Dinsdag 04/10/2022

AchtergrondBiodiversiteit

Als de halve wereld beschermd gebied wordt, zijn de dieren nog te redden

Een reuzepanda in China.  Beeld BBC/Silverback Films/Olly Scholey
Een reuzepanda in China.Beeld BBC/Silverback Films/Olly Scholey

De jaguar, de orang-oetang en de panda: dit najaar beslissen de deelnemers aan de biodiversiteitstop in China hoe ze het uitsterven van dit soort bedreigde diersoorten kunnen tegengaan. Maar zelfs de meest ambitieuze doelen schieten mogelijk tekort, blijkt uit nieuw Nederlands onderzoek.

Maarten van Gestel

Maar liefst 64 miljoen vierkante kilometer – 44 procent van het totale landoppervlak – heeft geheel of deels bescherming nodig om met uitsterven bedreigde diersoorten wereldwijd te kunnen redden. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek door negentien internationale wetenschappers, onder leiding van de Universiteit van Amsterdam, dat deze maand is gepubliceerd in Science.

Wereldwijd moeten landen veel ambitieuzere doelen stellen om de huidige biodiversiteitscrisis te stoppen. Op dit moment is wereldwijd de maatstaf om 17 procent van het land als beschermd gebied te houden. Een aantal landen pleit bij de diversiteitstop later dit jaar in het Chinese Kunming voor het ambitieuzere doel van 30 procent. Maar volgens de onderzoekers van de UvA is hun 44 procent bescherming ‘momenteel de beste schatting van hoeveel land we in stand moeten houden om de biodiversiteitscrisis te stoppen’.

De methode die de onderzoekers hanteerden, is opvallend. Universitair hoofddocent Daniel Kissling van de UvA, die het project begeleidde, legt uit dat ze keken naar alle beschikbare data over de leefomgeving van ruim 35.000 diersoorten. Die data is vervolgens aan een slim computerprogramma gekoppeld, dat de opdracht kreeg om de kleinst mogelijke gebieden uit te rekenen waarmee zoveel mogelijk soorten beschermd zouden worden.

Grote verschillen tussen landen

De verschillen tussen landen en continenten die aan (extra) natuurbescherming moeten doen, blijken groot. Zo moet ongeveer 64 procent van het land in Noord-Amerika worden beschermd, tegenover zo’n 33 procent in Europa. Veel daarvan is al beschermd, maar in Europa is bijvoorbeeld extra aandacht nodig in Portugal, Griekenland en Italië. In enkele landen is de noodzaak bijzonder hoog: zo moet in Suriname 84 procent van het land beschermd worden, vanwege bedreigde diersoorten in het regenwoud.

De onderzoekers uit het Verenigd Koninkrijk, de VS, Australië, Italië en Nederland zien hun wereldkaart als een ‘behoudsplan voor de planeet’. Daar is veel urgentie bij, zeggen ze. “Van het gebied dat beschermd dient te worden, zal in de komende jaren naar verwachting juist 1,3 miljoen kilometer gebruikt worden door mensen, bijvoorbeeld voor landbouw”, zegt Kissling. “Met name in ontwikkelingslanden.”

Bij de komende biodiversiteitstop moet daarom gekeken worden hoe rijkere landen kunnen bijdragen aan soortenbehoud in armere landen, stelt Kissling. Ook Coenraad Krijger, directeur van IUCN Nederland, de koepelorganisatie die onder meer de rode lijsten van bedreigde diersoorten publiceert, beaamt dat. “Mede omdat de druk op biodiversiteit disproportioneel afkomstig is uit geïndustrialiseerde landen, zoals Nederland.”

null Beeld

Ook gedeeltelijke bescherming is mogelijk

Het beschermen van de leefgebieden van dieren hoeft volgens Kissling niet altijd te betekenen dat een gebied als beschermd natuurgebied moet worden aangewezen, zoals de Natura2000-gebieden in Nederland, waar talloze regels voor gelden. Dat kan ook niet: in de gebieden die het onderzoek aanwijst, wonen 1,9 miljard mensen. “Gedeeltelijke bescherming is ook mogelijk. Denk aan duurzamere landbouw, of dat inheemse volken zelf zorgen voor effectieve bescherming van de biodiversiteit in de gebieden waar ze wonen.”

Biodiversiteitsdeskundige Aafke Schipper van de Radboud Universiteit, niet betrokken bij het onderzoek, is blij met de timing van de Science-publicatie. “Van eerdere biodiversiteitsdoelen is er bijna geen enkele gehaald”, zegt ze. “Hopelijk geeft dit waardevolle input voor een betere aanpak.” Volgens Schipper is het onderzoek vooral onderscheidend door de omvang. Ze benadrukt wel dat bedreigde plantsoorten niet zijn meegenomen. “Hadden ze dat wel gedaan, dan waren ze waarschijnlijk op een nog hoger percentage gekomen.”

Volgens Krijger van IUCN moet de Nederlandse overheid de komende diversiteitstop even serieus nemen als de klimaattop van Parijs in 2015. Hij vindt dat minister-president Mark Rutte zelf naar Kunming moet afreizen. “Dit onderzoek laat zien dat de Nederlandse inzet van 30 procent mogelijk niet genoeg is, of in ieder geval echt een minimum.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234