Maandag 27/06/2022

DubbelinterviewMichel Vandenbroeck en Mieke Vogels

‘Wouter Beke geeft de indruk te willen praten, maar hij houdt alle deuren gesloten’

Michel Vandenbroeck en Mieke Vogels. ‘Het probleem is dermate groot geworden dat één minister of één departement dit niet meer kan oplossen.’ Beeld Wouter Van Vooren
Michel Vandenbroeck en Mieke Vogels. ‘Het probleem is dermate groot geworden dat één minister of één departement dit niet meer kan oplossen.’Beeld Wouter Van Vooren

Terwijl de kinderopvang in Vlaanderen een noodkreet slaakt, gaan oud-welzijnsminister Mieke Vogels (Groen) en professor gezinspedagogiek Michel Vandenbroeck (UGent) op zoek naar waar het fout liep en wat er beter kan. ‘De regering zou haar budget moeten verdubbelen.’

Roel Wauters

De kinderbegeleiders komen vrijdag op straat. De sector verkeert in diepe crisis. Met acht, en soms zelfs negen, kinderen per begeleider is de werkdruk hoog, tegelijk geraken er meer dan 700 vacatures niet ingevuld. Intussen ligt de bevoegde minister Wouter Beke (CD&V) onder vuur en komt er een parlementaire onderzoekscommissie, na de dood van een baby van zes maanden in een crèche in Mariakerke. Wat is er aan de hand?

“Er zit structureel zoveel mis dat je kon verwachten dat er vroeg of laat iets fout zou lopen”, zegt Mieke Vogels. In de paars-groene regering was ze van 1999 tot 2003 Vlaams minister van Welzijn, de enige keer dat een niet-CD&V’er die eer te beurt viel. Nu bekijkt ze vanop een afstand de sector, terwijl haar dochter zelf verantwoordelijke is bij een kinderopvang in Antwerpen. Samen met professor Michel Vandenbroeck, een autoriteit op het domein, fileert ze op vraag van deze krant de sector. Hij luidt al langer de alarmbel. Eind vorig jaar pleitte hij al voor een staten-generaal van de kinderopvang. “Het probleem is dermate groot geworden dat één minister of één departement dit niet meer kan oplossen”, zegt hij. “Wij combineren drie zaken die je nooit mag combineren: kort opgeleide mensen, weinig pedagogische omkadering en veel kinderen per volwassene.”

Vogels: “Er moet inderdaad fundamenteel iets gebeuren aan de opleiding van de kinderbegeleiders. Die is de laatste tijd alleen maar achteruitgegaan. Het toverwoord is nu werkplekleren, voor zij-instromers, maar dat is vooral een goedkope manier om de werkroosters te vullen. Veel leren komt er dan niet aan te pas.”

En dat terwijl de vacatures niet ingevuld geraken.

Vandenbroeck: “En dan heb je een vicieuze cirkel, natuurlijk. Om aan volk te geraken zijn we nog minder kwalificaties beginnen te eisen van de kandidaten. Hoe lager je de lat legt, hoe lager het aanzien van het beroep wordt. De kwaliteit van de opleiding zelf moet ook gewoon hoger.”

Zelfs ‘Opa Sloeber’, de man die er verdacht van wordt verantwoordelijk te zijn voor de dood van het meisje in Mariakerke, stond ingeschreven als kinderbegeleider, zonder enige opleiding. Gebeurt zoiets frequent?

Vandenbroeck: “Zeker. Het fundamentele probleem van de opeenvolgende Vlaamse regeringen is dat ze telkens met ongeveer hetzelfde budget extra plaatsen hebben willen creëren. Met andere woorden: per plaats was er telkens minder geld. Ook uw regering heeft dat gedaan, Mieke.”

Vogels: “Dat klopt. Al heb ik de kindnorm (het aantal kinderen per verzorger, RW) tegelijk destijds verlaagd van 7 kinderen naar 6,5.”

Vandenbroeck: “Je hebt toen de kleine zelfstandige kinderopvanginitiatieven, de minicrèches, zoals jij ze noemde, een duw in de rug gegeven. Het is net in dat deel van de sector waar de risico’s veel groter zijn. Ze krijgen enkel een basissubsidie. De overheid geeft hen dus wat minder, maar vraagt hen ook wat minder. Zo hoeven medewerkers bijvoorbeeld geen specifiek diploma te hebben, zoals ‘Opa Sloeber’. Neem daarbij een gebrek aan begeleiding en veel kinderen per volwassene en dan weet je: het komt niet goed.”

Mieke Vogels en Michel Vandenbroeck. Beeld Wouter Van Vooren
Mieke Vogels en Michel Vandenbroeck.Beeld Wouter Van Vooren

Waarom steunde u die minicrèches?

Vogels: “Tot in de jaren 70 bleven heel wat moeders thuis om voor de kinderen te zorgen. Pas dan, en dan alleen, is er een diepe ideologische discussie geweest over kinderopvang. De CVP legde de nadruk op onthaalouders, als ‘gezinsvervangende opvang’. De socialisten kozen voor de collectieve systemen om zo de kinderen al te verheffen op jonge leeftijd.

“Vanaf de jaren 80 was er steeds meer nood aan kinderopvang, maar alle discussie is toen opgehouden. Alles was goed, doe maar op. De overheid had bovendien geen geld om te investeren – of wilde het niet. En op dat moment zijn de zelfstandige kinderopvangers in dat gat gesprongen. Ze begonnen voor zichzelf, zonder steun van de overheid, maar ook zonder veel controle.

“Ik heb als minister vooral geprobeerd die crèches bij het verhaal te betrekken. Uiteindelijk zijn we er wel in geslaagd om het hele kinderopvangnetwerk onder controle van Kind en Gezin te laten vallen. Anders kregen de ouders geen fiscaal attest om de kosten fiscaal af te trekken.”

Is de kwaliteit voldoende opgekrikt?

Vogels: “Dat denk ik wel. Daar zitten heel wat mensen die met hart en ziel voor zaak gaan. Zulke minicrèches start je niet op om veel geld te verdienen, wel integendeel. Daar zit een heel groot stuk idealisme.”

Vandenbroeck: “Dat er controles kwamen, was positief. Maar meteen volgde toch een duistere pagina in de geschiedenis van de kinderopvang. Het controle-instrument was zo gemaakt dat iedereen over de lat kon. (Vogels kijkt verbaasd, RW) Dat is echt zo. Ik kan je de statistische analyses van die tijd tonen.”

Vogels: “Een andere reden om hen te steunen is omdat daar ook vaak de lager opgeleide ouders terechtkwamen. Ze verdienden het minst, maar betaalden het meest. Van een mattheuseffect gesproken.”

De onderzoekscommissie gaat nu vooral het werk van de inspectie en de procedures tegen het licht houden.

Vandenbroeck: “We moeten inderdaad kijken of er geen andere manieren zijn om risico’s op mishandeling te detecteren, via een multidisciplinair team. Wanneer er geen acuut risico is, kunnen we met een pedagogisch team bekijken of er verbetering mogelijk is. Indien het antwoord neen is, doe je de crèche maar beter ineens toe. En anders zorg je voor een intense begeleiding, ook al is het tegen de zin van de mensen. Momenteel is dat veel te weinig doortastend. Het Sloeberhuisje is ook begeleid geweest: ze hebben twee gesprekken in de keuken gehad, na de openingsuren. Ze vulden samen een formulier van één pagina in en dat was het dan. Dat is de procedure.”

Er is ook kritiek op de regelneverij van de Vlaamse overheid. Vanwaar komt die?

Vogels: “Die zit zo ingebakken in de Vlaamse administratie. Er loopt eens één keertje iets mis en dan is er de drang om met een strenge algemene regel te vermijden dat het ooit nog kan gebeuren. Op een moment is een mobieltje in een bed gesukkeld. Een kindje kreeg dat koordje rond zijn nek, meteen volgde er een omzendbrief om overal die mobieltjes te verbieden.”

Vandenbroeck: “Ik erken dat er soms overgereageerd wordt, maar het is niet allemaal onzin. Er zijn een aantal strikte regels over het slapen. Sindsdien is het aantal overlijdens door wiegendood met de helft verminderd. Wat het vooral is: veel regels zijn niet realistisch. Er moet bijvoorbeeld altijd toezicht zijn bij het slapen, maar niemand doet het. Daarvoor is er gewoonweg te weinig personeel. Bijgevolg: als er iets misloopt, heeft de laagste in rang het gedaan. De overheid voert aan: wij hadden toch gezegd dat het niet mocht. De verantwoordelijke kan zeggen: ik heb mijn personeel gevraagd om altijd toezicht te houden. En wie mag het gaan uitleggen in de rechtbank?”

Vogels: “Ik hoop vooral dat de onderzoekscommissie verder kijkt dan enkel de procedures en de inspectie. Het debat moet veel breder, die staten-generaal moet er komen. Wist je dat je in Hongarije tot twee jaar ouderschapsverlof kan krijgen? Ook in België moeten we naar een periode van 1 jaar ouderschapsverlof. Die eerste 1.000 dagen zijn zo cruciaal voor hun ontwikkeling.”

Mieke Vogels en Michel Vandenbroeck. 'De eis van één begeleider per vijf kinderen veeg je niet zomaar van tafel. Er is stilaan een maatschappelijk draagvlak gekomen voor verandering. Dat is echt wel nieuw.' Beeld Wouter Van Vooren
Mieke Vogels en Michel Vandenbroeck. 'De eis van één begeleider per vijf kinderen veeg je niet zomaar van tafel. Er is stilaan een maatschappelijk draagvlak gekomen voor verandering. Dat is echt wel nieuw.'Beeld Wouter Van Vooren

Heeft minister Beke dan een punt, wanneer hij zegt dat ouders maar beter hun ouderschapsverlof de eerste drie levensjaren opnemen?

Vogels: “Natuurlijk niet. We hebben een uitbreiding van het systeem nodig, geen herverkaveling. Alsof er in de buitenschoolse opvang plaatsen genoeg zijn? De kleintjes droppen bij de grootouders is niet iedereen gegeven, zeker nu die ook steeds langer werken.”

Vandenbroeck: “Beke verschuift het probleem gewoon. Bovendien is de uitkering laag, waardoor het voor veel mensen niet evident is om zomaar ouderschapsverlof op te nemen. Op zich is meer ouderschapsverlof na de geboorte een goed idee. Relatief veel mensen gaan al na drie maanden weer aan de slag, waardoor er veel erg jonge kinderen in onze kinderopvang zitten. En voor alle duidelijkheid: kinderopvang voor kinderen van 3 maanden moet kunnen. Maar niet op de manier waarop wij hem organiseren. Met acht baby’s per volwassene?”

Vogels: “Beke geeft de indruk te willen praten, maar hij houdt alle deuren gesloten. Dit is een afleidingsmanoeuvre. De enige manier om iets aan het personeelstekort te doen is investeren.”

Over de kindnorm wil niemand in de meerderheid praten, ook Beke niet.

Vandenbroeck: “De laatste keer dat we over de kind-norm discussieerden in het parlement, kreeg ik ik onmiddellijk het antwoord: weet u hoeveel het kost om van 8 naar 7 kinderen per volwassene te gaan? 80 miljoen euro. Doe er maar een nulletje bij om echt ergens te geraken: 800 miljoen euro. We betalen 2.000 euro per kind per jaar, onze buurlanden doen het met minstens het dubbele, de Scandinavische landen doen het maal tien! We zouden het budget moeten verdubbelen. Dit gaat verder dan het tafeltje van de minister alleen. We moeten kijken naar onderwijs en opleiding, en de arbeidsmarkt. De hele regering moet zich hierover buigen.”

Gaat dat debat er komen? Ook in de onderzoekscommissie mag het vooral niet over budgetten of het aantal kinderen gaan.

Vandenbroeck: “Je ziet wel dat het debat eindelijk over de kwaliteit gaat niet over de kwantiteit. Je ziet ook een oppositie die haar tanden laat zien.”

Vogels: “En de verzorgers komen de straat op.”

Vandenbroeck: “De sector eist zijn plaats op aan tafel. De eis van één begeleider per vijf kinderen veeg je niet zomaar van tafel. Er is stilaan een maatschappelijk draagvlak gekomen voor verandering. Dat is echt wel nieuw.”

‘Haal de schotten tussen onderwijs en kinderopvang weg’

De algemene kwaliteit van de kinderopvang in Vlaanderen is best goed, zo is gebleken uit MemoQ, een groot kwaliteitsonderzoek uit 2017 geleid door professor Vandenbroeck. Toch zijn er werkpunten. Samengevat: kinderen zijn best gelukkig, maar leren te weinig bij. Op educatief vlak is er nog werk aan de winkel. Nochtans waren er vijftig jaar geleden al initiatieven die het pedagogische en zorgende aspect perfect combineerden: de zogenaamde peutertuinen. Ze kregen nooit de kans om zich te ontwikkelen.

“Zo’n peutertuin was een kinderopvang verbonden aan de kleuterschool”, legt Vogels uit. “Dan konden de kinderbegeleiders samen met de kleuterjuf bepalen wanneer een kindje klaar was om over te gaan. Kinderen die wat trager evolueerden of met taalachterstand kampten, kon je dan extra tijd gunnen. Een onderzoek van Unicef heeft uitgewezen dat zo’n systeem uitstekend werkte. Ik pleit er nu ook voor om de schotten tussen onderwijs en kinderopvang weg te halen.”

De peutertuinen werden opgericht in de tweede helft van de jaren 60, vooral in de ‘rode steden’ Antwerpen en Gent, in het stedelijk onderwijs. “Ze waren voor een stuk opgericht uit een oprechte bezorgdheid om de kinderen uit de arbeidersklasse al op jonge leeftijd kennis te laten maken met een schoolse omgeving”, legt Vandenbroeck uit. “Daarnaast was het ook gewoon een manier om zieltjes te winnen, op een moment dat de babyboom over zijn hoogtepunt was. Die kinderen gingen al niet naar het katholiek onderwijs.” (lacht)

Het unieke aan die peutertuinen was dat twee beroepsgroepen samenwerkten, kleuterjuffen en kinderbegeleiders, wat een enorm voordeel is. “Nu zien we dat de oudste kinderen zich soms vervelen in de crèche, omdat ze niet altijd genoeg educatieve prikkels krijgen. Omgekeerd krijgen de jongste kinderen in de kleuterklas niet altijd de zorg die ze nodig hebben.”

De peutertuinen werkten eerst zonder subsidies, tot begin jaren 70, en ze toch extra middelen aanvroegen. “Het NWK, de voorloper van Kind en Gezin, heeft toen beslist hen financieel te ondersteunen”, zegt Vandenbroeck. “Op voorwaarde dat er een verbod kwam op pedagogische activiteiten in de peutertuin, omdat de kinderen nog op een zogenaamde ‘prepedagogische leeftijd’ waren. Zo is het echt gebeurd! In een embryonale fase was het een bijzonder interessant project, maar de verdere ontwikkeling werd daar dus afgeblokt. Nu hebben Ben Weyts (N-VA) en Wouter Beke (CD&V) (de Vlaamse ministers van Onderwijs en Welzijn, RW) samen twaalf pilootprojecten opgericht, waar ze die filosofie willen verder zetten. Meer dan veertig jaar heeft men nodig gehad om die visie te corrigeren.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234