Dinsdag 19/10/2021

InterviewArnon Grunberg

Arnon Grunberg: ‘Je kunt je verlangens, ook de obscure, maar ­­beter proberen te aanvaarden’

Arnon Grunberg: ‘Je kunt je verlangens, ook de obscure, maar ­­beter proberen te aanvaarden.’  Beeld Daniel Cohen
Arnon Grunberg: ‘Je kunt je verlangens, ook de obscure, maar ­­beter proberen te aanvaarden.’Beeld Daniel Cohen

Arnon Grunberg schreef een aangrijpende liefdesroman (De dood in Taormina) en werd vader van een bijzondere jongen (Alyosha). Twee kanjers van mijlpalen, in een leven dat toch al niet rustig voortkabbelde. ‘Hoe dichter bij het paradijs, hoe dichter bij het onheil.’

“Ik probeer je link opnieuw. Houd moed.” Het is in Manhattan nog maar halftien ’s ochtends en Arnon Grunberg moet al een stressaanvalletje afweren. Een vroeg bezoek aan de mondhygiënist eindigde later dan gepland, in het New Yorkse stadsverkeer zat evenveel beweging als in het wereldbeeld van Filip Dewinter en de Zoom-link die beloofd had om de oceaan tussen ons te overbruggen, toonde zich pas na een hele tijd inschikkelijk. Video-interviews brengen je geen stap dichter bij Boeddha.

Arnon Grunberg (50) heeft New York nog maar een paar dagen geleden heroverd. De reünie met zijn flat vlak bij Grand Central Station zorgde voor een acute opstoot van adrenaline. Thuis is waar je hart ligt. Ook al verdeel je dat hart al een kwarteeuw over twee continenten. “Het is fijn om na drie maanden Nederland weer hier te zijn. New York heeft zich duidelijk prima hersteld van de pandemie. Al had ik ook niks anders verwacht. Deze stad heeft al vaker getoond dat ze veerkrachtig is.”

De aanleiding voor ons gesprek is De dood in ­Taormina, de mooie nieuwe roman van Grunberg. Het verhaal, in een notendop: een jonge regie­assistente (Zelda) knoopt amoureuze relaties aan met een ouder wordende acteur (Jona) en een ongekreukte Zweed (Per). Nadat Zelda haar mannen een tijdlang apart heeft gesavoureerd, brengt ze hen op de hoogte van elkaars bestaan en reizen ze met z’n drieën naar Taormina om met ingehouden adem de grenzen van een driehoeksverhouding af te tasten. Al doende trakteren ze elkaar op bespiegelingen over ‘liefde en rechtvaardigheid’, ‘vergiffenis en pragmatisme’ en ‘acteren en oprechtheid’.

De dood in Taormina had geenszins ‘De Dood in Beveren-Waas’ kunnen heten: Zelda, Jona en Per verwachten veel van hun menage à trois, en een Italiaanse kuststad is nu eenmaal ‘een beter decor voor geluk’ dan een Oost-Vlaamse fusiegemeente. “Taormina staat voor de schijn van paradijselijkheid”, zegt Arnon Grunberg. “De Middellandse Zee en de Siciliaanse sinaasappelbomen doen dromen van ongecompliceerde gelukzaligheid. Maar vaak geldt: hoe dichter je bij het paradijs komt, hoe meer je ook het onheil nadert. Dat is in deze roman niet anders.”

Nog voor ik Grunberg met gespeelde schroomvalligheid kan vragen of het polyamoreuze thema van zijn boek autobiografische wortels heeft, heeft hij de vraag al voor me beantwoord. “Ik ben in het gezelschap van mijn vorige vriendin, Roos, en een minnaar van haar ooit zelf naar Taormina gereisd. Dat was zo’n ingrijpende belevenis dat ik ter plaatse al tegen Roos zei: ‘Dit wordt een roman. Dit wordt De dood in Taormina.’”

Met je geliefde en haar ontuchtige sidekick op reis gaan: is dat wel een goed idee?

“Ik ben als schrijver misschien meer dan andere mensen geneigd om het avontuur op te zoeken. Om te denken: waarom niet? Ook al besef ik dat ik misschien een pijnlijke ervaring tegemoet ga.”

Is het dat ook geworden? In De dood in Taormina gaat de driehoeksrelatie alvast met de nodige strubbelingen gepaard.

“Een seksuoloog heeft me ooit gezegd dat een driehoeksverhouding enkel onder homoseksuele mannen kans op slagen heeft. Omdat zij beter in staat zouden zijn om liefde en seksualiteit van elkaar te scheiden. Ik weet niet of dat klopt. Maar ik begrijp wel waarom de meeste mensen kiezen voor een meer conventionele relatievorm.

“In een driehoeksverhouding bestaat altijd het gevaar dat je het derde wiel aan de wagen bent. Een monogame relatie verschaft je minstens de illusie van geborgenheid. Ook Zelda, Jona en Per snakken naar een zekere vastigheid, maar zoals alle mensen hebben ze tegenstrijdige verlangens. Ze willen niet alleen veiligheid, maar ook spanning. En dat is precies wat ze in Taormina vinden. Het machtsevenwicht tussen hen verandert voortdurend: ze bespelen elkaar met overgave, niemand heeft permanent de bovenhand. Die instabiliteit maakt hun driehoeksverhouding boeiend en aantrekkelijk.”

‘Een van onze grootste talenten is om onze eigen daden, ook al zijn ze gruwelijk, voor onszelf te rechtvaardigen.’  Beeld Daniel Cohen
‘Een van onze grootste talenten is om onze eigen daden, ook al zijn ze gruwelijk, voor onszelf te rechtvaardigen.’Beeld Daniel Cohen

Zelda staat erop dat Jona toekijkt wanneer ze met Per vrijt. Ze wil dat hij alles ziet en meemaakt, dat hij ‘geen deserteur is van zijn eigen verlangen’. Maar is het soms niet verstandiger om wél weg te lopen van je verlangens?

“Dat denk ik niet. Als je je verlangens te vaak onderdrukt, doe je jezelf tekort. Je kunt je verlangens, ook de obscure, beter proberen te aanvaarden. Of dat lukt, hangt af van hoe je jezelf ziet. Als je denkt dat je een heilige bent, is het accepteren van je duistere begeertes moeilijk. Maar als je er vrede mee hebt dat je niet uitsluitend goed bent, lijkt het me perfect mogelijk om je bij je verlangens neer te leggen. Zelfs al zijn ze ontoelaatbaar. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat er mensen zijn die géén ontoelaatbare verlangens hebben. En als ze wel bestaan, vrees ik dat het ontzettend saaie mensen zijn.”

De kunst bestaat er natuurlijk in om je ontoe­laatbare verlangens niet in ontoe­laat­bare daden te laten uitmonden.

“Uiteraard. Maar dat je bepaalde verlangens hebt, betekent niet dat je er automatisch ook naar handelt. Noem mij naïef, maar ik denk dat kunst een uitweg kan bieden om op een toelaatbare manier met ontoelaatbare verlangens om te gaan.

“Neem nu de religieuze schilderijen van vroeger. De maagd Maria werd daarin vaak afgebeeld als een aantrekkelijke vrouw met verleidelijke borsten. Dat gaf mannen de mogelijkheid om te denken: ‘Ik mag eigenlijk niet naar andere vrouwen kijken, maar het is de maagd Maria, dus het is goed.’ (lacht) Daarom vind ik ook niet dat er een verbod moet komen op getekende pedo­porno. Zolang er in pedo­porno geen echte modellen gebruikt worden, zie ik niet in wat er verkeerd aan is. Verantwoorde pedoporno helpt wellicht om te voorkomen dat pedofielen tot pedoseksuele daden overgaan.”

Terug naar uw boek. Voor Per zijn intrede doet, weigeren Zelda en Jona hun relatie liefde te noemen. ‘We werden een stel door te doen alsof we het niet waren. We stonden in brand, maar we zeiden tegen elkaar: ‘Ik zie niets, ik ruik niets. Is er ergens rook?’’ Waar­om doen ze zo nadrukkelijk afstand van het concept liefde? Omdat er in een relatie die niet als liefde bestempeld wordt meer zuurstof zit?

“Dat denken ze toch. Ze zijn bang dat ze zichzelf in een romantisch harnas opsluiten als ze hun relatie als liefde erkennen. Maar al gauw blijkt dat ze daar sowieso in terechtkomen. Zodra ze bang worden om elkaar te verliezen, beginnen ze elkaar te wantrouwen en te beteugelen. In plaats van bastions voor elkaar te zijn worden ze elkaars concurrenten.”

De onrust neemt nog toe wanneer Zelda ook een relatie begint met Per, ‘de jonge cowboy uit het Noorden’. Per confronteert de oudere Jona met zijn eigen verval.

“Zo is dat. Maar ook de jonge Zweedse god is niet immuun tegen aftakeling: het is een jonge Zweedse god met erectieproblemen. Het verval begint soms vroeger dan je denkt.” (glimlacht)

De trip naar Taormina eindigt voor alle betrokkenen totaal anders dan ze hadden voorzien. Na een noodlottige Siciliaanse nacht duikt in uw boek de vraag op: kun je ontsnappen aan je eigen verleden? Is de waarheid per definitie ‘sneller dan alle grote en kleine leugens’?

“Dat onderwerp fascineert me al lang. Films en romans zijn doordrongen van de idee dat als je iets vreselijks hebt gedaan, je verleden je altijd wel inhaalt. Dat vroeg of laat gerechtigheid geschiedt. Maar wat als dat een romantische illusie blijkt te zijn? Wat als ‘onvermijdelijke rechtvaardigheid’ helemaal niet bestaat? Dat vond ik een intrigerende vraag.”

En hoe luidt uw antwoord?

“Het heeft er alle schijn van dat je je verleden wel degelijk onder leugens kunt verbergen. Er hangt een prijs aan vast, maar het kan.”

De prijs die je ervoor betaalt, is dat je voor altijd verder moet met je eigen leugens. En dat je bij gebrek aan een publieke veroordeling van je daden ook niet zo makkelijk met een schone lei kunt beginnen. Je staat voorgoed in het krijt.

“Je kunt natuurlijk altijd verlossing vinden in de biecht: de religieuze confessie of de seculiere variant ervan, bij een therapeut. Maar ik vermoed dat de meeste mensen zo’n schuldbelijdenis niet eens nodig hebben. Een van onze grootste talenten is om onze eigen daden – ook al zijn ze gruwelijk – voor onszelf te rechtvaardigen. Zelden kom je iemand tegen die zegt: ‘Ik heb geen enkel begrip voor wat ik heb gedaan.’

“Een paar jaar geleden gaf ik een schrijfles in een gevangenis. Mijn publiek bestond uit mensen die nog lange tijd in de cel moesten blijven en van wie je bijgevolg kon aannemen dat ze een moord of een ander geweldsdelict hadden gepleegd. Wel, elk van hen beschouwde zichzelf als een slachtoffer. Er zaten geen daders in die gevangenis, alleen maar slachtoffers. (lacht) Dat zegt iets over ons vermogen om onze fouten voor onszelf te vergoelijken.”

‘Ik was de naam van mijn zoon even vergeten. Hoe heet hij ook alweer, dacht ik. We hadden hem toch naar een tsaar genoemd?’   Beeld Daniel Cohen
‘Ik was de naam van mijn zoon even vergeten. Hoe heet hij ook alweer, dacht ik. We hadden hem toch naar een tsaar genoemd?’Beeld Daniel Cohen

Naar goede gewoonte zet de realiteit het in de nieuwe Grunberg weer op een stevig ontsporen: de vader van Zelda gebruikt een eierwekker om de huilbuien van zijn dochter te timen, Jona blijkt jarenlang de minnaar van zijn eigen moeder te zijn geweest en Per neukt principieel enkel na de middag. Ik vraag Arnon Grunberg waarom hij erop staat om de werkelijkheid in zijn boeken keer op keer te laten derailleren.

“Omdat ik denk dat in de ontspoorde realiteit de waarheid te vinden is”, antwoordt hij. “De wereld om ons heen is voortdurend aan het ontsporen. Maar omdat we daar niet mee kunnen omgaan, hebben we geleerd dat te verdoezelen. Als schrijver wil ik de absurditeiten van het leven blootleggen. En er de waarheid in herkennen. Mij lijkt het heel aannemelijk dat een zoon seksuele gevoelens heeft voor zijn moeder. Niet dat ik mijn eigen moeder lichamelijk begeerde, maar het was wel de eerste vrouw op wie ik verliefd werd. En wat Per betreft: als je erectieproblemen hebt, is het ergens wel logisch dat je zegt: ‘Sorry, ik neuk enkel ’s middags.’ Die ongerijmde gedragsregel is voor hem gewoon een manier om met zijn schaamte om te gaan.”

Dreigt het absurdisme in uw boeken soms geen rem te zetten op het inlevingsvermogen van uw lezers? Maakt u het hen soms niet moeilijk om zich met uw personages te identificeren?

“Je moet natuurlijk wel bereid zijn om de absurditeiten in jezelf en je omgeving te zien. Er wordt mij weleens half verweten dat de ontsporingen in mijn boeken enkel het product zijn van mijn verbeelding. Dat ze in de werkelijkheid niet voorkomen. Maar dat laatste klopt niet. Een van de redenen waarom ik literaire reportages ben gaan schrijven (onder meer over de Amerikaanse soldaten in Irak, red.), is dat ik wilde aantonen dat de ontsporing overal zit. Het volstaat om de beelden te bekijken van de Afghanen die zich aan de wielen van een opstijgend Amerikaans vliegtuig vastklampen om te begrijpen wat ik bedoel.”

Zoekt u ook in uw persoonlijke leven de ontsporing op? Moet u zich op tijd en stond kunnen laven aan ongewone, uitzonderlijke ervaringen?

“Ik ben daar wat voorzichtiger in geworden. Maar het verlangen naar roekeloosheid is nooit helemaal weg. Met Roos en haar minnaar naar Taormina gaan, was een roekeloze daad. En toch ben ik in dat avontuur meegegaan: ik hou nu eenmaal van spelen. Wat ik echter niet meer doe, is mensen in naam van de literatuur misleiden. Ik speel alleen nog met mensen die zich bewust zijn van het spel. Noem het: ontsporen met gelijkgestemden.” (glimlacht)

Wie ook graag speelt, is Jona. De wereld is zijn podium en hij verlaat het nooit. Voelt u zich aan hem verwant?

“Niet echt. Tegen Jona zou zelfs ik regelmatig zeggen: ‘Vanavond even niet, jongen.’ Maar dat neemt niet weg dat ik de energie die hij uitstraalt erg aantrekkelijk vind. Als iemand zoals Jona de kamer binnenkomt, denk je meteen: er gaat iets gebeuren. Dat vind ik spannend.”

Wilt u dat mensen ook over u zeggen: ‘Ik ga met Arnon mee, want dan gaat er iets gebeuren’?

“Ik wil dat mensen zeggen: ‘Ik ga met Arnon mee, want dan weet ik nooit wát er gaat gebeuren. Misschien gebeurt er niks, maar evengoed kan het volledig uit de hand lopen.’” (lacht)

In De dood in Taormina staat de mooie zin: ‘Het leven is geen plicht, geen geschenk, geen test, het leven is een avontuur.’ Hebben we de literatuur in het algemeen en de boeken van Arnon Grunberg in het bijzonder nodig om ons daar af en toe aan te herinneren?

“Ik moet mezelf daar ook weleens aan herinneren. Het is niet zo dat mijn leven één ononderbroken avontuur is. Maar ik vind inderdaad niet dat we onszelf voortdurend moeten straffen voor het loutere feit dat we bestaan. De vader van Zelda doet dat in zekere zin wél. Hij ziet het leven als een plicht, hij is altijd maar aan het werken. En toch vraagt hij zich op een gegeven moment af: waarom heb ik nooit met mijn dochter gespeeld? Dat is voor hem een bijzonder pijnlijk moment.”

U bent onlangs zelf vader geworden. Gaat u de zin voor avontuur in uw zoon aan­wakkeren?

“Het is hoogmoedig om te denken dat je je kind kunt kneden. Maar ik hoop wel een vader te zijn die zijn kind een brede kijk op het leven meegeeft. Ik wil Alyosha laten zien dat er heel veel levens geleefd kunnen worden. Dat je van het ene leven naar het andere kunt fladderen. Dat je niet altijd en overal dezelfde persoon moet zijn. Misschien zijn dat wel de essentiële kenmerken van een avontuurlijk leven. Eigenlijk wens ik mijn zoon toe dat hij zijn verstand verliest zonder dat hij in de gevangenis of het gekkenhuis belandt.” (lacht)

BIO • Nederlandse schrij­ver en columnist • geboren in 1971 in Amsterdam • debuteerde in 1994 met Blauwe maan­dagen, schreef o.m. Figuranten, Tirza, Fan­toom­pijn, De asiel­zoeker en Goede mannen • won Gouden Uil (2x), AKO Literatuur­prijs (2x), Libris en Constantijn Huy­gensprijs • samen met schrijf­ster Niña Weijers; ze hebben een zoon: Alyosha

Alyosha Inigo Ayal Grunberg werd na een pijnlijke bevalling van ruim dertig uur geboren in een Amsterdams ziekenhuis. Een dag later schreef zijn vader hem al een brief: ‘Als het leven begint met zoveel pijn, ben ik in mijn boeken misschien te mild geweest. In het ziekenhuis zei ik tegen je moeder, die op dat moment kermend onder de douche stond: ‘Als je ziet hoe het leven begint, begrijp je een hoop.’’

De moeder van Alyosha is de 33-jarige Nederlandse schrijfster Niña Weijers, die luttele dagen voor haar existentiële martelgang nog in Humo liet optekenen: ‘We houden het voorlopig bij één kind, dat is overzichtelijk.’

Moeder en kind bevinden zich momenteel in Amsterdam: zelfs dubbel gevaccineerde partners van greencard-houders raken zonder trouwboekje niet voorbij de Amerikaanse covid­douane. En trouwen om aan die onrechtvaardigheid te ontkomen, willen Grunberg en Weijers niet. Er zijn grenzen aan wat een mens wil doen om de administratie te behagen.

Toen ik Arnon Grunberg drie jaar geleden in Brussel sprak, hadden noch Niña noch Alyosha zich al in zijn leven aangemeld. Toch zei hij: “Falen als vader is het ergste wat je als man kunt overkomen.” Heeft hij als prille vader last van faalangst?

“Nee, helemaal niet. Ik voel veeleer een zelfvertrouwen dat niet echt op de werkelijkheid gebaseerd is. Maar dat is goed: je móét jezelf overschatten om een kind te maken. Als je er niet van uitgaat dat het allemaal goed komt, hoef je aan het opvoeden van een kind niet eens te be­ginnen.”

'Je kunt de zwaarte van het leven niet altijd vermijden. Maar je kunt wel vluchtroutes creëren.' Beeld Daniel Cohen
'Je kunt de zwaarte van het leven niet altijd vermijden. Maar je kunt wel vluchtroutes creëren.'Beeld Daniel Cohen

Drie jaar geleden was u bang dat het vader­schap op gespannen voet zou staan met uw schrijverschap. Zijn de vier eerste maanden sinds de geboorte van Alyosha in dat opzicht bemoedigend geweest?

“Zeker. Toen ik een paar dagen geleden naar New York vertrok, zei Niña tegen me: ‘Ik vind dat we het tot nu toe heel goed hebben gedaan.’ En dat was behalve een mooi compliment een vaststelling die ik alleen maar kon onderschrijven. Ik maakte me voor de geboorte van Alyosha meer zorgen over het vaderschap dan vandaag.”

Een week na de geboorte van Alyosha werd u geïnterviewd. Toen de journaliste u vroeg hoe uw zoon heette, antwoorde u: ‘Nikolajevitsj.’ Zullen we dat uit naam van uw imago maar het gevolg van een grotesk gebrek aan slaap noemen?

(lacht) “De waarheid is dat ik de naam van mijn kind écht even was vergeten. Hoe héét die zoon van me ook weer?, dacht ik. We hadden hem toch naar een tsaar genoemd? En toen rolde de naam Nikolajevitsj over mijn lippen. Ik ben benieuwd naar wat een psychoanalyticus daarvan zou maken. (lacht)

“De enige verzachtende omstandigheid die ik kan inroepen, is dat je altijd even moet wennen aan een naam. En aangezien Niña en ik niet op voorhand wisten of we een jongen of een meisje zouden krijgen, had ik nog niet de tijd gehad om me de naam van Alyosha eigen te maken.”

Alyosha is een Russische naam. Hij betekent zoveel als ‘beschermer’.

“Het is een naam die opduikt in de boeken van Dostojevski. Maar ook J.M. Coetzee gebruikt hem in zijn Jezus-trilogie. En aangezien Niña en ik allebei Coetzee-fans zijn, moesten we weinig moeite doen om Alyosha een mooie naam te vinden. Dat Alyosha ‘beschermer’ betekent, was meegenomen. Ik vind het een mooie gedachte dat je een kind op de wereld zet dat andere mensen wil beschermen.”

Uw eigen vader stierf dertig jaar geleden. Is hij voor u nog een voorbeeld? In positieve dan wel negatieve zin?

“Ik heb in de aanloop naar de geboorte van ­Alyosha heel vaak aan mijn vader gedacht. En dat bracht meer herinneringen aan hem naar boven dan ik voor mogelijk had gehouden. In die zin kan mijn vader, ook al is hij al erg lang dood, wel degelijk nog als een rolmodel fungeren.

“Al lijkt het me vanzelfsprekend dat je als debuterende ouder vooral je eigen accenten legt. Dat je zegt: ‘Ik ga niet doen wat mijn ouders gedaan hebben. Zulke goeie ouders waren ze nu ook niet.’” (lacht)

In een podcast zei u: ‘Ik ga al vijftig jaar impro­viserend door het leven en dat wil ik ook de komende vijftig jaar blijven doen.’ Zou het kunnen dat Niña dat geïmproviseer­de leven van u met een bang hart tegemoet ziet? In een interview met deze krant voor­spelde ze ‘emancipatoire conflicten’. ‘Straks zit ik met alle huishoudelijke shit’, zei ze.

“Ik had met Niña nooit een kind gemaakt als ik had gedacht: dit wordt een vreselijke strijd. Maar ik dacht precies het tegenovergestelde: Niña en ik gaan dit al improviserend heel goed doen. En dat vertrouwen heb ik nog steeds. Ik denk niet dat onze huishoudelijke ideologieën zo ver uit elkaar liggen dat we hen niet met elkaar kunnen verzoenen.”

Niña schreef een essay over de koers-wijzigingen in haar leven: ‘Je ruilt het één in voor het ander. Jezelf vermenigvuldigen, jezelf halveren.’ Ervaart u het ook zo? Dat u zich sinds de geboorte van Alyosha zowel vermenigvuldigd als gehalveerd hebt?

“Ik voel me zeker niet gehalveerd. Maar ik heb dan ook niet negen maanden lang een bolle buik gehad die plots weer weg was. Tegelijk heb ik ook niet het gevoel dat ik mezelf vermenigvuldigd heb. Als ik naar Alyosha kijk, zie ik een jongetje dat me ontroert en aan het lachen maakt. Ik denk niet: ziedaar mijn vlees.” (lacht)

Ik dacht na de geboorte van mijn zoon: mijn hart is nu dubbel zo groot.

“Dat begrijp ik heel goed. En ik herken het ook: ik voel ontzettend veel liefde voor Alyosha. Maar evengoed kan ik hem tijdens het schrijven ook tijdelijk vergeten.”

In De dood in Taormina moet Zelda haar vader op een gegeven moment beloven om ‘niet roekeloos door het leven te gaan’, om ‘er alles aan te doen om niet vóór hem te sterven.’ Een mooiere belofte kun je je ouders nauwelijks doen.

“Dat vind ik ook. Ik ken een vrouw die de belofte van Zelda écht aan haar vader heeft gedaan. Dat vond ik heel aangrijpend. Zeker omdat ze die belofte op puberleeftijd deed. Wat bewijst dat ze al vroeg besefte dat een mens geen eiland is. Dat je niet alleen voor jezelf leeft.”

Tot slot: in uw boek zegt de vader van Zelda goedbedoelend tegen zijn dochter: ‘Als je wat op de opvoeding hebt aan te merken, moet je het zeggen.’ Zal Alyosha zijn ouders ook tussentijds mogen evalueren?

“Ik kan me voorstellen dat ik ooit al grappend iets gelijkaardigs tegen hem zal zeggen, ja. Zoals ik mijn petekind ook al vaak heb bezworen: ‘Als je het echt niet uithoudt met me, moet je maar de Kindertelefoon bellen.’ (lacht) Humor maakt veel draaglijk. Je kunt de zwaarte van het leven niet altijd vermijden. Maar je kunt wel vluchtroutes creëren. En ik denk dat ik daar redelijk goed in ben.”

We nemen afscheid: er moet van de onwillige ochtend nog wat tijd worden teruggevorderd. Bij wijze van taalkundige afterparty duik ik na ons gesprek nog even in de brief aan Alyosha, die Grunberg vlak na de geboorte schreef. ‘Tegenwoordig noemt je moeder jou ‘lieve pruttelaar’. Wat mij meteen aan het werk van Charlotte Delbo herinnerde, die na haar verblijf in Auschwitz de mens een lijk noemde waarin diarree pruttelt. Lieve Alyosha, wij maken ons weinig illusies over de mens, toch ben en blijf jij ons licht. En hopelijk dat van vele andere mensen.’

In mijn ooghoek welt een traan op. Ik weet niet zeker of het er een van ontroering of een van het lachen is. Dat zijn altijd de beste.

null Beeld rv
Beeld rv

Arnon Grunberg, De dood In Taormina, Nijgh & Van Ditmar, 320 p., 23.50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234