Dinsdag 27/09/2022

InterviewWouter Torfs

Wouter Torfs: ‘Ik zal nooit een burn-out krijgen. Ik heb nul aanleg voor perfectionisme’

Wouter Torfs: ‘Ik zal geen burn-out krijgen, want ik heb nul aanleg voor perfectionisme. Goed is goed genoeg.’ Beeld Damon De Backer
Wouter Torfs: ‘Ik zal geen burn-out krijgen, want ik heb nul aanleg voor perfectionisme. Goed is goed genoeg.’Beeld Damon De Backer

Nog een half jaar en de beste werkgever van het land stopt ermee. Na 33 jaar aan het hoofd van het familiebedrijf blikt Wouter Torfs (64) terug. ‘Torfs is overal uit de provinciesteden weggetrokken, daar ben ik niet trots op.’

Ann Van den Broek

Hij is in een fase van zijn leven dat hij tijd heeft, zonder ook vakantie te hebben, zegt hij. En straks zal hij er nog méér hebben, wat kijkt hij daarnaar uit. We zitten nog niet goed en wel tegenover elkaar, of Wouter Torfs helpt al meteen een misverstand de wereld uit: neen, hij verandert helemaal niet van werk. Hij gaat per 1 januari gewoonweg met pensioen.

“Het is zo geframed alsof ik nog aan een nieuwe carrière zou beginnen, maar ik word volgend jaar 65 en we hebben intern al lang uitgemaakt dat ik dan stop als CEO. En toevallig kwam enkele maanden geleden de vraag van CAW Vlaanderen (Centrum Algemeen Welzijnswerk, red.) of ik geen voorzitter wilde worden van hun raad van bestuur. Maar dat is één keer in de maand een dag werk. Al wil ik meer doen dan dat, ik zál ook meer doen dan dat.”

Hij is al een keer daklozen mee gaan ontvangen in Mechelen, vertelt hij. En hoe ondersteboven hij daarvan was. Verslaafden kwamen er aankloppen. Maar ook jonge gasten op sneakers die van sofa naar sofa verkasten, tot de laatste vriend het ook wel welletjes vond. Een postbode, in uniform, met een slechte echtscheiding die thuis niet meer binnen mocht. Spiegels van u en mij, van wie het leven plots een oplawaai kreeg.

“Het CAW is de grootste eerstelijnswelzijnsorganisatie in Vlaanderen. Op een tachtigtal plekken over heel Vlaanderen kun je zo, zonder afspraak, binnenlopen voor hulp bij het zoeken naar een sociale woning, psychische hulp, opvang na intrafamiliaal geweld, noem maar op. Het is er voor mensen op een kwetsbaar moment, en dat hebben we in ons leven allemaal weleens. Er werken 2.900 mensen, 2.500 vrijwilligers en er gaan miljoenen subsidies naartoe. Maar wie kent het? Als ik als voorzitter één accent zou willen aanbrengen, is het dat: het CAW veel bekender maken.

BIO

* geboren op 24 april 1958 * studeerde rechten aan de KU Leuven * werkte in het begin van zijn carrière als advocaat * nam in 1989 over als CEO van familiebedrijf Schoenen Torfs * werd tienmaal verkozen tot beste werkgever van het jaar * werd in 2019 ook bekroond als beste werkgever van Europa

“Maar het is dus absoluut geen nieuwe voltijdse job. Dat zou ik ook niet willen. Het is fijn en spannend om 65 te worden. Het is een reset, te vergelijken met wanneer je 25 jaar bent en start met werken: een nieuwe fase begint.”

Een derde van een eeuw stond Wouter Torfs aan het hoofd van Schoenen Torfs, het familiebedrijf dat zijn grootouders Louis en Jeanne in 1948 oprichtten en waarvan hij in 1989 op zijn 31ste CEO werd. Onder zijn bewind groeide Torfs uit van een keten met 26 winkels tot een met 78 filialen; een omzet van 9 miljoen euro werd er een van 150 miljoen. Schoenen Torfs is vandaag marktleider en zijn afscheidnemende CEO een van de bekendste ondernemers van het land.

Voelt u zich een mode-icoon?

(lacht luid) “Ben je gek? Ik ben ook geen kenner. En ik weet wel dat de ‘echte modekenners’ durven neerkijken op Torfs. Ze zien ons niet als fashion. En ik geef toe dat we daar zeker een achterstand in te halen hebben. Maar ik stel ook vast dat de mensen die dat zeggen de laatste jaren niet meer in de winkels zijn geweest. Er is bij Torfs op modegebied al heel wat veranderd.

“Maar goed, ik heb dus een heel ambigue relatie met het product. Mocht het mijn werk niet zijn, dan zouden kleren of schoenen me in het geheel niet interesseren.”

U koopt uw eigen schoenen niet?

“Natuurlijk wel.”

Hebt u zelf al ooit iets online besteld, dan?

(grijnst) “Oké, betrapt. Nee, ik kan dat niet. Dat is een van de redenen waarom ik stop: mijn digitale versheidsdatum is al ruim overschreden. Dat is een pakske van de supermarkt dat groen ziet. Tot gigantische ergernis van mijn vrouw. Zij zegt dan: wat ga jij doen als ik er niet meer ben? Ah, een andere vrouw zoeken, zeg ik dan.”

Wanneer begon u uw opvolging voor te bereiden?

“Een jaar of drie, vier geleden. De bedoeling is om in oktober de nieuwe CEO aan te duiden.”

Hoe belangrijk is het dat het opnieuw iemand uit de familie is?

“Het is geen must. Maar symbolisch, voor het uitdragen van de bedrijfscultuur en als signaal van continuïteit voor onze medewerkers, denk ik dat dat een meerwaarde kan zijn.”

U vertrekt op een moment dat de sterren niet bepaald gunstig staan: inflatie, dreigende recessie, de koopkracht die onder druk staat, wat een directe weerslag heeft op de retail. Baart dat u zorgen?

“Bij een inflatie van 10 procent zouden de verkoopprijzen ook met 10 procent moeten stijgen, anders kloppen de rekeningen straks niet meer. Dat maakt dat wij de prijsdruk heel erg voelen. Onze gemiddelde verkoopprijs zal wellicht met ongeveer 5 procent toenemen, de rest willen we dichtrijden door beter op de kosten te letten. De pandemie is ook ook nog niet voorbij. Wuhan is weer op slot. Alles wat vanuit China komt, komt veel trager binnen.

Torfs over Instroom Academy: 'Dit is toch wat de samenleving nodig heeft? We hebben de mond vol over integratie en gebruiken daar grote woorden voor. En hier zie, voilà.' Beeld Damon De Backer
Torfs over Instroom Academy: 'Dit is toch wat de samenleving nodig heeft? We hebben de mond vol over integratie en gebruiken daar grote woorden voor. En hier zie, voilà.'Beeld Damon De Backer

“We hebben ook het geluk dat we nog met de postpandemieboost zitten. Mensen komen weer buiten, er zijn weer feestjes, ze willen weleens iets nieuws. Dat merken we heel sterk aan onze cijfers. Ik besef dat we de afgelopen maanden een infuus hebben gekregen. Daarvoor hou ik mijn hart vast: ik hoop echt dat mijn opvolgers geen recessie moeten meemaken wanneer ze overnemen.”

De regering kondigde net voor het zomerreces een reeks hervormingen aan die de economie weerbaarder zou moeten maken. Wat opviel in de reacties achteraf: er zat geen open brief van u bij.

(lacht) “Ik heb wel even goesting gehad. Maar de Sturm und Drang is er wat van af, zeker?

“Ach, je moet het gevoel hebben dat het iets uithaalt, hè. Ik heb inderdaad al best wat oproepen aan regeringen gedaan, maar ik vrees dat de coalitie vandaag gewoon al versleten is. Die hervormingen, serieus, dat is een berg die een muis heeft gebaard.”

“Om maar één voorbeeld te geven: we zitten met een gigantisch aantal langdurig arbeidsongeschikten, dat alleen maar stijgt, waardoor we onze tewerkstellingsgraad ook nauwelijks kunnen opkrikken. Maar wat wordt daaraan gedaan? Mensen met een beperking zitten in een gouden kooi: ze mogen niets beginnen, want anders verliezen ze hun uitkering. Maar blijkbaar is het onmogelijk om flexibele statuten te creëren zodat die mensen toch iets kunnen betekenen op de arbeidsmarkt. Dat zou een win-win zijn. Nu moet je wel gek zijn om als persoon met een beperking toch te willen werken. De invoering van de flexi-jobs bewijst nochtans dat kleine ingrepen heel effectief kunnen zijn. Het moet allemaal zo moeilijk niet zijn, hoor.”

U werd tien keer verkozen tot beste werkgever van het land en één keer tot beste werkgever van Europa. U geeft lezingen hoe anderen dat ook kunnen worden. En wat dan opvalt: u doet dat ontzettend simpel lijken.

“Welja, ze vragen dan steeds om te eindigen met drie tips en die worden er dan uitgelicht. Geef je medewerkers complimenten, vier je gezamenlijke successen, draai geregeld een dag mee op de werkvloer en ondervind de werkdruk aan den lijve. Maar daarbij stopt het natuurlijk niet. Het zit in het volhouden, het is een endless game. En koken kost geld: onze loonkost maakt 21 à 22 procent van onze omzet uit. Bij vergelijkbare bedrijven zal dat 16 à 17 procent zijn. Er staat in onze winkels meer personeel dan in andere, ze zijn beter opgeleid, beter ondersteund en beter betaald. Maar dat vertaalt zich ook in gelukkigere werknemers, gelukkigere klanten, en daardoor in een hogere omzet per winkel.”

Resulteert uw aanpak in minder burn-outs bij Torfs dan elders?

“Ik heb daar geen cijfers van, maar natuurlijk is het bij Torfs ook niet de perfecte wereld. Dat is de wrange keerzijde van de medaille bij ons: de cultuur op de vloer is zo uitnodigend om je dubbel te plooien dat de mensen die de meeste passie vertonen het hardst tegen de muur kunnen knallen.

“Ik moet ook eerlijk bekennen dat ik in het verleden verre van het juiste voorbeeld heb gegeven. Ik heb vaak zes dagen op zeven gewerkt. Ik legde dat niemand op, zeker niet, maar ik heb het idee ook niet doorbroken dat je je niet dood moet werken.”

Het had u ook kunnen overkomen?

“O nee, ik zal geen burn-out krijgen. Heel simpel, ik heb nul aanleg voor perfectionisme. Goed is goed genoeg. Ik doe liever de goeie dingen dan de dingen helemaal goed.”

Is het die instelling ook waardoor Torfs nooit verder geraakt is dan Vlaanderen? Er is geen Torfs in Nederland of Frankrijk, zelfs niet in Wallonië of Brussel.

“Ik heb geen grenzeloze ambitie, nee. Als je me zou vragen om terug te blikken op mijn carrière, dan moet ik vaststellen dat ik redelijk voorzichtig en braaf ben geweest.”

U hebt er niet uitgehaald wat erin zat?

“Financieel niet. Maar maatschappelijk wel. En dat is mij evenveel waard. Nee, meer eigenlijk.

“Ik heb gisteren mijn vriend en straffe ondernemer Luc Van Mol nog gezien, de oprichter van kledingketen Zeb. Wat die allemaal al gedaan heeft in één carrière, van niks een bedrijf opgericht met 1.200 werknemers: dan kan ik mij klein voelen. Maar onderweg naar huis dacht ik: maar eigenlijk, nee. Ik heb gedaan wat er in mij zat. Van vergelijken wordt niemand gelukkig.”

'We zitten maar naar elkaar te kijken terwijl de Zalando’s en Amazons van deze wereld ons koloniseren.' Beeld Damon De Backer
'We zitten maar naar elkaar te kijken terwijl de Zalando’s en Amazons van deze wereld ons koloniseren.'Beeld Damon De Backer

Faeiq uit Irak komt zijn met lamsgehakt gevulde dolma voorstellen, vergezeld van paarse aardappelen, paarse bloemkool en zeekraal. Smakelijk, zegt hij met een glimlach die de hele zaal verlicht. Torfs straalt van de weeromstuit nog harder. “Wat een belevenis”, zegt hij. Het eten, de bediening, hij kan er niet over zwijgen. Instroom, dat enkel werkt met vluchtelingen en anderstalige nieuwkomers, heeft er weldra een vaste klant bij.

“Dit is toch wat de samenleving nodig heeft? We hebben de mond vol over integratie en gebruiken daar grote woorden voor. En hier zie, voilà. Zo simpel kan het allemaal zijn. Mensen in hun waarde en talent erkennen, hun de kans geven om dat te tonen, er trots op te zijn en wij die er dan van genieten. Geweldig.”

Later, na een fotosessie met zicht op de Antwerpse haven, wil hij daar nog iets aan toevoegen. Hij heeft er nog even over nagedacht, zegt hij, en vraagt of we nog weten wat Angela Merkel zei in 2015. Wir schaffen das. En hoe ze toen genoemd werd? Een gutmensch. “En dat was een scheldwoord. Ik vond en vind dat nog steeds onwaarschijnlijk schandalig. Dat een mens die het goed voorheeft een onnozele naïeveling zou zijn. Daar voelde ik me wel verwant mee. En dan kun jij nu zeggen dat dat ook weer past in het perfecte plaatje, maar godverdomme, zeg. Op het vlak van warmte zijn we er als maatschappij niet op vooruitgegaan.”

Net voor de fotograaf hem meenam, hadden we dat inderdaad gezegd. Dat hij er wel een handje van weg heeft om altijd juist datgene te zeggen of te doen wat gewenst is. Coronacrisis? Het managementteam van Torfs levert de helft van zijn vergoeding in. Retailers blijven overeind dankzij de e-commerce? Wouter Torfs gaat een dag meedraaien in het distributiecentrum. Burn-outepidemie? Torfs lanceert de foertdag, een extra verlofdag voor zijn werknemers om iets leuks te doen voor zichzelf.

Hij draait met zijn ogen. “Als je het zo opsomt, vind ik het ook geweldig melig.”

U bent vooral de vleesgeworden marketinghandleiding.

“Ik kan het misschien goed verkopen, maar we doen al die dingen ook echt. Wat niet wil zeggen dat onze werkvloer is bezaaid met rozenblaadjes. Of dat ik een heilige ben. Moet ik zelf beginnen over de ontslagen tijdens corona?”

Dat is inderdaad zowat het enige randje aan uw imago. U ontsloeg in volle pandemie 27 werknemers. En toen u daar kritiek op kreeg, werd u boos.

“Ik was gekrenkt in mijn ego, ja. Ik ben het oudste kind uit een oer-Vlaams gezin waarin je je best moest doen en dan was je een flinke, brave jongen. En ik vind kritiek dan moeilijk, want ik heb mijn best gedaan. Maar goed, er mag kritiek komen, natuurlijk.”

Staat u nog steeds achter die ontslagen?

“Als ik toen wist wat ik nu weet?” (schudt het hoofd)

Waarom niet?

“Omdat het allemaal goed is gekomen, potverdikke. Maar het was 16 maart en de winkels gingen voor onbepaalde tijd dicht. Als je dan als organisatie niet kijkt waar er vet op de soep zit, ben je niet bezig met het geheel. We waren de eersten die mensen ontsloegen. De vakbonden zijn daar dan opgesprongen en de poppen gingen aan het dansen.

(zwijgt heel lang) “En vandaag hebben we dertig vacatures openstaan, we zoeken mensen, net zoals iedereen. Niet voor exact dezelfde jobs, maar goed. Die ontslagen doen me nog altijd pijn. Ik weet dat er CEO’s zijn die in hun loopbaan veel drastischere dingen hebben moeten doen dan 27 van 700 werknemers de laan uitsturen, maar dat blijft een vlek op mijn ziel.”

U bent ook verantwoordelijk voor de ‘baanwinkels’ van Torfs. U hebt tientallen filialen in winkelstraten gesloten om ze te verhuizen naar steenwegen.

(knikt) “Ik ben daar niet trots op, maar Torfs heeft niet bijgedragen aan het in stand houden van sterke commerciële centra. In de grote centrumsteden zijn we altijd in de winkelstraten gebleven. Maar in de kleinere provinciesteden, van Lommel tot Menen, daar zijn we overal weggetrokken uit het centrum.”

Hoe kijkt u daar nu op terug? Want u, een van de Grootouders voor Klimaat bovendien, heeft de mond vol van duurzaamheid. Maar baanwinkels zijn allesbehalve groen te noemen.

“Het is ook echt een gewetensprobleem geweest. Ik vind dat een bedrijf maatschappelijk verantwoord moet zijn en niet puur winst moet nastreven. Maar voor ons bedrijf was het op dat moment, begin jaren 90, een absoluut noodzakelijke keuze. De maatschappij was veranderd: tweeverdieners met drukke levens wilden geen tijd verliezen, en voor de deur kunnen parkeren. En met Brantano was er een speler opgedoken die hen dat allemaal bood. We voelden dat keihard. Dat zeg ik nu met de hand op het hart: als we toen die beweging niet hadden gemaakt, hadden we nu niet meer bestaan. Net zoals talloze ketens die iedereen al lang weer vergeten is. Of ken jij Marly Shoe nog, de winkels van de broer van mijn grootvader?

‘Ik ben heel bang geweest dat het bedrijf onder mijn leiding ­failliet zou gaan. Ik weet niet of ik dat zou hebben overleefd.’ Beeld Damon De Backer
‘Ik ben heel bang geweest dat het bedrijf onder mijn leiding ­failliet zou gaan. Ik weet niet of ik dat zou hebben overleefd.’Beeld Damon De Backer

“Nu, vandaag zitten we met een veel grotere uitdager. De concurrentie voor de stadswinkel is niet meer de baanwinkel, maar de e-commerce. We zitten maar naar elkaar te kijken terwijl de Zalando’s en Amazons van deze wereld ons koloniseren. Dat is ook een vraag die we ons kunnen stellen: waarom heeft Nederland een bol.com en wij niet?”

Vijf jaar geleden had u toch plannen om een Belgische webwinkel op te richten die de concurrentie zou kunnen aangaan?

“We hebben daar met heel wat Belgische retailers over gesproken, op initiatief van Colruyt. Er zijn voorstudies gemaakt en vervolgens is dat afgesprongen. Het water was te diep, de benodigde fondsen te groot. In Nederland was er ondernemerschap dat hier ontbrak.

“Wij hebben dan resoluut de kaart getrokken van onze eigen webshop en daar ben ik ook trots op. Onze webshop is vandaag goed voor 21 à 22 procent van onze totale omzet, en wellicht zal dat nog verder stijgen.”

Gelooft u dat bakstenen winkels ooit zo verlieslatend zullen zijn dat ze zullen moeten sluiten?

“Ik geloof dat er een shake-out zal komen van de zwakkeren, absoluut. Om break-even te draaien, moet een Torfs-filiaal minimaal een jaarlijkse omzet van een miljoen euro halen. Wij mogen echt niet klagen, onze winkels draaien nog mooie omzetten. Maar ik hou mijn hart vast voor de kleinere winkels die dezelfde huur moeten ophoesten als wij. Zeker met de huidige inflatie.”

Een vrouw komt gedag zeggen: ze is de moeder van een Torfs-medewerkster. En jawel, de grote baas weet meteen over wie het gaat. Dat is toeval, verzekert hij, hij kent echt niet alle werknemers van naam, toenaam en gezicht. Maar voor hij een winkel bezoekt, zal hij wel checken wie er werkt en hen begroeten met een jovialiteit alsof ze, welja, tot de familie behoren.

Hij haalt de schouders op. Ja, dat is dan voorbereid, maar het is niet gespeeld, zegt hij. “Ik ben echt geïnteresseerd in die mensen, ik wil dat ze gelukkig zijn. Mijn grootouders hadden een winkel in Lier en zaterdagmiddag aten de winkeldochters mee stoofvlees met frietjes met hen. Dat idee van ‘we werken allemaal samen’ zat er toen al in. Wij hebben dat gewoon verder geprofessionaliseerd. Mijn bomma zei altijd: ‘Een goed woord is meer waard dan een kwaad woord.’ Maar ze zei ook: ‘Van een ezel kun je geen koerspaard maken. Zet hem dan ook niet in die positie.’” Hij lacht. “Een goede baas weet wie wat kan.”

En zeggen dat u eigenlijk nooit in het familiebedrijf wilde stappen. Hoe kijkt u daarop terug?

“Dankbaar.”

Ja? Want de manier waarop u daarstraks over het CAW praatte, lijkt te impliceren dat u nu eindelijk gaat doen waar uw hart ligt.

“Ja, maar die maatschappelijke invulling heb ik er bij Torfs ook wel kunnen insteken. Ik denk dat ik schoenenverkopers trots en zichtbaarheid heb kunnen geven.

“Maar ik geef toe, het was niet mijn droom. Ik was beginnend advocaat aan de balie van Antwerpen. Ik deed fiscaal en handelsrecht en deed dat heel graag: ni dieu, ni maître, dat sprak me enorm aan. En als ik echt mocht dromen, was ik ook heel graag zanger of acteur geworden. Of kok. Maar bon, je moet weten waar je talenten beginnen en vooral waar ze stoppen.

“Mijn grootmoeder wilde graag dat ik mijn vader en nonkels zou opvolgen. En met een vrouw die tandarts was, twee kleine kinderen en het derde bijna op komst, kwam de standvastigheid van het familiebedrijf niet heel slecht uit.

“Maar ik heb moeilijke periodes gekend, hoor. In het begin was ik echt niet gelukkig. En die druk calculeer je in niet in. Mijn vader wuifde dat altijd weg: valt wel mee, jongen! Ja, man... Er zal een stukje weemoed zijn voor alle collega’s die ik achterlaat, maar ik weet dat het in januari ook als een opluchting zal voelen. Er zal een last van mijn schouders vallen.”

De druk van het CEO zijn van 700 werknemers, of van verantwoordelijk zijn voor de nalatenschap van een hele familie?

“Vooral dat tweede. Ik mag zeker niet klagen, mijn familie heeft me volop gesteund. Maar ik ben heel bang geweest om te falen. Bang dat ik zo’n grote fout zou maken dat het bedrijf onder mijn leiding failliet zou gaan.

“Ik herinner me een raad van bestuur uit mijn beginjaren. De resultaten waren echt niet goed, iedereen twijfelde aan de te volgen koers, maar niemand zei daar iets van. Ik heb toen een fax gestuurd naar iedereen over les non-dits en hoe ik dat niet meer wilde. Als ze vonden dat ik niet de juiste man was om het bedrijf te leiden, moesten ze dat hardop zeggen, in plaats van het in de lucht te laten hangen waardoor het als een loden deken op iedereen woog. Sindsdien zeggen we wat we te zeggen hebben.

“De laatste jaren heb ik vaak gedacht: mocht er met ons gebeurd zijn wat er met FNG gebeurd is (de holding boven onder meer Brantano is in 2020 failliet gegaan, red.), ik weet niet of ik dat zou overleven.”

U was aandeelhouder van Brantano en had met uw familie 15 miljoen euro geïnvesteerd – die u kwijt bent. Toch bent u nog bevriend met Dieter Penninckx, de CEO van FNG, goed wetende dat het faillissement mogelijk te wijten is aan fraude. Hoe kan dat?

“Iedere mens is onschuldig tot bewijs van het tegendeel. Wij hebben erin geloofd, juist omdat hij veel meer durfde dan wij. Het was het verhaal van een geweldig getalenteerde Icarus die te dicht bij de zon vloog. Ik kan die verantwoordelijkheid ten volle onder ogen zien en de rest van de familie ook.

'Vorige keer hebben we de Wim Hofmethode toegepast, na een exercise zijn we in ons blootje in een bad vol ijsblokjes gesprongen.' Beeld Damon De Backer
'Vorige keer hebben we de Wim Hofmethode toegepast, na een exercise zijn we in ons blootje in een bad vol ijsblokjes gesprongen.'Beeld Damon De Backer

“Het heeft ook te maken met mededogen. Er komt nog een rechtszaak. Dieter heeft in de cel gezeten. Weet je wat dat doet met een mens? Natuurlijk heeft dat faillissement sporen nagelaten, maar niet voldoende om hem te laten vallen, of de pijn van de ander niet te zien.”

Zeggen wat u te zeggen hebt, daar bent u zelf naar verluidt altijd wel goed in geweest. Uw nichtje Lise vertelde ooit hoe zij als kind gesprekken afluisterde tussen u, uw vrouw en haar ouders waarin jullie heel open jullie relaties analyseerden. Dat is heel bijzonder voor een man van uw generatie.

“Is dat zo? Ik ben altijd heel geïnteresseerd geweest in persoonlijke ontwikkeling. Ik ben ooit begonnen met nlp, neurolinguïstisch programmeren, een methodiek om beter te leren communiceren. Nadien kwam de interesse in boeddhisme en heb ik heel veel gelezen over filosofie en psychologie. Allemaal vanuit een drang om mezelf beter te leren kennen en vanuit het geloof dat als dat zou lukken, ik ook gelukkiger zou worden.

“Mijn vrouw was spontaan content, ik had die gave niet. Als dertiger met kleine kindjes in huis was ik echt op zoek. Ik vond mijn draai niet, ik wilde méér, ik vroeg me af wie ik was en waarom ik hier was.

“Ik heb die levensvisie ook binnengebracht in het bedrijf. In het begin te veel, uiteraard, ik was bijna een missionaris. Maar ik ben er echt van overtuigd dat wie zichzelf beter leert kennen ook een gelukkigere mens wordt. En die winst keert terug naar het bedrijf.

“Heb je misschien al gehoord over onze CEO Council? Samen met een aantal andere CEO’s van familiebedrijven komen we regelmatig samen om van elkaar te leren.”

Ik heb daar inderdaad al van gehoord. Naar verluidt gaan jullie dan in een kring op blote voeten in het gras staan, terwijl jullie elkaar de waarheid zeggen en de emoties al eens durven stromen.

(lacht) “O, da’s nog maar het minste! Vorige keer hebben we de Wim Hofmethode toegepast, na een exercise zijn we in ons blootje in een bad vol ijsblokjes gesprongen.

“Je kunt daar nu bij fronsen, natuurlijk, maar waarom zeg je niet: amai, experimenteel? En dat zijn allemaal oude mannen die daarvoor openstaan, hoe funny is dat wel niet? We lachen ons daar dood. Maar we hebben er ook echt veel aan, we leren zo veel van elkaar. Maar akkoord, bij Voka moet je daar niet mee afkomen.”

Hij heeft het van zijn mama, zegt hij. Zijn vader is, ook op zijn 92ste nog, bijzonder rechttoe, rechtaan. Maar zijn moeder is een uitbloeier van mei ’68. “Mama reisde naar India om te mediteren. Pure flowerpower. Ik vond dat als puber maar niks, maar kijk, het zaadje was geplant. En zo is het bij mijn kinderen ook gegaan. Ik vertelde hen ook over mijn zoektocht en hoorde hen denken: papa, laat ons gewoon gerust. Maar intussen zijn ze alle vier geïnteresseerd in persoonlijke ontwikkeling.”

U hebt twee kleinkinderen nu, van twee en één jaar. Bent u een andere grootvader dan vader?

“Dat denk ik wel. Ik voel minder de behoefte om op te voeden of te corrigeren. Het is zo fantastisch. Maar zó fantastisch. Het vergemakkelijkt het met pensioen gaan ook enorm, moet ik zeggen: dat die kleinkinderen er zijn. Ik besef heel goed dat ik cliché gepensioneerdenpraat aan het verkopen ben, maar wat een bron van liefde en geluk.”

Het kan ook compensatiedrang zijn. Hebt u het idee dat u er voor uw eigen kinderen genoeg bent geweest?

“Ja, eigenlijk wel. Toen zij klein waren, was het bedrijf ook nog veel kleiner. Ik was ten laatste om zeven uur thuis. Mijn vrouw stopte even met werken tussen zes en acht, dan aten we en stopten we de kinderen in bad, en daarna ging zij nog een uur naar haar patiënten. Dus ik was er wel echt veel. Ik heb niet het gevoel dat ik veel gemist heb.

“Het beste dat ik daarnaast gedaan heb, is beslissen om met elk van hen ieder jaar eens apart te gaan eten. En dan heb ik maar één agendapunt: zeggen dat ik hen graag zie.”

Hebben uw ouders dat ooit tegen u gezegd?

“Nee. Ik weet dat ze me graag zien, maar ik vind dat we dat te weinig uitspreken. Als kindjes waren we wel klein en knuffelig, maar met de puberteit kwam er afstand. Daarom heb ik die traditie ingevoerd. In het begin was er wat weerstand en vonden ze dat gênant, maar ik ben er zeker van dat het iets heeft opgebracht voor onze band.”

Bent u vandaag gelukkig?

“Veel gelukkiger dan twintig, dertig jaar geleden. Ik ben zo blij dat ik de tijd van me moeten bewijzen achter mij kan laten. We hebben een camper waarmee mijn vrouw en ik willen rondtrekken. En hopelijk gaan de kleinkinderen, ons Linuske en ons Nikkootje, af en toe eens mee. De ‘van moetens’ loslaten, ik ben daar helemaal klaar voor.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234