Zondag 03/07/2022

AchtergrondStrade Bianche

Strade Bianche: genieten van ouderwetse heroïek op stoffige, witte grindwegen

Het glooiende Toscaanse landschap, met zijn cipressen en grindwegen, vormt het decor van de wielerklassieker Strade Bianche. Beeld Photo News
Het glooiende Toscaanse landschap, met zijn cipressen en grindwegen, vormt het decor van de wielerklassieker Strade Bianche.Beeld Photo News

De Strade Bianche bestaat pas sinds 2007 en is in korte tijd uitgegroeid tot een geliefde klassieker. Niet alleen leveren de Toscaanse grindwegen prachtige beelden op, het is ook de enige wedstrijd waar kasseivreters, klassementsrenners en klimmers vechten om de winst.

Ann Braeckman

Het Piazza del Campo in Siena vormt al sinds de middeleeuwen het decor voor de paardenrace die twee keer per jaar wordt georganiseerd. Sinds 2007 heeft het publiek er in maart een nieuw spektakel bij met de aankomst van de Strade Bianche. Iets na vieren, wanneer de finish al grotendeels in de schaduw ligt, zullen de renners morgen er hun intrede maken na een lange tocht over de witte grindwegen doorheen Toscane.

Ze doen dat langs de laatste hindernis van de dag, de steile Via Santa Caterina, waar Wout van Aert in de editie van 2018 in een kramp schoot en de laatste tien meter te voet naar boven moest. Zijn inspanning leverde hem een derde plaats op. “Go hard or go home”, schreef hij daags nadien op Twitter bij de amateurbeelden die intussen waren opgedoken van zijn lijdensweg.

Applaus voor Van Aert

Een jaar later eindigde hij opnieuw als derde. Toen de speaker aan de aankomst in de finale over Van Aert praatte, steeg een spontaan applaus op in Siena. Echtgenote Sarah De Bie keek verbaasd op. “Geweldig toch. Wout is populair in Italië en de liefde is wederzijds. Hij is zo gek op deze koers. Hij probeert af en toe iets in het Italiaans te posten op zijn sociale media en krijgt daartoe hulp van iemand. De Italiaanse fans smullen ervan.”

Italianen houden van drama. Dat uitgerekend de man die een jaar voordien te voet stond opnieuw meedeed voor de winst ging hen na aan het hart. In 2020 was het wel raak. In de verzengende corona-editie in augustus soleerde Van Aert naar de zege. Sindsdien is de kopman van Jumbo-Visma de veelwinnaar die we vandaag kennen.

Helaas is hij er morgen niet bij in Siena. De Belgische kampioen noemde het een verschrikkelijke keuze, maar het hogere doel staat voorop: het winnen van een monument. De Ronde of Roubaix, daarvoor moet alles wijken. Van Aert weet het nog niet, maar later zal hij spijt hebben van deze beslissing.

Wout van Aert rijdt door het stof naar de zege, in 2020. Beeld BELGA
Wout van Aert rijdt door het stof naar de zege, in 2020.Beeld BELGA

De Strade Bianche is niet zomaar een wedstrijd, het is een koers die in korte tijd de harten veroverde van heel wat renners. Supersterren zoals Egan Bernal en Tadej Pogacar willen erbij zijn. Niet om zomaar wat mee te koersen, ze mikken op het allerhoogste. De Colombiaan finishte vorig jaar bij zijn eerste deelname als derde, de Sloveen staat morgen voor de vierde keer aan de start.

Het is de enige klassieker op de kalender waar zowel klimgeiten, klassementsrenners als kasseivreters een gooi doen naar de zege. Kijk naar de erelijst: Fabian Cancellara (drie keer), Zdenek Stybar, Mathieu van der Poel, Julian Alaphilippe, Philippe Gilbert, Tiesj Benoot, Wout van Aert en Michal Kwiatkowski, het zijn stuk voor stuk toppers die in Siena heersten.

Het oude wielrennen

Waarom is deze koers zo populair geworden? “Het mythische speelt zeker een rol”, weet oud-winnaar Benoot. “Je hebt de kasseien van Roubaix die voor ongekende taferelen zorgen en wielergeschiedenis hebben gemaakt. En dan heb je de grindwegen waarover we koersen in de Strade. Toen ik de natte editie van 2018 won zagen de renners eruit als mijnwerkers, in een droge editie waait het witte stof over de wegen en dat doet dan weer denken aan de koersen van vroeger.”

Daar was het organisator Giancarlo Brocci oorspronkelijk om te doen. “Deze koers is pure heroïek”, vertelde de Italiaan vorig jaar in het Britse wielerblad Procycling. “Het was de herontdekking van de magnifieke grindwegen waar speciale kwaliteiten van de renners worden gevraagd, zoals stuurmanskunst, lef, behendigheid en eindeloos afzien. De setting, over de grindwegen, langs statige cipressen, doorheen de wijnranken en voorbij de vele historische gebouwen, draagt er op haar beurt dan weer toe bij dat de beelden doen herinneren aan de gouden eeuw van het wielrennen.”

Beelden waar Brocci als liefhebber van het oude wielrennen aan verknocht was. Het herinnerde hem aan zijn jeugd, toen hij zelf als kind de sportkrant voorlas aan de ouderen op café. “In de jaren vijftig was wielrennen in Italië de belangrijkste sport, dus daar ging het meestal over in de kranten”, blikte hij terug. “Zelf was ik geboeid door de mooie verhalen van schrijvers die meer waren dan journalisten en hele epossen naar voren brachten.”

Uit die nostalgie volgde de geboorte van L’Eroica in 1997, een toertocht voor amateurs. Pas in 2007 volgde de versie voor de profs die later met de Strade Bianche een andere naam kreeg. L’Eroica is een toertocht voor amateurs met een passie voor het wielrennen uit de jaren vijftig of zestig. Ze fietsen in oude wollen truitjes en verplaatsen zich met een stalen ros. Tijdens de bevoorrading eten ze geen gelletjes, maar degusteren ze prosciutto met chianti. Amper 92 liefhebbers beëindigden die eerste editie, sindsdien lokt het event nog jaarlijks in oktober duizenden wielertoeristen. Wie op vakantie gaat naar Siena kan l’Eroica ook zelf rijden en moet gewoon de bordjes volgen, de wijn kunt u achteraf op een terrasje proeven.

Gestage groei

Overigens was het Brocci niet alleen te doen om het fietsplezier en de nostalgie, hij maakte zich net als Les Amis de Paris-Roubaix met hun kasseistroken zorgen om het verdwijnen van de grindwegen. “Ze werden in ijltempo geasfalteerd”, vertelde hij nog. “De geschiedenis leek verloren te gaan. Dat mocht niet gebeuren.”

Het concept sloeg aan. Jaar na naar groeide het deelnemersveld, eerst voor de cycloversie, daarna voor de profwedstrijd. In 2008 werd de wedstrijd verplaatst van oktober naar maart, in 2017 kreeg de koers het statuut van WorldTour en sinds 2015 is er ook een versie voor vrouwen.

Greg Van Avermaet:
Greg Van Avermaet: "Mensen verheugen zich op de prachtige beelden, maar voor renners is het echt afzien."Beeld Photo News

In totaal moeten de mannen in deze editie 184 kilometer afleggen, waarvan 63 over grindwegen, verspreid over 11 stroken. Voorts overbruggen ze 3.100 hoogtemeters, dat is minder dan Luik-Bastenaken-Luik (tussen 4.000 en 4.300) maar vergelijkbaar met de Amstel Gold Race en meer dan de Ronde van Vlaanderen (tussen 2.000 en 2.200).

“Op televisie zie je niet dat het voortdurend klimmen is”, zegt Greg Van Avermaet, die morgen voor de twaalfde keer start. “Mensen verheugen zich op de prachtige beelden, maar voor renners is het echt afzien. De stroken gaan heel vaak bergop. Maar goed, erg vind ik dat niet. Het scheidt het kaf van het koren. Zelf koers ik er enorm graag, de Strade is een van mijn lievelingskoersen. In de finale blijven sowieso de sterkste renners over. En dat zijn niet alleen kasseicoureurs, ook Luik- of rondetypes zoals Jakob Fuglsang en Tadej Pogacar kunnen dit aan. De winnaar is altijd een compleet renner.”

Niet zoals kasseien

Remco Evenepoel beleefde vorig jaar in de Giro moeilijke momenten op de grindwegen naar Montalcino. In de elfde etappe denderde hij met schrik over het grind, mocht hij zijn stiekeme roze droom opbergen en liep zijn achterstand van veertien seconden op Bernal op naar meer dan twee minuten. Hij viel terug van plek twee naar zeven in het klassement. Onze landgenoot is geen acrobaat op grind.

Is het gevaarlijk fietsen? “Neen”, vindt Van Avermaet. “Let wel: je kunt de grindwegen niet vergelijken met onze kasseistroken of die van Roubaix. Het bolt veel beter, je kunt sneller fietsen, behalve op de steile stroken, dan slinger je meer van links naar rechts.”

Die steile stroken stapelen zich op in de finale met de Monte Sante Marie (11,5 kilometer), de korte Vico d’Arbia (0,8 kilometer), de Colle Pinzuto (2,4 kilometer) en dan de laatste strook Le Tolfe van 1,1 kilometer.

“Het is echt puffen”, zegt Lotte Kopecky, die vorig jaar haar debuut maakte. “Ik had een beetje schrik dat de wedstrijd te lastig zou zijn voor mij, maar ik trapte goed mee. Ik heb me echt geamuseerd onderweg. De Strade valt totaal niet te vergelijken met een andere koers. De stroken zijn lastig, maar niet zoals de kasseien van Roubaix waar je soms ongemakkelijk op de fiets zit. Het valt ook niet te vergelijken met de hellingen van de Ronde. Die zijn explosiever, in deze koers zijn de stroken langer. Soms schuif je weleens weg op dat grind, maar dan moet je gewoon even corrigeren met je fiets. Intussen reed ik al vaak in het veld en kan ik snel schakelen. Het mag een beetje uitdagend zijn, niet?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234