Vrijdag 01/07/2022

InterviewChimamanda Ngozi Adichie

‘Ze schreven dat de dood van mijn ouders mijn verdiende loon was, omdat ik transfoob was’: schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie

Chimamanda Ngozi Adichie: ‘Online schreven ze dat de dood van mijn ouders mijn verdiende loon was, omdat ik transfoob was. Ik was zo gekwetst.’ Beeld Thurstan Redding / M le magazine
Chimamanda Ngozi Adichie: ‘Online schreven ze dat de dood van mijn ouders mijn verdiende loon was, omdat ik transfoob was. Ik was zo gekwetst.’Beeld Thurstan Redding / M le magazine

Ze verloor haar beide ouders dit jaar, kreeg de katholieke kerk over zich heen en schreef een essay dat nogal wat stof deed opwaaien. Chimamanda Ngozi Adichie (44) over haar jaar van verdriet, woede en toch ook hoop.

Esma Linnemann

Chimamanda Ngozi Adichie gaat geen conflict meer uit de weg. “Er is een tijd geweest dat ik dacht: ‘Deze strijd is het niet waard om te voeren, ik kan het maar beter met rust laten’”, zegt de Nigeriaanse bestseller­auteur en zelfverklaard ‘voorzitter van de feministenheksenclub’ aan de de telefoon vanuit haar huis in Maryland, waar ze woont met haar 6-jarige dochter en haar man, de arts Ivara Esege. “Maar toen stierf mijn vader, en dat was de grootste ramp die ik ooit had meegemaakt. Ik dacht ineens: het interesseert me geen fuck meer wat anderen vinden of denken. Ik ga precies zeggen wat ik vind, en gevechten die ik in het verleden heb gemeden, ga ik alsnog aan.” Wat volgde was een strijd met de Nigeriaanse katholieke kerk, en de publicatie van een controversieel essay over ‘cancelcultuur’, waarover later meer.

BIO * geboren op 15 september 1977 in Enugu, Nigeria * verhuist naar VS, waar ze literatuur en Afrikaanse studies studeert * publiceert o.a. Paarse hibiscus, Een halve gele zon, Amerikanah en Lieve Ijeawele (2017) * TED-talk We Should All Be Feminists (2012) * Essaybundel Gedachten over rouw is nu uit bij De Bezige Bij

2021 was een jaar van verlies en woede voor Adichie. Ze verloor haar vader, wiskundehoogleraar James Adichie. En ja, ze begrijpt heus wel: de mensen bedoelen het goed. Maar zeg alsjeblieft niet dat hij nu op een ‘betere plek’ is, of dat hij toch een mooie leeftijd heeft bereikt. Adichies vader werd 88, maar ze had nog jaren met hem willen praten, lachen, discussiëren. Begin maart dit jaar volgde geheel onverwachts op 78-jarige leeftijd haar moeder, Grace Adichie. En nu kampt ze met een dubbel gebroken hart. “Het voelt oneerlijk”, zegt ze met een zachte stem. “Het universum had ons moeten gunnen dat we een van de twee nog wat langer bij ons konden houden.”

Wereldberoemd werd ze met haar TED-talk uit 2012 We Should All Be Feminists, waarin ze vol humor en scherpe observaties pleit voor gelijke kansen en rechten voor vrouwen binnen en buiten Nigeria. Zangeres Beyoncé gebruikte tekstfragmenten uit de lezing in haar nummer ‘Flawless’, in Zweden werd de lezing in boekvorm uitgedeeld aan alle middelbare scholieren en Adichie werd in één klap een van de meest gevraagde sprekers, de go-to feminist voor al uw vragen over gendergelijkheid.

Adichie is naast activist ook een groot literair talent. Haar romans Paarse hibiscus (2003), Een halve gele zon (2006) en Amerikanah (2013) handelen over thema’s als feminisme, globalisering en migratie. Vorig jaar werd Een halve gele zon verkozen tot allerbeste winnaar ooit in het 25-jarige bestaan van de Britse Women’s Prize for Fiction.

In 2021 kwam Gedachten over rouw uit, een verzameling essays die Adichie schreef voor het blad The New Yorker. De bundel is een soms ruige en dan weer nuchtere getuigenis over verlies en over de verslagenheid die je kunt voelen als een van je ouders sterft, ook als je zelf al lang volwassen bent. Bovenal is het een eerbetoon aan een betrokken, zachtaardige vader (moeder Grace leefde nog ten tijde van het schrijven):

“In mijn werkkamer vind ik zijn oude sudokuboekjes, de vakjes ingevuld met de cijfers, resoluut en zelfverzekerd, en ik herinner me hoe we een paar jaar geleden naar een boekwinkel in Maryland reden om ze te kopen. Hij kocht er een voor mij om te proberen omdat ‘het heel goed is’, maar bij de eerste poging een puzzel op te lossen ontvlamde mijn haat voor wiskunde opnieuw. Ik herinner me hoe mijn vader me bijles gaf voor mijn eindexamen en dat hij zei, toen ik bij een lange vergelijking bleef steken: ‘Ja, je komt er wel. Twijfel niet aan jezelf. Niet ophouden.’ Geloof ik daarom dat je het altijd moet proberen?”

U schrijft in Gedachten over rouw: ‘Vijanden wees gewaarschuwd: het ergste is gebeurd, mijn vader is dood. Mijn gekte zal zich nu openbaren.’ Is dat ook gebeurd dit jaar?

“De gekte is zich nog steeds aan het ontvouwen, ja. Als je rouwt, kun je boos zijn op mensen die lief voor je zijn, op mensen die het goed bedoelen, maar onbedoeld dingen zeggen die zo ontoereikend voelen. Je voelt dat je onredelijk bent, maar je kunt het niet helpen! Door de rouw keerde ik terug naar een primitieve menselijke natuur, zeker niet de meest elegante staat om in te verkeren. Ik werd ook fatalistisch: de dood van mijn vader confronteerde mij met mijn eigen sterfelijkheid. Mijn vader was erg kalm, een vreedzaam anker in mijn leven. Dat werd me opeens ontnomen.”

Uw vader James had allerlei koosnamen voor u. ‘Ogbata Ogu Ebie’ – degene met wie de strijd eindigt – en ‘Ome Ife Ukwu’ – degene die grootse dingen doet. Heeft hij u gevormd als feminist en autonoom denker?

“Hij had er heel veel mee te maken. De wereld is nog steeds een plek die gedomineerd wordt door mannen, en waarin vrouwen worden gesocialiseerd om mannen die macht te geven. Dat maakt het zo belangrijk voor een meisje om een goede vader te hebben. Mijn vader had vertrouwen in mij en respecteerde altijd mijn mening, ook als we het niet met elkaar eens waren. Hij aanbad mijn moeder, voor mij was het ook heel goed om die relatie van dichtbij mee te maken: het was een hecht partnerschap. Dankzij mijn vader heb ik nooit de memo ontvangen dat je bang voor mannen moet zijn.”

Uw moeder Grace stierf kort na uw vader, op de verjaardag van uw vader. Dat lijkt me heel moeilijk te bevatten.

“Als iemand dit in een boek had geschreven, dan had ik gezegd: dit is een ongeloofwaardige plot! Ze stierf zo onverwachts. Mijn moeder was een grappige, sterke vrouw. Ze werd het eerste vrouwelijke administratieve hoofd van de Universiteit van Nigeria en werkte op het laatst nog steeds. Toen ze een inspectiebezoek aan een basisschool aflegde, kreeg ik bericht dat ze tijdens de lunch niet had gegeten, en zich niet goed voelde. Dat was vrijdag, en die maandag was ze dood. Ik denk dat ik wel vrede heb gesloten met het feit dat mijn vader er niet meer is, maar over mijn moeder heb ik nog geen vrede. Ik kon het niet eens over mijn lippen krijgen om te zeggen ‘dood’, alsof ik haar daar op een bepaalde manier mee verraadde.”

In een interview met Trevor Noah van The Daily Show stelt u dat als er geen gelijkheid is in een relatie, dat vaak leidt tot gevoelens van wrok. Hoe was de relatie van uw ouders?

“Er was weinig wrijving tussen mijn ouders. Mijn vader steunde en hielp mijn moeder altijd. Ik denk dat mijn moeder wel kleine ongenoegens had. Mijn vader was een simpele man, intellectueel gezien complex, maar in het dagelijks leven een beetje de verstrooide professor die weinig waarde hechtte aan bezit, en niet wist hoe de wereld werkte. Mijn moeder regelde altijd alles, en deed ook het emotionele werk in de familie. Maar ze leidde haar leven in de wetenschap dat ze werd geadoreerd door haar man. Het was zo’n hechte vriendschap. Ik vind het nog steeds moeilijk om hieraan terug te denken, maar toen mijn vader stierf zei mijn moeder: ‘Wat moet ik nu toch beginnen?’”

In de Nigeriaanse Igbo-stam waartoe uw ­familie behoort, zijn er allerlei rituelen voor vrouwen die weduwe worden. Een daarvan is dat ze hun hoofd kaalscheren. U was tegen.

“Mijn broers waren er nog feller op tegen, daar was ik blij mee. Het had voor mij niet per se met het ritueel zelf te maken. Het ging mij erom dat het ritueel niet werd uitgevoerd op mannen. Voor mij voelde het als een manier waarop de cultuur vrouwenlijven toe-eigent. Vrouwen worden geacht om de rouw op hun lijf te dragen en de rest van hun leven weduwe te zijn. Dat staat me zo ­tegen.

“Maar mijn moeder maakte een andere afweging. Zij wilde mijn vader eren, een man met wie ze zestig jaar samen was geweest. Haar familie vond mijn vader niet rijk genoeg; mijn moeder was knap en glamoureus, ze had allerlei rijke prinsen achter zich aanlopen. Maar ze koos deze jonge universiteitsdocent. En na zijn dood dacht ze: ik heb de man getrouwd die ik wilde trouwen, I’ll bloody well shave my head for him. Ik respecteer dat. Het laat ook maar weer zien dat feminisme niet in beton is gegoten, alles gaat over context. Ik hou niet van die rituelen, maar voor mijn moeder ging het om de liefde voor haar echtgenoot. Het was haar keus.”

U bent katholiek opgevoed, en hing ook in uw volwassen leven dit geloof aan. Maar dit jaar kwam u in conflict met de Nigeriaanse katholieke kerk. Wat gebeurde er?

“In de kerk in het geboortedorp van mijn ouders werkt een priester die vrij vreselijk is, hij leidde de uitvaartmis voor mijn moeder. Halverwege pakte hij opeens de microfoon en begon hij mij aan te vallen over een stuk dat ik maanden daarvoor had geschreven. Daarin stelde ik dat de Nigeriaanse katholieke kerk minder gefocust moest zijn op het collecteren van geld, omdat zij daarmee armere kerkgangers in de problemen bracht. En nu stond die priester te schreeuwen: ‘Het kan me niet schelen hoe succesvol of beroemd Chimamanda is. Ze heeft geen enkel recht om dit te zeggen. Ze wil niet dat wij de armen en weduwen helpen.’ Hij trok mijn woorden volledig uit hun verband. Het werd zo’n drama, uiteindelijk zijn we allemaal de kerk uitgestormd, en hebben we gewacht op een andere priester om het gebed bij het graf te verzorgen. En weet je: de kerk heeft niets ondernomen tegen deze man. Hij zit er nog steeds.”

Bent u anders gaan denken over het katholieke geloof?

“Ja, ik ben erg gaan twijfelen. Ten eerste was die priester nooit zo tegen mij tekeergegaan als ik een man was geweest. Deze man is onderdeel van een instituut. De reden waarom hij dacht dat hij zoiets belachelijks kon doen, is omdat hij wist dat hij de steun zou krijgen van de bisschop. Het deed me denken aan alle schandalen binnen de katholieke kerk, met name het kindermisbruik. De katholieke kerk heeft een cultuur van het verbergen en mogelijk maken van slecht gedrag. Ik heb een brief naar de bisschop geschreven, maar die was óók boos op mij omdat ik mij had uitgesproken.”

In hetzelfde jaar waarin ze rouwt om het verlies van haar ouders en in ongenade valt bij de kerk van haar ouders, wordt Chimamanda Ngozi Adichie ook onderwerp van een literaire rel. Aanleiding is een persoonlijk essay dat Adichie op haar eigen website plaatst en al snel viraal gaat. In It’s Obscene: A True Reflection in Three Parts richt Adichie haar pijlen op twee niet bij naam genoemde jonge Nigeriaanse schrijvers, die deelnamen aan Adichies jaarlijkse schrijfcursus in Lagos. Volgens Adichie wilden deze schrijvers meeliften op haar roem, terwijl ze haar tegelijkertijd online beschimpten vanwege haar uitspraken over trans vrouwen. Adichie ageert op voor haar ongekend felle wijze tegen wat zij beschouwt als een doorgeslagen hang naar morele zuiverheid. “Er zijn veel mediawijze mensen die stikken in hun eigen morele verhevenheid en compassie ontberen”, schrijft ze. “Mensen wier socialemedialevens casestudies zijn in emotionele dorheid.”

'Mijn vader aanbad mijn moeder. Dankzij hem heb ik nooit de memo ontvangen dat je bang moet zijn van mannen.' Beeld Thurstan Redding / M le magazine
'Mijn vader aanbad mijn moeder. Dankzij hem heb ik nooit de memo ontvangen dat je bang moet zijn van mannen.'Beeld Thurstan Redding / M le magazine

Het essay raakt aan een gevoelige en uiterst complexe discussie binnen het feminisme over transgenderrechten en vrouwenemancipatie. Die uiterst complexe kwestie in het kort: terwijl het ene kamp strijdt voor de volledige gelijkstelling van trans vrouwen aan vrouwen, en de invoering van genderneutrale taal, maakt het andere kamp zich zorgen dat zo de ervaringen en problemen van cisgender vrouwen worden weggegomd.

In een interview uit 2017 met het Britse Channel 4 zei Adichie: “Als mensen mij vragen: zijn trans vrouwen vrouwen, dan ben ik geneigd te zeggen: trans vrouwen zijn trans vrouwen (...) Ik denk dat als je als man in de wereld hebt geleefd, met de privileges die de wereld aan een man toekent, en dan van gender verandert, het moeilijk voor mij is om te accepteren dat we jouw ervaring kunnen gelijkstellen aan die van een vrouw die vanaf het begin als vrouw leefde en niet de privileges kreeg toebedeeld die mannen krijgen.”

De woorden van Adichie ontketenden woedende reacties binnen progressieve kringen. Want door te ontkennen dat trans vrouwen en vrouwen tot dezelfde groep behoren, bestendigde Adichie het idee dat trans vrouwen geen ‘echte’ vrouwen ­zouden zijn, volgens critici een gevaarlijk voor­oordeel dat leidt tot uitsluiting van en geweld ­tegen transgenders.

Adichie bekritiseert in haar essay de wijze waarop deze discussie wordt gevoerd. Zo zou een van haar studenten haar hebben uitgemaakt voor ‘moordenaar’. “Deze vrouw kent mij goed genoeg om te weten dat ik gelijke rechten voor transgender mensen en andere gemarginaliseerde groepen volledig ondersteun”, schrijft Adichie in haar essay. “Natuurlijk kan ze problemen hebben met dat interview, dat moet kunnen. Maar ze had een persoonlijke relatie met mij; ze had me kunnen mailen of een berichtje sturen. In plaats daarvan maakte ze er op sociale media een openbare scène van.” Na publicatie onthield Adichie zich van commentaar.

Wat dreef u dit essay te schrijven?

“Ik denk rouw. Ik schreef dit essay midden in de nacht zittend op mijn bed in mijn huis in Lagos in een staat van razernij. Eerder op de dag had mijn neef mij gebeld en gezegd dat er mensen waren die online zeiden dat de dood van mijn ouders mijn verdiende loon was, omdat ik transfoob was.

I lost it, ik was zo woedend! Of, als ik er nu over nadenk: ik was zo gekwetst. Ik maak me al langer zorgen over het publieke discours op sociale media. Ik beschouw het als een westers fenomeen, geïmporteerd vanuit de Verenigde Staten, waarbij je erg voorzichtig moet zijn met wat je zegt en welke taal je gebruikt, en waarin jonge mensen ontzettend hard en veroordelend zijn. Ik maak niet graag gebruik van de term ‘cancelcultuur’, omdat dat begrip is gecorrumpeerd door rechts. Maar het idee is feitelijk dat als je het verkeerde zegt, je je baan kunt verliezen, iemand je adres online kan zetten, mensen je op allerlei verschrikkelijke manieren geweld aan kunnen doen.

“Uiteraard lijden vrouwen sterker onder dit fenomeen. Veel studies laten zien dat vrouwen met macht en vrouwelijke publieke figuren veel meer ellende over zich heen krijgen dan mannen op sociale media. Ik maak me daarover zorgen op veel verschillende niveaus. Daarom schreef ik dat stuk. Normaal zou ik hebben gezwegen, maar nu dacht ik: ik ben er klaar mee.”

Kunt u de kritiek op uw eerdere uitspraken over trans vrouwen begrijpen?

“Ik wil daar eigenlijk niet op ingaan, want het is bijna onmogelijk iets te zeggen zonder dat het uit zijn verband wordt gerukt en er iets onzinnigs van wordt gemaakt.”

Waarom is het voor u moeilijk om over transgenders te praten?

“Het zou geen moeilijk onderwerp moeten zijn, maar dat is het wel geworden. Wat ik mis in de discussie is de veronderstelling dat mensen goede bedoelingen hebben. Zo begin ik in elk geval een gesprek, ik ga uit van het idee dat je het goed bedoelt, en dan wacht ik of de ander mij bewijs geeft van het tegendeel. Het is belangrijk om uit te gaan van goed vertrouwen. En ook: als iemand niet de correcte taal gebruikt, moeten we dat niet zien als een moreel falen, want dat is het niet.”

Het laatste deel van uw essay deed mij denken aan de ‘anti-woke’ uitspraken die Barack Obama deed in een interview uit 2019. Hij vond dat jonge mensen wel heel makkelijk oordeelden. Terwijl, zo zei Obama: ‘Er zullen goede mensen zijn die slechte kanten hebben. En er zullen mensen zijn tegen wie je strijdt die van hun kinderen houden, of iets met jou gemeen hebben.’

“Dat was het precies. Je zult geen ideologische perfectie vinden. Dat is een kinderachtige, onvolwassen houding. Die cultuur van morele zuiverheid, het is bijna religieus. Terwijl: menselijke wezens zijn onvolmaakt. Ik denk daarnaast dat er een groot verschil is tussen kwaadaardig zijn, en onwetend. Tegenwoordig denken vooral jonge mensen dat alles voortkomt uit kwaadaardigheid, maar dat geloof ik niet. Mensen zouden meer literatuur moeten lezen. Dan kom je er snel achter dat de wereld rommelig is en ambigu.”

Hoe maakt u als feminist de balans op van dit rommelige coronajaar?

“De scherpe toename van huiselijk geweld tijdens de coronacrisis onderstreept wat mij betreft dat we nog steeds in een andere pandemie zitten: eentje waarin mannen vrouwen mishandelen en vermoorden. Wat corona ook aan de oppervlakte bracht, is hoe vrouwen overal ter wereld nog steeds automatisch worden geacht het huishoudelijke werk en de zorgtaken op zich te nemen. Maar waar ik dan weer optimistisch over ben, is dat we in staat zijn gebleken om meer flexibele werkomstandigheden te creëren, en dat komt vooral vrouwen ten goede, omdat zij nog altijd werk combineren met huishoudelijke en zorgtaken. Misschien laat deze periode ons zien dat je wel degelijk productief en flexibel kunt zijn, zodat vrouwen meer vooruitkomen. Ik ben graag hoopvol.”

Sommige mensen vinden dat de vrouwen­emancipatie in het Westen is voltooid. Wat zou u daartegenin willen brengen?

“Dat het oneerlijk is en onwaar. Natuurlijk, als je de situatie nu vergelijkt met vijftig jaar geleden, dan zijn we heel ver gekomen. Toen konden ­vrouwen geen lening afsluiten zonder de goedkeuring van een man, ze konden niet scheiden en op veel plekken konden ze niet werken. Maar we begonnen dan ook met een erg lage standaard.

Met Angela Merkel in Düsseldorf, op 8 September 2021. 'Merkel belichaamt voor mij nuchtere competentie, en een zekere vorm van compassie. Aan alles merk je dat ze haar huiswerk heeft gemaakt, ze is altijd redelijk.' Beeld EPA
Met Angela Merkel in Düsseldorf, op 8 September 2021. 'Merkel belichaamt voor mij nuchtere competentie, en een zekere vorm van compassie. Aan alles merk je dat ze haar huiswerk heeft gemaakt, ze is altijd redelijk.'Beeld EPA

“Nergens ter wereld is er gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Niet in de politiek, niet in cultuur, en ook niet in economisch opzicht. Ik lees momenteel een boek van Eliza Reid, zij is de vrouw van de president van IJsland, het land dat op de eerste plek staat qua gendergelijkheid. Reid praatte voor haar boek met veel IJslandse vrouwen en wat mij opviel was dat er zoveel overeenkomsten zijn. Of het nu om vrouwen in Zuid-Korea gaat, of Ghana of IJsland, overal ervaren vrouwen de ongelijke last als het gaat om huishoudelijk werk en zorg, ook als de vrouw de kostwinner is. En overal voelen vrouwen zich schuldig als ze voor zichzelf kiezen, en worden ze harder beoordeeld als moeder.

“Ik heb er zelf ook last van. Ik adoreer mijn kind, ze heeft een fantastische vader, hij is een goede ouder, maar ik kan het niet helpen dat ik me soms schuldig voel als ik iets voor mijzelf wil doen.”

Hoe kunnen we een nieuwe generatie ­vrouwen opvoeden met minder schuld­gevoelens?

“Daar ben ik erg mee bezig. Mijn dochter is erg aardig en lief, en dat vind ik enorm belangrijk, maar terwijl we onze dochters vaak leren om aardig te zijn, geven we ze de andere lessen niet mee: hoe je voor jezelf op moet komen, dat het oké is om terug te vechten. Als ze aan het spelen is met een ander kind en dat pakt haar speelgoed af, dan zeg ik: ‘Ga naar haar toe, en zeg vriendelijk maar beslist: geef het terug. En als ze dat niet doet, pak het terug!’ Je hoeft jezelf niet de hele tijd te offeren, zeker als er geen wederkerigheid is, niet als de ander alleen maar neemt.

“Het heeft ook te maken met zelfcompassie, wij vrouwen zijn nog steeds zo streng voor onszelf. Terwijl: engelen zijn in de hemel, niemand kan van je verwachten dat je een engel op aarde bent.”

U hebt onlangs Angela Merkel ontmoet op een symposium in Düsseldorf. Hoe was dat?

“Mijn moeder was een groot bewonderaar van Merkel en ik ook. Sommige mensen bekritiseren haar omdat ze niet links genoeg zou zijn, voor mij hoeft ze dat ook niet te zijn. Vrouwen kunnen er andere meningen en politieke ideeën op na ­houden, we hoeven het niet altijd eens te zijn. Ze is zo uitzonderlijk: je merkt aan alles dat ze niet dronken van haar eigen ego is. Ze belichaamt voor mij nuchtere competentie, en een zekere vorm van compassie. Aan alles merk je dat ze haar huiswerk heeft gemaakt, ze is altijd redelijk.

“Ik was geraakt door een verhaal over haar: ik hoorde dat ze toen ze jonger was vaak en makkelijk huilde, maar daarmee stopte toen ze dichter bij de macht kwam. Ze nam die beslissing omdat ze wist dat huilende vrouwen minder serieus worden genomen. Ik vind huilen een valide uiting van woede, maar vrouwen worden al snel gezien als aanstellers.”

Denkt u dat vrouwen betere leiders zijn?

(lacht) “Als je Jacinda Ardern (premier van Nieuw-Zeeland, red.) vergelijkt met Jair Bolsonaro (president van Brazilië, red.), dan is er een ­gigantisch verschil in hoe ze met covid zijn omgegaan.

“Maar ik wil wel voorzichtig zijn met stellen dat vrouwen op magische wijze betere leiders zijn dan mannen. Vrouwen zijn niet perfect, maar door de manier waarop ze worden opgevoed en gesocialiseerd, hebben ze vaardigheden die hen beter geschikt maken om leiding te geven. Vanaf dat ze klein zijn, wordt hen verteld: wees aardig, zorg voor andere mensen. Dat soort eigenschappen zijn nodig voor goed leiderschap.”

Dat heeft ook iets tegenstrijdigs: enerzijds moeten meisjes anders worden opgevoed om genderpatronen te doorbreken, maar ­anderzijds zijn ze door diezelfde opvoeding betere leiders?

“We zouden niet moeten willen dat meisjes stoppen met vriendelijk zijn, maar we moeten ze ook leren om niet over zich heen te laten lopen. Het gaat er daarnaast om dat we jongens ook opvoeden om aardig te zijn en invoelend. Ik ken zoveel mannen die niet de emotionele vaardigheden hebben die ik heb.

“Aan de andere kant mis ik weer praktische vaardigheden. Ik herinner me hoe toen ik opgroeide, mijn broers er altijd bij werden geroepen als er iets moest worden gerepareerd. Ik werd nooit geroepen. Ik ben zo blij dat als mijn man nu klusjes in huis doet, hij mijn dochter er wel bijhaalt, zodat ze van hem kan leren. Ik wil dat zij alle emotionele vaardigheden heeft, maar ze ook weet hoe ze een lampje kan vervangen, want zelfs dat kan ik niet, haha.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234