Dinsdag 09/08/2022

Willem Elsschot, naoorlogscorrespondent

Willem Elsschot als journalist? Bijna niemand weet dat de schrijver van Het dwaallicht kort na WO I aan de slag was voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC). De kronieken over het opkrabbelende Antwerpen zijn nu verzameld in een luxueus geïllustreerd boek.

Wie ervan uitgaat dat Willem Elsschot alias Alfons de Ridder (1882-1960) zijn hele leven als zakenman glorieerde in de reclamebranche, heeft het goed mis. Ook de auteur van Kaas zag weleens zwarte sneeuw. Zeker omdat hij met zijn vrouw Fine al vroeg een gezin met zes kinderen moest onderhouden.

Nadat de licentiaat handelswetenschappen onder meer werkzaam was geweest bij een Rotterdamse scheepswerf en bij het Brusselse tijdschrift La Revue Continentale Illustrée van zijn vriend Jules Valenpint, doemde aan het eind van de Eerste Wereldoorlog het spook van de werkloosheid op. Als schrijver was Elsschot nog maar schoorvoetend bekend, al had hij wel Villa des Roses (1913) gepubliceerd.

Het was rond 1918 dat De Ridder hengelde naar een felbegeerd correspondentschap bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant, de voorloper van het huidige NRC Handelsblad. Eerder had hij ook al De Telegraaf gepolst, waar hij op een njet stuitte. Bij NRC beet het visje wel. Toch bleef deze periode (1918-1922) altijd in nevelen gehuld en zijn de verslaggeversepistels buiten het Verzameld werk en Nagelaten werk gehouden. Bovendien deed Elsschot hoogst geheimzinnig over zijn journalistieke intermezzo.

"Geheimzinnig zouden we het niet noemen", nuanceren Kees Aarts en Marijke van Etten, samenstellers van het boek (Van onzen correspondent.), waarin ze de definitieve waarheid over de kwestie boven water pogen te halen. "Hij heeft er gewoonweg in het openbaar nooit over gesproken. We weten alleen via zijn biograaf Frans Smits, via getuigenissen van zijn zoon Walter de Ridder en uit bepaalde briefwisselingen dat het effectief zo is geweest. Vergeet ook niet dat krantenartikelen toen meestal anoniem waren. Dat gold ook voor Elsschots bijdragen."

Bovendien drong de krant zelf aan op enige discretie. NRC maande zijn medewerkers aan om "niemand ongevraagd te vertellen dat ge correspondent zijt".

Dat Vlaamse auteurs voor een bijbaan hun blik naar de krantenwereld richtten, verwonderde niet. Ook Karel van de Woestijne was tussen 1906 tot 1929 een gewaardeerd en actief NRC-correspondent, met meer dan tweeduizend artikelen op zijn conto. En ook Emmanuel de Bom, stadsbibliothecaris van Antwerpen, had veel in de melk te brokkelen als Antwerps NRC-correspondent sinds 1904. Maar toen De Bom na de Eerste Wereldoorlog in het vizier kwam voor activisme en werd beticht van collaboratie met de Duitsers, wenkte zijn ontslag. Hij genoot pas later rehabilitatie.

"Op dat moment kwam Alfons de Ridder op de proppen", zegt Aarts. "Waarschijnlijk is hij opgevist door Johan de Meester, de gezaghebbende redacteur Letteren en Kunst van NRC. Die sprak al eerder appreciatie uit voor zijn literaire werk en Villa des Roses. Wie weet was Elsschot daarom zo stil over zijn baantje omdat hij De Bom niet voor het hoofd durfde te stoten en alles niet nodeloos pijnlijker wilde maken?"

Mededogen

Of zoals Aarts en Van Etten het in hun boek formuleren: "Een sceptische en nuchtere verteller die eenvoudige taal schreef, een scherp waarnemer van het menselijk tekort, een schrijver die hem (De Meester, DL) deed denken aan Balzac. Zo iemand kon hij goed gebruiken. De literator in Elsschot kon hij wel temmen, zijn 'prachtig-lugubere humor' sloeg hij er wel uit, maar een lichte dosis ironie en vleugje mededogen zouden de krant geen kwaad doen."

In ieder geval toont Elsschot zich in zijn NRC-bijdragen tussen 1918 en 1922 vooral een schrander observator van het naoorlogse Antwerpen. De wederopbouw sloeg hij van nabij gade en vooral havenkwesties en de diamantnijverheid lagen hem nauw aan het hart. "De diamantnijverheid en de handel in diamant zijn voor Antwerpen wat de visscherij voor IJmuiden is en de kaashandel voor Edam." "'Als het steentje loopt, dan loopt alles', zeggen de menschen hier", klonk het op 7 februari 1919.

Ook de Vlaamse kwestie en de gemeenteraadsverkiezingen becommentarieert hij. Aarts en Van Etten: "In alles merk je een grote betrokkenheid bij de stad. Het schrijnt hem dat de stad verloedert. Hij ergert zich aan de verveloosheid, de woningnood en het kolengebrek. Regelmatig sijpelt zijn menselijke betrokkenheid door. Hij demonstreert mededogen voor ieder individu dat met de naweeën van de oorlog kampt. Ook hier merk je dat Elsschot - ondanks zijn imago van koele sarcast - een emotionele man was, zoals bij een verslag over een expo over politieke gevangenen en hun herinneringen. Toch ziet hij de stad langzaam opkrabbelen."

Telkens weer moest De Ridder zich intomen. Zakelijk en sober rapporteren was het devies, maar hij kon het niet laten om de typische, ironische Elsschot-toon binnen te smokkelen. Zo kapittelt hij de perikelen rond de Vlaamsche Opera die zonder bestuurder en geld zaten: "Ze heet nu wel 'Koninklijke Opera', en dat is een prachtige titel die sommigen kan troosten en een hooge borst doen opzetten, maar toch waren we heel wat beter af met een gewone levende Vlaamsche Opera, dan met een doode Koninklijke", luidt het op 30 maart 1920.

Ook Vic van de Reijt stak zijn lof voor de verslagen niet weg in zijn geautoriseerde Elsschot-biografie uit 2011: "Ze zijn als brieven, in de ik-vorm geschreven en vallen door de persoonlijke stijl meteen op tussen het omringende proza, dat veel bedaagder is." Aarts: "Bij de artikelen over kunst en literatuur kon Elsschot meer de teugel laten vieren, zoals over de oorlogstekeningen van Hollandse kunstenaars of over Henri de Braekeleer, Gustave Van de Woestyne of vooral Eugeen van Mieghem. Daarin mocht hij zijn enthousiasme kwijt."

Meningsverschil

Elsschot schuimde braaf toneel- en operavoorstellingen en expo's af. "Dat leverde hem ongetwijfeld contacten op die hem goed van pas kwamen toen hij kort daarna zijn eigen reclamebureau opstartte", denkt Aarts.

In (Van onzen correspondent.) zijn uiteindelijk vijftig artikelen samengebracht die wellicht van de hand van Elsschot zijn. Uit de periode 1918-1922, maar vooral in 1919 was Elsschot op zijn ijverigst als NRC-medewerker. Aarts en Van Etten namen de krantenleggers van de NRC nog eens van A tot Z door: "Wij stortten ons onbevangen op de 'grote pakken stoffig papier' en schuimden tegelijk het internet af."

Vijfendertig teksten zijn op grond van stijl, thema's en opmaak vrijwel zeker aan Elsschot toe te schrijven, van de andere vijftien is dat minder evident. Toch argumenteren Aarts en Van Etten overvloedig - met noten en aantekeningen - hun premisse. Dat leidt ongetwijfeld weer tot gekissebis onder Elsschot-kenners, nadat in 1979 Annemarie Kets-Vree in Zwijgen kan niet verbeterd worden (met ongebundeld Elsschot-werk) een tip van de sluier oplichtte over het journalistieke oeuvre.

"Er zijn al lang verhitte stellingenoorlogen gaande over wat nu wel of niet van Elsschot is", zeggen Aarts en Van Etten. "Maar met ons boek willen we hierover alle stemmen laten horen. Je hebt er die streng in de leer zijn en dit werk niet erkennen als een volwaardige Elsschot. Maar wat is er mis mee om wat genereuzer te zijn? Deze teksten zijn een geheim genoegen naast zijn Verzameld werk."

Ook over de kwaliteit heerst scherp meningsverschil. Volgens literatuurprofessor Ronald Soetaert zijn deze 'Elsschotjes' slechts 'overschotjes'. Maar Karel van het Reve was in 1980 razend enthousiast: "Zeer goed zijn ook de stukken voor de NRC. Ze zouden morgen geplaatst kunnen worden. Van welke bijdragen uit 1919 kan dat gezegd worden? Het pleit voor de NRC van die tijd dat men die stukken opnam."

Aarts en Van Etten: "Wij neigen meer naar het standpunt van Van het Reve. Er flikkeren in zijn gedegen journalistieke proza zo nu en dan diamantjes op die ons 'een glimlach van gelukzaligheid'op de lippen toveren. Al blijft het natuurlijk broodschrijverij. Voor 10 cent per woord, naar verluidt." Of heeft Jan Greshoff gelijk? "Zelfs Elsschots mislukkingen, zelfs zijn kleine proeven, zijn voor ons klokspijs."

Volledige opheldering?

Het samenstellersduo ging absoluut niet over één nacht ijs en werkte drie jaar lang aan dit project. (Van onzen correspondent.) is soms iets te uitputtend en pietepeuterig gedocumenteerd maar oogt extra levendig door het knappe beeldmateriaal. "We hebben ons verdiept in de Antwerpse maatschappij van na de Eerste Wereldoorlog en liepen met de gevonden artikelen in de hand door de stad." Met prentbriefkaarten, archiefstukken, portretten en affiches rijst een decor en sociaal netwerk op waarin de schrijver en reclameman Elsschot zich "thuis voelde als een vis in het water". Zo is (Van onzen correspondent.) naast een blik in Elsschots geheime kamers ook een florissant kijkboek.

Brengen Aarts en Van Etten volledige opheldering over deze mysterieuze periode in Elsschots leven? Neen, dat niet. Zeker omdat er nauwelijks briefwisseling voorhanden is. Ook konden ze niet uitklaren waarom en wanneer Elsschot er precies de brui aan gaf: van de ene op de andere dag leek hij zijn interesse verloren. De eerste biograaf van Elsschot, Frans Smits, een achterneef van De Ridder, wees er in 1942 al op: "Voor journalistiek werk was hij niet in de wieg gelegd. Het regelmatig bezorgen van kopij, heet van de naald, het bijwonen van politieke vergaderingen en literaire of artistieke voordrachten en manifestaties, het zich mengen, zelfs als toeschouwer, in al de uitingen van het openbaar leven, was niets voor hem."

Toch vermoeden Aarts en Van Etten dat Elsschot anno 2018 wel degelijk een gerenommeerd dagbladjournalist of opiniemaker zou kunnen zijn. "Denkoefeningen zijn altijd delicaat, maar hij was wel begaan met zijn tijdperk. Zie maar zijn tussenkomsten voor Rinus van der Lubbe en August Borms. Hij was slim. En zelfs Karel van het Reve vroeg zich op basis van een stuk als 'De toestand der Vlamingen' uit 1918 af waarom Elsschot niet meteen de meest gelezen columnist van Nederland werd? Hij vond hem alleszins erg goed. Maar natuurlijk moest Elsschot zich aan de journalistieke conventies van zijn tijd houden. En die stonden niet veel fiorituren toe. Nu zou hij misschien opiniërender te werk gaan."

C.J. Aarts en M.C. Van Etten, (Van onzen correspondent.: journalistiek werk van Willem Elsschot, uitgeverij Polis, 352 p., 34,99 euro.

***

Elsschot-publicaties buitelen over elkaar heen

Met de heruitgave van het volledige werk van Willem Elsschot bij uitgeverij Polis in losse delen, blijft het oeuvre van de Antwerpse auteur aandacht losweken. Dit voorjaar verschijnen Tsjip/De Leeuwentemmer en Lijmen/Het Been, nadat eerder al De verlossing, Een ontgoocheling, Het tankschip, Pensioen en Kaas in opgefriste en omlijste edities het licht zagen. De complete heruitgave zou in 2019 afgerond moeten zijn.

Wie Elsschot zegt, denkt niet meteen aan poëzie. Toch zijn het juist enkele van zijn dichtregels die iedereen zal herkennen: 'Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren', bijvoorbeeld. Willem Elsschot. Dichter (Polis) bevat alle gedichten uit Elsschots enige bundel. Vijfentwintig scherpzinnige lezers verhelderen Elsschots proza met behulp van zijn poëzie en omgekeerd.

Ook Elsschot-biograaf Vic van de Reijt blijft verder graven in zijn favoriete onderwerp, al dertig jaar lang. Nu komt hij met De ontdekking van Elsschot (Athenaeum, mei 2018) waarin hij een veertigtal essays over de schrijver-zakenman bundelt. Hij putte uit interviews en citeert de markantste uitspraken. Hij ontdekte onbekende teksten en veegt de vloer aan met collega-onderzoekers. En hij vertelt de geschiedenis van de mosterdgedichten die De Ridder schreef voor de Gentse firma Tierenteyn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234