Dinsdag 05/07/2022

Zonder kompas op onbetreden paden

Radiohead geeft zich op 'Kid A' over aan de moderne technologie

Radiohead

Kid A, Parlophone/EMI.

Björk

SelmaSongs, Polydor/Universal.

The Waterboys

A Rock in the Weary Land, RCA/BMG.

Jackdrag

Soft Songs lp: Aviating, Shifty Disco/Konkurrent.

En dan is nu het moment aangebroken waarop je beter alles vergeet wat je ooit dacht te weten over Radiohead. De groep die je aan het werk hoort op Kid A heeft immers zo goed als niets meer te maken met het gezelschap dat ons destijds op Pablo Honey en The Bends trakteerde. Na het succes van OK Computer (4,5 miljoen verkochte exemplaren) raakten de muzikanten dermate van zichzelf en hun muziek vervreemd dat Radiohead op imploderen stond. Zanger Thom Yorke walgde van zijn (te vaak gespeelde) oude songs, kampte met een writer's block, zonk weg in een diepe depressie en raakte ieder gevoel voor richting kwijt. Toen de bandleden zich uiteindelijk dan toch in de studio meldden, kwam alles op losse schroeven te staan. Het enige wat vaststond was dat de groep alleen kon overleven als de volgende plaat radicaal anders zou worden en alle betrokkenen bereid waren zich op glad ijs te begeven. Soms bestond de belangrijkste bijdrage van een groepslid er zelfs in op een bepaalde track niet mee te spelen. Het is een gekke wereld.

Radiohead heeft op haar nieuwe cd resoluut alle zekerheden overboord gegooid en begeeft zich zonder kompas op onbetreden paden: Kid A laat bijvoorbeeld een gitaarband horen die een overwegend gitaarloze plaat heeft gemaakt. Het geluidsbeeld wordt nu overwoekerd door keyboards, sequencers, loops en samples; melodieën worden verdrongen door beats en grooves en de klassieke songstructuren van weleer ruimen plaats voor weerbarstige maar vrije vormen. En nu Radiohead zich eenmaal heeft overgegeven aan de moderne technologie, wordt er niet meer achteromgekeken. Er is gewoon geen weg terug. Kid A is als een exotische vrucht die voor het eerst je smaakpapillen prikkelt. Het is even wennen, maar zodra je van de verrassing bent bekomen, roep je steevast om meer. In 'Everything in Its Right Place' leeft Yorkes vervormde en geloopte stem ("yesterday I woke up sucking on a lemon") in symbiose met een elektrische piano. Halverwege de bizarre titeltrack, genoemd naar een computerspel, worden synthetische strijkers, een vage breakbeat en afstandelijke vocoderklanken in een zwavelbad gedompeld. 'The National Anthem', een logge basgroove, bereden door wild door elkaar toeterende saxen en trombones, houdt het midden tussen Mingus en Morphine en het instrumentale 'Treefingers' kruist Aphex Twin met de ambient-experimenten van Brian Eno. Met 'Idioteque' boort Radiohead zich middels een gruizige technobeat diep in het territorium van Underworld. In het elegische 'Morning Bell' horen we Yorkes mijmerende falset ronddobberen op een auditieve zee van Tibetaanse klokjes en belletjes en in 'Motion Picture Soundtrack' wordt de aftiteling begeleid door een harp en een spookachtig harmonium.

Tweemaal komt op Kid A ook de iets vertrouwdere Radiohead om de hoek kijken. Dat gebeurt in de hypnotische gitaarpopsong 'Optimistic' en in de ondraaglijk intense, dramatisch georkestreerde ballad 'How to Disappear Completely?', waarin Thom Yorke de luisteraar een glimp gunt van de mentale verwarring die zijn leven twee jaar geleden tot een waar inferno herleidde. "I'm not here... This is not happening": nooit eerder heeft de zanger zo suïcidaal geklonken. De schijnbaar fragmentarische teksten zijn niet toevallig volgestouwd met beelden die vermoeienis en claustrofobie suggereren. Kid A is een complexe, gelaagde en vooral moedige plaat, die eerst een beetje vaag en schetsmatig lijkt, maar bij iedere beluistering meer van haar interne logica prijsgeeft. En mocht u aan dit meesterwerk geen boodschap hebben: volgend voorjaar komt er weer een toegankelijke Radiohead-cd. Björk kreeg enkele maanden geleden in Cannes een Gouden Palm voor haar verbluffende acteerprestatie in Dancer in the Dark, de gitzwarte 'musical' van Lars von Trier. De IJslandse zangeres speelt de rol van Selma, een naar de Verenigde Staten uitgeweken Tsjechische arbeidster die langzaam blind wordt en voor wie de muziek in haar hoofd het enige middel is om aan de harde werkelijkheid te ontsnappen. Björk, die aanvankelijk alleen werd aangezocht om de soundtrack te schrijven, identificeerde zich in haar liedjes dermate met het personage dat de cineast zich geen andere actrice als Selma voor kon stellen en haar dus dwong ook in de film mee te spelen. Terecht: Björk imponeert immers op beide fronten. Op SelmaSongs kun je goed horen hoe ze haar muzikale grenzen verlegt. In het voetspoor van Ravel en Sibelius schrijft ze een ouverture voor een tachtigkoppig orkest en elders integreert ze, in de traditie van Pierre Schaeffer, ingrediënten uit de musique concrète: Zo bouwt ze ritmetracks met de geluiden van voorbijrijdende treinen, stampende machines en dichtslaande deuren. Hoogtepunten zijn 'I've Seen It All', een pakkend duet met Thom Yorke, het door angst en pijn getekende 'Scatterheart' en het romantische 'New World'. SelmaSongs bevat slechts zeven tracks, maar is veel meer dan zomaar een tussendoortje.

Mike Scott bedient zich voor het eerst in zeven jaar weer van de merknaam The Waterboys. Toch is er veeleer sprake van een noodingreep dan van een reünie. Uit de povere verkoop van 'smans beide soloplaten bleek namelijk dat het grote publiek nooit de link legde tussen Scott en de muziek die hem groot had gemaakt. Dus valt de artiest noodgedwongen terug op een pseudoniem dat in het collectieve bewustzijn wél een belletje doet rinkelen. Met A Rock in the Weary Land bewijst hij in elk geval dat zijn passie en intensiteit intact zijn gebleven: het epische 'Let It Happen' en de single 'Is She Conscious?' behoren tot zijn betere werk en in de titeltrack zeult hij zelfs een heus gospelkoor achter zich aan. Naar goede gewoonte bedient de Waterdrager zich van bijbelse beeldspraak en zet hij zijn apocalyptische visioenen op muziek. Hoewel Anthony Thistletwaite hier en daar flarden elektrische slidemandoline bijdraagt, blijven de Keltische folkelementen dit keer op de achtergrond. De nieuwe van The Waterboys is een stevige grootstadsplaat, waarop Scott, in zijn experimenteerdrang met oude samples, even Moby's voetsporen drukt. Alleen jammer dat zijn songs van zo'n wisselvallig niveau zijn.

Iemand nog een beetje gederailleerde bricopop? Dan is de vierde cd van Jackdrag, het eenmansproject van ene John Dragonetti uit Boston, een absolute must. De man is een in lofi-sferen gedijende doe-het-zelver, die zich thuis op zijn viersporenrecordertje uitleeft met een mengvorm van psychedelica, hiphop, fragiele trashfolk en klassieke muziek. Jackdrag speelt graag met contrasten en ontpopt zich op Soft Songs lp: Aviating als een geestverwant van Lou Barlow, Robert Pollard, Sparklehorse, Syd Barrett en Beck. Fraaie, eerlijke liedjes als 'Aviating', 'Crazy', 'Wow!' en 'The Only, Only One' worden zo volgepropt met bizarre geluidjes dat er om de haverklap nieuwe details in oplichten. Als Dragonetti op 4 november de AB aandoet, verdient hij het dan ook met open armen en dito oren te worden ontvangen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234