Maandag 16/05/2022

AchtergrondApple

Einde van een generatie: Apple stopt na ruim 20 jaar met de iPod

Een iPod uit (2001) Beeld RV
Een iPod uit (2001)Beeld RV

Na ruim twintig jaar valt het doek voor de iPod, de iconische muziekspeler die Apple transformeerde van computerproducent naar het waardevolste techbedrijf ter wereld. De smartphone maakte een losse muziekspeler overbodig.

Laurens Verhagen

“Ik heb er toevallig een in mijn broekzak.” Met deze woorden onthulde Steve Jobs op 23 oktober 2001 het apparaat dat niet alleen Apple, maar de hele entertainmentwereld drastisch zou veranderen: de iPod. De Apple-baas viste uit de zak van zijn jeans een glanzend wit apparaat en vertelde het publiek: “Dit verbazingwekkende ding bevat duizend nummers.”

De rest is geschiedenis: Apple is niet langer een fabrikant van computers, maar veel meer. Begin 2007 is de iPod zelfs verantwoordelijk voor de helft van Apple’s totale omzet. En dat niet alleen; de draagbare muziekspeler maakte van Apple ook een muziekbedrijf. Werkte de iPod in eerste instantie alleen samen met de bestaande muziekbibliotheek op een computer, in 2002 begon Apple met een ander revolutionair concept: het verkopen van losse nummers via de iTunes Store.

Het lijkt allemaal een eeuwigheid geleden: zowel de iPod als het concept van het verkopen van losse muziektracks zijn al lang ingehaald door de tijd en alleskunnende smartphones en streamingdiensten. De iPod wist zich nog hardnekkig vast te klampen aan het huidige tijdsgewricht. Tot dinsdag, met de droge aankondiging van Apple dat ‘de muziek doorgaat’, maar zonder de iPod.

Zoals meer goede ideeën kent het succes van de iPod meerdere vaders. Apple-baas Steve Jobs – zelf groot muziekliefhebber – begon in 2000 aan te dringen op de komst van een draagbare muziekspeler. Daarna werd het project onder hardwarebaas Jon Rubinstein en Tony Fadell al snel heel concreet. Deze twee laatsten zouden later beiden de eretitel ‘podfather’ claimen. Zij zorgden er voor dat de eerste oer-iPod uit de juiste onderdelen bestond: een harde schijf van 5GB, een schermpje, een batterij die lang genoeg meekon. Weer iemand anders bedacht het scrollwiel waarmee de muziekliefhebber door zijn catalogus kon scrollen.

Zuiver wit

Huisontwerper Jony Ive maakte er het begeerlijke apparaat van dat model zou staan voor alle iPhones die later zouden volgen. Hij bedacht dat de voorkant van de speler zuiver wit moest zijn, tegen een achterkant van gepolijst roestvrij staal. En niet zomaar wit, maar ‘zuiver wit’. Niet alleen de voorkant trouwens, ook de oortjes en de draad van de oortjes. Het droeg er aan bij dat het apparaat een icoon werd. “Als je een iPod uit de doos haalde, dan was die zo mooi dat hij wel leek te gloeien en leek het wel alsof alle andere muziekspelers in Oezbekistan waren ontworpen en gemaakt”, zo schreef Walter Isaacson later in zijn Steve Jobs-biografie.

De eerste iPod Classic, uit 2001. Beeld Apple
De eerste iPod Classic, uit 2001.Beeld Apple

Andere draagbare muziekspelers waren er natuurlijk al veel langer. Niet alleen de bekende discman van Sony voor cassettes en later cd’s, maar ook voor gecomprimeerde mp3-muziekbestanden. Die waren van inmiddels vergeten namen als Rio. Bij Apple vonden ze die spelers helemaal niets: er konden nauwelijks nummers op en ze waren onhandig in het gebruik. Het laatste onderdeel voor het succes was Jobs bekende obsessie om producten simpel te houden. Maak het eenvoudiger, was zijn voornaamste eis. “Als hij niet direct inzag hoe hij ergens naartoe kon navigeren of als er meer dan drie klikken voor nodig waren, was hij kwaad”, schrijft Isaacson.

Losse nummers

Een sleutelinzicht van Jobs hierbij was dat zoveel mogelijk functies alleen gedaan konden worden met Apple’s muzieksoftware iTunes op de computer. Het maken van een playlist kon bijvoorbeeld niet op de iPod. Toen hij op de markt kwam, hing er een nogal stevig prijskaartje van 400 dollar aan. Sceptische techbloggers schreven dat iPod stond voor ‘Idiots Price Our Devices.’

De consument dacht er echter anders over en omarmde het apparaat al snel. Met de komst van de iTunes Store, een jaar later, was de transformatie van Apple compleet. Consumenten konden vanaf dat moment heel simpel losse nummers kopen voor hun iPod. In het eerste jaar verkocht Apple zeventig miljoen nummers en in februari 2006 het miljardste nummer.

De iPod Mini uit 2004. Beeld Apple
De iPod Mini uit 2004.Beeld Apple

Na de eerste iPod Classic met harde schijf lanceerde Apple nog diverse andere varianten. In 2004 volgden de compactere iPod Mini en later de nog lichtere Nano en de schermloze Shuffle. In 2007 kwam Apple met de iPod Touch: een iPod met het uiterlijk van een iPhone, dus met groot aanraakscherm. Daarvan kwamen in totaal zeven versies, waarvan de laatste in 2019 het licht zag. Het enthousiasme was er toen wel zo’n beetje vanaf: op een losse muziekspeler naast een telefoon zaten weinig mensen meer te wachten.

Dat de iPhone uiteindelijk de iPod zou overvleugelen voorzag Jobs trouwens wel. En het baarde hem geen zorgen. Een van zijn regels was namelijk dat je nooit bang moet zijn om jezelf weg te concurreren: als jij het niet doet, dan doet iemand anders het wel. Apple blijft nog iPods verkopen tot het laatste voorraadje op is.

null Beeld EPA
Beeld EPA
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234