Dinsdag 05/07/2022

ReportageAfghanistan

Werkende vrouwen in Afghanistan laveren voorzichtig om de taliban heen: ‘Wij zussen onderhouden de familie’

De entree van een schoonheidssalon in Kaboel. De gezichten van de vrouwen zijn weggeverfd. Bij sommige winkels doen de taliban dat, soms doen de eigenaren het zelf uit voorzorg. Beeld REUTERS
De entree van een schoonheidssalon in Kaboel. De gezichten van de vrouwen zijn weggeverfd. Bij sommige winkels doen de taliban dat, soms doen de eigenaren het zelf uit voorzorg.Beeld REUTERS

Na een halfjaar taliban is nog steeds onduidelijk wat ze met de vrouwen in Afghanistan voor ogen hebben. Op veel plekken is er geen hoger onderwijs voor meisjes, vrouwen worden geweerd uit het openbaar bestuur. Toch is de situatie niet zo wreed als gevreesd. Twee carrièrevrouwen uit Kaboel trekken zich zo weinig mogelijk aan van de nieuwe machthebbers.

Rob Vreeken

Op de vraag wat ze van de komst van de taliban vindt, geeft Najia Alizada in eerste instantie een verrassend antwoord: “De meeste mensen vinden het slecht, maar ik zie het als een kans.”

O? Een kans, het streng-islamitische regime dat de meeste scholen voor oudere meisjes heeft gesloten? Dat de kledingregels voor vrouwen heeft aangescherpt en hun bewegingsvrijheid heeft ingeperkt? Dat vrouwen in overheidsdienst naar huis heeft gestuurd, behalve die in het lager onderwijs en de gezondheidszorg?

Alizada is een hoogopgeleide, naar Afghaanse begrippen progressieve vrouw met een goede baan, lid van de in het verleden door de taliban slecht behandelde Hazara-minderheid. In gedrag en lichaamstaal is ze duidelijk anders dan de meeste Afghaanse vrouwen. Kordater, zelfverzekerder. Haar stem klinkt gedecideerd. Ze draagt de kleding die ze ook vóór de taliban droeg: strakke spijkerbroek, lichtblauw overhemd, oranje hoofddoek. Ze hoeft echter maar een blik naar buiten te werpen, hier vanuit haar kantoor in het centrum van Kaboel, om te beseffen dat de vrouwen van Afghanistan slechter af zijn onder de taliban. Hoe kan zij hun machtsovername als een kans zien?

Dan, als ze het toelicht, blijkt het niet om de maatschappelijke positie van de Afghaanse vrouwen in het algemeen te gaan, maar van haarzelf: die is erop vooruitgegaan. Alizada werkt op het kantoor in Kaboel van Samuel Hall, een internationale consultancyfirma op het gebied van migratie. Ze doet onderzoek in de Afghaanse provincies, verzamelt data onder ontheemde families.

Na de val van Kaboel werden haar buitenlandse collega’s geëvacueerd, zoals zoveel expats. Een van hen was de directeur. En zie: Alizada maakte promotie en leidt sindsdien het bureau, tevens regionaal hoofdkantoor van Samuel Hall. “Ik ben nu de baas”, zegt ze op nuchtere toon. “Voor mij is het een kans.”

Dat kunnen niet veel vrouwen in het huidige Afghanistan zeggen, dat geeft ze grif toe. “Ik ben een uitzonderlijk geval, de komst van de taliban heeft veel vrouwen geraakt. Velen hebben geen werk meer. Ze zitten thuis, dat is mentaal slecht. En als ze dan aan de vorige talibanregering denken, wordt het een nachtmerrie.”

Schrikbeeld

Het talibanbewind uit 1996-2001 is het grote schrikbeeld. Voor vrouwen gold een algeheel verbod om te werken. Meisjes mochten niet naar school, ook de jongsten niet. Vrouwen moesten de allesbedekkende boerka dragen en konden niet zonder mannelijke begeleiding de straat op. Op alle ge- en verboden werd streng toegezien, overtreders konden klappen met de zweep krijgen.

Het nieuwe talibanregime heeft een deel van de vrijheden die de Afghaanse vrouwen hadden veroverd weer ingeperkt. Maar zo erg als 25 jaar geleden is het niet. Nóg niet? Dat is de grote vraag. De lagere scholen zijn opengebleven voor meisjes, maar over de toekomst van het middelbaar en hoger onderwijs voor hen moet de talibanregering nog duidelijkheid geven. Wat de regels voor de arbeidsmarkt worden, is niet bekend.

Op straat in Kaboel is te zien dat de meeste vrouwen zich voor de zekerheid conservatiever zijn gaan kleden, maar de boerka is in de centrale wijken zeldzaam. Ook in het zuidwestelijke deel van de stad, waar de Hazara’s wonen, is het allesbedekkende kledingstuk nauwelijks te zien. In de sjiitische Hazara-cultuur genieten vrouwen meer vrijheden dan in andere bevolkingsgroepen. De taliban zeggen dat vrouwen de hidjab moeten dragen, maar wat zo’n kledingstuk precies behelst, zeggen ze er niet bij.

Tegelijk staat vast dat vrouwen van veel verworvenheden zijn beroofd. In het openbaar bestuur is voor hen niet langer plaats. Opvanghuizen zijn gesloten, vermoedelijk voorgoed. Het ministerie van Vrouwenzaken werd het ministerie ter Bevordering van Deugd en Bestrijding van Zedeloosheid. De wet over geweld tegen vrouwen zal door de nieuwe machthebbers niet erg serieus worden genomen.

Maar voorlopig kan Alizada haar werk blijven doen, als leidinggevende van zeventien stafleden. “Onder wie drie vrouwen: twee schoonmaaksters en ik”, zegt ze. Met het personeelsbeleid van de particuliere sector bemoeien de taliban zich tot nu niet, al stellen ze wel regels voor de werkvloer op. Vrouwen en mannen moeten in aparte kamers werken, vrouwen moeten een mahram meenemen, een mannelijk familielid, als ze de provincie ingaan. “Ja, dat doen we allemaal, maar we nemen het niet erg serieus”, zegt het hoofd ad interim van Samuel Hall.

Reuzensprong

De 29-jarige Najia Alizada belichaamt de maatschappelijke reuzensprong die nogal wat Afghaanse vrouwen de laatste twintig jaar hebben gemaakt. Ze komt uit een conservatieve familie uit de provincie Parwan. “Onderwijs voor meisjes was taboe. Het was een schande voor de ouders als mensen een meisje buiten zagen.”

In 1995 vluchtte het gezin naar Iran, en het was daar dat haar analfabete moeder doordrukte dat haar vier dochters naar school zouden gaan. Vooral na de terugkeer in Afghanistan in 2003 ging het hard. Najia was de beste van de klas, ging naar de Universiteit van Kaboel, kreeg een beurs voor de American University in Kaboel, de beste universiteit van het land, en studeerde in 2020 af in bedrijfskunde.

Najia Alizada: ‘Wij werkten en steunden onze ouders. Toen de familie dat zag, steunden zij hun dochters ook. Nu gaan al mijn nichtjes naar de universiteit.’ Beeld
Najia Alizada: ‘Wij werkten en steunden onze ouders. Toen de familie dat zag, steunden zij hun dochters ook. Nu gaan al mijn nichtjes naar de universiteit.’

En nu zit ze hier, op haar nieuwe positie in haar kantoor. Zij als de belofte van een land dat plotseling werd beroofd van de hoop dat alle beloften ook worden ingelost. Het is de vraag of nieuwe generaties jonge vrouwen in staat zullen zijn haar voorbeeld te volgen, met de taliban aan de macht.

“Mijn succes moedigde andere familieleden aan om ook hun dochters naar school te sturen”, zegt ze. “De traditie was: een zoontje geboren is geluk, een dochter is een last. Mijn moeder had vier dochters en twee zoons. ‘Jullie hebben pech’, zei mijn oom, die veel zoons had. Maar mijn neven werden verslaafden. Ze hadden geen werk, ze steunden hun familie niet. Wij werkten en steunden onze ouders. Toen de familie dat zag, steunden zij hun dochters ook. Nu gaan al mijn nichtjes naar de universiteit.”

Ook de jongens in Alizada’s ouderlijk huis deden het aanzienlijk slechter dan de vier zussen, van wie er twee arts zijn en een ook bedrijfskunde deed. Beide zoons zijn alleen naar de lagere school gegaan. “Voor mannen is geld verdienen belangrijker dan studeren”, zei de familie. Met als gevolg dat ze nu allebei werkloos zijn. “Wij zussen onderhouden de familie. In andere families zie ik dat ook.”

Kwetst dat niet de mannelijke trots van de broers, financieel afhankelijk zijn van hun zussen? Alizada lijkt de vraag oprecht niet te begrijpen. “Hoe bedoel je? Trots? Nee, we zijn één als familie, we steunen elkaar. Zo gaat dat in Afghanistan.”

Onduidelijke plannen

Een dag later, hetzelfde kantoor. Diana Farhat (30) heeft Alizada gevraagd of ze bij Samuel Hall terechtkon voor het interview. De locatie, dat was immers een probleem. Bij haar eigen werkgever, de hulporganisatie Care, is het lastig. En een ontmoeting met een mannelijke verslaggever in diens hotel is uitgesloten, evenals een gesprek in een restaurant. Zo zijn de mores in het Afghanistan onder de taliban: een vrouw kan niet in het openbaar met een vreemde man worden gezien. En dat een blonde buitenlander ‘vreemd’ is, is uiterst zichtbaar.

Ook Farhat is zo’n jonge Afghaanse vrouw die haar talenten heeft kunnen ontplooien. Ze werkt als landbouwspecialist bij Care, maar was ook journalist/presentator bij radio en tv en maakte een reeks documentaires, onder andere over vrouwen in het leger. Trots is ze op haar serie Afghaanse succesvrouwen voor Arzo TV. “Ik heb in één jaar 180 vrouwen geïnterviewd.”

Diana Farhat: ‘Studeren vereist een gezonde omgeving. Vrouwen en meisjes zijn beroofd van hun doelen en aspiraties.’ Beeld
Diana Farhat: ‘Studeren vereist een gezonde omgeving. Vrouwen en meisjes zijn beroofd van hun doelen en aspiraties.’

Aanvankelijk wist ze niet goed wat te denken van de taliban. Zouden ze veranderd zijn? Op straat lieten ze vrouwen met rust, zei ze tijdens een eerste gesprek in november. “Maar misschien is het de stilte voor de storm, we kennen hun plannen niet.” Inmiddels is ze aanzienlijk negatiever. “Vrouwen zijn geslagen, beledigd en vernederd”, zegt ze. “Het zijn extremisten die niets van de islam weten.”

Het middelbaar en hoger onderwijs is nog altijd voor meisjes en vrouwen gesloten, zegt Farhat. “Hun beloften over heropening geloof ik niet. En als dat gebeurt met de adembenemende voorwaarden die ze daarbij stellen, zullen veel meisjes van school gaan. Studeren vereist een gezonde omgeving. Vrouwen en meisjes zijn beroofd van hun doelen en aspiraties.”

Omdat de richtlijnen voor het vergezeld worden door een mahram niet eenduidig zijn, neemt de landbouwspecialist bij werkbezoeken in de provincie voor de zekerheid haar broer mee. “Mijn man heeft het te druk.”

Al met al is het voor Farhat duidelijk dat de taliban vrouwen beschouwen als ‘wegwerpmateriaal’, zegt ze. “Iets dat je na gebruik weggooit. Ze hebben geen respect voor vrouwen.”

Voor Najia Alizada is het een ‘eeuwige strijd’, vrouw zijn. “Het eerste gevecht is met je familie en met de culturele normen. Dan volgt het gevecht buiten. Niet-geaccepteerd worden, lastiggevallen worden. Dat was altijd al zo. Nu hebben we ook nog eens de taliban.”

Tijd dringt voor heropening scholen voor oudere meisjes

Onderwijs voor meisjes en vrouwen is voor de westerse donorlanden de belangrijkste toetssteen bij het beoordelen van het talibanregime. “Ik heb benadrukt dat de middelbare scholen voor meisjes in heel Afghanistan eind maart weer open moeten zijn”, tweette EU-gezant Tomas Niklasson vorige week vanuit Oslo. Samen met vertegenwoordigers van de VS en enkele Europese landen had hij in de Noorse hoofdstad gepraat met een delegatie van de nieuwe Afghaanse machthebbers.

Talibanpremier Hassan Akhund zei eerder al tegen persbureau AP ernaar te streven de scholen na het Afghaanse Nieuwjaar (eind maart) te kunnen heropenen. Of dat gebeurt is uiterst onzeker. Het Afghanistan Analysts Network (AAN) stelt dat “er geen tekenen zijn van voorbereiding” op heropening.

Tegelijk is er landelijk een gevarieerd beeld. In vijf provincies zijn de middelbare scholen voor meisjes nooit of hooguit kort gesloten geweest, zo stelde Unicef in oktober vast. In november gingen de scholen in Herat en Zabul open, en onderzoekers van Afghanistan Analysts Network zagen dat ook in Ghazni, Kunduz en Faryab oudere meisjes weer onderwijs krijgen. In totaal dus in 10 van de 34 Afghaanse provincies.

De talibanregering is besluiteloos en laat veel over aan provinciale gouverneurs. In Herat hebben vrouwelijke leerkrachten en anderen met succes de heropening van de scholen bepleit bij de lokale talibanleiders. Volgens AAN zijn de taliban in de loop der jaren bovendien iets anders over onderwijs gaan denken. Sommigen sturen ook hun eigen dochters naar school.

Grote zorgen over het onderwijs voor meisjes heeft de groep VN-rapporteurs voor de mensenrechten die onlangs een alarmkreet uitbracht over de vrouwen in Afghanistan. “De taliban proberen vrouwen en meisjes gestaag uit het openbare leven te verwijderen”, aldus de nota. Dit komt neer op een “collectieve straf”. De rapporteurs stellen dat mechanismen om geweld tegen vrouwen aan te pakken niet langer functioneren. Integendeel, vrouwelijke activisten en journalisten “worden lastiggevallen en bedreigd met geweld”.

Ook Human Rights Watch schreef vorige week in een rapport dat het beleid van de taliban “een verwoestende invloed heeft op Afghaanse vrouwen en meisjes”, ook in mentaal en economisch opzicht. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie is de werkloosheid onder vrouwen sinds augustus drie keer zo hard gestegen als onder mannen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234