binnenwerk. Ons immuunsysteem zal het waarschijnlijk niet goed herkennen.

Veel onwaarschijnlijker, maar verontrustender, is dat de vogelgriep H5N1 de sprong naar de mens maakt. Van de 861 mensen die vorig jaar de griep ‘sporadisch’ opliepen en ermee in het ziekenhuis belandden, overleden er 455: een sterfte van ongeveer 50 procent. Bovendien was de mediane leeftijd van de geïnfecteerden slechts 19 jaar, en was de helft van de overledenen onder de 40: een nachtmerrie als dat virus zou muteren tot een versie die van mens tot mens gaat.

Enige troost: aan vaccins wordt gewerkt. Zo staat Fouchiers groep op het punt een H5-vaccin te testen, op kleine groepjes mensen in de VS. Of het op tijd is? Niemand die het weet.

2. Filovirussen

Op vakantie in Oeganda was de 41-jarige Astrid Joosten uit Nederland op excursie geweest naar een grot, om een reusachtige python te bekijken. Eenmaal daar bleek het er ook te wemelen van de fruitvleermuizen. De vloer was bedekt met poep, waar ze overheen moest glibberen.

Weer terug in Nederland kreeg Joosten hoge koorts. Ze belandde in het ziekenhuis, waar ze zieker en zieker werd. Haar nieren vielen uit en ze werd overgebracht naar het LUMC in Leiden, waar ze in isolatie werd geplaatst. Daar verslechterde haar situatie verder. Ze kreeg huiduitslag, oogontsteking, diarree, leverfalen, een opgezwollen gezicht en bloeduitstortingen over haar hele lichaam.

Vlak voordat ze in kunstmatige coma werd gebracht, probeerde haar man haar nog op te beuren. Maar Joosten sloeg haar ogen open en schudde het hoofd. ‘Zonder woorden zei ze: dit was het dan’, vertelde haar man achteraf tegen het Eindhovens Dagblad. En dat klopte. Op 11 juli 2008, vier dagen nadat ze was opgenomen, overleed ze, aan de gevolgen van de ziekte genaamd Marburg.

Filovirussen zijn vernoemd naar het Latijnse woord ‘filum’, voor draad. Dat is hoe ze er door de microscoop uitzien: als draadjes, of wormpjes. Ebola is veruit de bekendste telg van de familie, maar Marburg is er dus ook. En pas op, schreef viroloog Ab Osterhaus samen met zijn collega Byron Martina kort na het Nederlandse ziektegeval in vakblad EMBO Molecular Medicine: ze roffelen steeds nadrukkelijker aan de deur.

Zo worden filo-uitbraken niet alleen frequenter en groter, maar ook onvoorspelbaarder. Bij de grootste uitbraak van Marburg, in Angola in 2004, raakten 250 mensen besmet, van wie liefst 90 procent overleed. En bij de grote uitbraak van ebola in West-Afrika, tien jaar later, kwamen ruim elfduizend mensen om, 40 procent van iedereen die de ziekte kreeg.

Geluk bij een ongeluk: filovirussen besmetten via lichaamsvloeistoffen, zoals bloed, ontlasting of speeksel. ‘Als je een meter afstand houdt tot de patiënt, gebeurt er niks’, zegt Fouchier. ‘Bovendien is het een heel zichtbare ziekte. Dat maakt dat je patiënten makkelijk kunt isoleren.’

Aan de andere kant is er de angst dat de virussen, met hun soepel evoluerende RNA, zich op een kwade dag gaan verspreiden via de lucht. ‘Je kunt het nooit uitsluiten. Voor alle RNA-virussen geldt: hoe meer circulatie, des te groter de kans dat ze zich aanpassen tot iets wat makkelijker wordt overgedragen’, zegt viroloog Chantal Reusken (RIVM). ‘Dan hebben we echt een probleem.’

Ebola lijkt zelfs al een beetje te kunnen vliegen, zij het alleen over korte afstand, via speeksel. Nog een griezelige ontdekking kwam vorig jaar aan het licht: in Guinee leefde het virus ineens weer op, via iemand die het kennelijk vijf jaar sluimerend onder de leden had gehad. Alweer een truc die men nog niet kende.

Belangrijk lichtpunt is dat er tegen ebola inmiddels twee vaccins bestaan. Tegen Marburg zijn er diverse in onderzoek. Dat scheelt, denkt Feltkamp. ‘Ik denk dat er zeker filovirusuitbraken blijven komen, maar dat het met het beschikbaar komen van de vaccins niet tot een pandemie komt.’ Ook Koopmans vermoedt dat ziekten als ebola en Marburg vooral regionaal zullen blijven. ‘Maar ze kunnen periodiek wel echt grote problemen veroorzaken.’

3. Een volgend coronavirus

Het is een kwestie van logisch nadenken, vindt arts-microbioloog Jan Kluytmans (UMC Utrecht). ‘Corona is alleen al deze eeuw drie keer voorgekomen, in de vorm van sars, mers en het huidige coronavirus, sars-cov-2. Het is duidelijk dat deze virussen in veel dierlijke reservoirs zitten. Dus nog een coronavirus lijkt me het hoogste risico.’

Tot de eeuwwisseling stonden coronavirussen bekend als voor de mens tamelijk ongevaarlijk. Vier gaan er immers al rond bij mensen en die bezorgen ons doorgaans niet meer dan een stevige verkoudheid. Maar toen was daar opeens de longziekte sars, dodelijk in tot wel een op de zes gevallen. ‘Als dat een pandemische vorm had aangenomen, hadden we echt een majeur probleem gehad’, zegt Kluytmans.

Niet geruststellend dus dat er nog honderden coronavirussen rondgaan in het wild, bij soorten uiteenlopend van vleermuizen tot schubdieren. Neem het coronavirus dat de longontsteking mers veroorzaakt (kort voor: ‘Middle East respiratory syndrome’). Het springt soms over van dromedarissen naar de mens, maar gaat in een enkel geval ook over tussen mensen die nauw contact met elkaar hebben. En dodelijk is het een op de drie keer. ‘Je moet er echt niet aan denken dat er een mers-coronavirus opduikt met een besmettelijkheid zoals sars-cov-2’, zegt Reusken.

Ook het huidige coronavirus is nog niet uitgewoed. ‘Corona heeft al een paar keer laten zien dat het de wereld in korte tijd kan overspoelen met een nieuwe variant die alle vorige volledig wegdrukt’, constateert arts-microbioloog Bert Mulder (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis). En denk niet dat de opeenvolgende varianten steeds onschadelijker worden: het is juist alleszins denkbaar dat een volgende variant weer ziekmakender is, waarschuwden Italiaanse virologen onlangs in vakblad Nature Microbiology.

Zorgen zijn er ook om de sars-cov-2-virussen die van de mens weer zijn overgegaan op dieren, en daar misschien nieuwe evolutionaire aanpassingen ondergaan. Zo vond men in het riool van New York aanwijzingen voor coronavirussen die mogelijk rondgaan in ratten en waarop antistoffen nauwelijks nog greep hebben. In Ontario gaat het coronavirus rond in herten en van de omikronvariant bestaat het vermoeden dat het virus is ‘gerijpt’ bij muizen, waarna het weer terugsprong op de mens. ‘Het punt met coronavirussen is dat ze zoveel verschillende dierlijke gastheren hebben’, constateert epidemioloog Patricia Bruijning (UMC Utrecht). ‘Dat maakt ze een potentieel grote dreiging.’

Schrale troost is dat de wereld wel ervaring heeft met coronavirussen. Wellicht kan men snel een vaccin tegen eventuele nieuwkomers in stelling brengen, mocht dat nodig zijn – als de huidige coronavaccins niet al de scherpe kantjes van een besmetting afhalen.

4. Arbovirussen

Zomaar een patiënt met zware hoofdpijn en hoge koorts, leek de 60-jarige slager die eind 2008 werd opgenomen in een Soedanees streekziekenhuis. Tot hij diarree kreeg en bloed begon te braken, en ook zijn zus werd binnengebracht, met ernstige vaginale bloedingen. Drie ziekenhuismedewerkers, twee familieleden en drie medepatiënten werden aangestoken; van de tien zieken overleden er zes.

Het gevolg van een tekenbeet, bleek achteraf. Die moet het ‘Krim-Congovirus’ hebben overgedragen op een van de dieren die de slager had uitgebeend. Via bloed en lichaamsvocht kon het virus zich vervolgens verspreiden, eerst naar de slager, vervolgens van mens naar mens.

Gele koorts. Zika. Dengue. Westnijl. Riftvalleikoorts. Mayaro. Usutu. Het zijn zomaar enkele van de onheilspellende namen van virussen die in elk geval één ding met elkaar gemeen hebben: ze worden overgedragen door muggen of teken. Vandaar hun informele verzamelnaam ‘arbovirussen’, naar de geleedpotigen (‘arthropod’) die de drager zijn (‘borne’).

En nu de geleedpotigen in kwestie door klimaatverandering, wereldhandel en verstedelijking uitgesmeerd raken over steeds grotere delen van de wereldbol, neemt ook de dreiging van de nieuwe ziekten toe. Neem het geval van het Italiaanse dorp Castiglione di Cervia, iets onder Ravenna. Exotische tijgermuggen hadden zich er al langer gevestigd. Maar toen kwam de lont in het kruitvat: een reiziger die in India besmet was geraakt met het chikungunyavirus.

De muggen begonnen het virus door te geven van mens tot mens, en zo’n tweehonderd Italianen werden ziek. Niemand overleed, maar mals was de uitbraak niet. De ziekte, vernoemd naar het Swahili voor ‘alles wat buigt’, geeft extreme gewrichtspijn, die maanden of zelfs jaren kan na-ijlen.

Dergelijke uitbraken zijn doorgaans goed te bedwingen – in Italië loste men het op door onder meer regentonnen en fonteinen droog te zetten – maar hinderlijk zijn ze wel. Zo wijzen diverse epidemiologen erop dat zika in feite ook al een pandemie was, zij het alleen op het zuidelijk halfrond. ‘En de muggen zien we op steeds meer plaatsen dan voorheen’, signaleert viroloog Bart Haagmans (Erasmus MC).

Geen pandemie dus die zoals corona met veel spektakel de wereld overrompelt, maar eerder een hardnekkig probleem dat zich geleidelijk opdringt en steeds meer overlast gaat geven. ‘Waar muggenoverdraagbare infectieziektes voorkomen, is erg ecologisch bepaald’, zegt viroloog Chantal Reusken (RIVM), die net een boek over muggenvirussen schreef. ‘Daardoor ga je de omvang van sars-cov-2 niet krijgen.’

Hoewel ook dat in stoten kan gaan, zoals zika bewijst. ‘Een soort rampscenario’ zou het wat Reusken betreft zijn als de gele koorts overslaat naar de dichtbevolkte megasteden van India en Indonesië in Zuidoost-Azië. ‘Men is daar nauwelijks tegen gele koorts gevaccineerd. Dat zou echt grote schade geven.’

Nog zo’n vulkaan die op uitbarsten staat, is die van het mayarovirus, een tropische muggenkoorts in Zuid-Amerika. ‘Die heeft ook de potentie om het zuidelijk halfrond af te werken, zeg maar. Het verbaast me dat het nog niet is gebeurd’, zegt Reusken.

5. Paramyxovirussen

En nipah, die afschuwelijke bloederkoorts die de Indiase verpleegkundige Lini Puthussery ertoe aanzette haar afscheidsbriefje te schrijven? Virologen vertrouwen het voor geen cent. ‘Als het gaat om virussen die ons kunnen verrassen, staat nipah bij mij hoog’, zegt Koopmans.

Dat is niet in de laatste plaats omdat het virus er steeds beter in lijkt te slagen om van mens naar mens te springen. Zo is hoesten de laatste jaren een van de symptomen van de virusziekte geworden: een aanwijzing dat nipah er beter in slaagt de keel te infecteren, waarvandaan we het na wat keelkriebel de wereld in kuchen. Misschien ons grootste voordeel is, gek genoeg, dat nipah zo dodelijk is. Geïnfecteerden overlijden doorgaans voordat ze het virus aan veel mensen doorgeven – het besmettingsgetal R van het virus is in praktijk maar een half.

Het nipahvirus staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een uitgebreide familie virussen waarover veel virologen zich zorgen maken. Dat zijn de paramyxovirussen, met mazelen, bof en parainfluenza als de bekendste telgen, en als nauwe verwant het RS-virus waarmee jaarlijks zo’n tweeduizend kinderen in het ziekenhuis belanden. ‘Het virus met de hoogste R-waarde is mazelen’, redeneert Welkers. ‘Dus uit deze groep is zeker een potentiële nieuwkomer te verwachten die pandemisch kan worden.’

De mogelijkheden zijn inderdaad legio, signaleerde een Amerikaanse onderzoeksgroep kort voor de coronacrisis, in een tobberig overzichtsartikel. Geregeld zijn er op de soortengrens tussen mens en dier incidentjes met paramyxovirussen.

Zo slaat in Australië nu en dan het dodelijke ‘hendravirus’ over van paarden op de mens, liep in Soedan een jonge bioloog het ‘sosugavirus’ op en overleden in China drie mijnwerkers aan een waarschijnlijk van ratten afkomstig ‘mojiangvirus’. Dichterbij kan het ook: in 2020 schreven Belgische virologen in een door corona ietwat onderbelicht gebleven artikel in Nature dat Europese egels vaak drager zijn van het ‘belerinavirus’, een paramyxovirus met nog volstrekt onbekende besmettelijkheid voor de mens.

Talloos zijn de plannen en ideeën om een nieuwe pandemie te voorkomen. Zo kauwt de Europese Commissie met de WHO op een pandemieverdrag dat onder meer het delen van virusgegevens moet stroomlijnen en heeft Brussel het onderzoeksconsortium Isidore opgetuigd voor vroege signalering van nieuwe virussen bij mens en dier. Zo zijn er nog meer initiatieven en projecten, met namen als Ecraid, BeyondCovid en VEO, voluit Versatile Emerging Infectious Disease Observatory.

Maar onderzoek is nog geen draaiend systeem van virusdetectie en in praktijk wil het enthousiasme nog weleens verdampen als de aandacht verslapt, weten alle betrokkenen. In Leiden herinnert hoogleraar virologie Louis Kroes zich hoe hij drie jaar na de bijna-pandemie van sars samen met zijn collega Jan Wilschut uit Groningen een expertbijeenkomst van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken bezocht. ‘Jan en ik deden ons uiterste best om duidelijk te maken dat een pandemie écht een heel reële dreiging was. Maar ik had toch het idee dat wij een beetje beleefd werden aangehoord, als die adviseurs uit die Klaverblad-reclames: men wilde er niet echt aan’, verhaalt Kroes.

En dat met al die virussen op de stoep. Als dat deze keer maar goed gaat, wil de hoogleraar maar zeggen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234