Zondag 03/07/2022

InterviewPhilippe Grandjean

Expert chemische stoffen: ‘We onderwerpen mensen aan een experiment door ze bloot te stellen aan stoffen die slecht zijn onderzocht’

Philippe Grandjean: ‘Stoffen zouden uitvoeriger moeten worden getest voor ze op de markt worden toegelaten. Nu onderwerpen we mensen aan een experiment door ze bloot te stellen aan stoffen die slecht zijn onderzocht.’

 Beeld Tim Dirven
Philippe Grandjean: ‘Stoffen zouden uitvoeriger moeten worden getest voor ze op de markt worden toegelaten. Nu onderwerpen we mensen aan een experiment door ze bloot te stellen aan stoffen die slecht zijn onderzocht.’Beeld Tim Dirven

Milieu-epidemioloog Philippe Grandjean onderzoekt al zijn hele carrière de gezondheidseffecten van chemische stoffen, waaronder ook de verguisde PFAS. Om de fouten uit het verleden te vermijden, moeten we stoffen anders reguleren, vindt hij. ‘Het huidige systeem dient nog te veel het belang van de industrie.’

Dieter De Cleene

“Ik moet wel bezorgd lijken.” Met een grapje slaat Philippe Grandjean (University of Southern Denmark en Harvard University) het verzoek van de fotograaf om breed te lachen af. Bezorgd is de aimabele Deense milieu-epidemioloog om de impact van allerlei chemische stoffen op onze gezondheid, en in het bijzonder op die van kinderen. Zijn werk leverde hem al meerdere onderscheidingen op, recentelijk ook een eredoctoraat aan de KU Leuven. Al decennia doet hij onderzoek naar de gezondheidseffecten van stoffen zoals kwik, lood, pesticiden en ‘forever chemicals’ zoals PFAS. Die persistente stoffen blijken zo wijdverspreid dat wie eieren van eigen kippen eet een groot risico loopt meer PFAS binnen te krijgen dan de dosis die het Europese Voedselveiligheidsagentschap (EFSA) veilig acht, bleek uit een rapport in opdracht van de Vlaamse overheid.

Die Europese gezondheidsnorm is gebaseerd op uw onderzoek naar de impact van PFAS op het immuunsysteem.

“We stelden vast dat het immuunsysteem van kinderen met hoge PFAS-concentraties in het bloed minder goed reageerde op de standaard kindervaccinaties. De nieuwe norm is erop gericht om die schadelijke effecten te beperken door te vermijden dat zwangere vrouwen te veel PFAS in het lichaam opstapelen die ze dan in de baarmoeder en later via moedermelk aan hun kinderen kunnen doorgeven.”

Wat is het concrete gevolg van die impact op het immuunsysteem?

“De lagere antistofrespons is slechts een door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanvaarde indicator voor een immunologisch effect. We zien dat kinderen met hogere blootstelling vaker infectieziektes krijgen, en vaker door die ziektes - vooral longaandoeningen - in het ziekenhuis belanden. Dus die effecten op het immuunsysteem hebben wel degelijk klinische implicaties. Soortgelijk onderzoek is ook bij volwassenen gedaan, maar de resultaten daarvan zijn minder eenduidig.”

De Europese norm richt zich op vier stoffen, maar de PFAS-familie is veel omvangrijker.

“Die vier stoffen vind je het vaakst in mensen terug en zijn het best gedocumenteerd. Dus in die zin houdt het steek om daarop te focussen.

“Op termijn lijkt het mij het beste om alle PFAS uit te faseren, zoals enkele Europese lidstaten al hebben bepleit.”

Telkens lijkt zich hetzelfde patroon te herhalen. Stoffen blijken na vele jaren minder veilig dan gedacht, waarop normen verlagen of stoffen van de markt verdwijnen.

“Juist, en waarbij ze niet noodzakelijk worden vervangen door iets dat veel veiliger is. Dat hebben we onder meer gezien bij de vlamvertragers en we zien het nu ook bij PFAS. Een alternatief zoals GenX wordt al massaal geproduceerd zonder dat het goed is bestudeerd.

“Het houdt weinig steek om een schadelijke molecule te vervangen door een andere die vrijwel identiek is. Dat is pseudo-innovatie die we moeten vervangen door échte innovatie. De industrie moet meer gestimuleerd worden om te zoeken naar veilige alternatieven. De water- en vetafstotende eigenschappen van PFAS zijn geweldig, maar ze breken niet af en zijn giftig. Dus moeten we daar een andere oplossing voor vinden.”

Wat kan nog helpen om te vermijden dat we de fouten uit het verleden herhalen?

“De Europese REACH-wetgeving, die de markttoelating van chemicaliën regelt, is een stap in de goede richting. Maar met effecten op hormonen, het brein en het immuunsysteem wordt nog te weinig rekening gehouden. Stoffen zouden uitvoeriger moeten worden getest voor ze op de markt worden toegelaten. Nu onderwerpen we mensen aan een experiment door ze bloot te stellen aan stoffen die slecht zijn onderzocht.

Actie tegen chemiebedrijf en PFAS-producent 3M in Zwijndrecht. ‘Op termijn lijkt het mij het beste om alle PFAS uit te faseren', vindt Grandjean. Beeld ID PATRICK DE ROO
Actie tegen chemiebedrijf en PFAS-producent 3M in Zwijndrecht. ‘Op termijn lijkt het mij het beste om alle PFAS uit te faseren', vindt Grandjean.Beeld ID PATRICK DE ROO

“Ik besef wel dat je niet te veel kan eisen, want dan hinder je innovatie. Het komt erop aan een balans te vinden tussen de belangen van de industrie en het publiek belang. De industrie vindt ongetwijfeld dat de slinger al te veel is doorgeslagen. Maar dat is nog lang niet het geval. Het huidige systeem dient nog steeds te veel het belang van de industrie.”

U waarschuwt al langer voor wat u een chemische ‘braindrain’ noemt. Wat is precies het probleem?

“We verwijzen met die term doorgaans naar de emigratie van slimme mensen uit ontwikkelingslanden. Ik gebruik hem om te wijzen op de impact die chemische stoffen kunnen hebben op de ontwikkeling van het brein.

“Ons brein is ons meest complexe orgaan en die complexiteit maakt het brein erg kwetsbaar. De ontwikkeling ervan is erg gevoelig voor verstoring.”

Wat is daarvan het gevolg?

“De blootstelling aan sommige stoffen kan tot een groter risico op gedragsproblemen leiden, maar het meest voorkomende effect is een daling van het IQ.

“Dat is een subtiel effect. Een Amerikaanse collega merkte op dat als thalidomide een verlies van tien IQ-punten had veroorzaakt in plaats van overduidelijke geboorteafwijkingen, het wellicht nog steeds op de markt zou zijn. Veel stoffen hebben wellicht een nog beperkter effect. Maar dat is op zich al erg genoeg.”

Hoe omvangrijk is het probleem?

“Bij ons laatste overzicht vonden we twaalf stoffen waarvan is aangetoond dat ze de hersenontwikkeling kunnen verstoren, zoals het pesticide chloorpyrifos, kwik en PCB’s. Maar er zijn meer dan 200 stoffen waarvan is geweten dat ze een impact kunnen hebben op het volwassen brein, dat veel minder gevoelig is. En er zijn minstens duizend stoffen waarvan in dierproeven effecten zijn aangetoond. Het is dus zeker dat die twaalf stoffen een onderschatting zijn.”

Grandjean: ‘De blootstelling aan sommige stoffen kan tot een groter risico op gedragsproblemen leiden, maar het meest voorkomende effect is een daling van het IQ.’
 Beeld Tim Dirven
Grandjean: ‘De blootstelling aan sommige stoffen kan tot een groter risico op gedragsproblemen leiden, maar het meest voorkomende effect is een daling van het IQ.’Beeld Tim Dirven

De grote vraag in uw onderzoeksdomein is telkens of schadelijke stoffen ook gevaarlijk zijn in de concentraties waaraan we in het dagelijks leven worden blootgesteld.

“Juist, en hoe lager de blootstelling, hoe complexer het onderzoek wordt. De vraag is: hoe ga je op een verantwoorde manier met die complexiteit om, zodat je later niet moet vaststellen dat je levens hebt verwoest of hele generaties kinderen IQ-punten hebt gekost. Als we daarbij niet het voorzorgsprincipe hanteren, zal actie altijd te laat komen.”

U bent kritisch voor collega’s die zich al te genuanceerd en voorzichtig uitspreken over hun onderzoek. Maar het is toch belangrijk een balans te vinden tussen mogelijke gevaren signaleren en mensen nodeloos bang te maken?

“Dat is een dilemma. Het is niet aan wetenschappers om het beleid te bepalen en te zeggen welke stoffen al dan niet verboden moeten worden. Beleidsmakers moeten bij die beslissing met meer dan alleen gezondheidseffecten rekening houden.

“Anderzijds zijn veel wetenschappers wel erg voorzichtig en nederig, en beklemtonen ze vooral de beperkingen van hun onderzoek. Terwijl ik denk dat we de problemen eerder onderschatten dan overschatten. En de ervaring met stoffen zoals kwik, lood en PFAS leert dat het nodig is dat er af en toe wetenschappers opstaan en op tafel kloppen.”

Als reactie op uw publicatie over breineffecten in The Lancet Neurology noemden met de industrie gelinkte critici u een ‘ecoterrorist, een expert in ouders en media bang maken voor hypothetische risico’s’.

“Ik wil vooral goed doen en gezondheidsschade voorkomen. Ik voel mij soms in een hoek gedreven door mensen met andere prioriteiten. Ze zien mij als een exponent van de milieubeweging, terwijl ik enkel de wetenschap verdedig.”

Beschouwt u zichzelf als een activist?

“Ik zie mijzelf in de eerste plaats als een arts, die op een zo goed mogelijke manier probeert te onderzoeken welke impact chemische stoffen hebben op onze gezondheid. Ik hoop wel dat dat anderen tot activisme kan inspireren. Want ik vind wel dat we de bewijzen serieus moeten nemen.

“Om de problemen op te lossen die onze generatie heeft veroorzaakt, kunnen we wel wat knappe koppen gebruiken. Daarom moeten we veel meer aandacht besteden aan de impact van chemicaliën op het brein en de gezondheid van de volgende generaties. Die beschermen we nu veel te weinig.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234