Vrijdag 19/08/2022

‘Wielrenners zijn de mijnwerkers van de sport’

“De creatie van de rennersvakbond was een direct gevolg van de Festina-Tour van 1998. Desondanks zijn sinds 1999 de werkvoorwaarden voor het gros van het peloton er niet beter op geworden.” Dat zegt de Nordist Cédric Vasseur, die zijn laatste twee seizoenen voor QuickStep koerste. Hij won in 2007 een Touretappe in Marseille en op slag was zijn carrière voorbij. In de herfst van dat jaar werd hij voorzitter van de CPA (Cyclistes Professionnels Associés) en hoewel een eigen ploeg nog steeds zijn hogere doel is, zet hij zich vandaag in voor de werkvoorwaarden van zijn oud-collega’s. Na de inerte Francesco Moser (1999-2007), nu de jonge flamboyante Vasseur. Bevlogen in zijn woordgebruik, energiek in zijn lichaamstaal, maar geen syndicalist pur sang. “Ik ben een oud-renner die weet waar de problemen in ons vak zitten. Daar wil ik iets aan doen, ook al moet ik daarvoor op zere tenen gaan staan.”

‘1.540 euro netto in de Tour is uitbuiting’

“Alle 866 renners van de ProTourploegen en continentale ploegen zijn automatisch lid van de CPA. Wij halen onze werkingsmiddelen uit de 2 procent van het prijzengeld die de organisatoren ons doorstorten. “Vooral het niet-betalen van salarissen door de ploegen of niet-betalen van prijzengeld door de organisatoren of niet-gestorte bankgaranties krijgen onze aandacht. Meestal zijn het kleine ploegen die in de problemen komen, maar vorig jaar had je wel een Saunier-Duval dat zijn renners maandenlang niet betaalde. “Vorig week kregen we een mail van renners van Astana die twee maanden geen salaris hadden gezien. Het lijkt mij dat er tussen Johan Bruyneel en de overheid in Kazachstan een partijtje armworstelen aan de gang is over Vinokoerov. Bruyneel wil geen Vino in zijn ploeg na die positieve plas van 2007, niet als renner en ook niet in het personeel, maar Vinokoerov wil absoluut weer fietsen als zijn straf er op zit. Ik schat dat de regering in de zaak-Astana toch eerder de kant kiest van Vinokoerov. Maar goed, ik las van de week dat Armstrong volgend jaar een eigen ploeg wil en de kans is onbestaande dat hij daar Bruyneel niet bij betrekt. “De solidariteit onder de renners is vandaag ver te zoeken. In de tijd van Bernard Hinault, een kwarteeuw geleden, was dat helemaal anders want toen waren de salarisverschillen niet zo groot. Vandaag verdient de bestbetaalde van het peloton 1,5 miljoen euro per jaar. De minstbetaalde verdient vijfenzestig keer minder. Een kopman die tien keer meer verdiende dan de minstbetaalde renner in zijn ploeg was ten tijde van Hinault en Merckx al extreem.“Die ongelijkheid bedreigt het wielrennen als economisch model. In welke sport krijgt één atleet bijna 20 procent van het ploegbudget, een tweede 10 procent en moeten zestig anderen de rest onder elkaar verdelen? Alleen in het wielrennen. In welke sport werkt een renner zich het pleuris voor een hongerloon, gaat drinkbussen halen voor zijn kopman die ondertussen elke week de Euromillions wint en wordt als bedanking aan het eind van het seizoen aan de deur gezet? Alleen in het wielrennen. “Ik heb twee toprenners gehad die miljoenen hadden verdiend, maar aan het eind van hun carrière vroegen ze wel bij ons hun 12.500 euro uit het fonds voor gepensioneerde wielrenners. Ik zei nog tegen die ene: wat is er gebeurd misschien, heeft je Ferrari een kapotte band? Enfin zeg: die kas dient om de werkmensen in onze sport te steunen, niet om de miljonairs nog wat toe te stoppen.“Het gaat niet goed met onze sector. We zijn niet alleen de laatste twee jaar een kwart van de arbeidsplaatsen kwijtgespeeld, ook rijdt 30 procent van de renners vandaag voor het minimum en in het geval van Skill-Shimano, een continentale ploeg die in de Tour start, komt dat op 23.000 euro per jaar. Netto houdt die renner dan 1.540 euro over. Dat is pure uitbuiting. “Het minimumsalaris is vier jaar onveranderd gebleven. De reden? De economische crisis, zeggen de ploegleiders. (lacht) In het wielrennen is die al heel vroeg begonnen. “Ik was geen syndicalist, ook niet de laatste twee jaar bij Patrick Lefevere. Een renner die syndicalist is, wordt buitengewerkt. Ik was 36 jaar, zonder zorgen. Als Wilfried Peeters mij iets wilde laten doen dat mij niet aanstond, was het makkelijk voor mij om va te faire foutre te antwoorden. Tien jaar eerder had ik dat nooit gedurfd.”

‘Renners worden betaald om te vallen’

“Als de ploegmanagers ook maar een beetje inzaten met hun renners, dan zouden ze nooit een proloog toelaten zoals vorig jaar in de Ronde van Polen, een rondje rond een klokkentoren en dan nog in de regen. Jij zegt dat de renners daartegen moeten optreden? Vooraf kan niet, want de ene start wel en de andere start niet. Achteraf? Daar veegt de organisator zijn voeten aan. Alleen de ploegen hebben die macht.“Wij zijn ooit de Ronde van Baskenland gestart in de sneeuw en we wilden niet uit de auto’s komen. De managers zijn met de organisator gaan onderhandelen. Dat de renners hun menselijk kapitaal vertegenwoordigden, daar hebben ze op dat moment geen boodschap aan. Ander en beter, is hun devies. Wij zijn echt de mijnwerkers van de sport.“De veiligheid is bij de CPA daarom een van onze prioriteiten. Als wij protesteren bij de organisator van de Giro over de onmogelijke verplaatsingen, dan leest hij onze opmerkingen en doet er verder niets mee. Italië heeft een traditie met onmogelijke aankomsten. Of bovenaan op een berg waar je alleen maar met een mountainbike kunt komen, of in een dorpje na een gevaarlijke brede afdaling die ineens overgaat in een smal steegje. Alles hebben we daar gezien.“Tegenwoordig kunnen de renners een formulier online invullen over de werkvoorwaarden in de wedstrijden. Ik kan u melden, op basis van de formulieren, dat er met Parijs-Roubaix echt wel iets aan de hand was met de Belgische supporters. Dat moet volgend jaar anders. Veel respect voor Tom Boonen, maar ik denk dat Pozzato is gehinderd.“Ploegdirecteurs of -managers verdedigen niet de belangen van de renners of van het wielrennen, alleen van zichzelf en van hun ploeg. Vorig jaar in de Giro in Napels begon het plots te regenen en een half peloton ging onderuit, zelfs de aansnellende mecaniciens vielen over de glibberige oliewegen. Toen hebben ploegmanagers gezegd dat vallen bij het métier van het wielrennen behoort. ‘De renners worden ervoor betaald.’ De enige oplossing om onze werkvoorwaarden te verbeteren, is de managers aan onze kant krijgen. “Het probleem is ook de verdeeldheid onder die managers. Er zijn drie blokken, met het derde blok als een verzameling van onbeslisten die de ene of de andere kant uitgaan. De meesten zijn oud-renners en al het oud zeer uit hun actieve periode als renner nemen ze mee in het achterhoofd.“Wij vragen met de CPA inspraak in alle beslissingen die ons rechtstreeks aangaan. Neem nu de oortjes. Ik wil de renners daarover aan het woord laten. Men zegt dat die goed zijn voor de veiligheid. Ik reed bij Kivilev in de ploeg toen hij viel en uiteindelijk stierf. Hij zocht in zijn achterzak naar het zendertje want het werkte niet. Met één hand aan het stuur sloeg zijn wiel weg in een put. Zo veilig zijn die dingen dus niet. Oké, hij droeg geen helm, dat klopt.“Het oortje is een nadeel voor de tactisch slimme renner. Je hebt ook heel wat domme renners maar die worden telegeleide projectielen want ze doen wat de ploegleider hen opdraagt. Die zijn natuurlijk pro de oortjes. Nogmaals, ik ben niet tegen, ik wil alleen de mening van het peloton kennen.“Ander voorbeeld: zendertjes in de laatste rechte lijn. De renners schreeuwen, de koersdirectie roept iets, het publiek brult zich de longen uit het lijf en de ploegleiders ‘te cassent tes couilles dans les oreillettes’. Dat is gevaarlijk.”

‘Een ploegmanager moet zien wie zich dopeert’

“Doping is van alle sporten maar het wielrennen is extra getroffen omdat het een erg zware sport is. Daarnaast is het een puur fysiologische inspanning, waarin training meer dan in andere sporten de doorslag geeft. Dat alles in een darwinistisch milieu met grote loonverschillen tussen wie wint en niet wint. Een kleine renner die een Touretappe wint, kan zijn salaris vertienvoudigen. En als die kleine renner zich dopeert en hij wordt betrapt, dan verliest hij weinig. Jawel, een salaris van twee keer niks dat hij bij om het even welke andere baas kan verdienen. Dat is nooit een goede reden om doping te nemen, maar het is wel een oorzaak.“De dominantie van de Tour zet aan tot doping. Ik zeg met opzet niet ‘de zwaarte van de Tour’, want ik vind dat die drie weken een keer per jaar moeten kunnen. Maar winnen in de Tour is te belangrijk geworden, financieel en promotioneel. We moeten de Ronde van Californië, de Tour Down Under en de Ronde van Rusland opwaarderen en ook daar twee miljoen euro prijzengeld geven.“Ik denk dat de renners niet goed worden beschermd in de dopingbestrijding. Het principe dat een tegenexpertise in hetzelfde lab moet gebeuren, vind ik niet correct. Neem nu Landis in 2006. Vandaag is Landis dood en het wielrennen heeft zwaar geleden, maar heel wat kenners waren niet overtuigd van de bewijslast tegen Landis. U ook niet? Voilà, ik ook niet. Alleen moest hij de tegenexpertise ondergaan in hetzelfde lab. Dus was hij weer positief. Het gaat wel om geijkte machinerie en het ene lab is niet het andere hebben we al gemerkt.“Loopt in het voetbal iets mis, dan is het de schuld van de trainer, ook in gevallen van doping. Of van de clubarts. Het peloton heeft de gewoonte de vuile was heel snel buiten te hangen en vervolgens het hele melkwegstelsel er op te wijzen waar die was precies hangt. Dat is niet bij voorbaat fout, maar vaak hebben de luidste roepers het meeste boter op het hoofd. Sella heeft ooit Ricco bekritiseerd en nadien bleek Sella (Giro 2008, HV) zelf positief.“Jérôme Pineau riep drie jaar geleden dat Fransen die bij een buitenlandse ploeg gingen rijden, op zoek waren naar manieren om zich te doperen. Hij had het over mij. Wie rijdt nu bij QuickStep? Jérôme Pineau, juist.“Sinds 1999 roept het wielrennen elk jaar dat er nieuwe maatregelen zijn die het doperen extra moeilijk maken. Het is beter niets te roepen, want elk jaar zijn er dopinggevallen die de sport in diskrediet brengen. Holczer was fier dat hij lid was van de club van sportdirecteurs voor een schone wielersport en wie is het zwaarst getroffen? Holczer en Gerolsteiner. Schumacher, Rebellin en Kohl: toch een beetje veel voor een ploeg. Twee mogelijkheden heb je dan. Of de ploeg heeft de producten ter beschikking gesteld, maar daar geloof ik vandaag niet meer in. Of het management was onbekwaam: het keek de andere kant op, of kent niets van het dopingprobleem.“Natuurlijk is er een verschil tussen wielrennen en pakweg voetbal. Hier bij Lille komen de spelers om negen uur, ontbijt op de club en ze blijven tot vijf uur. Zes dagen per week. Dan kun je al eens wat controleren. Bovendien moeten ze allemaal in een straal van 50 kilometer wonen. “Dat kun je nooit gedaan krijgen in het wielrennen met renners die soms voor het minimumloon rijden. Als je die ook nog eens vraagt te verhuizen, houden ze niets meer over. Toen ik bij Lefevere reed, woonde ik hier in Noord-Frankrijk, Bettini in Italië en Garate in Spanje. En toch zeg ik dat de ploeg in staat moet zijn om een renner te controleren op dopinggebruik. Het bloedpaspoort toont alles. Je kunt zien of de renner van de stage van december in maart biochemisch nog dezelfde is.“Dopingbestrijding heeft overigens niets te maken met de gezondheid. Het beste bewijs ben ikzelf: ik ben gestopt als renner en niemand heeft nog naar mij omgekeken. Niemand die vraagt hoe het met mijn hart is gesteld nadat ik veertien jaar lang 30.000 tot 35.000 kilometer per jaar heb gefietst.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234