Woensdag 29/06/2022

ReportageImprotheater

Belgische Improvisatieliga wint Ultima: ‘Als je je op dit podium recht kunt houden, kun je dat overal’

Tijdens de wedstrijden van de BIL staan twee improploegen tegenover elkaar in een ring. ‘Het publiek is ongenadig.’ Beeld Thomas Nolf
Tijdens de wedstrijden van de BIL staan twee improploegen tegenover elkaar in een ring. ‘Het publiek is ongenadig.’Beeld Thomas Nolf

De Belgische Improvisatieliga, die de Ultima voor Amateurkunsten kreeg, brengt al dertig jaar grote namen voort. Wat is haar gouden recept? ‘Als er iets fout gaat, vliegen er vanuit de hele zaal pantoffels naar het podium.’

Kelly Van Droogenbroeck en Luka De Kinder

“De ceremoniemeester is wat nerveus, want hij is zijn broek kwijt.” Achter de schermen van het Gentse theater Tinnenpot staan de zenuwen gespannen voor een wedstrijdje improviseren. Een kleurrijk uitgedoste man baant zich gehaast een weg door het doolhof van kamers. “Zonnebril op en gaan”, roepen twee mannen enthousiast.

Zij zullen niet veel later van achter de dj-tafel het publiek opwarmen. Op de tonen van Marvin Gayes ‘Sexual Healing’ bevelen ze totale wildvreemden om elkaars schouders te masseren. “Vergeet geen pantoffel uit de doos mee te nemen”, deelt de vrouw aan de ingang nog vlug mee. Het mag duidelijk zijn: een optreden van de Belgische Improvisatieliga (BIL) is een belevenis als geen ander.

Dertig jaar

Al meer dan dertig jaar organiseert de BIL improvisatie-avonden en -wedstrijden. Veel bekende Vlaamse tv-gezichten zoals Tom Lenaerts, Tom Waes, Rob Vanoudenhoven en Evi Hanssen verfijnden hier hun podiumtalent. Vaak wat in de luwte, al kwam de organisatie midden jaren negentig ook even in de spotlights te staan door Onvoorziene omstandigheden, een programma dat toen twee seizoenen op het tweede VRT-net liep. Bedenker en presentator Mark Uytterhoeven was voor zijn programma de mosterd gaan halen bij de wedstrijden van de BIL en bracht meteen ook een groot deel van haar spelers over naar het televisiescherm.

“Toen heeft de BIL het wel even moeilijk gehad”, herinnert ceremoniemeester Max La Menace zich, die er al sinds de start in 1992 bij is. “We verloren onze acteurs en ook de raad van bestuur besliste om te stoppen. Maar we wilden de BIL niet ten onder laten gaan, dus zochten we een nieuwe leiding en een groep spelers met wie we heel intensief begonnen te trainen. Naast onze reguliere programmatie hebben we toen ook een tak voor bedrijfs- en schoolanimaties opgericht.”

Dankzij die bijkomende verdienmodellen kon de BIL niet alleen tot nu blijven bestaan, maar deed ze dat ook zonder subsidies. Elk jaar blijft de liga bovendien via haar opleidingen een nieuwe lichting spelers met veel goesting aantrekken. Acteurs zoals Bill Barberis (Thuis, Flikken) en Dempsey Hendrickx (Helden, de Buurtpolitie) tonen dat de BIL nog altijd een kweekvijver voor jong talent is.

Pantoffels

Een constante in de geschiedenis van de BIL zijn de wedstrijden, waarbij twee ploegen tegenover elkaar staan in een nagebouwde ring. Zelfs aan een eigen volkslied is gedacht. Scheidsrechters en een ceremoniemeester kondigen de onderwerpen, speeltijd en eventuele beperkingen in aantal spelers of attributen aan. Het publiek mag mee de scenario’s en winnaar bepalen. “En als er echt iets fout gaat, vliegen er vanuit de hele zaal pantoffels naar het podium, die vaak tegen het hoofd van de persoon op de volgende rij belanden”, vertelt Sabine De Vos, presentatrice en lange tijd meter van de BIL.

Scheidsrechters en een ceremoniemeester kondigen de onderwerpen, speeltijd en eventuele beperkingen in aantal spelers of attributen aan. Het publiek mag mee de scenario’s en de winnaar bepalen. Beeld Thomas Nolf
Scheidsrechters en een ceremoniemeester kondigen de onderwerpen, speeltijd en eventuele beperkingen in aantal spelers of attributen aan. Het publiek mag mee de scenario’s en de winnaar bepalen.Beeld Thomas Nolf

Tijdens een van de laatste scènes van de wedstrijd in Gent stelt een Viking-personage ‘echte’ mannelijkheid gelijk aan verkrachten. Toch vliegen er maar drie pantoffels door de lucht. Is de BIL dan een van de laatste plekken die aan de wokecultuur ontsnapt?

Ceremoniemeester La Menace vindt van niet. “De staf en scheidsrechters kaarten het zeker aan als er iets te brutaals gezegd wordt. Veel hangt ook af van de context: is het onderdeel van de scène of probeert de speler gewoon te scoren met een seksistische uitspraak?” Scheidsrechter Frank De Block, zelf jarenlang speler geweest, vult aan: “Het is niet de bedoeling dat spelers via simpele oneliners proberen op te vallen. Je moet bij ons echt wel een verhaal brengen. Na een goede voorstelling kom je zo opgeladen thuis. De hele week nadien ben je een adrenalinebom.”

Rob Vanoudenhoven herinnert zich nog goed hoe hij keer op keer zo hard in het verhaal zat dat hij en zijn collega hetzelfde onbestaande decor voor zich zagen: “Plots ziet je medespeler elke deur, elk kastje en elke ingebeelde kop koffie die je nergens neerzet ook staan.” Al verloopt zeker niet elke avond avond even vlot. “Je had avonden waarop de mayonaise goed pakte, maar je had ook avonden waarop je in een diep gat in de grond wou verdwijnen”, getuigt Tom Waes.

Leerschool

Maar ook gefaalde avonden zijn leerrijk, zegt Waes. “Je moet je durven gooien, ook al is dat compleet buiten je comfortzone. Dat heeft mij geleerd niet bang te zijn als er niets op papier staat. Een gesprek in Reizen Waes is bijvoorbeeld altijd geïmproviseerd. Mijn ervaring in de BIL zal mij daar zeker bij geholpen hebben.” Ook Sabine De Vos weet hoe moeilijk improviseren is: “Je wordt voor de leeuwen gegooid en als iets niet lukt, is het publiek ongenadig. Je leert om te gaan met enorme stress en onzekerheid. Als je je daar recht kan houden, kun je het echt wel overal.”

Vanoudenhoven treedt Waes en De Vos bij: “Voor mensen die iets voor een publiek willen doen, is het een ideale leerschool. Je leert uit het niets een verhaal op te bouwen. En dat het niet erg is om op je gezicht te gaan.”

Ook voor mensen die geen carrière in de media hebben, komen improvisatietechnieken van pas. Sophie Van den Eynden, coach bij de BIL, noemt improvisatietheater haar therapie. “De technieken die wij gebruiken om goede scènes te brengen, kun je ook naast het podium toepassen. Je leert hoe je anders kunt reageren, hoe je het idee van een ander kunt accepteren en hoe je een connectie kunt aangaan met een simpele blik.”

Sascha Reunes, speler bij de BIL, heeft dankzij improvisatie haar verlegenheid voorgoed van zich af geslingerd. “Liet ik vroeger in de supermarkt een pot vallen, dan was ik onder de grond gekropen van schaamte. Nu denk ik gewoon: shit happens, ik ben al afgegaan voor tweehonderd mensen. Dit kuisen we gewoon op en dan is het voorbij.”

Teamsport

Een van de technieken die de liga haar leden aanleert, is op alles ja te zeggen. “Je mag nooit afblokken, je kunt beter iets positiefs toevoegen”, getuigt Celine Rosseel, speler bij de BIL. Op die manier is improviseren een echte teamsport. Als de ene speler aan een verhaal begint, is het aan de rest van het team om daarin mee te gaan. “Iedereen gunt het elkaar om te scoren”, zegt Wout Van Ginhoven. “En als dat niet lukt, ga je samen ten onder.” Daar pikt Reunes op in: “Samen impro spelen is de positieve versie van samen naar de oorlog trekken. Het creëert een soort van kameraadschap die alleen zij begrijpen.”

Bij de improvisatieliga hebben ze geen tekst om vanbuiten te leren. Al betekent dat niet dat er niet gerepeteerd wordt, of dat je improviseren niet kunt oefenen. “De scènes zijn wel geïmproviseerd, maar dat wil niet zeggen dat over de hele voorstelling nog niet is nagedacht”, zegt coach Sophie Van den Eynden. “Het is een show zoals een andere: alles wat vastligt, moet je repeteren. Een openingsceremonie bijvoorbeeld moet juist zitten.” Waes illustreert hoe zo'n repetitie er in zijn tijd uitzag: “Een van de oefeningen was een geïmproviseerde scène spelen en daarna herhalen met een andere emotie. Een keer lachend, een keer huilend en een keer boos.”

Een speler: 'Ik neem het improvisatietheater heel serieus, maar mezelf neem ik niet serieus.' Beeld Thomas Nolf
Een speler: 'Ik neem het improvisatietheater heel serieus, maar mezelf neem ik niet serieus.'Beeld Thomas Nolf

Johan Bolsens, die ook lid is van de BIL, vindt de georkestreerde chaos van de voorstellingen de grootste charme. “Ik neem het improvisatietheater heel serieus, want mensen betalen geld en een babysit. Maar ik neem mezelf niet serieus.” La Menace voegt daaraan toe: “De mooiste spelers zijn diegenen die onzeker blijven. We kunnen als improvisatoren vaak arrogant overkomen, maar dat is een masker.”

Die aanpak weet nu ook de jury van de Ultimas te bekoren, die de BIL na dertig jaar bekroont met de Ultima voor Amateurkunsten. “De Belgische Improvisatieliga vervult al dertig jaar een pioniersrol in het genre”, luidt het in het juryrapport. “Door haar brede en bijzonder professionele werking en haar voortdurende artistieke inventiviteit tilt ze het improvisatietheater telkens weer tot een hoger niveau.” De BIL is daarmee ook een voorbeeld voor de sector: “Amateurs zijn dus zeker geen knoeiers in knullige parochiezaaltjes.”

Max La Menace is blij dat hun inzet erkend wordt. “Professionalisme klinkt misschien wat bombastisch en oubollig, maar het bevestigt dat we een stevige fundering hebben gelegd waarop de rest kan voortbouwen.” Volgens hem is dit de eerste grote erkenning. “Het is een fijne beloning voor meer dan dertig jaar inspanning.” Of zoals Vanoudenhoven het krachtig samenvat: “Het werd begot tijd dat de BIL een Ultima won.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234