Zondag 25/09/2022

Zo gênant, als iemand hetzelfde draagt

Hoe zit het eigenlijk met dat ontluikende modegevoel bij jonge meisjes? Wie en wat bepalen vandaag hun look? Een middag met twee vriendinnen van vijftien bracht antwoorden. Zij het niet altijd de antwoorden die Cathérine Ongenae wilde horen.

Mijn puberjaren speelden zich af in de jaren tachtig. Esthetisch vreselijk onverantwoord, vond ik lang. In die mate zelfs dat ik oudere vrouwen benijdde omdat zij nu, na vijftig jaar, nog steeds enthousiast kunnen vertellen over hun Bibajurken. Zij hadden hun decennium tenminste mee. Maar de jeugd van vandaag denkt daar anders over. Al jaren omarmt het jonge grut alles wat eighties is met zoveel gusto dat je er zelf ook weer anders naar gaat kijken. Wat toen in en hip was: oversized T-shirts met afhangende schouders. Tops met veel te grote armgaten. Vleermuismouwen. Fluo en pastels, gecombineerd met zwart. Lycra. Punt was om alles, van topjes tot leggings en minirokken, in laagjes over elkaar te dragen. Ik hoef het nu niet meer, maar ik moet toegeven dat het er nog steeds leuk, een tikje stout en lekker rock-'n-roll uitziet op die frisse jonge meiden.

Hoe zat dat nu weer bij mij? Mijn eigen tienertijd bestaat uit verschillende periodes. Dertien herbeleef ik in een vrolijke waaier van pastelkleuren, pofbroeken en baseballjasjes. Maar toen koos ik mijn kleren nog niet zelf. En ook later stond er een ban op de jeansjas, op kant, op nettopjes en fluo. Dan moest je het niet eens proberen om cool te zijn.

Vijftien, dat was de periode van Millet, Chevignon, Chippie. Op school sprak men over niets anders. Op mijn zestiende begon een intense en emotionele tijd waarin new romantics en new wave mijn vriendin en mij naar tweedehands- winkels dreven waar we zwarte mannenoverjassen uitzochten en mouwloze vestjes kochten. We schreven toen ook gedichten op onze map van wiskunde. Ik denk dat men ons nu emo's zou noemen. Gelukkig miste ik daardoor het begin van de new beat, met de vreselijke fietsbroeken.

Jutta Huyghe en Zoë Derks, beiden 15 jaar, zitten al sinds de lagere school in dezelfde klas op het Brusselse Lyceum Maria Boodschap (MABO). Beiden zijn bezig met hun garderobe, maar meer nog, zo lijkt het, met hun eigen stijl.

Jutta: "Ik heb iets met salopetten en mooie ruguitsnijdingen. Meestal ben ik daarnaar op zoek."

Zoë: "Jutta draagt veel kleur en prints, ikzelf minder. Mijn schoenen zijn mijn handelsmerk. Daar krijg ik vaak complimenten voor. Ik heb bijvoorbeeld roodglanzende bottines waar ik dol op ben."

Jutta(springt in): "Niemand anders die ik ken zou die dragen. Zulke schoenen, dat is typisch Zoë."

Opvallend: die 'niemand anders zou die dragen' is een belangrijke factor in de modestatus. En ik die dacht dat tieners gevoelig waren voor de kledingcodes van hun peer group. Zo was het toch bij mij. Na de pastelperiode, waarvan ik me vooral een ramp in lichtgeel herinner en een paarse outfit waar ik me nog steeds over schaam, volgde er een 'preppy' periode die werd ingegeven door wat de meisjes van mijn klas droegen. Ik ben groot geworden op de strengste uniformschool van Brugge, en de bedoeling van dat uniform was onder meer om de ongelijkheid uit te vlakken. Een onmogelijk plan, want een donkerblauwe Millet kun je niet verbieden en ik doorbrak het reglement systematisch door gekleurde linten in mijn haar te dragen. Maar als we uitgingen in het weekend was dat niet in uniform. En er waren wel degelijk codes. Jammer genoeg was dat toen: tonen hoeveel geld je aan iets besteedde door de labels aan de buitenkant van je kleren te naaien. Een blouse, een bandana in je kraag, een Chippiejeans die ik nooit heb gehad, en om het helemaal oubollig af te maken: de klassieke cardigan met vergulde knopen. In de zomer was de surferslook van O' Neill het uniform. Allicht zouden een aantal van hen vandaag Abercrombie & Fitch gedragen hebben. En ik, zoals vroeger, de Benettonversie ervan.

Zoë: "Bij ons op school heeft iedereen een eigen stijl."

Jutta:"Maar er zijn wel scholen waar iedereen in Abercrombie & Fitch rondloopt. Ook al is er geen uniform, toch lijkt iedereen er op elkaar. Ik wil dat niet, kleren met merken erop. Dan voel ik me een groot reclamebord."

Zoë: "Misschien passen wij ons ook aan de stijl van onze school aan, maar valt dat minder op omdat bij ons net die persoonlijke stijl belangrijk is. Het is moeilijk om ons in een hokje te stoppen. We zijn geen hippies, geen gothics, niet hoerig. Misschien zijn we wel hipsters?"

Jutta: "Dat klinkt ook niet erg positief, vind ik."

Zoë: "Dat is waar. Bovendien kun je bijna niet uitleggen wat hipsters zijn. Mijn neef zegt dat het mensen zijn die kleren dragen die niet echt bij elkaar passen, maar waarvan het geheel er toch goed uitziet."

Jutta:(kijkt bedenkelijk)

Wat inspireerde mij ook weer - zonder de schoolmeisjes in de buurt en nog voor de zwarte periode? Dansfilms. Baby's jeansshort en het opgeknoopte T-shirt in 'Dirty Dancing'.

Jutta:"Ik kijk graag naar hoe anderen zich kleden. Naar de meisjes van het zesde jaar. Of naar series, zoals Gossip Girl. Die stijl vind ik mooi."

Zoë: "Maar dat zijn megadure kleren. Die dragen Chanel!"

Jutta:"Ja, maar je kunt ook kijken naar de details en de combinaties, hé. Hoe ze hun haar dragen, welke oorbellen ze bij welke outfit hebben. Ook in Pretty Little Liars zijn de kleren zalig. Maar ik kijk ook graag naar series om over de outfits te oordelen. Ik ben nu naar Sex and the City aan het kijken. Wat een verschrikkelijke kleren, zeg. Een T-shirt met opgenaaide linten die daar zo'n beetje hangen. Wie draagt nu zoiets? Ik begrijp dat niet. Grappig is wel dat sommige meisjes van onze school hun T-shirt ook dragen zoals de personages in die oude films, zoals Dirty Dancing."

Zoë: "Ja, zo retro."

Retro. Het woord ligt op tafel naar adem te happen. Ik had het nochtans moeten weten. De vergelende foto's van mijn tienerjaren vertellen me dat ik oud word. Dat ik vijf uur heb moeten zoeken om ze terug te vinden gaf al een hint in die richting. En dan de herinneringen waar blijkbaar ook een vervagende filter over trekt. De jaren tachtig liggen voor deze boorlingen van 1997 in een ander tijdperk. Het had net zo goed de prehistorie kunnen zijn. Ik ben een dinosaurus. Een die vroeger elektrisch blauwe mascara droeg en een groen metallic lijntje onder haar ogen trok. Make-up lijkt Zoë en Jutta voorlopig maar matig te boeien.

Zoë:"Ik heb mascara, en ik ken wel een paar trucjes om van lippenstift een natuurlijk ogende blush te maken. Maar ik heb ook een paar specialere spullen, zoals een gouden eyeliner en glitters die je over je nagellak kunt aanbrengen."

Jutta: "Ik heb een oogpotlood en mascara, dat gebruik ik soms. En van mijn mama heb ik geleerd dat je, als je je nagels lakt, een lijntje vrij moet laten op je nagel. Zo lijken je nagels langer."

Aangezien ik me niet mocht kleden als Madonna, had ik een bloedhekel aan haar. Michael Jackson vond ik wel straf, en ik had een crush op Sting van The Police en op Bart Peeters, die toen ook een lijntje onder zijn ogen trok. Muziek begon pas echt een rol te spelen toen ik The Cure ontdekte en me - tegen de zin van het thuisfront - als een zwarte kraai begon te kleden. Heeft muziek een invloed?

Jutta: "Als je echt goed geklede mensen wilt zien, moet je naar festivals gaan. Daar ziet iedereen er beter uit dan op straat."

Zoë:"Ik heb wel een jasje dat Katy B droeg in een videoclip. Van American Apparel."

Jutta:(plagend) "Draag jij American Apparel? Chic. De sterren dragen in hun clipjes meestal dingen waar je niet echt mee op straat kunt, en op de rodelopermode baseert niemand zich. Dan zijn de paparazzifoto's interessanter. Die kunnen echt een mode lanceren. Erg veel mensen op school laten zich toch beïnvloeden door de hot-or-notlijstjes van Joepie of Elle. Zoals de panty's met print onder een shortje, dat is ook de stijl van Rihanna. Of al die gekartelde afgeknipte shorts die je nu ziet, dat is een celebritytrend."

Als vijftienjarige kocht ik 'De Morgen' waarop ik - het was Brugge, remember? - commentaar kreeg. Een rode krant, hoe rebels. Dat maakte het natuurlijk alleen maar interessanter. Dat, en kleren van Mac en Maggie. Cooler kon een mens niet zijn, halfweg de jaren tachtig.

Jutta: "Niets gaat boven de kleren van American Apparel en Urban Outfitters. Niet iedereen kent die winkels. Dan maak je meer kans op kleren die niemand anders heeft, in tegenstelling tot H&M, waarvan je hetzelfde rokje wel tien keer tegenkomt. Ik vind het zo gênant als iemand op school hetzelfde draagt als ik."

Zoë: "Bij mij is dat al gebeurd met een broek, maar ik had die wel eerst. Als iemand dezelfde rode schoenen zou kopen als ik, dat zou ik echt niet leuk vinden."

Jutta: "Ik ken wel iemand die dezelfde kersenoorbellen heeft als jij. Maar ze heeft die cadeau gekregen, en ze draagt ze opzettelijk niet omdat jij ze eerst had."

Zoë:(knijpt haar ogen tot spleetjes) "Dan is het goed."

De catalogus van 3Suisses ligt op mijn kamer. Ik fantaseer over een roze lederen das. Het is uiteindelijk een donkerblauwe geworden, omdat die bij mijn schooluniform paste.

Zoë: "Ik kijk wel eens online naar collecties van winkels die ik leuk vind, of ik klik iets aan op Weheartit.com. Maar ik vind mijn inspiratie toch vaker op straat. Zo zag ik eens iemand met een cool jeansjasje. Mijn mama zei dat mijn papa er hier thuis ook nog zo een had liggen. Dat draag ik nu. Ik heb ook een wit hemd van mijn papa, dat ik draag als jurk. Op de kraag ervan heb ik zelf een veer getekend."

Jutta: "Ik ga ook vaak online kijken voor ik naar die winkels ga, om een beetje vooronderzoek te doen. En als je de Facebookpagina van een winkel liket, verschijnen de nieuwe collecties automatisch op je muur. Zo heb ik deze salopette gevonden bij Forever21. Ik heb dat toen online gekocht met de creditcard van papa."

Zoë: "Het leuke aan Forever21 is dat ze voor alle stijlen kleren hebben. Maar online kopen zonder te passen zou ik nooit durven. Het gebeurt toch vaak dat je die dingen moet terugsturen omdat het niet zo mooi is als je had gedacht."

Basics kwamen van P&C, en om ze er toch iets anders te laten uitzien, staken we ze in een verfbad. Of we spatten bleekwater op onze nagelnieuwe All Stars en sneden gaten in onze jeansbroeken. Tweedehands werd een obsessie. Geen idee wie of wat achter de opwaartse beweging van het kostuumgilet zat, maar ik heb er verschillende versleten.

Jutta:"Ik heb een roze salopette gekocht in een tweedehandswinkel, maar ik ben eigenlijk nog altijd niet zeker of het een goede koop was. Ze is me een beetje te groot."

Zoë: "Maar nee, Jutta, je staat er juist erg mooi mee. Niemand anders dan jij zou zoiets kunnen dragen."

Zijn de tienermeisjes vandaag anders dan wij vroeger waren? Ik denk het niet. Ze zijn evenveel met hun haar bezig als wij toen. Ze experimenteren met make-up en nagellak. Ze denken na over hun outfit, puzzelen en combineren. Maar wat ik vooral onthoud, is de dualiteit. Het onzekere evenwicht tussen het zoeken naar het persoonlijke, en tegelijk die behoefte aan bevestiging. Het is blijkbaar van alle tijden. En nu ik erover nadenk, ook van alle leeftijden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234