Dinsdag 26/10/2021

InterviewJacques Van Rillaer

‘Er zit iets van complotdenken in het freudianisme’

Professor Van Rillaer over zijn ziekte: ‘Als de behandeling voor mijn prostaatkanker niet aanslaat, dan ziet het er slecht uit. Maar ik ben een stoïcijn, ik ben niet bang om te sterven.’

 Beeld Wouter Van Vooren
Professor Van Rillaer over zijn ziekte: ‘Als de behandeling voor mijn prostaatkanker niet aanslaat, dan ziet het er slecht uit. Maar ik ben een stoïcijn, ik ben niet bang om te sterven.’Beeld Wouter Van Vooren

Hij is nu 77, maar heeft het nog eens allemaal grondig opgeschreven: wat er scheelt aan het werk van de Weense zielenknijper. Psycholoog Jacques Van Rillaer, spijtoptant van de psychoanalyse: ‘Ik heb geen oedipuscomplex.’

“Als je in de put zit, is het vooral belangrijk dat je anders leert denken, en andere dingen gaat doen”, zegt emeritus hoogleraar in de psychologie Jacques Van Rillaer. “Als je alleen maar in de put blijft staren, en zo diep mogelijk probeert te kijken, zal dat meestal niet helpen. Het komt erop aan om stapje voor stapje de ladder omhoog te beklimmen.”

Met die uitleg vat Van Rillaer, die altijd verbonden was aan de Université de Louvain-la-Neuve, de evolutie van zijn visie op de psychotherapie al ongeveer samen. In de jaren zestig begon hij zijn academische loopbaan als volgeling van Sigmund Freud – bekend als de stichter van de zogenaamde psychoanalyse, waarbij de kiem van onze psychische problemen doorgaans in de kindertijd wordt gelegd. Gaandeweg, onder meer door stage te lopen bij gedragstherapeuten in Nederland, besefte Van Rillaer dat er andere, betere manieren zijn om patiënten bijvoorbeeld van een fobie af te helpen. In de jaren zeventig zette hij zich aan de wetenschappelijke bestudering van het complete oeuvre van Freud, dat hij nog altijd kent als zijn broekzak. “Zo kwam ik erachter dat er niets overblijft van wat hij geschreven heeft”, zegt Van Rillaer. “Wat interessant is bij Freud, had hij niet zelf bedacht. En van wat hij zelf had bedacht, mogen we zeggen dat het onzin is. In 1979 heb ik dan ook besloten om helemaal te kappen met de psychoanalyse.”

Hij bleef er wel over schrijven. In 2005 was Van Rillaer betrokken bij de samenstelling van het Le livre noir de la psychanalyse, een ‘zwartboek’ met alle fouten en flaters die de volgelingen van Freud hebben begaan, soms met zwaar menselijk leed tot gevolg. Zeer aangrijpend zijn bijvoorbeeld de artikelen over de behandeling van autistische kinderen: omdat de moeder de schuld kreeg van die aandoening, bestond de behandeling er soms in om moeder en kind langdurig van elkaar te scheiden. “Dat was inderdaad bijzonder schrijnend”, zegt Van Rillaer. “Ik ken nog altijd veel ouders van autistische kinderen. Ik herinner mij nog hoe ik sommige voor het eerst ontmoette, toen ik nog in de psychoanalyse geloofde. Ik verwachtte dat het bizarre mensen zouden zijn. Toen ik merkte dat ze er heel normaal uitzagen, vond ik dat vreemd.”

Sinds kort ligt een toegankelijk boekje van Van Rillaer in de winkel, waarin hij alles nog eens rustig uitlegt: Over Freud. Feiten, leugens en illusies over de psychoanalyse. Wie was de Weense zielenknijper die vandaag nog altijd zo veel aanhang heeft? Wat vertelde hij precies? Wat blijft daarvan over, en wat mag definitief in de papierversnipperaar? Wie graag het debat over Freud wil voeren – en dat willen vélen, want het is een verhit debat – moet eerst dit boekje van een van de grote Belgische Freud-kenners lezen.

Van Rillaer is licht verzwakt, want hij ondergaat een behandeling voor prostaatkanker. “Het is een zware behandeling”, zegt hij. “Over een half jaar weten we of ze aanslaat. Als dat het geval is, heb ik volgens de dokter nog makkelijk tien jaar te leven en zal ik van iets anders sterven. Als de behandeling niet aanslaat, dan ziet het er slecht uit. Maar ik ben een stoïcijn, ik ben niet bang om te sterven.”

Waarom vond u het belangrijk om Freud nog eens te analyseren?

“Mijn boek verschijnt ook in het Frans, en vooral in dat taalgebied staat de psychoanalyse nog sterk, in Frankrijk en Franstalig België. Vooral in Frankrijk zijn er nog hospitalen waar men autistische kinderen met psychoanalytische methodes behandelt. In Nederland zijn er niet veel psychoanalytici meer. Vlaanderen zit tussen de twee. Maar ook onze cultuur is nog sterk met de freudiaanse woordenschat verbonden.”

En wat is de psychotherapeutische basisfout die freudianen maken?

“Dat ze alleen maar interpreteren wat de patiënt zegt. Alles is interpretatie. Er wordt naar het verleden gekeken, en via woorden en symbolen wordt daar naar betekenis gezocht. Er zijn uiteraard ook psychoanalytici die mee geëvolueerd zijn, die eigenlijk aan gedragstherapie doen. En er zijn gedragstherapeuten die alleen maar interpreteren. Dat zijn dan slechte gedragstherapeuten. Je kunt niet iedereen over dezelfde kam scheren.”

Welke inzichten van Freud hebben de tand des tijds doorstaan?

“Geen enkel, dus. De niet echt verkeerde zaken die we in zijn werk aantreffen, waren niet van hem. Dat sommige dromen een manifestatie kunnen zijn van onze wensen, bijvoorbeeld – dat hadden andere auteurs vóór Freud al geschreven. Dat wat in onze kinderjaren gebeurt, een invloed heeft op ons leven – dat schreef filosoof Michel de Montaigne al in de zestiende eeuw. Dat je jezelf soms verspreekt en zo toevallig iets zegt dat je liever niet had gezegd – ook die gedachte was bekend. Zo vreemd is dat ook niet.”

Wat deed Freud dan precies verkeerd? Je kunt toch zeggen dat hij waardevolle ideeën heeft doorgegeven?

“Freud maakt altijd dezelfde basisfout. Hij veralgemeent. Een droom kán soms de uiting zijn van een wens, maar bij Freud was een droom altijd de uiting van een wens. Hij dreef alles door tot in het absurde. En uit één anekdote destilleert hij met grote stelligheid een algemene wet. Dat deed hij bijvoorbeeld met het oedipuscomplex, wat hij op het einde van zijn leven zijn belangrijkste ontdekking vond.”

Jacques Van Rillaer zet de theorieën van Freud bij het vuilnis: ‘Freud kon mooi schrijven, maar hoe meer je zijn teksten van dichtbij bestudeert, hoe absurder ze worden.’ Beeld Mondadori via Getty Images
Jacques Van Rillaer zet de theorieën van Freud bij het vuilnis: ‘Freud kon mooi schrijven, maar hoe meer je zijn teksten van dichtbij bestudeert, hoe absurder ze worden.’Beeld Mondadori via Getty Images

Hoe kwam hij bij dat oedipuscomplex?

“Een collega van hem vertelde hem op een dag dat zijn zoontje een erectie had gekregen bij het zien van zijn naakte moeder. Freud herinnerde zich op dat moment direct dat hij als kind verliefd was op zijn moeder, en haat voelde voor zijn vader. Hij herinnerde zich het beroemde toneelstuk van Sophocles, waarin Oedipus zijn vader vermoordt en met zijn moeder trouwt – en zo was het oedipuscomplex geboren. Meteen ging hij er vanuit dat iederéén aan een oedipuscomplex lijdt. Zo redeneert hij altijd: een kleine anekdote uit zijn eigen leven en meteen is daar een wetmatigheid die geldt voor iedereen.”

Bestaat dat wel, een oedipuscomplex?

“Wel, hij had zelf dus een beetje die neiging, blijkbaar. Maar ik heb geen oedipuscomplex, nooit last van gehad. (lacht) Carl Gustav Jung, een van de leerlingen van Freud, begreep onmiddellijk dat het om een enorme overdrijving ging. Freud zei niet dat jongens verliefd zijn op hun moeder en hun vader haten – nee, hij schreef dat alle jongens seks willen met hun moeder en hun vader willen doden. En wie dat niet aanvaardt, heeft last van een verdrongen seksualiteit. Zo had Freud altijd gelijk. Alles is bij hem verdrongen seksualiteit.”

En vaak zijn we ons daar zogezegd niet van bewust.

“Sterker nog: het centrale idee bij Freud is dat onze motieven en bedoelingen in zekere zin altijd vals zijn. Eerst beweert hij dat alleen over patiënten met een neurose, maar al snel geldt dat voor iedereen: alles wat je over jezelf denkt te weten, is verkeerd. Alles heeft altijd een andere betekenis. Er is een beroemd verhaal, waarvan ik denk dat het nooit echt heeft plaatsgevonden, maar dat grappig is: een leerling van Freud vraagt wat de echte reden is waarom hij sigaren rookt – elk langwerpig voorwerp verwees immers naar de penis. Toen zou Freud gezegd hebben: ‘Soms is een sigaar gewoon een sigaar.’”

Een beroemd concept dat we met Freud associëren, is dat van de verdringing. Daar wordt anno 2021 nog altijd over gediscussieerd. Hoe zit dat nu precies?

“Freud heeft twee totaal verschillende concepten van verdringing gelanceerd. Het eerste idee is geïnspireerd door de stoommachine, die in de negentiende eeuw opkwam. Als je de stoom niet aflaat, dan ontstaat er veel energie. Zo zag Freud aanvankelijk de geest ook: we onderdrukken bepaalde trauma’s, we vergeten ze echt helemaal, en de energie die zo wordt opgekropt uit zich via andere symptomen. Wie seksueel is misbruikt, kan zich daar dan niets van herinneren, maar wordt bijvoorbeeld neurotisch of depressief.”

Is het mogelijk om een trauma zoals seksueel misbruik te vergeten?

“Als het plaatsvond vóór het kind vier jaar oud was, is dat mogelijk. Omdat je nog geen geheugensporen vormt voor gebeurtenissen. Wel voor spraak en voor handelingen – je leert praten en met een lepel eten. Vergelijk het met demente mensen: die kunnen nog praten en eten, maar onthouden geen gebeurtenissen meer. Als het seksueel misbruik plaatsvond je vierde levensjaar, herinner je het je wel. Mensen die daarover getuigen, moet je in principe geloven, want ze vertellen wellicht de waarheid.”

Maar wie het zich niet herinnert en tijdens een psychotherapie plotseling wel, die lijdt aan wat men valse herinneringen noemt?

“In de Verenigde Staten is dat een probleem geweest, in de jaren tachtig en negentig: een echte golf van valse herinneringen. De meeste psychologen die hun patiënten dat soort herinneringen aanpraatten, waren niet geschoold, en ze gebruikten meestal hypnose – onder hypnose kun je mensen van alles suggereren en aanpraten. Dat heeft veel onheil veroorzaakt. Het probleem is dat Freud zijn theorie over verdringing in 1897 radicaal veranderde, en die nieuwe theorie was al even funest.”

Hoe zag die nieuwe ‘verdringing’ er dan uit?

“Wel, vanaf 1897 zegt Freud ineens het omgekeerde. Eerst waren mensen die zich niets herinnerden, toch misbruikt. En vanaf die datum vond hij dat zelfs mensen die zich wél alles herinnerden, toch niet waren misbruikt. Hij ging er volgens die nieuwe theorie van uit dat ze gefantaseerd hadden over misbruik, en er daarom herinneringen aan hadden. De vrouwen die zich misbruik herinnerden, waren als het ware verliefd op hun vader, hadden dat misbruik gefantaseerd en dan verdrongen dat het een fantasie was. Daarom werden ze volgens Freud ziek en neurotisch.”

Heeft Freud eigenlijk ooit een patiënt geholpen?

“Er is één voorbeeld, van de kleine Hans, een jongen van vijf die bang was voor paarden. Freud heeft die jongen niet zelf behandeld, maar wel de behandeling begeleid. En dat lijkt gewerkt te hebben, al weten we niet in hoeverre het door de behandeling was dat Hans uiteindelijk van zijn fobie genas. Kinderen hebben wel vaker een fobie, en zeker voor dieren, dus het was een tamelijk banale casus. Zulke angsten verdwijnen immers vaak vanzelf, zeker bij kinderen. Dus het is de vraag of het aan de therapie lag. Voorts heeft Freud geen enkele patiënt ooit geholpen.”

Hij beweerde van wel.

“Freud loog veel. Hij gaf lezingen waarin hij verklaarde verschillende vrouwen die volgens hem leden aan hysterie te hebben genezen. Maar uit zijn correspondentie, onder meer met zijn vriend Wilhelm Fliess, blijkt dat hij toegaf dat hij geen enkele patiënt had kunnen helpen. Ook over de behandeling van ongeveer 200 depressieve patiënten heeft hij echt gelogen. Dat is allang bekend, natuurlijk. Ik ben niet de eerste die dat zegt.”

Als je Freud leest, u zei het al, valt altijd de enorme stelligheid op waarmee hij dingen beweert. Als hij de ene of andere herinnering heeft of waarneming doet, giet hij dat meteen in een algemene, ijzeren wet die voor iedereen geldt. Kan die zelfverzekerdheid iets te maken hebben gehad met zijn cocaïnegebruik?

“Hij heeft een jaar of tien, twaalf cocaïne gebruikt, dat weten we inderdaad. En het is ook in die periode dat hij zeker was dat hij dé sleutel had gevonden van de neurose. Dat hij alles zou kunnen genezen. Daar heeft de cocaïne misschien wel een rol in gespeeld. Nu, hij had het van jongs af aan, hoor. Uit de brieven die hij schreef aan zijn verloofde, blijkt dat hij ervan overtuigd was dat hij een belangrijk man zou worden. Nu goed, er zijn wel meer mensen die zeker zijn van hun stuk. (grijnst) Maar Freud was dat in hoge mate.”

Hechtte hij te veel belang aan onbewuste processen?

“Hij maakt van het onderbewustzijn bijna een ander wezen, een soort homunculus, een klein mensje dat in ons binnenste leeft en alle beslissingen neemt in onze plaats. Dat is natuurlijk volkomen overdreven. Al is het tegelijk evident dat we veel zaken onbewust doen. We kennen niet altijd de precieze reden voor ons gedrag. Denk aan psychologische experimenten die aantonen dat bepaalde geuren in de supermarkt ons tot kopen aanzetten. Als iemand ons zegt dat we meer gekocht hebben vanwege een bepaalde geur, zullen we dat zeker ontkennen. Toch kan het een rol spelen. Net zoals hormonen, bijvoorbeeld. Dat ondervind ik de laatste tijd zelf aan den lijve.”

Hoe bedoelt u?

“Door de hormoontherapie van mijn prostaatkanker is mijn testosterongehalte in het bloed helemaal tot nul gezakt. Daardoor heb ik op dit moment even geen libido meer. Ik ben nochtans erg verliefd op mijn vrouw en wij hebben nog altijd een boeiende relatie. Maar geen testosteron, is geen belangstelling voor seks. Ook daaruit blijkt dat Freud het bij het verkeerde eind had. Hij zei dat verliefdheid niet meer was dan een uiting van het libido. En dat klopt niet. Ik merk dat nu heel goed: verliefdheid en seksueel verlangen zijn aparte systemen.”

Terug naar uw werk als psycholoog. Toen u de psychoanalyse liet vallen, bent u overgestapt op de cognitieve gedragstherapie.

“Klopt. Maar nu zie ik geen patiënten meer, hoor. Ik ben met pensioen.”

Maar een gedragstherapeut graaft dus niet in de kindertijd om iets op te lossen?

“Nee, precies. Meestal is dat helemaal niet nodig. Wie een fobie heeft, voor spinnen of liften of wat dan ook, die hoeft helemaal niet te weten waar die angst vandaan komt. Een fobie is perfect behandelbaar. Een gedragstherapeut zal daarvoor de zogenaamde gewenning gebruiken: de patiënt wordt langzaam maar zeker blootgesteld aan het object van zijn angst en leert zo die angst te overwinnen. Heel belangrijk is ook dat de patiënt technieken leert om de hyperventilatie bij een angstaanval onder controle te krijgen. Daarvoor moet je goed leren ademen, en hoe je heel vlug de spieren kunt ontspannen.”

Is dat onderhand niet algemeen bekend?

“Nee, hoor. In de Angelsaksische wereld is de impact van hyperventilatie redelijk bekend, maar in de Franstalige wereld weet men vaak niet waarover het gaat, en hoe je het kunt behandelen. Ik heb zelf mensen behandeld die vijf jaar lang in analyse waren geweest voor hun paniekaanvallen, en het had niets geholpen. Bij mij waren ze er in twee of drie sessies helemaal vanaf.”

Wat met verslaving, depressie of obsessief compulsieve stoornis? Doet psychoanalyse daar meer kwaad dan goed?

“Jazeker. In analyse gaat de patiënt voortdurend rumineren, piekeren als het ware. Door altijd maar over hetzelfde te praten, door redenen te zoeken in het verleden. Vaak door ouders de schuld te geven van het probleem – iets wat veel psychologen kwaad maakt, want dat is doorgaans totaal onverantwoord. De schuld bij je ouders leggen is niet alleen meestal verkeerd, het lost ook niets op. Bij een depressie is medicatie soms nodig, maar ook is het vooral belangrijk dat de patiënt stapje voor stapje leert om weer dingen te doen, om de lethargie te doorbreken. Daarbij helpt gedragstherapie.”

Wat met verslavingen?

“Dat is een zwaar probleem. Omdat men vaak met herval te maken heeft.”

Is een zelfhulpgroep dan een beter idee dan psychotherapie?

“Die groepen lijken wel te helpen, ja. Als je het voorbeeld ziet van andere mensen die dezelfde verslaving hebben overwonnen, kan dat veel moed geven. Dat werkt wellicht beter dan psychotherapie. Niet alles kan goed behandeld worden met gedragstherapie, dat is duidelijk. Stoppen met roken is bijvoorbeeld een zeer moeilijke kwestie. Er zijn mensen die kunnen stoppen met drinken, maar niet met roken.”

Hoe verklaart u dat zoveel literair geschoolde mensen Freud nog altijd zo hoog hebben zitten? Ik ken hopeloos veel collega’s die de psychoanalyse nog ernstig nemen. Dat is iets wat niet ophoudt mij te verbazen.

“U hebt het antwoord al gegeven. Het gaat meestal om mensen die literair, en niet zozeer wetenschappelijk geschoold zijn. Doorgaans kennen ze de psychoanalyse ook niet écht zo goed. Freud kon mooi schrijven, maar hoe meer je de teksten van Freud van dichtbij bestudeert, hoe absurder ze worden. Maar dan moet je wel de moeite doen om je in dat oeuvre te verdiepen, iets wat vele jaren kost. Ik vergelijk het met godsdienst. Als je gelovig bent, neem je veel aan wat door de kerk wordt beweerd. Zodra je dat geloof grondig gaat bestuderen, besef je dat het volkomen absurd is. Conformisme speelt in sommige kringen ook een grote rol, denk ik. Wij geloven graag wat anderen geloven.”

Akkoord. Maar die journalisten die Freud nog ernstig nemen, zouden nooit bijvoorbeeld hun horoscoop ernstig nemen, terwijl de psychoanalyse een pseudowetenschap is als de astrologie.

(lacht) “O, ik weet niet of enkele journalisten toch niet een beetje in astrologie geloven. Misschien zijn er wel die hun horoscoop lezen en daar toch wat geloof aan hechten. De psychoanalyse en astrologie hebben trouwens iets gemeen: ze zijn niet te weerleggen. Ze zijn, zoals wetenschapsfilosoof Karl Popper dat noemde, onfalsifieerbaar. Ze zijn immuun voor kritiek. Als je niet akkoord gaat met de psychoanalyse, is dat een teken dat je iets verdringt. Ook astrologen hebben een manier van redeneren waarbij ze op het einde toch altijd weer gelijk hebben.”

Zoals complotdenkers ook immuun zijn voor kritiek: wie het complot niet gelooft of probeert te ontmaskeren, maakt zelf deel uit van het complot. Zo win je altijd.

“Er zit iets van complotdenken in het freudianisme. De psychoanalisten weten zogezegd wat de gewone man niet weet. Wij begrijpen er niets van, zij begrijpen alles. Daar zit een geurtje van complotdenken aan.”

Kan het kwaad voor mensen die mentaal evenwichtig zijn om in analyse te gaan, of moeten zij opletten dat ze misschien juist daardoor problemen krijgen?

“Ach, misschien kan het niet altijd kwaad. Als je in analyse gaat, betaal je iemand van wie je weet dat hij of zij er altijd is. Je mag vertellen wat je wil en de analist geeft je de indruk dat alles wat je vertelt een zekere betekenis en belang heeft. Je bent het centrum van de aandacht en krijgt alle empathie. Tenminste, zo lijkt het. Want bij een klassieke analyse zit de analist achter de patiënt, zodat die hem niet kan zien. Weet u wat Jacques Schotte ooit tegen mij zei in het kader van mijn opleiding? Als hij een obsessief compulsieve patiënt op zijn sofa had, deed hij zijn briefwisseling. (lacht) De patiënt merkte daar niets van en vertelde toch altijd hetzelfde.”

Jacques Van Rillaer, ‘Over Freud. Feiten, leugens en illusies over de psychoanalyse’, uitgeverij ASP, 142 p., 15 euro, met een voorwoord van Maarten Boudry

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234