Dinsdag 16/08/2022

Wie wacht nog op een Wereldexpo?

'Everything you see I owe to spaghetti', zei Sophia Loren ooit: sprekend voor wat er vanaf 1 mei in Milaan gebeurt. Dan opent Expo Milano. Het thema is voeding, en zo willen de Italianen hun imago een wereldboost geven. Maar slaat zo'n duur avontuur nog wel aan in 2015?

Er zijn woorden die je zuinig gebruikt, misschien hooguit één keer om de vijf jaar, en daar is 'paviljoen' er een van. Duikt het op, dan weet je: er komt weer een Wereldtentoonstelling aan. Zie de communicatie van attaché en woordvoerder van Flanders Investment & Trade: 'Flanders Investment & Trade is namens Vlaanderen verantwoordelijk voor het Vlaamse gedeelte van het paviljoen' en 'communicatiemanager van het Belgisch Paviljoen is vanaf 1 mei 2015: Mevrouw Chiara Badiali'. En vorige week verscheen op de officiële website van Expo Milano: 'The first pavilion of Expo Milano 2015 opens at the Milan Triennale'. 'Pavilion', 'pavillon' en Français, 'paviljoen' en zelfs 'padiglione' in het Italiaans: handig universeel woord voor een speciaal bouwwerk.

Die eerste expo die dus op 9 april opende, drie weken voor de start van de zes maanden durende Wereldtentoonstelling in Milaan, omspant meteen alles. 'Arts & Foods. Rituali dal 1851' is de titel ervan, het is de wereldberoemde banaan van Andy Warhol die als teaser dient, een tentoonstelling waarin (naast 93 werken van Warhol) via 2.000 kunstwerken gekeken wordt naar voeding. Naar eten en hoe dat mensen bindt: Colazione in giardino van de Italiaanse impressionist Giuseppe De Nittis is daar een voorbeeld van.

Het Parool, 21 februari 2015: "De World Expo is de sleutel voor het weer op gang brengen van ons land", zegt premier Matteo Renzi. De 40-jarige Italiaanse eerste minister, aan de macht sinds februari 2014 (dus lang nadat dit land besliste de Esposizione Universale te organiseren) voelt zich verplicht te reageren. Of Expo Milano budgettair een cadeau was, valt nog af te wachten. Maar de premier voelt wel aan dat zijn land de voorbije jaren dankzij - vooral - de strapatsen van Silvio Berlusconi en opeenvolgende regeringscrisissen, internationaal een bleek figuur slaat. Dat hij met de expo iets in handen kreeg om daar wat aan te doen. En dat straks in Milaan de deuren opengezet worden met een show die kan tonen: we zijn er weer, we zijn er nog, we zijn nooit weggeweest.

Hij moest toen wel reageren. 1 mei, opening dus, is ook in Italië Dag van de Arbeid. Veertig werknemers (vooral technici) van La Scala dreigden er toen mee niét te willen werken die dag en dus de prestigieus geplande start in La Scala met Puccini's Turandot in de war te sturen.

De World Expo is de sleutel voor het weer op gang brengen van ons land: het is een zinnetje dat blijft hangen. Het is een zinnetje dat politici wel eens vaker gebruiken om dure projecten te verantwoorden. Want de cijfers zijn, zoals altijd bij dit soort evenementen, op voorhand tegelijk even indrukwekkend als misschien weerzinwekkend.

Onmogelijk te becijferen wat het totale budget is dat de 145 deelnemende landen uitgeven aan hun paviljoenen. Voor België alleen begrootte de Regie der Gebouwen het ontwerp van architecten Patrick Genard en Marc Belderbos, uitgevoerd door de tijdelijke vereniging Besix-Vanhout, op 6.500.000 euro. Maal 145 is niet hoe wiskunde werkt bij Wereldtentoonstellingen, maar dat op de Rho-Pero site van 1,1 miljoen vierkante meter een aardig sommetje bijeen staat, is zeker.

Meer cijfers? Zo'n 20 miljoen bezoekers hoopt Milaan te ontvangen, 6 tot 8 miljoen daarvan zouden uit het buitenland moeten komen. Er staan 2.000 evenementen geprogrammeerd in die zes maanden en Renzi en Italië hopen daarmee 10 miljard euro binnen te rijven.

164 jaar paviljoenkoorts

Sophia Loren is 80, oude en grande dame van de Italiaanse film en tot vandaag lees je haar uitspraak over hoe ze haar prachtige lichaam dankt aan de spaghetti, op menukaarten in Italiaanse restaurants overal ter wereld. Een betere promotie voor de Italiaanse keuken is amper denkbaar, maar toch: 'Voedsel voor de planeet, energie voor het leven' is het thema van de Expo in Milaan. Dat is goed gezien van de Italianen. Zij kennen de kracht van hun keuken, een bruggetje via voeding is een fantastisch breekijzer ter extra promotie van de eigen economie.

Vraag is: is dat nodig? En vraag is: heeft de wereld van 2015 een dure Wereldtentoonstelling nodig als etalage? Het idee van zo'n expo ontstond al in 1851, de primeur was voor Londen. In Hyde Park werd Crystal Palace opgericht en, ongelooflijk voor die tijd eigenlijk: 6 miljoen bezoekers kwamen kijken naar wat (zegt Wikipedia) 17.000 exposanten kwamen tonen. Maar 164 jaar geleden was er natuurlijk nog wel héél veel te ontdekken. Een klik naar Wikipedia sciencefiction. Een reis over de plas al bijna onmogelijk avontuur. Schreef Albert Camus, veel later: 'Le mal qui est dans le monde vient presque toujours de l'ignorance'. Kennis van de wereld en, bijvoorbeeld, haar vruchten, kan alleen vooruithelpen.

Dat is in 2015 niet anders, absoluut niet. Alleen dit terzijde en we bedenken een quizvraagje: 'Geef vijf trefwoorden over Wereldtentoonstellingen'. Je kan er gif op innemen dat de start in Londen daar al niet bij is. Maar goed, wél zullen we vermelden: Expo '58 (over drie jaar 60 jaar geleden, daar komen de herdenkingen en boeken al aan), het Atomium natuurlijk, misschien zullen sommigen mensen Gent vernoemen (jawel, in 1913: '1 uur sporen van Brussel, Antwerpen en Oostende. 25 Natiën vertegenwoordigd. Talrijke attracties: Tuinbouw-paleis, Modern-dorp') en dan blijft allicht enkel nog Sevilla in 1992 over. Of de Eiffeltoren als restant van Parijs 1889. Niemand weet nog iets over 2010 (Sjanghai!) of 2000, millenniumkanteljaar nochtans. Was in Europa. U heeft nog vijf minuten bedenktijd.

Van Afghanistan tot Zimbabwe

Moet Expo Milano daarom zomaar aan de kant gezet worden? Neen. Als dromen niet meer kan, dan houdt het leven op en het is goed om even te scrollen naar de wereld en de plaats van België (en Flanders) daarin.

Tussen Afghanistan en Zimbabwe ligt op Expo Milano de hele wereld, en natuurlijk zijn die twee alfabetische uitersten op zich al een opvallende attractie. Landen van spanningen, niet meteen bovenaan de reeks van rijkste regeringen. Onder de slogan 'Eating for Longevity, Afghanistan Amazingly Real' neemt Afghanistan 125 vierkante meter exporuimte in in de zogenoemde Spices Cluster, waar ook Brunei, Tanzania en Vanuatu plaats krijgen. Het is geen eigen paviljoen, niet iets dat het land in opbouw alleen moet dragen en misschien financieel meer pijn dan goed zou doen, het is wel een kans die het krijgt op wat dan positief imago zou kunnen zijn. Officieel op de site klinkt het dat het land de vooruitgang en verwezenlijkingen op het gebied van gastvrijheid, voeding en de rol van de vrouw in de maatschappij wil uitdragen. Via de lokale keuken? Yes, spices: 'They are key to a healthy life if organically cultivated just like herbs and fruits'.

Zimbabwe, deel van de 'Cereals and Tubers Cluster' krijgt dezelfde ruimte en wil de inspanningen tonen die gedaan worden om elke inwoner van Zimbabwe toegang tot voedsel te garanderen. Dat president Mugabe onlangs op een feestje ter zijner ere baby-olifant at, lees je vanzelfsprekend niet.

(Tussendoor, de oplossing van de quizvraag: Hannover was het juiste antwoord, Duitsland dus, niet eens zo ver weg. Wel vergeten.)

Acht clusterzones telt het expoterrein dat, met een beetje goeie wil, het grondplan van een vis heeft. Liefst 145 landen dus en daarbinnen dan een paar opvallende gebouwen. Argentinië lijkt graansilo's te hebben gebouwd, China een futuristische tempel, Angola is strak en toch Afrikaans, Hongarije een op de Ark van Noah geïnspireerd gebouw dat een schuur, een silo en een stal integreert. De Palazzo Italia, dat na de expo overeind zal blijven, is een vezelachtig paviljoen. En dan wandelen we straks langs België.

Maar eerst de bedenkingen van architect Jacques Herzog. In 2009 was hij, samen met zijn collega Stefano Boeri, aangezocht om een van de architecten van het masterplan van deze Wereldtentoonstelling te worden. Op zijn palmares staan onder meer het Nationale Stadion van Peking (het 'Vogelnest'), de Allianz Arena in München en Tate Modern in Londen. Herzog begon er ook aan, maar haakte in 2011 af. Net als Boeri en ook William McDonough en Ricky Burdett, twee designers. Het doel van de vier was een hele andere visie op het idee van zo'n expo los te laten. Meer dan op nationale paviljoenen wilden ze de nadruk leggen op exposities. Zeker met het thema in het achterhoofd, denken aan duurzaamheid, veel (armere) landen erbij betrekkend.

In een interview met het Duitse architectuurmagazine Uncube legde Herzog onlangs uit waarom hij met Expo Milano uiteindelijk niks meer te maken wilde hebben. "We aanvaardden de uitnodiging om het masterplan te ontwerpen enkel als de klant wilde meegaan in een radicaal nieuwe visie op de wereldtentoonstelling", zei Herzog. "Als ze wilden afstappen van die monumenten van individuele nationale trots die van al die expo's sinds het midden van de 19de eeuw verouderde ijdelheidsbeurzen maakten."

Herzog hamerde op de inhoud. "Dat moet het verschil maken, niet de grootte van de gebouwen." Hij noemde het "embarrassing" dat net vandaag, met dit thema, paviljoenen met plastic gevels of spectaculaire watervallen de bezoekers zouden verblinden. Exit Herzog dus.

'De Belgische gezelligheid heeft toekomst', lees je dan op de website expomilano2015.be, het is de titel boven een interview met Leo Delcroix. De vroegere minister van Defensie is ook deze keer de Belgische commissaris-generaal die de inbreng van ons land in Milaan vertegenwoordigt.

Die gezelligheid klinkt wat klef en al snel bots je op dezelfde site op een foto van een pot mosselen met frieten en op deze zin: 'Indien u enig gerstenat wenst te proeven, ga dan richting de Belgische Bierbar, waar een grote keuze aan Belgische bieren wordt aangeboden'. We promoten 'trappistenbier, warme wafel, streekgerecht of een chocolaatje' en veel dichter bij de Belgische clichés kom je daarmee niet.

Sharing als toverwoord

Al wil het paviljoen méér zijn. Het bestaat uit een hoeve, een kelder en een atrium, en in het Pavilion Zero is een expo gewijd aan het algemene thema. Zegt de site: 'Hydroponie, aquacultuur, cultuur van algen en insecten zijn enkele initiatieven die u zal kunnen ontdekken'. Volgens de ontwerpers zelf is het een innovatief paviljoen waar aan de ene kant de Belgische land- en tuinbouw in terug te vinden zijn, maar er door de 'geodetische' koepel ook een verwijzing is naar de koninklijke serres in Laken. Er is gelet op hernieuwbare energie, op het gebruik van duurzame materialen en op de beperking van het waterverbruik. 'Een energiebesparing van 80 procent', zo blijkt.

Duurzaamheid is een woord dat vaak valt in de officiële communicatie rond Expo Milano. Er zijn samenwerkingsverbanden gesmeed met Airbnb en Uber (officiële partner van het paviljoen van de Verenigde Staten), er is een systeem van fiets-, auto- en (we zijn in Italië) scootersharing.

En er is zelfs Gnammo. Wat is Gnammo? Noem het gerust foodsharing, een systeem waarbij iedereen zich kan inschrijven en waardoor je via een ingenieuze site zelf kunt koken en onverwachte gasten aan tafel kunt krijgen of waarbij je bij wie zich registreert kunt gaan eten. Aan democratische prijzen, zou dat vroeger heten. In twee jaar tijd bereikte Gnammo op die manier 40.000 gebruikers en via Expo Milano moet dat nu boomen. Of, zoals bedenker Walter Dabbicco zegt: "De Wereldtentoonstelling kan onze trampoline worden naar Engeland, Frankrijk, Nederland en Spanje". Of, bij uitbreiding, naar de hele wereld.

Lees: de westerse wereld.

Alle info: expo2015.org

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234