Woensdag 05/10/2022

InterviewPieter Gaudesaboos

‘Bah, liefde, zuchten de stoere jongens eerst. Heerlijk hoe het verhaal ook hen stil krijgt’

Pinguïn en Beer, getekend door Pieter Gaudesaboos. Beeld Pieter Gaudesaboos
Pinguïn en Beer, getekend door Pieter Gaudesaboos.Beeld Pieter Gaudesaboos

Met Een zee van liefde won Pieter Gaudesaboos dit voorjaar de eerste Boonprijs. In Hasselt geeft hij Beer en Pinguïn een tweede leven in een raamexpo. ‘Ik vind een mooi verhaal met toevallig twee verliefde jongens leuker dan een ­probleemboek over homo­seksualiteit.’

Jonas Mortier

Het zat in elk boekenpakket met vakantielectuur dat Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) vorige week aan zijn ministers gaf: Een zee van liefde van Pieter Gaudesaboos (43). Het prentenboek, een ode aan de liefde, sleepte dit voorjaar de allereerste Boon voor kinder- en jeugdliteratuur in de wacht en was dus een logisch cadeau. Al is het misschien ook een hint van Jambon aan zijn ministers voor wat meer liefde in de politiek?

Hoe dan ook, sinds Een zee van liefde de Boon won, doet het het opvallend goed in de boekenwinkels. Daarvoor mag Gaudesaboos ook zijn dochter dankbaar zijn. “Het verhaal van Een zee van liefde is me door haar ingefluisterd. Op een dag vroeg ze: wat is liefde? Ik was zodanig verrast dat een kind van vijf zich die vraag stelde. Op die leeftijd was ik daar absoluut nog niet mee bezig. Maar ik voelde wel een soort verantwoordelijkheid als ouder: nu moet ik wel het perfecte antwoord geven.

null Beeld Pieter Gaudesaboos
Beeld Pieter Gaudesaboos

“Ik heb haar proberen uit te leggen wat liefde is, maar hoe meer antwoorden ik gaf, hoe meer nieuwe vragen ze stelde. Ze vroeg me onder andere: kan je verliefd worden op iemand die helemaal anders is: groter of kleiner, of met een andere huidskleur? Natuurlijk, zei ik. Toen wilde ze ook weten: kan je dan ook verliefd worden op iemand die helemaal hetzelfde is, zoals twee jongens of twee meisjes? Mijn dochter heeft zelf twee vaders, dus uiteraard kan dat.

“Dat gesprek ging nog een tijdje door, maar dat waren toch wel de vragen die in mijn hoofd bleven hangen en waaruit het verhaal is gegroeid. Ik wilde twee totaal verschillende figuren verliefd op elkaar laten worden. Dat werden aan de ene kant de kleine gedrongen pinguïn die de dingen heel wetenschappelijk benadert, die verliefdheid ervaart als een verschrikkelijke last op zijn schouders. En dan is er de levenslustige beer, die complexloos door het leven gaat, die weliswaar niet weet wat liefde is maar dat ook niet erg vindt. Dat was het uitgangspunt.

“Het staat er niet letterlijk in, maar je hebt wel door dat beer en pinguïn twee jongens zijn die verliefd worden op elkaar. Ik vind het leuker om het op die manier te vertellen, als in hoofdzaak een mooi verhaal waarbij de protagonisten toevallig twee jongens zijn, dan een probleemboek over het onderwerp homoseksualiteit. Nee, het is een boek over liefde, en het maakt verder weinig uit of de hoofdpersonages nu twee jongens, twee meisjes of een gemengd stel zijn.

null Beeld Pieter Gaudesaboos
Beeld Pieter Gaudesaboos

“Vaak als ik workshops of lezingen aan zeven- of achtjarigen geef, zijn er wel een aantal stoere kinderen die meteen beginnen zuchten: oh bah, liefde. Ik begin altijd met dezelfde drie vragen: ‘Weten jullie wat liefde is?’ Daarop heeft iedereen min of meer een antwoord. ‘Kan je verliefd worden op iemand die totaal verschillend is?’ Iedereen kent wel voorbeelden. En tot slot: ‘Kan je verliefd worden op iemand die hetzelfde is?’ En bij die laatste vraag merk je dat er in veel klassen een soort tumult ontstaat, met aan de ene kant lang uitgesponnen odes aan de vrije liefde en aan de andere kant geroep dat het níét kan.

“Dan begin ik dat verhaal te vertellen en ik weet op voorhand - daar heb ik geweldig veel plezier in - dat ik ze op een bepaald moment stil krijg. Als het gedaan is, vraag ik het nog eens: ‘Wat denken jullie nu, kan het of niet?’ Het is heerlijk om dan te merken dat ook de stoere jongens overtuigd zijn. Het is nooit mijn bedoeling geweest een boek te maken met een boodschap, maar ik vind het wel mooi dat je toch iets teweeg kan brengen. Het mooie is ook dat kinderen zich nog laten overtuigen. Al moet ik toegeven dat er ook vaak gastjes zijn van nog maar vijf of zes jaar die al zo gevormd zijn door hun ouders dat ze al een vastgeroeste mening hebben over wat kan en niet kan. Dat vind ik best ontluisterend.”

De minst getalenteerde van de klas

“Ik ben toevallig de wereld van de prentenboeken ingerold. Eigenlijk ben ik geen illustrator van opleiding. Ik heb grafische vormgeving en fotografie gestudeerd. In die opleiding kregen we lessen waarnemingstekenen, ik was de minst getalenteerde van de klas. Wij moesten in de haven van Gent allerlei constructies zo realistisch mogelijk natekenen, maar dat kon ik niet. In die groep van toen wordt het nog altijd als een goede grap gezien dat uitgerekend ik van illustreren mijn beroep heb gemaakt. In mijn eerste vier boeken werd er weinig of niets getekend, ik maakte ze met foto’s en allerlei grafische elementen. Ik heb pas leren tekenen door boeken te maken. Pas de jongste jaren durf ik mezelf illustrator te noemen.

Pieter Gaudesaboos (links) won de Boon-prijs in de categorie kinder- en jeugdliteratuur. Marieke Lucas Rijneveld schoot de hoofdvogel af in de categorie fictie en non-fictie. Beeld BELGA
Pieter Gaudesaboos (links) won de Boon-prijs in de categorie kinder- en jeugdliteratuur. Marieke Lucas Rijneveld schoot de hoofdvogel af in de categorie fictie en non-fictie.Beeld BELGA

“Het voordeel van op die manier te debuteren was dat ik geen angst had. Ik kende niets van de illustratiewereld, ik kende bij wijze van spreken geen enkele illustrator. Dus deed ik gewoon waar ik zin in had. Ik heb dat altijd een beetje als gouden regel aangehouden: ik maak de boeken die ik zelf zou kopen. Geen softe tusseninboeken. Ik ben gedebuteerd met Roodlapje, wat tot vandaag mijn meest gedurfde, vreemde en absurde boek is. Als debutant moet je je zin doen, vind ik. Ik hoor jonge mensen wel eens zeggen: ik ga braaf beginnen en dan geleidelijk scherper worden. Maar ik denk dat dat net de kracht is van een debutant: er zijn nog geen verwachtingen. Er zijn geen lezers of een uitgever die iets van je verwachten.

“Zeker de eerste tien jaar heb ik echt gedaan wat ik wou en mijn eigen publiek gekweekt. Pas wanneer een boek klaar was, ging ik een eerste keer nadenken: is dit nu meer iets voor een drie- of voor een elfjarige? Ik hoor vaak van bibliothecarissen dat ze niet goed weten waar ze mijn boeken moeten plaatsen. De ene keer maak ik een poëzieboek, de andere keer een boek voor peuters - daarin ligt mijn vrijheid. Je doet je eigen zin en nadien zie je wel bij welke leeftijd het terechtkomt.”

Succes

Een zee van liefde is nu weliswaar heel succesvol, maar ik heb ook boeken gemaakt die minder succes hadden. Soms ga je dan twijfelen: moet ik niet ietsje meer mainstream zijn? Maar uiteindelijk geloof ik dat als je hard genoeg werkt en koppig en eigenzinnig je ding blijft doen, je uiteindelijk wel een publiek zal bereiken. En dat een boek dat helemaal van jezelf is, veel waardevoller is dan het zoveelste boek over roze eenhoorns waar je hart niet in ligt.

“Uiteraard is het fijn om in de prijzen te vallen. Door die eerste Boon en nu ook de Zilveren Griffel in Nederland te winnen zie je dat de verkoop gigantisch de hoogte in schiet. Plots wordt een boek heel zichtbaar. Ik heb het tegendeel vaak genoeg meegemaakt: dat ik naar een boekhandel ging en dat mijn boek er niet lag. Dat is heel erg frustrerend, want als het er niet ligt, kan niemand het kopen. Ik heb me in het verleden ook wel eens opgeboeid over het feit dat de periode dat een boek op een mooie plaats in de winkel ligt stilaan korter is dan de tijd die je eraan gewerkt hebt. Als je in het voorjaar een boek uitgeeft, is dat al oud nieuws tegen het najaar.

null Beeld Pieter Gaudesaboos
Beeld Pieter Gaudesaboos

“Dat is het nadeel aan de enorme rijkdom in ons land op het gebied van kinderboeken: er is een enorm aanbod waarmee je moet concurreren. Het voordeel van zo’n prijs is dat je weet dat het boek een aantal jaren zal meegaan. Het gaat niet al tegen het voorjaar ondergesneeuwd zijn. Ook evenementen als Zin in Zomer zijn daarom geweldig. Ik vind het altijd leuk als boeken een keertje uit de bibliotheken of boekhandels ontsnappen en in het straatbeeld opduiken. Het verlengt ook weer de levensduur van een boek. Daar kan ik alleen maar blij om zijn.

“In België ligt het niveau van de illustratoren momenteel ontzettend hoog. Een paar uitgeverijen hebben het aangedurfd hoog in te zetten en haast kunstboeken voor kinderen te maken. Die verkochten wonderbaarlijk goed en daardoor is er een markt ontstaan. De tijd is voorbij dat illustratoren gedienstig en gedwee toegepaste tekeningen maakten, die nergens anders thuishoorden dan in een kinderboek. Vandaag belanden die tekeningen op expo’s, waarnaar mensen van heinde en verre komen kijken.

“Ik werk vaak samen met een Ierse schrijfster die regelmatig naar Vlaanderen komt. Zij kijkt haar ogen uit in de boekhandels hier. Zo’n fantastisch aanbod. Omgekeerd merk ik het ook als ik in Ierland of Engeland ben. De illustraties zijn er vaak zo braaf, zo traditioneel, het lijkt wel een stap terug in de tijd. Wij illustratoren zijn ons daar beter bewust van, maar een Belg die niet met kinderboeken bezig is beseft dat wellicht niet: hoe ontzettend blij we mogen zijn met wat wij hier hebben.”

Pieter Gaudesaboos Beeld Pieter Gaudesaboos
Pieter GaudesaboosBeeld Pieter Gaudesaboos

Hasselt en Genk zetten illustratoren in de kijker

Zin in Zomer, het ‘fijnste festival voor literatuur en illustratie’, vindt dit jaar plaats in Hasselt en Genk. Verspreid over beide steden vind je de hele zomer dertien tentoonstellingen van topillustratoren als Charlotte Dematons, Kitty Crowther en Paddy Donnelly. Bescheiden pop-upraamexpo’s worden afgewisseld met uitgebreidere expo’s in Villa Verbeelding en de Oude Gevangenis of de bibliotheek van Hasselt. Een en ander mondt uit in een feestelijk festivalweekend op 26, 27 en 28 augustus, met workshops, vertellingen en live illustratie door onder anderen Fatinha Ramos en Carll Cneut. Info en tickets op www.zininzomer.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234