Zondag 03/07/2022

Reportage

Ze wilden uit het leven stappen, maar ze zijn er nog: ‘Mijn ouders begrepen niet hoe erg ik eraan toe was’

Clémence Lebbe, Jaimy Cammermans en Lau vertellen over leven na een suïcidepoging. Beeld Damon De Backer
Clémence Lebbe, Jaimy Cammermans en Lau vertellen over leven na een suïcidepoging.Beeld Damon De Backer

Ze wilden uit het leven stappen, maar ze zijn er nog, en daar zijn ze nu blij om. Drie jonge ‘survivors’ over leven na een suïcidepoging, en over wat helpt om donkere gedachten te verdrijven. ‘Het gevoel dat er naar je wordt geluisterd, doet zó goed.’

Deborah Seymus

“Ik heb er al een paar keer aan gedacht om zelfmoord te plegen.” Die woorden spreekt Stromae begin dit jaar uit tijdens een live-interview op de Franse tv. Het wordt stil in de studio, de camera is recht op hem gericht en terwijl hij de eerste tonen van ‘L’enfer’ (de hel) begint te zingen, barst de bom. Het moment groeit meteen uit tot een hoogtepunt in de Belgische muziekgeschiedenis. Want geplaagd worden door zelfmoordgedachten én daar live op tv over praten en zingen, daar moet je ballen voor hebben.

Gwendolyn Portzky, directrice van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) en UGent-professor, prijst het optreden van Stromae en stelt dat het de bespreekbaarheid van suïcide bij vooral jonge mannen - een moeilijk te bereiken groep - verhoogt. Zelf is ze co-auteur van het boek Jongerenveerkracht - Over de zaadjes van het verschil tussen leiden en lijden. Als internationaal erkend specialiste inzake zelfmoordonderzoek en -preventie is Portzky dagelijks met de materie bezig. Ze ziet vaak hoe het taboe dat kleeft op het hebben van zelfmoordgedachten mensen stigmatiseert en ze verder de afgrond in duwt.

Portzky: “Zelfs binnen de hulpverlening blijft het een lastig onderwerp. Hulpverleners hebben, uit angst dat hun cliënt daadwerkelijk zelfmoord zou plegen, vaak de neiging om met een bocht rond het onderwerp te gaan, terwijl het juist zo belangrijk is om erover te spreken. Elke keer weer. Hoe was het de voorbije week? Wat waren je slechtste momenten? Wat heeft er geholpen? Dat is cruciaal bij de behandeling.”

Hoe is het vandaag gesteld met suïcide in België? Uit het jaarverslag van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding blijkt dat er in 2021 minder Vlamingen met zelfmoordgedachten contact opnamen met het Centrum dan in 2020: 22.870 beantwoorde oproepen tegenover 23.614.

Maar wat met de zelfmoordcijfers zelf? Verschillende experts verwachten dat het aantal zelfmoorden mede door de lockdowns exponentieel zou zijn toegenomen en dat dat de komende jaren ook zo zal blijven.

Maar de eerste concrete gegevens spreken die verwachting tegen. Hoewel de officiële cijfers van Agentschap Zorg en Gezondheid pas in juni gepubliceerd worden, geven andere bronnen, zoals de federale politie en de parketten, al ruwe data prijs die positief lijken te zijn. Vanuit die absolute aantallen - waarin geen opdeling volgens leeftijd of geslacht uit op valt te maken - zien we dat in 2020 en 2021 minder Vlamingen zelfmoord pleegden dan in 2019. Portzky maakt toch alvast één kanttekening: “Nederland kent wel leeftijdsspecifieke cijfers en daar zien ze dat er bij jongeren een stijging is van 15 procent. We houden dus toch een beetje ons hart vast over wat dat bij ons gaat geven.”

Maar misschien voeren we het debat rond zelfmoord en zelfmoordgedachten wel verkeerd. Zouden we ons niet beter focussen op het principe van ‘voorkomen is beter dan genezen’, eerder dan dat we elk jaar opnieuw op een daling van de cijfers hopen? Want lang voordat iemand aan zelfmoord denkt of een poging onderneemt, komen er andere zaken aan te pas, zoals traumatische gebeurtenissen, een ongezonde leefsituatie of een psychische aandoening. Misschien stellen we ons dus beter de vraag of niet iedereen te maken kan krijgen met zelfmoordgedachten.

Drie jonge mensen die hun poging gelukkig hebben overleefd vertellen hoe ze in een uitzichtloze situatie terechtkwamen en hoe gretig ze hun nieuwe kans omarmen.

‘Mijn vriend heeft me geleerd wat liefde is. Hij is mijn held’

Clémence Lebbe (35) werkt als psychiatrisch verpleegkundige binnen de Mobiele Equipe Internering bij FOD Volksgezondheid. Ze woont samen in Turnhout met haar vriend, twee pluskindjes en een hond, en is zwanger van hun eerste kindje samen.

Clémence Lebbe:  ‘Sociale vaardigheden en emotionele taal zouden vakken op school moeten zijn.’ Beeld Damon De Backer
Clémence Lebbe: ‘Sociale vaardigheden en emotionele taal zouden vakken op school moeten zijn.’Beeld Damon De Backer

‘Sinds het eerste leerjaar worstelde ik al met donkere gedachten. Thuis was er weinig emotionele veiligheid. Mijn papa had een strenge werkethiek voor zichzelf en toen hij bij zijn werkgever een nieuwe functie kreeg, zorgde dat voor depressies. Papa voelde zich door de hoge druk op het werk verpletterd en wilde zijn gezin financiële zekerheid kunnen bieden. De job eiste veel van hem, waardoor hij een kort lontje had. ‘Ik ben geen goede vader dus ik maak er een einde aan en dan vinden jullie me wel’, zei hij bijvoorbeeld. Mijn mama reageerde daar vooral sussend op. Ze probeerde zo veel mogelijk de harmonie te herstellen en conflicten te vermijden. Ze kaderde het als ‘papa die heel erg zijn best deed en zo hard werkte voor ons’.

“Ondanks dat mijn vader zulke uitspraken regelmatig deed, heeft hij nooit een poging ondernomen. Papa besefte alleen niet welke impact zijn gedrag op ons had. Wij dachten: oei, straks is papa er niet meer. Nadien werd zo’n uitspraak ook nooit gerelativeerd; dat hij zich niet echt van het leven zou beroven. Daardoor hing er een constante angst over mij heen.

“Nachtenlang huilde ik mezelf in slaap. Als kind had ik niet de juiste woorden om te zeggen wat ik voelde. De dingen die thuis gebeurden en niet normaal waren, leken voor mij vanzelfsprekend, hoewel ik voelde dat ze me veel verdriet deden. De thuissituatie uitte zich ook in bizar gedrag op school. Ik lag vaak met klasgenoten in de clinch en was bezig met thema’s waarover zij zich geen zorgen maakten, zoals leven en dood en wie ik zou zijn in de toekomst. Ik ontwikkelde daardoor wel een hechte vriendschap met een meisje wier ouders in scheiding lagen. Zij was met gelijkaardige hersenspinsels bezig en we stookten elkaar vaak op om te spijbelen.

“Ik ging ook liever naar vriendinnetjes thuis. Dan zei ik vaak tegen die moeders: ‘Ik wilde dat jij mijn mama was’. Daar was rust, geen ruzie, niemand sloeg met deuren, er werden grapjes gemaakt en frietjes gegeten. Het was een andere wereld waarin we naar de Power Rangers mochten kijken. Thuis werd dat weggelachen en was alles rommelig en vuil. De chaos van papa’s hoofd was in het huishouden te zien. Mama moest drie kinderen alleen grootbrengen. Ik schaamde mij voor mijn thuis. Andere huizen waren altijd beter.”

“Op het middelbaar werden mijn donkere gedachten steeds erger. Ik was ervan overtuigd dat ik niet op zoek moest gaan naar een jongen van mijn leeftijd, maar naar een man die mij van thuis zou weghalen.

“Op school ging het intussen van kwaad naar erger. De tuchtprefect hield me nauwlettend in de gaten en deed alles wat hij kon om school voor mij mogelijk te maken. Ik was vaak afwezig en moest tijdens een strafstudie naar een film over Mahatma Gandhi kijken. Ik heb toen van een kader van een schilderij een scherp stukje gehaald om me te automutileren. Meteen daarna ging ik ervan door en ben ik ergens op café gaan zitten. Ik schaamde me enorm. De hele school wist dat ik een probleemkind was. Sommige leerlingen gingen daar slecht mee om en beschuldigden mij van dingen die ik niet deed, zoals spullen pikken.

“Thuis ondernam ik een zelfmoordpoging, die ik zelf nu meer zie als een extreme roep om aandacht voor mijn enorme verdriet. Ik had het geluk dat ik aan het telefoneren was met een vriend, die onmiddellijk een ambulance belde. Ik werd gehecht in het ziekenhuis en de arts die mij behandelde zei tegen mijn mama: ‘Die arm zal nooit meer helemaal herstellen’. Voor mama kwam dat over alsof hij het over mij persoonlijk had. Zij voelde zich enorm gefaald. Ik verweet mijn ouders ook constant dat ze niet goed genoeg voor me waren. Dat moet ongelooflijk veel pijn hebben gedaan.

“Na mijn zelfmoordpoging nodigde de tuchtprefect mijn mama uit. Hij zei: ‘Uw dochter moet opgenomen worden, anders gaat ze dood. Zij zal zover gaan om in haar verdriet gehoord te worden. Als je niks doet, zul je haar verliezen.’ Die man voelde aan dat mijn ouders niet begrepen hoe ernstig ik eraan toe was. Voor mijn gevoel deden ze aan struisvogelpolitiek: het komt wel goed, het ligt aan de puberteit, ze is wat hysterisch. Die gedachtegang zorgde ervoor dat ik mij ontkend voelde in mijn verdriet. Het was een van de pijnlijkste dingen die ik ooit heb meegemaakt, enorm vernietigend ook, alsof er een totale negatie van je eigen gevoelsproces plaatsvindt.

“Als 18-jarige werd ik opgenomen. Ik was ongelooflijk blij dat er eindelijk naar mij geluisterd werd. Ze zeiden: ‘Jij hebt het zo moeilijk, jij bent welkom bij ons’. Voor mij klonk dat alsof iemand eindelijk zei: ‘Het gaat inderdaad echt slecht met jou en wij kunnen je helpen’. Die opname is voor mij een keerpunt geweest. Het verblijf in die instelling heeft voor fantastische herinneringen gezorgd. De hulpverleners van toen heb ik nog altijd op Facebook. Zij zagen gewoon kwetsbare jongeren en benaderden ons ook zo. Daardoor kreeg je het gevoel dat je er wel degelijk mocht zijn.”

Clémence Lebbe: ‘De tuchtprefect op school voelde aan dat mijn ouders niet begrepen hoe erg ik eraan toe was.’ Beeld Damon De Backer
Clémence Lebbe: ‘De tuchtprefect op school voelde aan dat mijn ouders niet begrepen hoe erg ik eraan toe was.’Beeld Damon De Backer

“De absolute wanhoop die mij tijdens mijn poging overmande, vergeet ik nooit. Het gebeurde in een impulsief moment, maar daaronder was alles al jarenlang gestaag aan het etteren. Ik denk dat mensen niet zozeer dood willen, maar vooral willen dat hun pijn stopt. Zij zien alleen een uitweg in suïcide omdat het leven geen oplossing biedt voor hun pijn. Mensen kunnen zich niet voorstellen hoe zwaar sommigen het hebben.

“Ik heb ook daarom veel moeite met het beeld dat in de huidige psychiatrie heerst. Zij denken dat als een mens automutileert, je die wonde droog en snel moet verzorgen. Je mag geen bevestiging aan dat gedrag geven. Maar jongeren die automutileren snakken naar geborgenheid en warmte. Ook daar heerst een taboe op, want ‘een goede Vlaming vraagt geen aandacht’. Als samenleving hebben we volgens mij een probleem met praten over de dood en afscheid nemen. We ontlopen dat proces liever. Iemand die een zelfmoordpoging onderneemt is bij uitstek in your face: hier is de dood. Daar kunnen wij in Vlaanderen niet zo goed mee om.

“Ik vind het belangrijk om uit de anonimiteit te stappen. Vandaag ben ik zo dankbaar dat ik er nog ben, dankbaar voor de fijne vriendschappen die ik heb, voor mijn partner, die mijn held is. Dankzij hem heb ik geleerd wat liefde is en hoe een gezonde evenwichtige relatie kan zijn. Dankzij hulpverlening heb ik ook geleerd om taal te geven aan mijn gevoel. Nu kan ik mijn gevoelens met een ander delen, waardoor mijn relaties diepgang kennen.

“Sociale vaardigheden en emotionele taal zouden vakken op school moeten zijn. Het is niet gemakkelijk om introspectief naar jezelf te kijken en je emoties te verbaliseren. Door contact met anderen krijg je grip op die emoties, kun je ze uiten en krijgen ze niet de kans om te blijven etteren. Want dat staat voor mij centraal: het is echt oké om over je gevoelens te praten.”

‘De zelfmoordlijn heeft me enorm geholpen’

Jaimy Cammermans (23) werkt als chemisch expediteur bij Rhenus Logistics. Hij woont in Ekeren, samen met zijn kat.

Jaimy Cammermans: ‘Door erover te praten toon je lef. Zo zou er ook op gereageerd moeten worden: minder angstig.’  Beeld Damon De Backer
Jaimy Cammermans: ‘Door erover te praten toon je lef. Zo zou er ook op gereageerd moeten worden: minder angstig.’Beeld Damon De Backer

“Ik kreeg voor het eerst met donkere gedachten te maken na een reis met mijn toenmalige vriendin naar Griekenland. Met haar oom en tante huurden wij een huisje in de buurt van de zee. Vlakbij had je een toeristisch strand en verderop een iets rustiger stukje, waar wij naartoe gingen. Haar oom nam een duik in het water en de rest volgde hem. Na een tijdje in het water gingen haar tante en mijn vriendin zonnen, wij bleven nog even zwemmen. Ineens hoorde ik ‘help’ roepen.

“Ik dacht eerst dat het een grapje was, maar zag al snel dat de man echt panikeerde omdat hij in een stroom was terechtgekomen. Ik probeerde hem eerst uit die stroming te trekken, maar dat lukte niet. Ik zei dat hij daar moest blijven en dat ik hulp ging halen. Maar de stroming was zo sterk dat ik dacht dat ik zelf de kust niet ging halen. Gelukkig kantelde de golf net op dat moment en duwde mij naar het strand. Zodra ik kon staan, rende ik naar mijn vriendin en haar tante. De redder zat uiteraard op het toeristische deel. Tegen de tijd dat hij bij ons was en de oom uit het water kon halen, was hij al overleden. Mijn vriendin studeerde voor verpleegster en wist hoe ze moest reanimeren, maar dat mocht niet meer baten.

“Hoewel haar familie mij niets kwalijk nam, kon ik het mezelf niet vergeven. Ik kon haar familie niet meer onder ogen komen en mijn relatie sprong daardoor af. Vanaf dan werd ik geplaagd door zelfmoordgedachten. Vier maanden later leerde ik, veel te snel eigenlijk, een ander meisje kennen. Maar toen ook die relatie stuk liep, heb ik in een impuls besloten om zelfmoord te plegen.

“Dat ik er nu nog ben, heb ik te danken aan mijn beste vriend die me tijdens mijn poging belde. Hij is meteen naar me toe gekomen en week de hele nacht niet van mijn zijde. Ik voelde me daarna een paar maanden beter, maar vervolgens namen de negatieve gedachten het toch weer over. Deze keer sprak ik er open over met mijn omgeving, ook over mijn plan om zelfmoord te plegen omdat ik het echt niet meer zag zitten. Ik schreef brieven om mijn bezittingen te verdelen en koos een datum uit.”

“Op 30 september repeteerde ik met mijn muziekband. Toen ik daarvan thuiskwam, zaten al mijn beste vrienden daar plots; ze hadden een interventie gepland. Urenlang hebben we met elkaar gepraat. Ik sprak over de demonen in mijn hoofd, een stem die me zei dat ik zelfmoord moest plegen. De zin die mijn beste maat uitsprak, is me altijd bijgebleven: ‘Wie ga je geloven? Een demoon die een paar maanden in je hoofd zit of ons die je al jaren kent?’

“Sindsdien gaat het een stuk beter. Ik heb nog weleens last van donkere gedachten en een keer heb ik met de Zelfmoordlijn gechat, dat hielp enorm. Ik heb daardoor geleerd dat ik niet de enige ben met zulke gedachten. Het gevoel dat mijn vrienden naar mij luisteren en dat ze er voor me staan helpt ontzettend veel. Over die gevoelens kunnen praten, is heel belangrijk.

“Mijn vrienden gaan sindsdien niet anders met mij om, maar houden onrechtstreeks de vinger aan de pols. Zo stuurde ik eens, na een lastige dag op het werk, naar mijn collega en beste vriend het berichtje: ‘Ik ben er klaar mee’. Ik bedoelde gewoon dat ik een rotdag had gehad. Zonder erover na te denken zette ik mijn computer af en ging naar huis. Toen belde hij meteen om te vragen wat ik aan het doen was. Ik voel me daar goed bij, zolang het niet te veel is.

“Je hebt enerzijds veel zelfmedelijden, maar anderzijds wil je geen medelijden krijgen. Je wilt niet dat het gesprek constant over zelfmoord gaat. Ik merk dat mijn vrienden me sneller contacteren wanneer ik een tegenslag meemaak. Ergens zijn ze nog bang dat ik een nieuwe poging zal ondernemen. Het laat me zien dat ik wel degelijk iets beteken voor anderen. Als je zelfmoordgedachten hebt en je tegelijkertijd eenzaam voelt, is dat een slechte cocktail. Maar wanneer je niemand in je omgeving hebt om erover te praten, kun je echt rekenen op instanties als de Zelfmoordlijn.

“Ieder mens kan perfect een moment hebben dat het even niet meer gaat. Een omgeving zou minder angstig moeten reageren wanneer iemand zich daarover durft uit te spreken. Dat toont juist lef en zo zou er ook op gereageerd moeten worden.”

‘Ik wil die innerlijke criticus niet laten winnen’

Lau (30) werkt als treinbegeleidster voor de NMBS. Ze woont in Antwerpen tussen haar eigen kunstwerken met haar kat Siepie.

Lau:  ‘Het destructieve dat ik in mezelf voel, probeer ik in mijn kunst te verwerken.’ Beeld Damon De Backer
Lau: ‘Het destructieve dat ik in mezelf voel, probeer ik in mijn kunst te verwerken.’Beeld Damon De Backer

‘Er huisde sinds ik jong was altijd een stem in mij die enorm kritisch en hard was voor mezelf. Ik was nooit goed genoeg of deed dingen nooit op de juiste manier. Volgens die stem was ik waardeloos. Daardoor begon ik mezelf te pijnigen. Ik viel op de verkeerde jongen, wat onze ouders niet mochten weten omdat hij veel ouder was dan ik. Dat geheimhouden, vrat aan me. Ik voelde me enorm verdrietig en alleen, omdat ik mijn grote geheim niet met mijn ouders kon delen.

“In die periode veranderde ik van school en moest ik in Antwerpen wennen aan de nieuwe kunstopleiding die ik volgde. De druk lag ontzettend hoog en ik had het gevoel dat teruggaan naar mijn oude school geen optie was. Daardoor had mijn lichaam extreem veel last van stress. Die stress werd me uiteindelijk teveel en ik ondernam een zelfmoordpoging.

“De volgende ochtend werd ik doodziek wakker. Ik leefde nog. Ik vertel mijn verhaal nu heel nuchter, omdat dat de enige manier is waarop ik het kan vertellen. Mijn donkere gedachten zijn nog steeds niet verdwenen, maar ik heb wel mechanismen geleerd om ermee om te gaan. Soms lijken ze er ook niet te zijn. Ik probeer nu voor zo veel mogelijk kleine dingen dankbaar te zijn en niet te hard te letten op de zaken die er eigenlijk niet zijn.”

“Ik wil het destructieve dat ik in mezelf voel, in mijn kunst verwerken in plaats van dat op mijn lichaam of geest uit te werken. Dat mag je letterlijk nemen: ik scheur weleens papier, karton of ander materiaal hardhandig kapot. Ook ga ik naar een psycholoog. Wanneer ik voel dat het echt weer minder gaat met mezelf, weet ik dat ik vaker langs moet gaan.

“De combinatie van een zekere gevoeligheid, mijn karakter en de wereld waarin we nu eenmaal leven, maakt dat niet altijd makkelijk. Ik heb het gevoel dat het evenwicht in onze wereld fout zit en dat ik het daar als gevoelig persoon moeilijk mee heb. Het is belangrijk om daarover te praten met anderen, zodat je kunt zien dat meer mensen met hetzelfde gevoel zitten en ik het niet alleen op mezelf projecteer.

“Mijn therapie begint stilletjesaan haar vruchten af te werpen. Maar het blijft hard werken om contact met anderen te leggen en mijn werk als kunstenaar tentoon te stellen. Ik wil die innerlijke criticus niet laten winnen en probeer juist te focussen op mijn doelen. Mijn kunst mag, zo vind ik zelf, gezien worden, en ik probeer zelfzorg voorop te stellen. Op het moment dat zelfzorg geen opgave meer is maar vanzelf gaat, heb ik het allerbelangrijkste doel bereikt.”

Denk je aan zelfmoord en wil je met iemand praten, dan kun je terecht bij de Zelfmoordlijn op het nummer 1813, via www.zelfmoord1813.be of via de chatdienst.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234