Dinsdag 27/09/2022

InterviewChoreograaf Jan Martens

Choreograaf Jan Martens maakt indruk in Avignon: ‘Als ik nu terugkijk, denk ik: hoe snel zijn de dingen gegaan voor mij!’

Jan Martens tussen de dansers.  Beeld OBV/Christophe Rainaud De Lage
Jan Martens tussen de dansers.Beeld OBV/Christophe Rainaud De Lage

Voor podiumkunstenaars is er geen prestigieuzere scène dan de Cour d’Honneur in het Pausenpaleis van Avignon. Met het balletkorps van Opera Ballet Vlaanderen buigt choreograaf Jan Martens er zich over onze nabije toekomst in FUTUR PROCHE. ‘Ik weet ook niet hoe onze toekomst eruit zal zien. Maar we mogen niet in het ijle blijven hangen.’

Ewoud Ceulemans

Wanneer u dit leest, is de speelreeks van FUTUR PROCHE, de eerste voorstelling van choreograaf Jan Martens (38) bij Opera Ballet Vlaanderen, net over de helft. Zondag lopen de tribunes voor de Cour d’Honneur, het immense podium dat wordt opgetrokken in het binnenplein van het Pausenpaleis in Avignon, voor de laatste keer vol met zo’n 2000 toeschouwers. Alles tezamen zullen zo’n 10.000 dansliefhebbers zijn nieuwste stuk hebben gezien, een jaar nadat hij op een van de kleinere podia in Avignon werd bedolven onder een staande ovatie voor Any attempt will end in crushed bodies and shattered bones.

Dat die voorstelling impact had, blijkt niet alleen uit het feit dat Martens nu terugkeert als een van de headliners van het festival, maar ook dat twee dagen na de laatste voorstelling van FUTUR PROCHE Kae Tempest op de scène van de Cour d’Honneur staat. Tempests optimistische protestsong ‘People’s Faces’ weerklonk in een sleutelscène van Any attempt. “Ik heb nog even met Agnès (Troly, programmator van het festival, EWC) en Olivier (Py, directeur, EWC) gepraat, en ik denk dat ze hen hebben leren kennen door Any attempt”, vertelt Martens. “Maar met spijt in het hart ben ik hier dan niet meer. Het is heel fijn om hier te zijn, maar ook heel vermoeiend. Zondag is de laatste voorstelling, dus maandag ga ik naar huis en pak ik mijn koffers om woensdag op vakantie te vertrekken. In plaats van de ongetwijfeld magische gebeurtenis die de show van Kae Tempest zal zijn. Dat zijn keuzes die je moet maken.”

We spreken de choreograaf woensdagmiddag op een broeierig terras in Avignon, terwijl de Provençaalse krekels op de achtergrond een eindeloze, monotone symfonie spelen. De avond voordien ging FUTUR PROCHE in première, en opluchting overheerst. “De Cour d’Honneur is heel prestigieus, heel groots. Iedereen spreekt erover, iedereen leeft naar die voorstelling toe. Om achteraf te kunnen zeggen dat het fantastisch was, of een flop.” Martens heeft net de eerste recensies gelezen – ze variëren van positief tot lovend.

Asregen

FUTUR PROCHE, een dansvoorstelling over de nood om het gezamenlijk over een andere boeg te gooien willen we in de nabije toekomst nog een leefbare wereld te onzer beschikking hebben, is nochtans behoorlijk uitdagend. In zekere zin bouwt het stuk verder op het opzwepende Any attempt, over de kracht van protesteren. Net als in dat stuk staan er 17 dansers op scène, die bewegen op het ritme van hedendaagse klavecimbelmuziek – het barokke instrument staat parmantig in het midden van de 35 meter brede scène.

Het is een voorstelling van contrasten, waarin elke danser zijn eigen stijl en identiteit viert, en tegelijk het belang van de groep wordt benadrukt. Een voorstelling die schippert tussen chaos en harmonie, tussen intiem en megalomaan, tussen klassiek en hedendaags: de hyperscherpe close-ups van vijf dansers die op de verweerde, eeuwenoude gevel van het Pausenpaleis worden geprojecteerd brengen verleden en toekomst samen.

“Ik denk dat Any attempt, in al zijn rebellie, veel leesbaarder was dan deze voorstelling”, vindt Martens. “FUTUR PROCHE is meer reflectief, meer ambigu. Any attempt was een uitroepteken, FUTUR PROCHE is een vraagteken. Ik ga ook niet poneren dat ik weet hoe de toekomst eruit zal zien. Maar ik wil wel duidelijk maken dat we ons nu in een staat bevinden waarin we de toekomst níét definiëren, waarin we géén beslissingen nemen, waarin we in het ijle blijven hangen. Dát is de problematiek: de onmacht om onze onoverwinnelijkheid van ons af te werpen, om te beseffen dat we kleine wezens zijn die harder moeten proberen dan we nu doen. Want we eten af en toe wat minder vlees, we nemen wat vaker de trein, maar als puntje bij paaltje komt nemen we toch het vliegtuig om op vakantie te gaan.”

'FUTUR PROCHE' Beeld RV Filip Van Roe
'FUTUR PROCHE'Beeld RV Filip Van Roe

FUTUR PROCHE gaat in première in een Europa dat geteisterd wordt door ongeziene hittegolven. En dus moeten de dansers ook in hoge temperaturen – de voorstelling start om halftien, maar dan wijst de thermometer nog ruim 30 graden aan – performen. “Maar je komt wel in een vibe terecht waarbij je lijf eraan went dat het overdag zó warm is, dat de temperatuur om halftien plots heel koel aanvoelt”, legt Martens uit. “Ik heb de indruk dat de dansers eigenlijk heel weinig last hebben van de warmte. We kúnnen ook niet repeteren overdag, vanwege de locatie: het Palais des Papes is een toeristische trekpleister, tot zes uur ’s avonds is er geen stilte. We konden steeds pas om zeven uur beginnen. Het is heftig om zo weinig tijd te hebben, maar ‘temperatuurtechnisch’ was het wel een meevaller.” (lacht)

Tijdens de repetities werd de klimaatverandering nochtans erg concreet: tijdens de generale op maandagavond daalde een asregen over de scène neer, het gevolg van een bosbrand in de regio. “Dat was een heel bizar moment”, zegt Martens. “Het begon iets te erg samen te vallen met de voorstelling. Wat een fictionele voorstelling was, werd plots heel erg reëel. Dat was even heel scary, heel raar. Het werd even wat té toepasselijk.”

Een van de hoogtepunten van het bezwerende FUTUR PROCHE is een scène waarin de dansers een ketting vormen om talloze emmers water aan te voeren en er een gigantische tobbe mee te vullen, waarin ze elkaar vervolgens dopen, kopje onder gaan, en er herboren uitkomen. Het is een sleutelscène voor wat de voorstelling wil zeggen. “FUTUR PROCHE gaat niet alleen over het klimaat, al gaat daar nu wel veel aandacht naartoe. Maar als je slechts op één thema focust, riskeer je een heel eenzijdige lezing van de voorstelling te bekomen, terwijl het voor mij veel breder gaat. Voor mij is het thema vernieuwing en hernieuwing. Hoe kijk je naar een ballet van deze tijd? Hoe kunnen we daar nog stappen in zetten, in onze ‘progressieve’ sector waar er toch nog een heerschappij bestaat van uniforme lichamen en hiërarchische structuren? Daar gaat het voor mij óók over.”

Ellebogen

Voor iemand die op zijn 38ste een van de grote namen is van Opera Ballet Vlaanderen en vijf avonden na elkaar op het Cour d’Honneur van het Theaterfestival van Avignon staat, is Martens een laatbloeier. Pas op zijn achttiende begon hij te dansen. “Ik kom niet uit een kunstzinnige familie, of toen waren ze dat toch niet – nu volgen ze alles, zijn ze supergeïnteresseerd. (lacht) Maar op mijn zestiende had ik een vriendin die wel uit een kunstminnend gezin kwam. Daar stond een piano in huis, en dvd’s van arthousefilms. Dat had ik nog nooit gezien. In Antwerpen ging ik daarna naar het theater, naar Toneelhuis en De Singel – voorstellingen van Jan Fabre en Anne Teresa De Keersmaeker. Zo is het begonnen.”

null Beeld RV Filip Van Roe
Beeld RV Filip Van Roe

Uiteindelijk volgde Martens een dansopleiding in Tilburg, al zat daar geen groot masterplan achter. “Ik was met een opleiding Germaanse talen begonnen in Gent, maar in april besloot ik om mijn eerste jaar niet af te maken. Dan ben ik in De Brug frieten gaan bakken, maar ik voelde: dit kan het ook niet zijn. Tegelijkertijd was ik beginnen te dansen, en ik voelde me daar heel goed bij. Een vriendin zat op de dansacademie in Tilburg, en vertelde me dat er die week audities waren. Ik werd aangenomen zonder verder te kijken naar andere opleidingen. Pas later besefte ik dat ook scholen als P.A.R.T.S. in Brussel of het Conservatorium in Antwerpen waren, en dat al die opleidingen hun eigen identiteit hebben.”

“In Nederland is het veld helemaal anders dan in België. De voorstellingen die ik in Nederland zag, waren afschuwelijk. Dat was allemaal neoklassiek. Bij Anne Teresa en Jan Fabre zag je mensen op het toneel: in Nederland waren het allemaal robots. Dat wilde ik niet. Ik heb mijn opleiding wel afgemaakt, maar ik ben toen al begonnen met zelf dingen te maken, die goed ontvangen werden op open podia. Maar na mijn afstuderen, in 2006, kwam dat helemaal niet van de grond. Ik kwam van Tilburg, ik had geen netwerk in Antwerpen, en in Vlaanderen hebben Nederlandse scholen ook een bepaalde stempel. Dat was heel frustrerend. Als je jong bent en je probeert drie jaar lang iets van de grond te krijgen, lijkt dat een immens lange tijd waarin het niet lukt. Maar als ik daar nu op terugkijk, denk ik: hoe snel zijn de dingen gegaan voor mij! Ik ben 38 en sta hier op de Cour d’Honneur van Avignon.”

In 2014 richtte Martens zijn eigen gezelschap, GRIP, op. Hij maakte indruk met voorstellingen als Rule of Three, Ode to the Attempt en Passing the Bechdel Test en werd vorig jaar, samen met Anne Teresa De Keersmaeker en Jermaine Spivey, associate artist bij een immens instituut als Opera Ballet Vlaanderen. “Het heeft voordelen en het heeft nadelen. Bij elke voorstelling zijn er achter de schermen ontzettend veel mensen betrokken: het kostuumatelier, stagehands die ervoor zorgen dat alles in orde is… Alles verloopt ongelooflijk professioneel. Maar zo’n instituut heeft ook een protocol ontwikkeld dat voor hen heel goed werkt, maar niet gericht is op de individuele behoeften van een individuele kunstenaar. Dat is een manier van werken die voor mij totaal niet organisch is, die ik belemmerend vind.”

Future Proche by Jan Martens Beeld RV Filip Van Roe
Future Proche by Jan MartensBeeld RV Filip Van Roe

“Maar het is ongelooflijk dat ze mij uitnodigen, dat ze mij carte blanche geven. ‘Oké, je wilt hedendaagse klavecimbelmuziek op de Cour d’Honneur? Let’s go for it.’ Dat zijn geweldige ontwikkelingen die tien jaar geleden niet gebeurden, en dat is alleen maar toe te juichen. En als ik bij een groot instituut als Opera Ballet Vlaanderen binnenkom, gebruik ik wel mijn ellebogen om het op mijn manier te doen. (lacht) Dat is voor mij de beste manier om te functioneren. Het gaat tenslotte om mijn werk.”

Ballet

FUTUR PROCHE is Martens’ eerste voorstelling met een corps de ballet van klassiek opgeleide dansers. Voor eerdere voorstellingen koos hij een amalgaam aan dansers met verschillende opleidingen en verschillende achtergronden. “Het was heel interessant om mijn eigen vooroordelen ontkracht te zien worden”, blikt Martens terug op het repetitieproces. “Ik had een uniforme groep verwacht, maar ik was aangenaam verrast door de diversiteit die daar zit. Gaandeweg heeft die diversiteit zich ook verder ontvouwd. Het was fantastisch om met hen te werken. Vanaf dag één waren ze super geëngageerd en heel intens. Ze hebben de dingen nooit in vraag gesteld. Terwijl ik heel goed weet dat sommige dingen die ik vraag voor hen heel raar zijn, zeker in vergelijking met wat ze van andere choreografen van het ballet gewoon zijn. Dat was heel dankbaar: hun totale geloof, hun enorme goesting.”

De opleiding van zijn dansers heeft ook een invloed op de choreografie die hij voor hen ontwikkelt, verklaart Martens. FUTUR PROCHE is allesbehalve een klassiek ballet, maar klassieke, herkenbare bewegingen als pirouettes en pliés krijgen wel een prominente plaats op de scène van het Cour d’Honneur. “Dat is ook de fun: de dansers hoeven niet te ontkennen waar ze vandaan komen. Een plié is een basisbeweging: dat is heel bevredigend voor het publiek, maar ook voor de dansers zelf. Ze kunnen zich vernieuwen, ze kunnen nieuwe bewegingen zoeken, zonder dat ontkend wordt waarvoor ze hebben getraind. Dat is heel waardevol. Tien jaar geleden wilde ik me daar echt tegen afzetten, maar nu begrijp ik de waarde daarvan, van de kunstmatigheid en de arbeid van het ballet.”

Niet dat Martens geïnteresseerd is in het betreden van platgetreden paden. “Ik voel nu een enorme vrijheid om dingen te proberen, om echt buiten de lijntjes te kleuren”, zegt hij. “Ik vind het belangrijk om op geïnstitutionaliseerde plekken als de Cour d’Honneur iets radicaals te doen. Dat is geen evidente keuze. Je zou ook de reflex kunnen maken om hier iets meer publieksvriendelijk te maken, maar voor mij was het net omgekeerd. Ik denk dat we het publiek heel vaak onderschatten. En ik vind het enorm fijn dat ik bij machte ben om te zeggen: en nu ga ik 10.000 mensen laten luisteren naar hedendaagse muziek voor klavecimbel. Dat vind ik zalig: dat mensen die de klavecimbel haten onze voorstelling zien en achteraf misschien denken: I love it.”

null Beeld RV Filip Van Roe
Beeld RV Filip Van Roe

De vraag is: wat blijft er nog over voor Jan Martens na een positie bij de opera en een première op de Cour d’Honneur in Avignon? “De aanbiedingen stapelen zich op, maar ik wil heel rustig beslissen wat ik wil. Ik ben hier geraakt door met GRIP een manier van produceren te ontwikkelen die heel artist minded en projectmatig is. In dat comfort wil ik blijven werken.” Het heeft ertoe geleid dat Martens in september niet één, maar twéé keer op het TheaterFestival staat: enerzijds met het grootse Any attempt, anderzijds met het kleine Elisabeth Gets Her Way, een solo die hij zelf danst. “Ik vind het superfijn om na te denken over een voorstelling, maar het is heftig om alleen daarmee bezig te zijn. Ik vind het ook belangrijk om mijn praktijk als danser te onderhouden, om te beseffen wat het betekent om op toneel te staan, om daar te kunnen groeien. Ik word zot als ik niet kan bewegen.”

FUTUR PROCHE (★★★★☆), tot 24 juli op het Theaterfestival van Avignon (Cour d’Honneur – Palais des Papes), vanaf 23 september in De Singel (Antwerpen), vanaf 18 november in Opera Gent.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234