Woensdag 19/01/2022

InterviewHanna Vandenbussche

Atlete-filosofe Hanna Vandenbussche: ‘Topsporters moeten zich te vaak als held voordoen’

Hanna Vandenbussche: ‘Je wordt soms pas als topsporter beschouwd als je een team van experts om je heen hebt.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
Hanna Vandenbussche: ‘Je wordt soms pas als topsporter beschouwd als je een team van experts om je heen hebt.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Hanna Vandenbussche (34) schreef een boek waarin ze met filosofische bril de atletiek­wereld bekijkt. ‘Ik zou andere atleten graag met enkele zaken confronteren die vandaag vanzelfsprekend geworden zijn.’

Sofie Mulders

Is de gewone sterveling al blij dat óf zijn geest óf zijn lichaam acceptabele prestaties levert, dan zijn er ook mensen als Hanna Vandenbussche. Ze is een van Belgiës topatletes – ze werd vijf keer Belgisch kampioen op de lange afstand – en in 2019 rondde ze haar doctoraat in de filosofie af. Die twee disciplines heeft ze nu in een boek gecombineerd, Het lot van Atalanta. Atalanta was een mythische, Griekse prinses en een erg snelle loopster. Ze versloeg iedereen, maar de strijd die ze moest leveren om haar vrijheid te bewaren, kon ze niet winnen.

Vrijheid, grenzen verleggen, verliezen, opgeven, de eenheid tussen ziel en lichaam: het zijn maar enkele van de thema’s die Vandenbussche in haar boek aansnijdt. Terwijl ze het verloop van een fictieve regenachtige wedstrijddag in Roeselare schetst en hoe zij die dag beleeft, gaat ze met hulp van vijf Franse filosofen dieper in op alle vragen, vreugde en netelige kwesties die bij het leven van een atleet komen kijken.

“Ik beschouw filosofie niet als een vorm van veredelde sportpsychologie om prestaties te verbeteren of te vergeten”, zegt Vandenbussche. “Mij heeft het vooral geholpen om op een bredere, kritische manier te kijken naar wat het betekent om aan topsport te doen.”

Hanna Vandenbussche: ‘Ik ken atleten die heel verlegen zijn, maar bijna verplicht worden om op Instagram of Facebook een bepaald beeld van zichzelf uit te dragen.’  Beeld Wouter Maeckelberghe
Hanna Vandenbussche: ‘Ik ken atleten die heel verlegen zijn, maar bijna verplicht worden om op Instagram of Facebook een bepaald beeld van zichzelf uit te dragen.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Vandenbussche schreef geen boek zonder boodschap. “Ik zou andere atleten graag met enkele zaken confronteren die vandaag vanzelfsprekend geworden zijn. Kan een atletische prestatie tot cijfers en grafieken worden herleid? Moet je als succesvolle atleet een hoogtekamer bezitten, elke dag je voeding afmeten en je gewicht controleren? Moeten we ons door tientallen experts laten omringen die ons doen geloven dat we onze grenzen mentaal en fysiek kunnen verleggen?”

Vandaag overheerst het sportwetenschappelijke perspectief op topsport, vindt Vandenbussche. “Ik zeg niet dat metingen en feiten onbelangrijk zijn, maar mij lijkt het geen goede evolutie dat technologie belangrijker wordt dan de eigen kracht en individuele beleving van de atleet. Misschien ben ik een atypische atleet, dat kan, maar ik zou het toch fijn vinden mochten andere atleten hier ook eens bij stilstaan.”

Vroeger had een atleet een trainer en een trainingsschema, schrijft u. Nu wordt er verwacht dat je een diëtist, een sportpsycholoog, een inspanningsfysioloog, een krachttrainer, een stabilisatiecoach en een podoloog opzoekt. Hebt u die experts ook ­allemaal rond u?

“Ik heb een trainer en een heel goede kinesist, en daar is het eigenlijk bij gebleven. Een diëtist heb ik geprobeerd, een sportpsycholoog ook, maar het werkte niet voor mij. Waarmee ik niet wil zeggen dat het niemand kan helpen; sommige atleten hebben er veel baat bij. Maar ik had te veel moeite met een schema waarbij je elke dag zo veel gram van dit en zo veel gram van dat mag eten. Met trainingsschema’s daarentegen heb ik nooit moeite gehad.

“Ik wil voor de duidelijkheid geen kritiek leveren op die experts, meestal doen zij hun werk heel goed, maar wel op het systeem. Een atleet die ervoor kiest om het op eigen kracht te doen en zich niet met een team experts en sponsors te laten omringen, is bijna een uitzondering geworden.

“Die evolutie zie je trouwens niet alleen in de topsport. Kijk naar de bedrijfscultuur, waar mensen tijdens teambuildingdagen op een artificiële manier zichzelf moeten blootgeven of verbinding moeten leggen met anderen. In de onderwijswereld zien we een gelijkaardige tendens: learning designers en coaches ontwerpen allerlei projecten en didactische tools om het welbevinden en de motivatie van leerlingen te verhogen, terwijl leerkrachten zelf gebukt gaan onder een enorme druk om de eindtermen te realiseren. Al moet ik hier misschien een beetje oppassen wat ik zeg (lacht), want sinds kort behoor ik zelf tot die groep experts (Vandenbussche is nascholer bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen en geeft cursussen didactiek aan leerkrachten die op een middelbare school filosofie ­geven, red.).

U schrijft: het gaat nu over ‘tools en tricks en potentieel’ in de atletiekwereld, maar atleten kunnen niet gereduceerd worden tot automaten die zomaar uitvoeren wat experts hun vertellen. Sommigen zullen zeggen: als je die manier van werken niet aankunt, ben je niet voor topsport in de wieg gelegd.

“Topsportmentaliteit veronderstelt dat je de beste wilt zijn en dat je alle toegelaten middelen inzet om dat doel te bereiken. Maar ik vind dat je de vrijheid moet hebben om zelf te bepalen wat voor jou de beste middelen zijn. Vandaag word je soms pas als topsporter beschouwd als je zo’n team van experts om je heen hebt.”

BIO • geboren op 3 juli 1987 • Belgisch kampioen op de 10 km (2011 en 2016), de halve mara­thon (2013), de marathon (2017) en het veld­lopen (2019) • behaalde een doctoraat in de filosofie aan de KU Leuven • heeft een relatie met voormalig atleet Pieter De­smet, die ook haar trainer is

Voelt u soms druk om het zelf ook te doen?

“Dat niet. Soms vraag ik me wel af of mijn prestaties nog beter geweest zouden zijn als ik het wel had gedaan. Maar nu ben ik te oud om alles om te gooien. En het ligt niet in mijn aard om op één iets te focussen. Ik heb de filosofie altijd nodig gehad. Ook om goed te presteren in de atletiek.”

Dat sluit aan bij wat u in uw boek over filosoof Michel de Montaigne en de ‘verstrooiing van de geest’ schrijft.

“Toen ik in april 2016 op de marathon van Parijs mijn persoonlijk record verbeterde, haalde ik daar een voorlopige selectie voor de Olympische Spelen in Rio mee. Ineens werden mijn gedachten daar helemaal door ingepalmd en begon ik heel krampachtig te trainen. Het lukte in wedstrijden niet meer. Ik liep achter atletes die ik voordien meestal kon verslaan. De definitieve selectie voor Rio haalde ik dus niet.

“Toen heb ik beslist om mijn geest niet meer op eenzelfde manier te laten overheersen als er zich nog eens zo’n kans zou voordoen, maar om hem over verschillende zaken te verspreiden. Door bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd in Parijs of Berlijn niet voortdurend met richttijden bezig te zijn, want dan verkrampt mijn lijf, maar ook van de mooie stad te genieten waar je door loopt.”

Hebt u dat ook gedaan op de marathon van Berlijn afgelopen september, waar u een persoonlijk record van 2:34.44 hebt gelopen en als dertiende finishte?

“Ik was toen redelijk ontspannen, ja. De weken voordien had ik veel afleiding gehad. Mijn vriend Pieter (Desmet, voormalig atleet, red.) en ik waren pas van Schaarbeek naar Oud-Heverlee verhuisd, we waren op reis gegaan, en ik had mijn boek afgerond. Ik keek ook echt uit naar die wedstrijd, want door corona had ik niet veel wedstrijden gelopen. Blijkbaar was dat allemaal een goede voedingsbodem.”

Wie zichzelf aan de hand van één eigenschap definieert, wacht een gevaarlijk lot, zegt Montaigne ook, omdat je het als fundament van je eigen wezen gaat zien. Als die eigenschap om de een of andere reden verdwijnt, blijft er bijgevolg ook niet veel van je wezen over.

“Inderdaad. Ik ben altijd heel blij geweest dat ik twee grote passies heb. Het is fijn om met andere atleten gesprekken over richttijden en klassementen te voeren, maar vaak is het ook een verademing om in een domein actief te zijn waar mensen weinig van sport kennen en er dus ook geen vragen over stellen. (lacht)

“Ik weet dat het bij andere atleten soms heel zwaar kan wegen om altijd en overal ‘de atleet’ te zijn. Het is een groot gewicht op je schouders. Voor sommigen is het ook erg moeilijk om na hun carrière een nieuw leven te beginnen.”

‘Soms klinkt het bijna alsof je marathons moet lopen om een gelukkig en zinvol leven te leiden. Er zit iets dogmatisch aan.’  Beeld Wouter Maeckelberghe
‘Soms klinkt het bijna alsof je marathons moet lopen om een gelukkig en zinvol leven te leiden. Er zit iets dogmatisch aan.’Beeld Wouter Maeckelberghe

U zei daarnet dat het technologische aspect in de sportwereld dreigt te overheersen, en u haalt er in uw boek ook Blaise Pascal bij om aan te tonen dat atleten nog hun intuïtie moeten kunnen volgen.

“Pascal heeft het over de ‘esprit de géometrie’ en de ‘esprit de finesse’. Het eerste is absoluut nodig. Je moet als atleet je trainingstijden in de gaten houden en je lactaat laten meten, want om je prestaties te verbeteren heb je nu eenmaal meetbare gegevens nodig. Maar de esprit de finesse verwijst naar oneindig veel zaken die voor een individuele persoon belangrijk zijn om te presteren en die aan een rekenkundige verklaring ontsnappen.

“Voor mij heeft bijvoorbeeld Dijon een belangrijke rol gespeeld. Tijdens mijn doctoraat verbleef ik er elk jaar een tijdje om filosofisch onderzoek te doen. Het is niet de meest spectaculaire Franse stad, maar ze is voor mij zo verbonden met ontmoetingen en betekenissen dat ze wel degelijk mijn loopervaring en zelfs prestaties heeft beïnvloed.

“Wat het precies was, heb ik nooit helemaal kunnen grijpen. Laat staan dat ik het kon uitleggen. Journalisten of andere atleten vroegen me vaak: wat is het dan precies dat Dijon jou naar een hoger niveau tilt? Ik heb er nog steeds geen antwoord op. Ik kan wel zeggen dat de amandelcroissants er geweldig lekker zijn, maar dat zal wellicht niet de grote verklaring voor mijn prestaties zijn.” (lacht)

Nog een idee van Pascal is dat ‘de mens zijn kwetsbaarheid achter een scherm van grootsheid en perfectie verdringt’. Waarom vond u het belangrijk om daarover te schrijven?

“De rusteloosheid van de mens fascineert me. Je merkte het ook tijdens de coronacrisis. Mensen trokken massaal naar buiten, zogezegd om tot rust te komen, maar tegelijk kreeg Strava er een gigantisch aantal leden bij. (glimlacht) Zelfs in een periode waarin mensen bijna gedwongen werden om te rusten, zochten ze dus opnieuw naar manieren om de beste te zijn. Of toch beter dan de rest. Dan merk je toch hoe moeilijk we het hebben om bij onze kwetsbaarheid stil te staan.

“Van topsporters wordt zeker verwacht dat ze zich als een held voordoen. Onder druk van de entourage wordt een imago van zelfverzekerdheid en perfectie gecreëerd. Ik ken atleten die in het dagelijkse leven heel verlegen zijn, maar bijna verplicht worden om op Instagram of Facebook een bepaald beeld van zichzelf uit te dragen.

“Louise Carton, die overigens een goede vriendin is, heeft dat als eerste doorgeprikt door met haar getuigenis naar buiten te komen (Carton publiceerde in het voorjaar van 2019 een blogpost waarin ze schreef dat ze met een eetstoornis kampte, red.). ­Iedereen dacht: eindelijk iemand die het heeft aangedurfd. Daarna zijn er ook meer getuigenissen gekomen.

“Op 12 oktober 2019 liep de Keniaan Eliud Kipchoge als eerste ooit een marathon onder de twee uur. Zijn uitspraak ‘No human is limited’ is ondertussen legendarisch geworden. Maar los van het feit dat er een enorm team achter hem stond – van weerdeskundigen, fysiologen, voedingsdeskundigen en masseurs tot de sponsor Nike die de perfecte schoen voor hem produceerde – en je je kunt afvragen of hij zonder die entourage toch niet tegen een grens was aangebotst, kun je ook op filosofisch vlak de vraag stellen of de mens echt een grenzeloos wezen is dat steeds opnieuw progressie kan maken. Pascal zou zeggen: nee, de mens is nietig en kwetsbaar, en zijn enige grootsheid bestaat erin om zijn nietige en kwetsbare natuur te erkennen.”

U schrijft ook: ‘Als langeafstandsloopster zal ik niet ontkennen dat je van sport meer wilskracht, doorzettingsvermogen en soms een euforisch gevoel krijgt. Maar als filosofe sta ik bijzonder kritisch en sceptisch tegenover de gedachte dat iedereen marathonloper moet worden om zijn geluksgevoel te verhogen.’

“Lopen is populair, en dat is fijn, want bewegen is uiteraard heel goed voor mensen, maar soms klinkt het bijna alsof je marathons moet lopen of aan extreme trailrunning moet doen om een gelukkig en zinvol leven te leiden. Er zit iets dogmatisch aan. Terwijl het zeker niet voor iedereen geldt. Sommige mensen worden nu eenmaal gelukkiger van wandelen. Of van thuisblijven.”

'Wie opgeeft is geen loser, maar moet juist bewondering krijgen, omdat hij zich niet laat meeslepen in iets wat hij niet wil doen.' Beeld Wouter Maeckelberghe
'Wie opgeeft is geen loser, maar moet juist bewondering krijgen, omdat hij zich niet laat meeslepen in iets wat hij niet wil doen.'Beeld Wouter Maeckelberghe

Heeft de filosofie u al geholpen om met teleurstelling om te gaan?

“Ik heb hard afgezien van het feit dat ik niet geselecteerd was voor Rio. En ook van mijn opgave tijdens het WK marathon in Doha in 2019. Het was het grootste kampioenschap waarvoor ik mij ooit plaatste. Maar de hitte in Qatar was ondraaglijk en de luchtvochtigheid was extreem hoog. Na 14 kilometer besliste ik om uit de wedstrijd te stappen.

“Pas later heb ik die twee zaken breder kunnen zien: die gebeurtenissen zijn maar één deel van mijn carrière. Een atleet is nooit tevreden, maar de filosofie heeft me geholpen om toch dankbaar te zijn voor wat ik wel al bereikt heb, en met tevredenheid op mijn carrière terug te kijken.

“Wat na mijn teleurstelling voor Rio ook geholpen heeft, is dat ik heel snel andere wedstrijden ben gaan lopen, ook al voelde ik me mentaal echt niet goed. De week voor de Olympische Spelen zouden beginnen, heb ik het Belgisch kampioenschap 10 kilometer in Lokeren gewonnen. Daarmee was Rio bijna helemaal verdrongen.” (lacht)

Opgeven lijkt me toch een taboe in de sportwereld. Nog liever halfdood als laatste over de meet dan opgeven: heerst dat idee niet?

“Zeker. Het is niet evident. En je kunt natuurlijk niet bij elke training opgeven, want dan kom je nergens. (lacht) Maar soms moet je je eigen wil volgen. Jean-Paul Sartre werkte dat mooi uit. Het is een manier om authentiek en trouw te blijven aan jezelf, zegt hij. Wie opgeeft is dus geen loser, maar moet juist bewondering krijgen, omdat hij zich niet laat meeslepen in iets wat hij niet wil doen. Ik heb dat in Doha heel sterk gevoeld. Het is niet zo dat mijn lichaam na die 14 kilometer al helemaal op was. Ik had de wedstrijd kunnen uitlopen en eindigen in 3,5 uur. Maar tegen welke prijs zou dat zijn geweest?”

Een onderwerp waar u in uw boek niet over schrijft, wellicht omdat u er geen last van hebt, is het aftakelende lichaam.

“Ik moet hout vasthouden, maar voorlopig speelt mijn lijf me inderdaad geen parten. Tussen mijn 24ste en 25ste maakte ik wel een jaar mee waarin ik de ene na de andere blessure had, maar ineens ging het daarna dan toch weer goed. Ik drijf mijn lichaam in de voorbereiding nooit heel ver. Er zijn atletes die tegen de 200 kilometer per week lopen als ze voor een marathon trainen, maar dat heb ik nooit gedaan. Soms vraag ik me wel af of ik beter zou presteren mocht ik het wel doen. Anderzijds is het risico op blessures dan ook veel groter.”

Zowel uw geest als uw lichaam leveren topprestaties. Hebt u ooit het gevoel gehad dat u toch moest kiezen tussen de twee?

“Nee, ik heb me altijd in beide werelden thuis gevoeld. Ik beschouw me niet als een filosofe tussen de loopsters, of als een loopster tussen de academici.

“Natuurlijk zal de keuze ooit wel komen. Met filosofie kun je heel je leven bezig zijn, maar ik denk niet dat ik tot mijn 45ste op dit niveau ga kunnen blijven lopen. We zijn er ook nog niet uit of we kinderen willen of niet. Ooit zal ik de sport dus moeten achterlaten. Misschien lijkt het alsof ik het daar niet moeilijk mee ga hebben, omdat ik weet dat ik niet krampachtig moet vasthouden aan die passie waarmee ik mezelf identificeer, maar het zal toch niet simpel zijn.”

Voor een atleet is het lichaam in de eerste plaats een instrument om steeds verder en hoger te raken. Kunt u uw lichaam ook nog op een andere manier bekijken, als iets dat op zichzelf aangenaam en leuk is?

“Ik denk het wel. Op wedstrijdfoto’s sta ik zelden flatterend, vind ik (lacht), en dus geniet ik er wel van om in het gewone leven leuke kleren te dragen. Goed gaan eten, dat doe ik ook heel graag.

“Zodra ik mijn loopkleren aantrek, word ik wel een ander mens. In mijn boek vertel ik ook hoe ik mij als loopster kan ergeren aan wandelaars die mijn weg versperren in het bos en hen soms zelfs afsnauw. Terwijl ik in het dagelijkse leven eerder verlegen ben en mensen liefst tevreden wil stellen. Maar als ik train, schrik ik er soms zelf van hoe resoluut ik kan zijn. Onverdraagzaam zelfs, vrees ik.” (lacht)

Kan iemand die op zo’n niveau loopt de befaamde runner’s high eigenlijk nog ervaren?

“Soms wel, maar niet elke dag. Het gaat ook niet enkel om een lichamelijke roes. Mij overvalt nog geregeld een groot gevoel van vrijheid. Ik kan me echt gelukkig voelen als ik loop. Nu ja, van een loodzware training geniet ik niet per se. Dan wil je gewoon dat het gedaan is. Achteraf heb je natuurlijk die voldoening wel. Maar op het moment zelf is het soms hard vloeken.” (lacht)

Wat ligt er nu nog in het verschiet voor u?

“Voorlopig alleen veldlopen. En in het voorjaar hoop ik een goede halve marathon te kunnen lopen. Misschien een marathon.”

De Olympische Spelen van Parijs in 2024, werkt u daar ook nog naartoe?

“Dat blijft zeker in mijn hoofd zitten. De Spelen zijn de droom van elke atleet. Zolang ik loop en zolang ik op niveau blijf, hoop ik daar ooit te staan.”

 Hanna Vandenbussche, Het lot van Atalanta,  Houtekiet, 208 p., 22,99 euro. Beeld rv
Hanna Vandenbussche, Het lot van Atalanta, Houtekiet, 208 p., 22,99 euro.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234