Vrijdag 07/10/2022

Technologie

Internet in ontwikkelingslanden: marketing of liefdadigheid?

Google deed twee jaar geleden tests boven Nieuw-Zeeland om te onderzoeken of het met grote ballonnen internet naar afgelegen plaatsen kan brengen. Beeld EPA
Google deed twee jaar geleden tests boven Nieuw-Zeeland om te onderzoeken of het met grote ballonnen internet naar afgelegen plaatsen kan brengen.Beeld EPA

Toegang tot het web zou een mensenrecht moeten zijn, vindt Mark Zuckerberg van Facebook. Techgiganten hebben allerlei plannen om internet te verspreiden in ontwikkelingslanden.

Kaya Bouma

Google doet het met ballonnen, hoog in de atmosfeer. Facebook ontwikkelde een speciale drone ter grootte van een Boeing 737. En Tesla-topman Elon Musk kondigde onlangs aan vierduizend satellieten de ruimte in te slingeren. Techgiganten buitelen de laatste jaren over elkaar met plannen die even futuristisch als megalomaan zijn. Allemaal willen ze hetzelfde: internet brengen naar ontwikkelingslanden. Het liefst gratis of anders voor een zacht prijsje. Klinkt nobel en dat is ook de bedoeling.

Volgens Mark Zuckerberg heeft tweederde van de wereldbevolking nog altijd geen toegang tot internet. "Het is moeilijk voor te stellen wat het betekent een smartphone te hebben zonder internet", schrijft de Facebook-baas met gevoel voor drama in een tien pagina's tellend manifest over het belang van internet. "Maar het is niet vanzelfsprekend." Tijdens de VN-top vorige week hamerde hij erop dat toegang tot het web een mensenrecht zou moeten zijn. "Uit onderzoek blijkt dat wanneer je mensen internet brengt, één op de tien aan armoede weet te ontsnappen."

Het blijft niet bij wilde plannen. Facebook heeft naar eigen zeggen in twee jaar tijd al negen miljoen armen online gekregen. Google kondigde vorige week aan gratis wifi te gaan leveren in vierhonderd stations in India. In maart wil het zijn interneballonnen oplaten boven Sri Lanka en het hele eiland van wifi voorzien.

Liefdadigheid/marketing

Tegelijkertijd groeit ook de weerstand tegen de grootschalige internetprojecten. Cynici mopperen al langer dat de liefdadigheid van Google en Facebook vooral een slimme vorm van marketing is. Opkomende economieën als Brazilië en India barsten immers van de potentiële klanten.

Een andere veel gehoorde klacht: internet mag dan gratis zijn, er valt nauwelijks wat te surfen. Zo biedt Facebooks app Free Basics by Facebook behalve Facebook slechts toegang tot een handvol (veelal door de overheid gekeurde) websites. Hetzelfde geldt voor Airtel Zero, een vergelijkbaar filantropisch project van Bharti Airtel, de grootste provider van India: wel gratis internet, maar nauwelijks keuze. Gebruikers van Googles Free Zone komen op hun beurt niet veel verder dan GMail en, uiteraard, Google.

"Op deze manier gaan mensen nog denken dat Facebook het internet is", zegt Daphne van der Kroft van digitale-rechtenvoorvechter Bits of Freedom. De organisatie schreef dit voorjaar samen met zestig andere internetorganisaties wereldwijd een kritische brief aan Zuckerberg. Leuk dat hij gratis internet wil uitdelen aan arme mensen, maar ze worden er niet beter van zolang ze geen toegang hebben tot onafhankelijke informatie. Van der Kroft: "Als je dan toch internet naar de derde wereld wil brengen, breng dan het hele internet."

De vraag is alleen: hoe haalbaar is dat? Als overheden en goede doelen het al laten afweten, kunnen we dan van Facebook en Google verwachten dat zij ontwikkelingslanden geheel belangeloos van internet voorzien? "Het kan wel, maar het gaat niet gebeuren", zegt Cees Hamelink. De emeritus hoogleraar internationale communicatie heeft een paar jaar geleden uitgerekend wat dat zou kosten, ontwikkelingslanden aansluiten op internet. "Als je het goed wilt aanpakken, moet je investeren in elektriciteitsvoorziening, computers, kabels, satellieten." Hamelink kwam uit op een bedrag van 80 miljard dollar (ruim 70 miljard euro) per jaar, gedurende een periode van tien jaar.

Te duur voor de regeringen van de landen in kwestie, te duur voor ontwikkelingsorganisaties en te duur voor bedrijven, meent de hoogleraar. "Dat wil zeggen: als we het met z'n allen echt zouden willen, zouden we het natuurlijk kunnen betalen. We geven wereldwijd ook 40 miljard dollar per jaar uit aan ijsjes en nog eens 40 miljard aan kattenvoer en hondenbrokken. Internet voor ontwikkelingslanden is simpelweg geen prioriteit." En dus zullen veel mensen het met het beperkte web moeten doen. Volgens de hoogleraar speelt dat onzuivere overheden in de kaart. "Voor dictators is Facebook een godsgeschenk: eindelijk kunnen ze hun bevolking nog beter in de gaten houden."

Toverwoord

De poging ontwikkelingslanden online te krijgen, is volgens Hamelink niets nieuws. Als adviseur van de Verenigde Naties zag hij de afgelopen decennia het ene na het andere hoogdravende voorstel voorbijkomen om arme landen aan te sluiten op moderne communicatiesystemen. "Plannen zo mooi dat je er tranen van in je ogen kreeg." Het draaide allemaal uit op niets, in de eerste plaats vanwege de kosten. In 2005 werd tijdens een VN-conferentie nog het digital solidarity fund opgericht dat de digitale kloof tussen arm en rijk moest slechten. "Maar de westerse wereld wilde er niet in investeren."

Toch zijn er bedrijven die nu al gratis volledig internet aanbieden zonder bankroet te gaan. Het toverwoord: reclame. Zo organiseerde Pepsi vorig jaar in India een reclamecampagne waarbij op elk flesje cola een code stond die de gebruiker beperkt krediet gaf om mee te bellen of internetten. Grameenphone, een telecombedrijf uit Bangladesh, lanceerde in samenwerking met het Amerikaanse internetbedrijf Mozilla een nieuwe smartphone waarbij gebruikers gratis volledig toegang tot internet krijgen, met een limiet van 20MB per dag. Enige voorwaarde: elke dag een kort reclamefilmpje kijken. En genoeg geld voor een smartphone natuurlijk, niets komt helemaal voor niets.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234