Donderdag 07/07/2022

InterviewJoël Smets en Stefan Everts

‘Het lijkt alsof mensen liever hebben dat Marc Dutroux naast hen komt wonen dan dat wij er crossen’

Joël Smets en Stefan Everts: 'Naast een voetbalveld wordt ook kabaal gemaakt, maar daar hoor je niemand over.' Beeld © Stefaan Temmerman
Joël Smets en Stefan Everts: 'Naast een voetbalveld wordt ook kabaal gemaakt, maar daar hoor je niemand over.'Beeld © Stefaan Temmerman

Morgen begint het WK motorcross, mét een Belg als favoriet in de MX2-klasse, Jago Geerts. Legendes Stefan Everts (49) en Joël Smets (52) blikken voor- en achteruit. ‘Motorcross was ooit een top 3-sport in dit land. Hoe kan men dat zomaar vergeten?’

Frank Van Laeken

Er was eens... een motorcrossnatie. Een land waar de wereldtoppers aan de steeds schaarser wordende bomen leken te groeien. Liefst 52 keer in amper vijftig jaar tijd, van 1958 tot en met 2008, stond er op het einde van een seizoen een Belg op het hoogste schavotje in een van de klassen. Sindsdien is het wachten. De voorbije jaren was de nu 21-jarige Jago Geerts er dichtbij in de MX2, twee keer zilver, net niet.

Er was eens... de motorcrossbeleving. Wie al eens op een circuit vertoefde de dag van een race, weet wat ik bedoel. Die penetrante geur van verbrande benzine die zich vermengt met die tegelijkertijd verfoeilijke en aanlokkelijke stank van het onvermijdelijke rijdende frietkot en de verkoolde hamburgerstand, dat nerveuze gepruttel van de motoren vlak voor het starthek naar beneden dondert, die spectoriaanse geluidsmuur die op je afkomt wanneer al die crossers wriemelend en wroetend proberen om op kop de eerste bocht in te duiken, het voortdurend tot het uiterste gaan van mens en machine.

Opwindende sport, ondanks de teloorgang van de Belgische tak. Belgen doen het onder meer minder goed omdat ze nauwelijks nog trainingscircuits vinden op eigen bodem. Milieunormen. Geluidsoverlast. Assertieve omwonenden. Onze motorcrossers waren ooit zeer geliefd, hun sport is dat tegenwoordig veel minder.

Er waren eens... twee motorcrosskampioenen. Koningen van de circuits, samen goed voor vijftien wereldtitels, om de veertien dagen ’s zondags live te bewonderen op de Vlaamse televisie. Vandaag staan zij nog altijd met hun twee voeten in de blubber, Joël Smets en Stefan Everts. De eerste is pas bevorderd tot teammanager van KTM, dat twee kandidaat-wereldkampioenen in de rangen heeft, helaas geen Belg. De tweede hoopt zijn eigen opvolger klaar te kunnen stomen, zoon Liam (17), die voor een uniek driegeslacht wereldkampioenen zou kunnen zorgen. Harry-Stefan-Liam. Toekomstmuziek?

Een gesprek met twee tenoren die al een poos veel minder dan in hun gloriedagen in de publieke belangstelling staan, begint doorgaans met de klassieke ‘oewist’-vraag, wat in het geval van Stefan Everts des te meer opgaat sinds hij eind 2018 ternauwernood malaria overleefde. Het kostte hem acht tenen. Pijnvrije dagen zijn er niet meer bij voor de beste motorcrosser aller tijden. Dus...

Hoe gaat het ermee?

Stefan Everts: “Ik heb goede en minder goede dagen. Aan de hiel van mijn linkervoet heb ik nog altijd een open wonde. Elke dag komt daar rotzooi uit. Rechts zit er intussen een dikke eeltlaag op wat een open wonde is geweest. Stoot ik met mijn hiel ergens tegenaan, dan doet dat verschrikkelijk veel pijn.

Stefan Everts

* geboren 25 november 1972, Bree * 10 x wereldkampioen (1 x 125cc, 3 x 250cc, 2 x 500cc, 4 x MX1) * 6 x Belgisch kampioen * 101 GP-zeges * 5 x Motorcross der Naties * 5 x Sportman van het Jaar (2001, ‘02, ‘03, ‘04, ‘06) * Nationale Trofee voor Sportverdienste (2003) *bbegeleidt zoon Liam in MX2-klasse

“Als ik terugkijk op de voorbije drie jaar is mijn toestand lichtjes verbeterd, maar 100 procent zal ik nooit meer worden. Ik heb me erbij neergelegd dat ik de rest van mijn leven hinder zal ondervinden en dat ik daar zo goed mogelijk mee moet leren leven. Er zijn ergere dingen, dat heb ik zelf kunnen zien toen ik in het ziekenhuis lag. ’t Zijn maar tenen, dacht ik.”

Joël Smets: “Mijn zoon Greg is onlangs 26 geworden, dat was toch een beetje confronterend. Shit man, ik ben ál 52, binnenkort word ik misschien grootvader.

“In de sport ben ik zelf met jonge kerels aan de slag, dat houdt je jong. Ik krijg nog altijd kippenvel als het bord van de laatste vijftien seconden wordt getoond voor de start: dat zit dus wel goed. Kort na mijn carrière heb ik wat meer afstand genomen: ik zette wel wat jeugdprojecten op voor de bond en begeleidde het Belgische team in de Motorcross der Naties, maar dat was geen voltijdse job. Een jaar of tien geleden heb ik toch de stap gezet om er weer 100 procent mee bezig te zijn. Het blijft een prachtige sport.”

België heeft 52 wereldtitels behaald, 31 meer dan de tweede in de stand, Frankrijk. Toch is het al veertien jaar geleden dat er nog eens een Belg wereldkampioen werd, Sven Breugelmans in 2008. Hoe komt dat?

Smets: “Allee, Stefan, ’t is aan u.” (lacht)

Everts: “Er zijn meerdere oorzaken, maar de grootste is volgens mij toch het wegvallen van circuits. Onze generatie heeft nog lang de schijn hoog kunnen houden, maar eigenlijk ging onze sport eind jaren tachtig al in dalende lijn. Dat is alleen maar erger geworden. Toen wij ermee stopten, volgde het zwarte gat. In vijf jaar tijd is de Belgische motorcross in elkaar gestort.”

In 1990 waren er 130 circuits in België, nu nog zeven, en zelfs die moeten geregeld een juridisch gevecht leveren om open te kunnen blijven. Ter vergelijking: Nederland telt 65 motorcrosscircuits.

Everts: “De politiek erkent alleen de BMB, de nationale federatie; met amateurbonden wordt geen rekening gehouden. Steeds opnieuw krijgen we op vergaderingen in Brussel te horen: wat is uw draagvlak? Maar wat is het draagvlak van iemand die nieuw in een wijk komt wonen en protesteert tegen een circuit in de omgeving? Je verzamelt wat handtekeningen en dan heb je zogezegd een draagvlak...”

‘Wij hebben in het kader van de actie ‘Red de ­motorcross’ ooit 
50.000 bomen aangeplant, maar we hebben niets in de plaats gekregen.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Wij hebben in het kader van de actie ‘Red de ­motorcross’ ooit 50.000 bomen aangeplant, maar we hebben niets in de plaats gekregen.'Beeld © Stefaan Temmerman

Smets: “Rond 2010 heeft de Vlaamse regering een grote studie uitgevoerd, het WES-onderzoek. Dat gebeurde heel grondig. Zelfs ik heb toen telefoon gekregen van iemand van een onderzoeksbureau die vroeg of ik licentiehouder was en zelf meedeed aan wedstrijden. Best grappig. Daaruit kwam naar voren dat er alleen al in Vlaanderen nood was aan twaalf circuits. Dat waren er meer dan ze dachten, dus zijn ze op zoek gegaan naar lokale draagvlakken in de verschillende gemeenten. Een onmogelijke zaak: je vindt geen vijfhonderd crossers in een gemeente, maar je vindt wel makkelijk vijfhonderd tegenstanders.

“Ik ben ooit in Egem-Pittem mee op zoek gegaan naar een mogelijke locatie. Dat hele dorp hing die dag vol zwarte vlaggen. Ik kan je verzekeren: dat geeft een rotgevoel. Wij zetten ons in voor liefdadigheidswerken, organiseren races voor het goede doel, ik heb bij mijn afscheid 50.000 euro weggeschonken. Wij zijn geen cultuurbarbaren. Ik krijg soms de indruk dat de mensen liever hebben dat Marc Dutroux naast hen komt wonen dan dat wij daar komen crossen.”

Everts: “In 2012 hebben wij in het kader van de actie ‘Red de motorcross’ 50.000 bomen aangeplant, maar we hebben niets in de plaats gekregen. We staan gewoon heel zwak. Wij zijn motorsporters: we maken geluid, zorgen voor vervuiling, en wat nog allemaal. Naast een voetbalveld wordt ook kabaal gemaakt, maar daar klaagt niemand over.”

Smets: “Wat ruimtelijke ordening betreft, is België een kluwen. Open ruimtes zijn hier schaars. Als er dan toch een is, zijn er veel gegadigden om die te kunnen benutten. Industrie. Landbouw. Activiteiten die als levensnoodzakelijk beschouwd worden. En zitten zij niet te azen op die open ruimte, dan krijgen we af te rekenen met milieuactivisten.

“We kappen weleens op de politiek, maar politici moeten nu eenmaal rekening houden met de regels. Toch is het soms moeilijk om te blijven geloven in de democratie. Een voorbeeld: in Neeroeteren kwam een man naast een circuit wonen. Hij heeft er eerst voor geijverd dat het circuit dicht moest en dan is hij zelf opnieuw verhuisd. Dat stoot tegen de borst.

“In Lommel heb ik lang gepraat met een omwonende, om te proberen een compromis te zoeken, als grote mensen rond de tafel. Ik vroeg hem op de man af: ‘Waarom heb je drie jaar geleden een huis gekocht in de buurt van een circuit? Wist je dan niet dat het er was?’ Bleek dat hij er vroeger zelf nog naar wedstrijden geweest was. En toen hij er naar een huis kwam kijken in een rustige, doodlopende straat, hoorde hij geen storende geluiden, omdat de wind die dag toevallig uit de andere richting kwam.

“Kort daarna is hij de buurt beginnen op te ruien om mee te protesteren. Dat is Kafka. Ik wil graag in dialoog gaan, maar tegen zulke hinderpalen kan je niet op.

“Dan moet je weten dat alleen al de aanvraag om zo’n circuit te mogen uitbaten veel geld kost. Milieurapporten, omgevingsvergunningen, 30.000 euro hier, 10.000 euro daar. Circuituitbaters zijn meer bezig met administratie en procedures dan met hun sport.

“Er bestaat zoiets als provinciale omgevingsvergunningscommissies. Die naam dekt de lading. Daar zitten mensen van de gemeente, de industrie, de landbouw en het Agentschap Natuur en Bos in, volledig terecht allemaal, maar niemand die onze sport verdedigt. En dan zegt zo iemand van Natuur en Bos over het circuit in Lille: we hebben daar een zwarte specht gezien en ginder een kikker in de sloot, crossen zal hier een negatief effect hebben op het milieu. Maar dat circuit ligt er al sinds 1976. Die zwarte specht en die kikker zijn dus niet op de vlucht geslagen. Of misschien zaten die er toen zelfs nog niet en nu wel. Metingen toonden aan dat het omgevingslawaai door de E34, die er vlak naast ligt, hoger is dan dat van een training op dat circuit.”

Joël Smets

* geboren 6 april 1969 in Mol * 5 x wereldkam­pioen (4 x 500cc, 1 x MX3)* 6 x Belgisch kampioen * 57 Grand Prix-zeges * 3 x Motorcross der Naties * 1 x Sportman van het Jaar (2000) * Nationale Trofee voor Sportverdienste (2000) * is teammanager bij motorcrossteam KTM

Everts: “De wereld is onverdraagzamer geworden. Dat ze zeldzame dieren beschermen, het oerwoud, het Amazonegebied: dat zijn de zaken die onze wereld naar de knoppen helpen, die zijn belangrijk, maar toch niet een paar motorcrossers. Dat zijn kleine prulletjes in vergelijking met de klimaatopwarming. Boos word ik ervan.”

Als ik even advocaat van de duivel mag spelen: ik woon in landelijk gebied, een motorcrosscircuit waar tot 96 decibel wordt geproduceerd in de buurt zou mij ook storen.

Everts: “Het is niet zo dat er zeven dagen op zeven wordt gecrost op zo’n circuit. In de winter wordt er al bijna helemaal niet gereden.”

Smets: “Crossers trainen niet om zeven uur ’s morgens of om tien uur ’s avonds. Wij doen dat tijdens de kantooruren, zeg maar.”

Zijn jullie niet eerder het slachtoffer van die typisch Vlaamse lintbebouwing?

Smets: “Klopt.”

Everts: “Ze zeggen dat er weinig open ruimte overblijft, maar die is er nog wel. Militaire terreinen waar nu niets meer gebeurt, bijvoorbeeld. Of havengebieden.”

Een paar jaar geleden was er het plan van de Vlaamse minister van Sport om crossterreinen aan te leggen in de havengebieden van Gent, Oostende en Antwerpen. Waarom is dat niet doorgegaan?

Everts: “Er is altijd wel iemand die zich daaraan stoort. Dan houdt het op.”

Smets: “In Oostende was er zogezegd geen draagvlak. In Gent was het de bedoeling op de terreinen van Sidmar te crossen, maar daar zijn de personeelsleden in opstand gekomen, waarna de raad van bestuur - die eerst zijn toestemming had gegeven - zijn staart heeft ingetrokken. En in Antwerpen had het met de veiligheidsperimeter te maken. De locaties lagen te dicht bij vervuilende industrie.”

Wat nu?

Everts: “Succes in de motorcross ging vroeger van generatie op generatie: kampioenen brachten nieuwe kampioenen voort. Niet alleen Belgische motorcrossers maakten gebruik van onze circuits, ook internationale rijders deden dat. Dat is helemaal stilgevallen. Ik vrees dat we daar nooit uit zullen geraken. Misschien nog hier en daar een uitschieter, maar de ene titel na de andere, dat zie ik nooit meer gebeuren.”

Smets: “De reden dat er nu geen Belgische wereldkampioenen meer zijn, komt omdat er te weinig instroom is (in 2000 waren er nog meer dan 500 Belgische internationale vergunninghouders, in 2019 225. Sinds de eeuwwisseling is het aantal motorcrossers in ons land met ongeveer 40 procent gedaald, red.). De vijver is te klein geworden, bij gebrek aan infrastructuur. Als er bijna geen enkel voetbalveld meer zou zijn, zou die sport ook uitsterven. In het voetbal kan je je dat moeilijk voorstellen, maar in de motorcross is het de realiteit.

“We moeten ook in de spiegel durven te kijken: het ligt niet alleen aan de wereld, we zijn ook slachtoffer geworden van ons eigen succes. Als motorcrossgemeenschap hebben we te weinig vooruitgedacht. Toen wij begonnen, eind jaren tachtig, had iedere provincie haar eigen regionale werking, elk met honderden leden. Ieder weekend werden er zeven, acht crossen georganiseerd. Als klein manneke stond ik met grote ogen te kijken naar die crossers, daardoor kreeg ik de microbe te pakken. Vandaag moeten jonge motorcrossers in het buitenland gaan trainen. Of ze beginnen met een andere sport.”

Everts: “’t Is echt triest. Ik heb de hele wereld afgereisd, zoveel bereikt, altijd als fiere Belg op het podium gestaan wanneer de Brabançonne werd gespeeld: ik ben zwaar teleurgesteld.”

Smets: “Ik houd dit alleen maar vol met de moed der wanhoop, ik klamp me vast aan elke strohalm. Liever sterven op het slagveld dan opgeven.”

Joëm Smets in 2000. 'Je moet kunnen dansen met de motor. Er is geen enkele sport waar je zoveel spieren van je lichaam moet gebruiken.' Beeld BELGA
Joëm Smets in 2000. 'Je moet kunnen dansen met de motor. Er is geen enkele sport waar je zoveel spieren van je lichaam moet gebruiken.'Beeld BELGA

Everts: “Kijk, ik zou me nog kunnen voorstellen dat we zonder onze rijke historiek, die je daarnet hebt opgesomd, moeite zouden hebben om gehoord te worden. Maar we zijn gewoon de beste natie ter wereld geweest. Motorcross was veertig jaar geleden een top 3-sport in dit land, na voetbal en wielrennen. Hoe kan men dat zomaar vergeten?”

“We zullen hier niet lang meer blijven, hier is geen plaats meer voor ons”, zei je onlangs in Humo, Stefan. Hoe concreet zijn die plannen?

Everts: “Ik zie mij hier geen tien jaar meer blijven wonen. Zodra de carrière van Liam op de rails zit en onze kinderen oud genoeg zijn, denk ik dat we het voor bekeken houden in België. Ik heb het hier gehad. Hoe meer ik in het buitenland vertoef, hoe minder graag ik terugkeer.”

Mindere prestaties = minder media-aandacht = minder sponsoring = minder crossers. Hoe raak je uit die vicieuze cirkel?

Smets: “Gesteund door de overheid werken we heel hard om de bestaande infrastructuur te vrijwaren. Dat is het absolute minimum om onze sport levensvatbaar te houden. Om de vicieuze cirkel te doorbreken, reken ik dan weer op elektrische mobiliteit. Elektrische motoren zijn de toekomst. Die ontwikkeling lijkt nu toch echt wel voor een doorbraak te staan.”

Everts: “Dat werd tien jaar geleden ook al gezegd. Mensen kunnen niets meer verdragen en het wordt alleen maar erger. Een elektrische mountainbike die door het bos fietst, vinden ze al niet kunnen.”

Voor we collectief in een depressie belanden: maak eens reclame voor jullie sport. Wat is er zo mooi aan motorcross?

Everts: “Als je een machine beheerst, geeft je dat een fantastisch gevoel. Kan je dan ook nog eens de concurrentie naar huis rijden, dan wordt dat gevoel alleen maar mooier. Makkelijk is het niet, het is voor weinigen weggelegd.”

Smets: “Motorcross is een prachtige combinatie van techniciteit en fysieke aspecten. Je moet kunnen dansen met de motor. Ik heb gevoetbald, gefietst, gebasket, getennist: er is geen enkele sport waar je zoveel spieren van je lichaam moet gebruiken. Van je nek tot in je tenen. Je hele lijf moet in harmonie zijn met je motor.”

Vergt het een grote investering?

Everts: “We moeten niet rond de pot draaien: ja. Een crossmotor kost zo’n 10.000 euro. Er zijn koersfietsen die ongeveer evenveel kosten.”

Smets: “Alleen moeten zij er niet elke dag naft in kappen en hun banden verslijten ook minder makkelijk.” (lacht)

Het Belgisch palmares

* 52 wereldtitels * 130 medailles (52 x goud, 45 x zilver, 33 x brons) * eerste wereldkampioen: René Baeten (1958, 500cc) * laatste wereldkampioen: Sven Breugelmans (2008, MX3) * na Stefan Everts (10 wereldtitels) volgen Joël Robert (6), Roger De Coster, Georges Jobé, Eric Geboers en Joël Smets (5) en Harry Everts (4) * 15x won België de Motorcross der Naties * 10 x werd een motorcrosser Sportman van het Jaar (5 x Stefan Everts, 2 x Georges Jobé, 1 x Gaston Rahier, Eric Geboers en Joël Smets) * 8 x ontving een motorcrosser de Nationale Trofee voor Sportverdienste

Joël, je bent sinds een paar weken teammanager bij KTM. Je hebt twee kandidaat-wereldkampioenen in huis, de Nederlander Jeffrey Herlings in de MXGP en de Fransman Tom Vialle in de MX2. Herlings mist wel de WK-start door een breuk in het hielbeen van zijn linkervoet. Geen leuk begin.

Smets: “Neen. We zitten duidelijk in de hoek waar de klappen vallen. In december is onze Oostenrijkse belofte Rene Hofer omgekomen bij een skiongeluk. In een klein team word je daar elke dag mee geconfronteerd. Er is een crosser weg, maar ook een monteur en een coach, een enorme leemte.

“Wat Jeffrey betreft: hij mist zeker de eerste twee WK-manches, daarna zullen we zien waar hij staat. Zware streep door de rekening voor een regerend wereldkampioen. Tom was in 2020 al wereldkampioen, maar heeft vorig jaar brute pech gehad, door een botsing met iemand die op de verkeerde kant van de baan was terechtgekomen. Dat is heel zuur. Nu is hij helemaal terug.”

Herlings zit aan 99 Grand Prix-zeges. Jouw record – 101 – dreigt te sneuvelen, Stefan.

Everts: “Dat record gaat er sowieso aan, geen twijfel aan. Bij Jeffrey zijn er twee mogelijkheden: winnen of hospitaal.”

De Italiaan Tony Cairoli is eind vorig jaar gestopt. Hij strandt op negen wereldtitels, eentje minder dan jij.

Everts: “Ik had nooit gedacht dat Tony zo snel zo close zou komen. Jeffrey kan de volgende worden. Of de Spanjaard Jorge Prado, die nog altijd maar 21 is en toch al twee keer wereldkampioen werd.”

Smets: “Tien wereldtitels, dat is nog een hele lange weg. Ik heb maar vijf wereldtitels, maar ik denk dat we daar allebei trots op mogen zijn.”

Hoe zit het met de Belgen? In de MXGP zijn er Cyril Genot, Brent Van Doninck en Jeremy Van Horebeek.

Everts: “Meer dan een ereplaats in een WK-manche moet je van hen niet verwachten.”

In de MX2 zijn er Julian Vander Auwera en Jago Geerts. Die laatste zegt dat hij maar één doel heeft: wereldkampioen worden.

Smets: “Jago is twee keer vicewereldkampioen geworden, hij zat er al dichtbij.”

Everts: “Ik mis regelmaat bij Jago. Hij maakt nog te veel domme foutjes.”

Smets: “Qua snelheid is hij wereldklasse in de MX2. Alleen moeten de hoogtes blijven en de laagtes verdwijnen.”

‘We zijn ook ­slachtoffer ­geworden van ons eigen succes. We­ ­hebben te weinig vooruitgedacht.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘We zijn ook ­slachtoffer ­geworden van ons eigen succes. We­ ­hebben te weinig vooruitgedacht.'Beeld © Stefaan Temmerman

En dan is er ook nog Liam Everts. Wat mogen we op zijn zeventiende van hem verwachten?

Everts: “Dit wordt een leerjaar. Zijn eerste wedstrijd, twee weken geleden, is serieus tegengevallen. Stress. Ik wil geen concreet doel vooropstellen. Blessurevrij blijven en progressie maken, daar draait het om. Hij heeft kwaliteiten, maar ik heb nog niet de Liam bezig gezien die ik denk dat hij zou kunnen worden. Ik heb intussen door dat hij een trage groeier is.”

Smets: “Puur rijtechnisch heeft Liam niet het talent van Stefan. Ik merk wel gedrevenheid en ambitie. Daar kan je ook ver mee komen, kijk naar mij. Ik was technisch ook niet de beste. Liam moet zijn tijd nemen. Ik heb, van een afstand, het gevoel dat hij te veel druk op zichzelf legt. Hij mag de lat niet te hoog leggen.””

In eerdere interviews gaf je aan dat de begeleiding door jouw vader, zelf vier keer wereldkampioen, niet optimaal was: te dwingend, te streng. Hoe pak je het zelf aan?

Everts: “Na een race laat ik de eerste emoties wat bezinken. Hij wordt nu ook begeleid door sportpsycholoog Rudy Heylen, dat is heel nuttig voor hem. Maar wees gerust: Liam krijgt sowieso mijn ongezouten mening te horen.”

Jij was net geen 19 toen je voor het eerst wereldkampioen werd, Liam wordt in augustus volgend jaar 19. Speelt dat in zijn hoofd?

Everts: “Ik denk niet dat hij daar zwaar mee bezig is, maar hij sleurt natuurlijk een zware rugzak met zich mee door die naam ‘Everts’. Ik heb het daar zelf heel moeilijk mee gehad.”

Smets: “Vergeet niet dat de rugzak van Liam nog zwaarder is, daar steken veertien wereldtitels in.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234