Woensdag 06/07/2022

FilmrecensieA-ha: The Movie

‘A-ha: The Movie’ laat zien hoe de drie Noren elkaar op een wrokkige manier trouw blijven ★★★★☆

De Noorse band A-ha. Vanaf links: Morten Harket, Pal Waaktaar en Magne Furuholmen.  Beeld ullstein bild via Getty Images
De Noorse band A-ha. Vanaf links: Morten Harket, Pal Waaktaar en Magne Furuholmen.Beeld ullstein bild via Getty Images

De documentaire biedt een inkijkje in de onderlinge ruzies en spanningen tussen de leden van A-ha. Als kijker vraag je je bij vlagen af waarom de band toestemming gaf om de vuile was buiten te hangen.

Menno Pot

Toen de even ambitieuze als onsuccesvolle Noorse jongelingen Pal Waaktaar en Magne Furuholmen begin 1984 een paar ruwe muzikale ideetjes versmolten tot een liedje dat Take On Me zou gaan heten, konden ze twee dingen onmogelijk weten.

Het eerste: ze hadden zojuist het liedje geschreven dat hun debuutsingle bij Warner zou worden en (anderhalf jaar en een paar bewerkingen later) een wereldhit voor de eeuwigheid, voorzien van een klassieke videoclip met animaties in de vorm van bewegende potloodschetsen van Steve Barron.

Het tweede: zonder het te beseffen zaaiden ze tijdens het schrijfproces de kiem voor het conflict dat hun relatie voorgoed ingewikkeld en explosief zou maken en nu, een slordige 37 jaar later, als een rode draad door A-ha: The Movie loopt.

De sleutelvraag: hoe belangrijk is een herkenbaar keyboardloopje? En de vervolgvraag: is de bedenker van zo’n loopje volwaardig coauteur van het nummer of kleurde hij het alleen een beetje in?

In de documentaire van Thomas Robsahm en Aslaug Holm vergelijkt A-ha’s belangrijkste songschrijver Pal Waaktaar Take On Me met een houten tafel. Híj timmerde het ding, punt uit. De vraag is: leverde Furuholmen er met zijn toetsenloopje de poten bij (‘dan verdien je best een deel van de credits’) of slechts ‘een versiersel’ of ‘een bosje bloemen’? Waaktaar houdt het op het laatste, Furuholmen op (minstens) het eerste.

Het vroege oeuvre van A-ha, de succesvolste band die Noorwegen voortbracht, kent nogal wat van die ‘tafels’, met de bittere meningsverschillen van dien over wat poten zijn, en wat ornamentjes.

Het verklaart waarom Waaktaar, Furuholmen en zanger en blikvanger Morten Harket, inmiddels bijna 60 of er al iets voorbij, ruim 35 jaar na hun doorbraak nog altijd in drie aparte auto’s van hotel naar zaal worden gereden. Waarom Furuholmen in het midden van de jaren negentig tijdelijk de band verliet en met een stressgerelateerde hartkwaal rondloopt. Waarom de opnamen van een nieuw album altijd beginnen met ‘een paar wittebroodsweken’, waarna de spanning gestaag oploopt richting het kookpunt, door opspelend oud zeer.

Lauren Savoy, Pals Amerikaanse echtgenote (hij heet al jaren officieel Paul Waaktaar-Savoy): “Ze hebben een psychiater nodig. Eerst alle drie individueel, daarna samen, als band.”

Vaste fotograaf Just Loomis: “Ik moet drie gasten samen zien te brengen die soms helemaal niet samen willen zijn. Op foto’s zie je dat.”

Magne Furuholmen, Morten Harket en Paul Waaktaar-Savoy in ‘A-ha, The Movie’. Beeld
Magne Furuholmen, Morten Harket en Paul Waaktaar-Savoy in ‘A-ha, The Movie’.

Ze bespreken elkaar in afzonderlijk opgenomen interviews met afstandelijk respect, de drie mannen van A-ha, maar hun kleine en grote ergernissen kunnen ze nauwelijks onderdrukken.

Paul Waaktaar-Savoy: “Ik was in de jaren tachtig de bandleider.”

Magne Furuholmen: “We hadden in de jaren tachtig geen bandleider.”

Morten Harket: “Paul heeft nogal de neiging zijn zin door te drijven.”

Popdocumentaires beleven een bloeitijd, zowel kwantitatief als kwalitatief. Ze draaien meer dan ooit in grote of kleinere bioscopen, zijn te zien op documentairefestivals en worden massaal (zowel oudere als nieuwe titels) aangeboden via de streamingplatforms, van Netflix tot Disney+.

A-ha: The Movie hoort tot een pikant subgenre, dat een inkijkje biedt in onderlinge ruzies en spanningen, zodat je je als kijker voyeur gaat voelen en je je bij vlagen afvraagt waarom de geportretteerde artiesten een regisseur toestemming gaven om hun vuile was zo pontificaal buiten te hangen.

Een klassieker in die categorie is Metallica: Some Kind of Monster (2004), waarin de grootste metalband ter wereld in groepstherapie gaat om de totaal vastgelopen onderlinge communicatie weer op gang te krijgen. Zelfs Metallica-haters kregen sympathie voor de plots aandoenlijke megaband. Ook onvergetelijk: Promises and Lies: The Story of UB40 (2016), over de immens populaire Britse reggaeformatie die door gierende ruzies in twee rivaliserende UB40’s uiteenviel.

‘A-Ha, The Movie’. Beeld
‘A-Ha, The Movie’.

Waarom A-ha de deur openzette voor filmmakers Thomas Robsahm en Aslaug Holm, zelfs al wisten ze dat de onderlinge kilte niet voor de kijker verborgen zou blijven, laat zich tamelijk makkelijk raden.

Ze zijn, ondanks alles, toch ook op een wrokkige manier loyaal aan elkaar. Hun verhaal is prachtig: drie jongens uit het aangeharkte suburbia van Oslo verkassen in 1982, amper 20 jaar oud, naar Londen om zich daar onder te dompelen in de muziekscene en alles op alles te zetten voor een loopbaan in de popmuziek.

Jarenlang bereiken ze niets, tot ze uit armoede van pap en ‘beschimmelde taart’ moeten leven, afwijzingen vierend alsof het voorboden zijn van de onvermijdelijke doorbraak. En dan slaat Take On Me in, in derde instantie pas. Nummer 1 in de Amerikaanse Billboard Hot 100 – even plotselinge als overweldigende wereldfaam voor A-ha.

Filmmakers Robsahm en Holm maken in het begin van hun vertelling kunstig gebruik van potloodanimaties in de stijl van de Take On Me-videoclip. Ze leggen subtiel een tweede verhaallijn bloot, die omfloerster blijft dan die over de onderlinge ruzies: het verhaal van Waaktaars tastbare frustratie over het feit dat A-ha in de praktijk een andere band wordt dan hij voor ogen had.

Hij vertelt dat hij ten tijde van zijn eerste band Bridges geïnspireerd was door The Doors, Uriah Heep en Queen. Later, als Magne, Morten en hij een trio vormen, bewondert hij The Velvet Underground, Joy Division en Echo & The Bunnymen. In hun berooide Londense jaren vergapen ze zich in clubs in Camden Town aan Soft Cell en The Human League, synthesizerbands die A-ha beslissend beïnvloeden. Tot díé wereld wil A-ha behoren.

Maar ze worden iets anders, al was het maar omdat de groep met Morten Harket een hemelbestormend knappe posterjongen in de gelederen heeft, die niet rauw zingt maar eerder gedragen, als een nachtegaal met een voorkeur voor de hoge registers. Harket wordt een meisjesidool en A-ha daardoor, tegen wil en dank, een soort boysband.

Meermaals proberen ze dat imago te veranderen, door op het album Scoundrel Days (1986) voor minder toegankelijke new wave te kiezen (‘dat kostte ons Amerika’) en op East of the Sun, West of the Moon (1990), nogal geforceerd, voor weidse rock zoals U2 op The Joshua Tree.

Tussen die twee albums laat A-ha zich door het platenlabel weer tot commerciële tienerpop verleiden, met de fleurige kleding, videoclips en foto’s die je je daarbij voorstelt. Waaktaar spreekt de titel van een vederlicht hitje als Touchy! (1988) met onverholen afgrijzen uit.

A-ha is nog altijd veel groter dan we ons hier realiseren. Hun wereldwijde albumverkopen: zeker 50 miljoen stuks. In Noorwegen schiet zowat alles wat ze uitbrengen naar de bovenste plaatsen van hit- en albumlijsten. In Scandinavië en de Duitstalige landen geldt Foot of the Mountain (2009) als een glorieuze comebackhit, al vermoordden ze elkaar zowat bij het componeren ervan. Alleen Cast in Steel, het comebackalbum uit 2015, had hier nog een beetje succes: de plaat stond zeven weken in de Ultratop, met plaats 35 als beste ranking. Maar echte hits bleven uit.

Waarom trotseert A-ha elke keer opnieuw de ergernissen en de bitterheid, en waagt de band zich toch weer aan een album en een tournee? Waaktaar houdt het op “respect voor elkaars talent”. Furuholmen wijst erop dat ze eerder een muzikale klik hadden dan een persoonlijke en dat de muzikale altijd het belangrijkst is gebleven.

Wij, als kijkers, weten bij het lopen van de aftiteling wat het échte antwoord op de vraag is. Liefde, ondanks alles. Een diepe wil om samen A-ha te zijn en nog even te blijven. Laat het ze niet horen, maar dat díé conclusie door de wrok heen sijpelt, is de grote verdienste van A-ha: The Movie.

A-ha: The Movie, dit weekend te zien in Kinepolis.

null Beeld

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234