Donderdag 29/09/2022

InterviewOscar Murillo

‘Als kind was tekenen een ontsnapping’: wereldberoemd kunstenaar Oscar Murillo cureert groepsexpo in Museum Dhondt Dhaenens

‘Kijk naar mijn gezicht, kijk naar mijn werk: dan zíé je toch welke strijd ik lever?’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Kijk naar mijn gezicht, kijk naar mijn werk: dan zíé je toch welke strijd ik lever?’Beeld Thomas Sweertvaegher

Tien jaar geleden werd Oscar Murillo (36) ­binnengehaald als de nieuwe Basquiat. Gelukkig ging de in Londen wonende Colombiaan níét ten onder aan roem en roes, maar was hij onlangs in België. ‘Ik ben een infiltrant.’

Danny Ilegems

Op de opening van zijn laatste solotentoonstelling, afgelopen lente bij David Zwirner in New York, stond hij aanvankelijk een beetje verweesd in het midden van de grote ruimte waar zijn nieuwe schilderijen ophingen. Hij droeg een neusring, een voetballerskapsel en een zwart Mao-pak. Maar al snel werd hij omstuwd door handtekeningenjagers en kunstgroupies die met hem op de foto wilden.

In de kantoortjes van de galerie, waar de verkoopovereenkomsten worden gesloten, was het ondertussen een komen en gaan van kooplustige kunstverzamelaars. Onder wie opvallend veel vrouwen van kleur in hun meest glamoureuze outfits. Na gedane zaken stapten ze in West 19th Street fluks terug in de limo waarmee ze waren gekomen. Een Murillo van enige omvang kost algauw een paar honderdduizend dollar. Leonardo DiCaprio, de beroemdste aller Murillo-verzamelaars, was er die avond niet bij.

Om maar te zeggen: in de epicentra van de hedendaagse kunst is Oscar Murillo een grote ster. En dat is hij al tien jaar. Hij werd geboren in Colombia, Zuid-Amerika, in een dorp bij een suikerrietplantage en een suikerfabriek. In 1996, toen hij tien jaar was, verhuisde hij met zijn ouders naar Londen. In 2012 studeerde hij af aan het Royal College of Art, een jaar later vervoegde hij de megagalerie van David Zwirner (met vestigingen in New York, Londen, Parijs en Hongkong), en nog eens twee jaar later stond hij al te blinken op de Biënnale van Venetië.

In 2019 won Murillo de Turner Prize, de meest prestigieuze Britse kunstprijs. Hij deelde hem, bij wijze van statement, met zijn drie medegenomineerden. In de naam van diversiteit en solidariteit. Murillo profileert zich nadrukkelijk als een kunstenaar-migrant uit het Zuiden die met zijn beelden in het Westen ‘infiltreert’, en als een strijder tegen ongelijkheid, racisme, onrecht en onderdrukking. Hij maakt tekeningen, sculpturen, installaties, video’s en liveperformances. Maar het bekendst is hij van zijn grote, abstract-expressionistische schilderijen op aan elkaar gestikte lappen canvas.

In de zonovergoten tuin van het Museum Dhondt-Dhaenens (MDD) in Deurle zit Oscar Murillo aan een tafeltje in het gras. Zonet is hier The ‘t’ is Silent opengegaan, een groepstentoonstelling die hij mee heeft gecureerd, en waar werk te zien is van kunstenaars uit zo’n beetje alle hoeken van de planeet. Van Murillo zelf hangt er maar één groot werk.

De titel van de expo verwijst naar hoe het woord ‘painting’ vaak wordt uitgesproken in zwarte gemeenschappen: als ‘paining’, waarbij de ‘t’ wegvalt en schilderen met pijn wordt geassocieerd. Murillo ziet er niet uit alsof hij erg te lijden heeft onder zijn kunst. Hij draagt een hawaïhemd met vrolijke, tropische motieven en drinkt spuitwater.

‘Mijn abstracte kunst is geen expressie van mijn individuele emoties of van mijn ego. Dat interesseert mij allemaal nauwelijks’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Mijn abstracte kunst is geen expressie van mijn individuele emoties of van mijn ego. Dat interesseert mij allemaal nauwelijks’Beeld Thomas Sweertvaegher

Bio

1986: geboren in La Paila, Colombia / 1996: migreert met zijn ouders naar Londen / 2012: studeert af aan de Royal College of Art / 2013: vervoegt David Zwirner Gallery / 2015: presenteert het scholenproject Frequencies op de Biënnale van Venetië / 2019: wint de Turner Prize / zijn werk bevindt zich in tal van toonaangevende collecties: MoMA New York, Museum Ludwig Keulen, The Broad Los Angeles, en ook SMAK, Gent

Hoe bent u hier terechtgekomen?

(lacht) “U bedoelt: op deze specifieke plek in België, die niet Brussel of Antwerpen is? Ach, als kunstenaar heb ik geen vaste, voorspelbare habitat. Bewegen, reizen, migreren: dat zit in mijn persoonlijke geschiedenis, maar het vormt ook de essentie van wat ik doe. En bovendien is de kunstwereld een internationaal netwerk van connecties en vriendschappen. Zo ben ik bijvoorbeeld bevriend met Tommy Simoens (gewezen rechterhand van Luc Tuymans, nu galeriehouder, red.). Hij heeft me in contact gebracht met de mensen van MDD.”

Dit is de streek waar zacht fluisterende schilders als Raoul De Keyser en Roger Raveel vandaan komen, en waar niet weinig vermogende kunstverzamelaars zich schuilhouden in villaparken. U bevindt zich in een stiltegebied van de kunst, mister Murillo!

(grijnst) “Dat zal allemaal wel zo zijn, maar ik weet ook dat dit museum al een lange traditie heeft van samenwerkingen met internationale kunstenaars. Met deze expo, die ik samen met Gabi Ngcobo heb gemaakt, trekken we de conversatie rond hedendaagse schilderkunst breed open. We tonen wat schilders in de meest diverse uithoeken van de wereld op dit moment bezighoudt, en wat er allemaal mogelijk is buiten de westerse canon. Ik heb niet de indruk dat deze tentoonstelling hier als exotisch wordt ervaren.”

In het begin van het parcours hangen twee werken uit de reeks Frequencies, uw fameuze scholenproject. Leg eens uit hoe dat in elkaar zit.

“Terwijl de wereld in ijltempo globaliseerde, wilde ik iets doen over en met lokale gemeenschappen in het Zuiden en het Oosten die niet profiteerden van die beweging, die erbuiten vielen, of die er het slachtoffer van werden. Voor mijn geestesoog zag ik mensen die hun aanwezigheid op een bepaalde plek, en hun aanwezigheid in deze tijd, vastlegden, markeerden in een tekening. Véél mensen, in véél verschillende landen. Dat was het concept.

“Toen vroeg ik me af: waar kan ik dat doen, wat zijn de meest geschikte locaties om zo’n experiment uit te voeren? Het antwoord lag voor de hand: scholen natuurlijk. Het schoolsysteem is overal ter wereld min of meer hetzelfde. Kinderen worden samengedreven in een lokaal en vervolgens jarenlang onderwezen, opgevoed, geïndoctrineerd. (lacht) Zo gaat het hier in Deurle, maar net zo goed in Johannesburg, Bogotà of Hanoi. Zo is Frequencies negen jaar geleden ontstaan.

“Ik heb ondertussen al samengewerkt met zo’n 350 scholen van over de hele wereld. Het systeem is dat leerlingen van 10 tot 16 jaar een stuk canvas krijgen dat zes maanden op hun schoolbank blijft liggen. Terwijl ze de reguliere lessen volgen kunnen ze erop schrijven, krassen en tekenen, bewust of onbewust, figuratief of abstract, maakt niet uit, wat er in hen opkomt.

“Na het verstrijken van de termijn worden de canvassen naar mij opgestuurd en gaan ze deel uitmaken van een groot archief. Dat bestaat nu al uit meer dan 40.000 ‘werken’, die de sporen dragen van honderdduizenden leerlingen. In het najaar gaan de Frequencies een belangrijke rol spelen in een expo die ik ga doen in Venetië, in de Scuola Grande della Misericordia. De titel daarvan wordt: A Storm Is Blowing from Paradise.”

Is het voor u ook zo begonnen, met tekenen op jonge leeftijd?

“Eigenlijk wel. Mijn eerste stappen in de kunst hadden in elk geval niets met kunst te maken. Ik was tien toen ik met mijn ouders vanuit Colombia naar Londen verhuisde. Ik was opgegroeid op het platteland, in de vrije natuur, en ineens bevond ik mij in een grootstad aan het andere eind van de wereld, in een sociale en culturele context die ik niet kende, waar ik mij moest leren uitdrukken in een taal die ik niet begreep.

“Dat was een heel overrompelende, gewelddadige ervaring. Ik werd letterlijk ontworteld. Op zo’n moment kan tekenen een escape zijn, een therapeutische bezigheid. Dat was het voor mij. Na school ging ik naar huis en zat ik urenlang te tekenen. Kunst was daarbij geen referentie. Ik wist niet wat kunst was, ik dacht nooit aan kunst, laat staan dat ik voor mezelf een toekomst weggelegd zag in de kunst. Nee, gewoon: ik had iets omhanden. (lacht) Ik kanaliseerde mijn energie, mijn angsten en mijn twijfels, door te tekenen. En ik kon dat doen met goedkope materialen: potlood, pen en papier. Ook belangrijk als je geen geld hebt.

“Natuurlijk, naarmate het een steeds intensere, dagelijkse bezigheid werd, ging ik er de mogelijkheden van ontdekken. Ik kwam, tot mijn geluk, in scholen terecht waar kunsteducatie belangrijk werd gevonden. Met als gevolg dat ik aan de kunstacademie verzeilde. Dus nu kan ik zeggen dat tekenen, dat kunst me de mogelijkheid heeft gegeven om een relatie te ontwikkelen met de maatschappij waarin ik leefde.

“Nu kan ik niet meer onbevangen tekenen. Omdat mijn hoofd vol met voorkennis zit. Vanaf het moment dat ik een pen of een penseel vastneem, gaat mijn geest in overdrive. Misschien ben ik daarom wel bij de Frequencies uitgekomen. Omdat ik het zelf niet meer kan, laat ik het anderen doen. De kinderen die eraan meewerken zijn mijn voelsprieten in de wereld. Hun tekeningen vormen samen een reusachtig analoog geheugen vol beelden, gevoelens, geschiedenis en informatie.”

Het werk van Oscar Murillo is groot en doet denken aan het abstract-expressionisme van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning. Beeld Oscar Murillo Courtesy the artist and David Zwirner
Het werk van Oscar Murillo is groot en doet denken aan het abstract-expressionisme van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning.Beeld Oscar Murillo Courtesy the artist and David Zwirner
null Beeld Oscar Murillo Courtesy the artist and David Zwirner
Beeld Oscar Murillo Courtesy the artist and David Zwirner

De Frequencies zijn waarnemingen en getuigenissen op microniveau, maar u hebt ook in vogelperspectief gewerkt: een tijdlang maakte u tekeningen en aquarellen in vliegtuigen.

Yeah, that was fun. Op een gegeven moment waren vliegtuigen nog de enige ruimtes waar ik echt op mezelf was, geïsoleerd. Conceptueel vond ik het wel een fascinerend idee om zo’n Boeing of Airbus als een atelier te beschouwen. Op 10 kilometer hoogte, met een snelheid van 900 kilometer per uur, worden landen, rivieren en wegen abstracte vlakken en lijnen die onder je door schuiven. Tekenen wordt dan zoiets als het scannen van terrein.

“En tegelijk was het een reflectie op de positie van de kunstenaar in een geglobaliseerde kunstwereld, die geacht wordt van de ene beurs naar de andere biënnale te reizen. Ik heb het nu al lang niet meer gedaan. Vanwege de pandemie hebben we de afgelopen jaren natuurlijk minder vaak in de lucht gehangen.”

Bent u, vanuit dat tekenen in uw jonge jaren, spontaan uitgekomen bij de schilderstijl die u vandaag hanteert: dat energieke, agressieve abstract-expressionisme? Of is daar toch enige studie en berekening aan voorafgegaan?

“Ik heb op de kunstschool gezeten, dus ik kan niet doen alsof ik van niks weet. Ik ken mijn kunstgeschiedenis. Ik ben voldoende vertrouwd met het werk van de Amerikaanse abstract-expressionisten: Jackson Pollock, Willem de Kooning and all those guys. Maar ik ben geen Amerikaan. Ik kijk ernaar vanaf een afstand.

“Het abstract-expressionisme werd na de Tweede Wereldoorlog misbruikt in functie van een politieke agenda, om zogenaamde ‘Amerikaanse kernwaarden’ als kapitalisme en individualisme te promoten. Daar heb ik in elk geval niks mee te maken. Mijn abstracte kunst is geen expressie van mijn individuele emoties of van mijn ego. Dat interesseert mij allemaal nauwelijks.

“Ik probeer in mijn kunst iets te zeggen over de sociale klasse waaruit ik voortkom, over de sociale structuren waarin veel mensen gevangenzitten. Ik kom zelf uit een grote, diverse familie. Ik ben samengesteld uit kleuren. Ik ben geboren in een gebied waar continu strijd wordt geleverd – sociaal, politiek en militair. En ik ben ook nog eens een migrant. Dat zijn mijn identiteiten, dáár identificeer ik me mee, daarom ben ik bezig met thema’s als ongelijkheid, racisme en onrecht. Kijk naar mijn gezicht, en kijk dan naar mijn werk: dan zíé je welke strijd ik lever!”

Zijn boosheid en verontwaardiging de brandstof van uw kunst?

“Ja, zeker de schilderijen zijn vaak een fysieke uiting van verontwaardiging. Schilderen is bij mij veel meer een impulsieve ‘daad’ dan het sluitstuk van een lang denkproces. Ik laat de energie die door mij heen stroomt vrij, en sta toe dat ze een publiek bestaan gaat leiden in de vorm van een schilderij.

“Mijn energieniveau is tamelijk hoog, moet ik toegeven, en mijn geest is rusteloos. (lacht) Gelukkig ben ik in de kunst verzeild. Gelukkig had ik de kunst om het trauma van de migratie te verwerken. Als mijn ouders in Colombia waren gebleven, was ik waarschijnlijk een crimineel geworden. Of een hardwerkende fabrieksarbeider zonder perspectieven. In elk geval een vogel voor de kat.”

Uw geboorteland Colombia heeft sinds kort een nieuwe president: de voormalige guerrillastrijder Gustavo Petro. Bent u blij?

“Ja, zeker. Vorige zomer stond het land nog op de rand van een burgeroorlog, nu heerst er een bijna euforische stemming. Colombia is altijd een zeer conservatief land geweest: rechts, racistisch en extreem gewelddadig. Grote delen van de bevolking hebben in de loop van de geschiedenis alleen maar geleden. Nu hebben we een linkse president, en een jonge, Afro-Colombiaanse feministe en milieuactiviste, Francia Màrquez, als vicepresident. Eindelijk houdt de toekomst een belofte in. Al zal het nog een klus worden om het land te hervormen en de onrechtvaardige structuren te kraken. Maar Petro is slim, omringt zich met goeie mensen en gaat in dialoog. Hij sluit zich niet op in zijn eigen gelijk.”

Wordt hij de Mandela van Colombia?

“Ik hoop van niet. Toen Mandela president werd, zei hij: ‘En vanaf nu zijn we allemaal gelijk, wit, zwart, en alle kleuren daartussenin.’ Dat vonden de witte mensen heel fijn om te horen. Zo wisten ze meteen dat hun economische positie niet bedreigd werd, dat ze konden blijven domineren, uitbuiten en de lakens uitdelen. Maar wat bracht het op voor de mensen die geleden hadden onder het racistische regime?

“Enfin, we moeten hier de geschiedenis van Zuid-Afrika niet uit de doeken doen. Ik hoop in elk geval dat de nieuwe president iets zal doen aan de armoede, de ongelijkheid, de discriminatie en het racisme in Colombia. Dat er een nieuw systeem komt, met kansen en mogelijkheden voor iedereen, ook voor de mensen die er tot voor kort geen hadden.”

Hoe schizofreen is het om een bemiddelde linkse kunstenaar te zijn?

(denkt na) “Het gevecht dat ik lever, is een ingewikkeld gevecht. Ik ben mij scherp bewust van de geprivilegieerde positie waarin ik me bevind, als hoogopgeleide, succesvolle kunstenaar die in Londen woont. Maar de wetenschap dat er héél veel mensen zijn die nooit zullen hebben wat ik heb, omdat ze bijvoorbeeld al geen toegang hebben tot onderwijs, maakt mij zo mogelijk nog bozer en vechtlustiger.

“Ik beschouw mezelf eigenlijk als een infiltrant in de kunstwereld: iemand die de cenakels van de hedendaagse kunst binnendringt met beelden die duidelijk van elders komen, en die getuigen van een andere, veel minder rimpelloze werkelijkheid. Ik ben geen didactische politieke kunstenaar die zijn publiek bij het handje neemt. Ik zeg altijd: het hoogste wat ik kan bereiken, is dat het hart van de mensen die mijn werk bekijken een tel overslaat. En dan ze vervolgens gaan onderzoeken hoe dat komt.”

‘Het hoogste wat ik kan bereiken, is dat het hart van de mensen die mijn werk bekijken een tel overslaat’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Het hoogste wat ik kan bereiken, is dat het hart van de mensen die mijn werk bekijken een tel overslaat’Beeld Thomas Sweertvaegher

Ik was dit voorjaar aanwezig op de opening van uw solotentoonstelling bij David Zwirner in New York. Met permissie gezegd: ik vond dat uw schilderijen in die grote, smetteloze witte doos in Chelsea, aangegaapt door een publiek van kekke miljonairs, veel van hun rauwe kracht en energie verloren.

(zucht) “Ik begrijp wat je bedoelt. Maar ik heb ondertussen geleerd dat mijn relatie met mijn werk eindigt zodra het mijn atelier verlaat. Vanaf dan begint het een publiek leven te leiden dat ik zelf niet in de hand heb. Ik wil ook helemaal niet bepalen hoe mensen het moeten ervaren. De een koopt het om het in zijn somptueuze loft te hangen en er levenslang naar te staren, de ander kijkt er tien minuten naar in een museum of een galerie. Allemaal goed voor mij. Ik vind het interessant om te zien wat mijn werk doet in verschillende ruimtes en omstandigheden. Als ik zelf een appartement van tien miljoen dollar zou kopen in Chelsea, of een villa in Latem, ja, dán zou mijn leven contrasteren met mijn werk en mijn filosofie. Maar wees gerust: daar bestaat voorlopig geen gevaar voor.”

Een wansmakelijk dure luxevakantie op een exotische locatie, zit dat er in deze zomer?

“Ik ga nooit met vakantie! Ik werk continu, dag en nacht, en ik ben altijd met minstens tien dingen tegelijk bezig. Als ik reis, is het in functie van mijn werk. Het is meer dan een verslaving, het is een chronische ziekte. Ik ben een zieke man, ik kan gewoon niet stoppen. Zwemmen, dat doe ik heel graag. Maar daarvoor hoef ik toch niet op vakantie te gaan?”

The ‘t’ is Silent, gecureerd door Oscar Murillo en Gabi Ngcobo, tot 2 oktober in Museum Dhondt-Dhaenens (MDD) in Deurle, museumdd.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234