Donderdag 30/06/2022

Zonder auto's van Fiat zal alles anders worden

Fiat, de afkorting van Fabrica Italiana Automobili Torino, gaat dramatische tijden tegemoet. De grootste industriële onderneming en particuliere werkgever van Italië, gevestigd in Turijn, dreigt afscheid te nemen van het product waarmee zij zichzelf een plek heeft veroverd in het hart van elke Italiaan en overige liefhebbers: de personenauto.

Deze week nam bestuursvoorzitter Paolo Cantarella zogenaamd vrijwillig ontslag, "con grande emozione". Erepresident en grootaandeelhouder Giovanni Agnelli roemde de loyaliteit, professionaliteit, menselijkheid, eerlijkheid en enorme inzet van de man die een kwarteeuw bij Fiat werkzaam is geweest, waarvan de laatste vier jaar als numero uno. Anders gezegd: Cantarella was zo goed dat men zich afvraagt waarom hij weg moet.

De pieskijkers van het internationale beurswezen, beter bekend als financiële analisten, weten unaniem het antwoord. De productie en verkoop van personenauto's is dermate verlieslijdend geworden dat Fiat deze activiteit na ruim honderd jaar moet afstoten, wil het complete concern niet tenondergaan. In het eerste kwartaal werd 429 miljoen euro verloren; de nettoschuldenlast nadert de zeven miljard.

De waardepapieren van de trots van Italië hebben inmiddels de status van junk bereikt: de aandelen en obligaties zijn ten prooi gevallen aan lieden die speculeren op de uitverkoop en de bedragen die daarmee vrijkomen.

Fiat als waardevaste belegging voor de oude dag bestaat niet meer. Net zo erg: de personenauto's dreigen in handen te komen van een volkje met wie de Italianen nooit veel hebben opgehad, de Amerikanen.

Wat een tragische symboliek. Giovanni Agnelli (81), kleinzoon van de gelijknamige Fiat-oprichter, voormalig playboy, senator-voor-het-leven en ondanks zijn hoge leeftijd nog steeds nauw betrokken bij het voormalige familiebedrijf, was in de VS toen zijn beschermeling Cantarella onder druk van de bankiers bezig was zijn biezen te pakken. Agnelli had een medische behandeling nodig, die hij niet in Italië kon vinden. Zakelijk deed hij hetzelfde twee jaar geleden. Rondom het eeuwfeest van Fiat werd General Motors binnengehaald als aandeelhouder van de personenautodivisie. De Amerikanen kregen 20 procent plus een optie op de hele tent vanaf 2004. In ruil daarvoor werd Fiat-aandeelhouder van GM, met voorsprong de grootste automaker ter wereld. In Italië verkocht Agnelli de deal als geniaal. Dat hij zijn ziel, Fiat, Lancia en Alfa Romeo, had verkwanseld, was onjuist. Agnelli had het concern juist gered, conform de tweede, officieuze betekenis van de afkorting Fiat (uit de tijd dat Italiaanse auto's nog erg onderhoudsgevoelig waren): Fix It Again Tony! 'Tony' fikste het weer toen de overeenkomst met de Amerikanen onvoldoende bleek. Eerder dit jaar werd voetbalclub Juventus, landskampioen en eigendom van de Agnelli's, naar de beurs gebracht omdat er geen geld meer was (lees: uit Fiat te halen) voor nieuwe sterren.

Zo mogelijk nog vervelender was de noodzaak om het familiebezit Ferrari op te offeren. Alweer via de beurs moet het dankzij de Duitser Schumacher succesvolle raceteam van Ferrari geld ophalen. Afgezien van de financiën, waar zijn de tijden van Italiaanse topcoureurs als Lancia, Storero en Nazzaro? De absolute dreun volgde na de introductie van de nieuwe middenklasser, de Stilo. De naam betekent 'stijl' en staat voor 'Made in Italy', dus topdesign. De nieuwe nationale held, voetballer Francesco Totti, verzorgt in alle landen de reclame. De verkoopcijfers zijn desondanks verpletterend. Vergelijkbare modellen van Franse, Duitse, Japanse of Amerikaanse makelij doen het beter. De peperdure productiecapaciteit draait op 80 procent van haar kunnen. De onderbezetting kost miljoenen per week. Vertaald naar het straatbeeld in Rome: de aloude Cinquecento, de antieke Fiat 500, het autootje dat past als een rugzak, is populairder dan de Stilo.

De reactie van premier-zakenman Berlusconi is veelzeggend. De grote practicus, die beweert zonder staatshulp schatrijk te zijn geworden, oppert overheidssteun. Zijn vijanden, in Italië alles wat zich links noemt, knipperen met de ogen en hoeden zich voor kritiek. Fiat is immers Italië. Altijd overleefd, ondanks de ontelbare stakingen; het achtergestelde zuiden geholpen met grotere autofabricage dan het rijke noorden; als eerste westerse onderneming aanwezig in de Sovjet-Unie, maar ook in de VS en Zuid-Amerika. Italië werd dankzij Fiat een van de grootste zes industriële naties ter wereld. Een glorieus tijdperk nadert zijn einde.

Willem Beusekamp

© de Volkskrant

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234