Donderdag 30/06/2022

Wolproducenten zeggen wollig imago vaarwel

In modeland zetten grote wolproducenten een gigantische pr-campagne in. Ontwerpers die wol gebruiken krijgen geldprijzen en het grote publiek wordt overtuigd via heuse 'wolevenementen'. Wil dat niet lukken, dan wordt de wollen viervoeter ingezet als ultiem charmeoffensief.

Jonge ontwerpers grijpen steeds vaker naar de breinaalden en haakpennen. Die vernieuwde interesse voor huisvlijt wordt luidkeels aangemoedigd door verschillende luxewarenhuizen en wolbedrijven. In de jaren zestig kozen ontwerpers en modehuizen massaal voor synthetische stoffen. Producenten en distributeurs startten pr-campagnes om de modewereld weer voor zich te winnen. Een van de bedrijven die hier hard op inzette was The Woolmark Company. Het bedrijf produceert Merino-wol, afkomstig van een gelijknamig schapenras dat aanzienlijk meer wol aanmaakt dan andere soorten. De firma reikte prijzen uit aan beloftevolle ontwerpers die Merino-wol gebruikten. Winnaars van toen waren onder meer de piepjonge Karl Lagerfeld en Jean-Paul Gaultier.

Wolweken

De afgelopen jaren zijn verschillende bedrijven en luxewinkels zoals Harvey Nichols in Londen druk in de weer om het oubollige imago van wol te veranderen. Overal ter wereld worden sinds een paar jaar Wool Weeks georganiseerd. Het zijn evenementen waar designers en kunstenaars hun eigen wilde, wollen creaties voorstellen. Ze maken installaties, stellen workshops voor en houden gekke pr-acties. Zo proberen de producenten het stoffige imago van wol te veranderen. In de Londense editie van dit jaar paradeerden vier modellen door het stadscentrum. Ze waren slechts gehuld in een lange trui en voor hen uit trippelden vier schapen aan een leiband. In België bestaat de Wool Week nog niet, maar in Nederland organiseren ze volgende week een eerste editie. Wool Week kwam er om de harten en portemonnees van het grote publiek te veroveren. Om de modewereld voor zich te winnen, heeft Woolmark het stof van zijn prijzen voor jonge ontwerpers geblazen. Sinds 2008 bekroont het Australische vennootschap elk jaar ontwerpers met een liefde voor wol. In de jury zetelen ronkende namen als Lanvin-ontwerper Albert Elbaz en Alexandra Shulman, hoofdredactrice van de Britse Vogue. In de eerste ronde wordt er een Europese, Australische, Indische, Chinese en Amerikaanse winnaar genomineerd. Die krijgt 50.000 euro. De winnaar van de Europese competitie is de Belgische ontwerper Christian Wijnants. De designer, die in Antwerpen woont en werkt, dingt in februari mee naar de internationale prijs, waarmee hij 100.000 dollar kan winnen. Hij moest, net als de andere kandidaten, zes silhouetten tekenen die voor minstens tachtig procent uit Merinowol bestonden. Daarnaast werden de deelnemende ontwerpers geselecteerd op hun affiniteit met wol.

De 34-jarige Wijnants gaf tot vorig jaar les handwerk aan de Antwerpse Academie. In al zijn collecties speelt wol een grote rol. "Elke lijn die ik ontwerp bestaat voor zo'n veertig procent uit breiwerk", vertelt hij. "Ik maak doorgaans zelf lapjes stof met een van de breimachines. Die stukjes in A4-formaat stuur ik dan naar de producent, die dan kijkt of het haalbaar is." De ontwerper vindt het fijn om zijn eigen materie te maken. "Een draad omvormen tot een 3D-element, blijft iets fascinerend." Wijnants speelt soms met andere materialen, maar wol blijft zijn favoriet. "Met acryl en nylon bekom je een leuk resultaat, maar wol breit het beste. Het is een betaalbaar luxeproduct zonder pretentie, lekker warm, zacht en het voelt natuurlijk aan. Bovendien gaat goede wol erg lang mee. Ik heb truien die al twintig jaar oud zijn en er nog steeds goed uitzien."

Duurzaamheid troef

Die duurzaamheid is een troef die tijdens de Wool Week wordt uitgespeeld. Klanten worden aangemoedigd om hun oude wollen kledingstukken te doneren aan het goede doel. Jonge ontwerpers als de Nederlandse Iris Van Herpen gebruiken om die reden brei- en haaktechnieken in hun collecties. Wanneer iets mooi afgewerkt is, wordt het niet na een seizoen naar de diepste hoeken van de kleerkast verbannen, redeneren ze.

Ook Ons Breiboek surft op die anti-massaconsumptie beweging. Het boek van de KVLV is een ware breibijbel en speelt in op de hang naar het verleden. Van gebreide massagehandschoenen tot een wollen zitbankje, vlaggetjes en een handtas; je kan het zo gek niet bedenken of in het boek staat stap voor stap uitgelegd hoe je het zelf maakt. De publicatie doet denken aan het Franse magazine 100 idées. Het tijdschrift met breihandleidingen werd gretig gelezen in de jaren zeventig. "'100 idées' is volgens mij een grote inspiratiebron voor ontwerpers die in de jaren zeventig opgroeiden", vertelt Frieda Degeyter. De ontwerpster is vaak in de weer met breipennen. In haar ontwerpen combineert ze verschillende soorten wol die ze gevoelsmatig aan elkaar breit. "De beelden van '100 idées' zitten onbewust in mijn geheugen opgeslagen. Het magazine stond vol hippieachtige ontwerpen. Er waren handleidingen voor een lange trui met bijbehorende sokken, of een lange wollen jurk. Echt fantastisch. In die tijd maakten mensen veel vaker zelf hun kleding." Voor Degeyter betekent breien even teruggaan naar het verleden. "Breien roept een nostalgische sfeer op", knikt ze. "Wanneer ik met mijn breinaalden in de weer ben, waan ik me even terug in de jaren zeventig. Ik associeer handwerk ook met gezelligheid. Wanneer het koud is buiten, begin haal ik mijn naalden en pennen boven, het is geen bezigheid voor de zomer." De ontwerpster breit vaak meubels en sierobjecten. "De kussens in ons huis zijn bijna allemaal van mijn hand. Nu ben ik een grote bank aan het bekleden met wol."

Breien voor dummy's

Het Nederlandse bedrijf Granny's Finest gaat speels om met de associaties naar het verleden die wollen voorwerpen bij veel mensen opwekken. Onder het motto 'Designed by the new, produced by the best, worn by the greatest', lanceerden ze het concept van hun winkel. Een team jonge designers ontwerpt wollen accessoires voor het merk. De Nijeveldse breiclub, met een ledenbestand van zestigplussers, voert ze uit. Op de website kan een klant zwart-witfoto''s van de ijverige oma's van dienst bekijken. 'Meet the granny's' spoort de site aan. Net zoals de jonge generatie met Ons Kookboek bij de hand de witloof in hespenrolletjes van oma probeert na te maken, is Ons Breiboek een doorgeefluik van tradities.

Daarnaast vormt het boek ook een waardige opvolger van de snit-en naailessen op de lagere school. In de jaren zeventig waren de handwerklessen verplichte kost in de meeste meisjesscholen. "Toen de school gemengd onderwijs aanbood, werden die lessen afgeschaft", zegt Degeyter. De ontwerpster heeft goede herinneringen aan de uren naaien en breien. "We kregen opdrachten om pannenlappen en poppen te maken. Niet direct de meest hippe ontwerpen en van creativiteit was er geen sprake. De kleuren die de juf gebruikte, moesten ook onze kleuren zijn. We wilden per se een werkje afleveren dat zo goed mogelijk leek op dat van de juffrouw." Degeyter herinnert zich de kick die het gaf, om een stukje draad om te vormen tot een lap stof. Ook Christian Wijnants vond de handwerklessen heerlijk. "De basis leerde ik in de lagere school. Maar ik begon pas echt te breien toen ik 16 of 17 jaar oud was." Wijnants vond de oude breimachine van zijn moeder op de zolder van zijn ouders. Samen met zijn moeder wekte hij de machine weer tot leven. "Ik begon met de machine te experimenteren, als voorbereiding voor mijn toelatingsproef bij de Antwerpse modeacademie." Tijdens zijn studentenjaren ging de oude breimachine mee. "Het was zo'n oude, metalen machine uit de jaren zeventig. Echte kwaliteit, niet zoals veel plastic machines die je nu ziet. Nu nog werk ik er af en toe mee. Tot vijf jaar geleden zelfs heel regelmatig." De machine werd een rode draad in de creaties van de jonge Wijnants. Hij bracht uren door achter zijn breimachine. "Soms werkte ik drie of zelfs vier dagen om de voorkant van een stuk te breien. Ik speelde met verschillende materialen en soms was de draad zo fragiel dat het steeds opnieuw mislukte. Het afwerken van een wollen ontwerp is erg moeilijk. Met fijne draadjes moet je alle delen aan elkaar zetten. " Voor zijn afstudeercollectie maakte Wijnants een jurk in cashmere. "De draad was zo fijn dat hij de hele tijd stuk ging. Ik moest steeds opnieuw beginnen, een echte nachtmerrie." Bij grote breiwerken, kwam zijn moeder een handje helpen. "We hebben verschillende nachten aan een stuk door zitten breien. Dat was erg intensief. Na zo'n nacht vond ik het weer niet goed genoeg en moesten we helemaal opnieuw beginnen." Ondanks de nachtelijke handarbeid, kreeg de ontwerper niet genoeg van zijn breimachine. Tijdens mijn schoolvakantie werkte ik in een atelier met twee Antwerpse vrouwen. Zij breiden voor ontwerpers als Raf Simons, Veronique Branquinho en Bernard Willhelm. Van 's ochtends tot 's avonds zat ik een maand lang te breien. Op den duur zit het gewoon in je vingers."

Ons Breiboek

is uitgegeven

bij Lannoo en ligt

nu in de winkel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234