Donderdag 02/12/2021

InterviewChris Jagger, broer van

Chris Jagger, broer van: ‘Mijn claim to fame: ik kan bewijzen dat mijn rug en Jimi Hendrix een hotelkamer hebben gedeeld!’

Chris Jagger Beeld Getty
Chris JaggerBeeld Getty

Het vervlieden van de tijd kan ik aflezen aan het feit dat ik almaar vaker familieleden van muzikale legendes interview: de zoon van Frank Sinatra, de zoon van George Harrison, de zoon van Leonard Cohen, de vrouw van Marvin Gaye, de zus van Nick Drake, de zoon van John Lennon, de zoon van Frank Zappa… Wie zong ook alweer ‘Time waits for no one’? De broer van Chris Jagger. ‘Wie Mick en mij tegen elkaar op wil zetten, maakt geen schijn van kans.’

Hoe is het om de broer van Mick Jagger te zijn wanneer je zelf een carrière in de muziek ambieert? Kris Wauters van Clouseau kreeg het decennialang op z’n zenuwen omdat, waar hij ook verscheen, altijd wel iemand vroeg: ‘En, is Koen er ook bij?’ Hetzelfde, maal duizend, moet Paul Gallagher (de broer van Liam en Noel) sinds de jaren 90 doorstaan. Vermenigvuldig dát met duizend en je krijgt wat Chris Jagger (73) al meer dan een halve eeuw incasseert. Stel je voor, op restaurant:

– ‘Reservatie op naam van Jagger…’

– ‘Mick Jagger?’

– ‘Nee, Chris Jagger.’

– ‘O… Euh, we zijn volgeboekt.’

Als je Chris live ziet en hoort, is de gelijkenis frappant: die mond, die stem, dat accent, altijd een beetje monkelend, tongue in cheek. De spreekstemmen van Chris en Mick lijken veel meer op elkaar dan hun zangstemmen. Je registreert ook meteen andere verschillen: Chris zit wat meer in het vlees, hij verft z’n haar niet en mist de campy lichaamstaal van Mick. Chris is vier jaar jonger dan zijn broer maar ziet er tien jaar ouder uit. Hij woont op een boerderijtje in de buurt van Glastonbury, niet in de duurste straat van Londen. En o ironie, niet de latere Rolling Stones-frontman maar híj was als kind ‘veruit de muzikaalste telg van de familie Jagger’.

Vragen naar Mick is voor Chris taboe. Als ik het toch doe, pareert hij sarcastisch en wil hij het interview plots inkorten. Begrijpelijk, tenzij je op je nieuwe plaat een song hebt die ‘Hey Brother’ heet – voor alle andere zangers een neutrale titel, maar niet voor Chris Jagger. En al helemaal niet als de tekst luidt, bijna bedelend: ‘Hé broertje, heb je een minuutje voor mij?’ Het is Chris’ zoveelste onbegrijpelijke keuze sinds zijn ongelukkig getitelde debuutplaat uit 1973, You Know the Name But Not the Face.

Chris Jagger maakt ook op Mixing Up the Medecine, zoals die nieuwe plaat heet, gezellig swingende r&b die je hoger zou inschatten als niet de helft van de tijd door je hoofd zou schieten: dit doet me denken aan een veel betere song van de Stones.

Chris werkte in het theater, de filmindustrie, de mode, de designwereld en als journalist, maar is aldoor muziek blijven maken. Hij producete een boeiende documentaire over de geschiedenis van de blues (‘I Got the Blues in Austin’ uit 2010) en werkte achter de schermen mee aan Dirty Work (1986) en Steel Wheels (1989), platen van het groepje van zijn broer. Hij heeft vijf kinderen en veertien kleinkinderen. Geen van hen speelt muziek. Voorlopig.

Chris Jagger en ik hebben minstens één ding gemeen: allebei hebben we Mick Jagger al geïnterviewd. Je wereldberoemde oudere broer interviewen, hoe bizar en gênant is dat? ‘Het was gewoon een gelegenheid om Mick te spreken zonder dat we constant werden onderbroken’, zegt Chris daar nu over. Mick komt natuurlijk ook aan bod in Chris’ nieuwe memoires, Talking to Myself. Die zouden oorspronkelijk de briljante titel ‘Relative Obscurity’ krijgen, ‘maar niet iedereen zou die woordspeling begrepen hebben’.

(Aan het einde van ons gesprek zal iemand Chris een telefoon overhandigen met een omineuze begeleidende boodschap: ‘Het is Mick…’ Niet veel later wordt de dood van Stones-drummer Charlie Watts wereldnieuws.)

In de nieuwe song ‘Happy as a Lamb’ vermeld je een onenightstand...

Chris Jagger: “Ja. En?”

Euh, je bent getrouwd met Kari-Ann Muller, een voormalige Bondgirl die in 1972 de cover van de eerste elpee van Roxy Music sierde. En je wordt in december 74 jaar.

Jagger: “So?”

Het zal aan mij liggen. In ‘Loves’ Horn’ zing je dan weer over iemand die slikt, maar ook over ‘filching the fruit from ladies’ lips’: is dat een metafoor voor een blowjob, of ligt het weer aan mij?

Jagger: “Het is niet volstrekt onredelijk om daar die metafoor in te zien, nee. Vind jij dat iemand van 73 alleen nog over sofa’s en rollators mag zingen? Alles werkt nog, hoor.

“Overigens, de tekst van ‘Loves’ Horn’ bestaat grotendeels uit een gedicht van Thomas Lovell Beddoes, een obscure Engelse schrijver uit de eerste helft van de 19de eeuw. Hij was ongetwijfeld een oversekste vrouwengek, en een alcoholicus bovendien – op zijn 45ste pleegde hij zelfmoord door zichzelf te vergiftigen –, maar mij doet dat gedicht vooral aan de lente denken.”

Mijn instinct zegt me dat in ‘Too Many Cockerels’ de jonge hanen uit de titel een metafoor zijn. Maar waarvoor? Overspel, gangbangs, politiek?

Jagger: “Dat kan allemaal. Te veel hanen op je erf is altijd slecht. Dan wordt er gevochten en worden de hennen onrustig, waardoor ze minder eieren gaan leggen. Om nog te zwijgen van het gekraai waarmee die ellendelingen je al om vijf uur ’s ochtends wekken. Dit jaar hebben we sowieso minder hanen, omdat vossen er een aantal hebben opgevreten.

“De hanen die je hoort in de intro van ‘Too Many Cockerels’ heb ik zelf opgenomen. Voor het krieken van de dag, om te voorkomen dat auto’s of tractoren de opname zouden verstoren. Ze hebben talent: ze hadden maar één take nodig (lacht).”

Chris Jagger in 1967. Beeld Getty Images
Chris Jagger in 1967.Beeld Getty Images

Is er een wisselwerking tussen je leven als boer en je muziek? En hoe muzikaal zijn dieren? Jij kunt het weten.

Jagger: “Ik heb het recht niet mezelf een boer te noemen. We kweken onze eigen groenten, we hebben wat kippen, schapen en nog een dozijn huisdieren, maar daar blijft het bij. Ik ben uit Londen weggevlucht omdat het stadsleven niets voor mij is. Ik snap niet hoe Mick het daar uithoudt. En hoe ouder ik word, hoe meer ik de natuur waardeer.

“Hoe muzikaal dieren zijn? Al mijn honden hebben uitzonderlijk lang geleefd: misschien bewijst dat de weldadige invloed van muziek? Of misschien alleen van de mijne – wie weet heb ik wel een levenselixir bij elkaar gecomponeerd (lacht). Die dieren horen hier constant muziek én ik neem ze mee op tournee. Ik heb er gehad die uit eigen beweging het podium opliepen om daar aandachtig te liggen luisteren. Ik heb altijd lurchers gehad, een soort windhond, en nu hebben we een jack russell. Als ik gitaar speel voor hem en ik draag sandalen, begint hij mijn tenen te likken. Daar moet een hondenpsychiater zich eens over buigen.”

MICKS HART

In jouw muziek is de invloed van blues, r&b, rock-’n-roll en jazz onmiskenbaar, maar waar luister jij verder nog naar?

Jagger: “In onze familie zijn we geen ochtendmensen, dus luister ik ’s ochtends naar een radiostation dat alleen Indiase muziek speelt. Die muziek is zacht en levenslustig, en ze doet me denken aan mijn wilde jaren zonder dat ik me zoals toen hoef te gedragen. Ik heb jarenlang in India, Iran, Pakistan en Afghanistan rondgehangen, vandaar. Ik herinner me nog dat ik in India een exemplaar van de Stones-plaat Beggars Banquet heb gekocht.

“Verder zet ik vaak cajun op, zeker als ik in een slechte bui ben: vijf noten cajun of zydeco (folkmuziek van Franstalige Amerikanen, red.) en ik ben weer vrolijk! En tijdens de lockdown heb ik vaak liveplaten van Frank Zappa gespeeld.”

Shut Up ’N Play Yer Guitar!

Jagger: “Precies, en zijn andere concertregistraties. Geen idee waarom uitgerekend Zappa me het voorbije klotejaar zo aansprak, maar ik kon niet stoppen. Terwijl mijn eigen muziek in niets lijkt op wat hij doet.”

Gaat ‘Wee Wee Tailor’ over iemand die je kende in het swinging Londen van de sixties?

Jagger: “Nee, Wee Wee Tailor is een mythische of toch mysterieuze figuur uit de tijd dat de wetenschap nog in de kinderschoenen stond en bijgeloof regeerde. De week dat ik die song schreef, was mijn partner in crime Charlie Hart – bekend van Van Morrisons band – toevallig of niet net een boek over hekserij in Afrika aan het lezen.”

Ik ken een Engels rockgroepje dat sympathie had voor de duivel…

Jagger: “Jaja, stop al maar.”

Besef je dat jij geen song met de titel ‘Hey Brother’ kunt zingen zonder dat iedereen meteen de oren spitst?

Jagger: “En op zoek gaat naar een boodschap? Naar verwijten aan Micks adres? Mensen hebben al geprobeerd om ons tegen elkaar op te zetten, hoor. Maar ze maken geen schijn van kans. Dat gestook doorzie ik zo.”

Met Mick. ‘Om qualitytime met mijn broer te hebben, moet ik in competitie gaan met het merk Rolling Stones en een duizend man sterke entourage.’ Beeld Redferns
Met Mick. ‘Om qualitytime met mijn broer te hebben, moet ik in competitie gaan met het merk Rolling Stones en een duizend man sterke entourage.’Beeld Redferns

Wat zijn de grootste nadelen en wat de grootste voordelen van jouw positie als de minder bekende musicerende broer?

Jagger (Zucht): “Zelfs als ik loodgieter of dokwerker was, zou iedereen me constant vragen: ‘Ben jij de broer van Mick?’ You can’t win. Ik heb geleerd om op de automatische piloot te reageren, en ik heb een zesde zintuig ontwikkeld voor opportunisten die via mij bij Mick willen raken. De nadelen van mijn positie zijn dus duidelijk.

“De voordelen? In de beginjaren van de Stones kon ik mijn vriendjes gratis meenemen naar hun optredens. Ook John Lennon, Eric Clapton of Bob Dylan liep je dan makkelijk tegen het lijf. Maar een oudere broer is er natuurlijk niet op gebrand zijn puberbroertje mee op sleeptouw te blijven nemen. Sindsdien ben ik in ieder geval nooit meer zo populair geweest.

“Vandaag is één van de voordelen dat ik meer vrijheid heb dan Mick. Ik hoef me niet af te vragen: past die song wel bij het imago van de groep? Of: heeft Keith (Richards, Stones-gitarist, red.) in deze song wel iets te doen? En als ik vroeger over de schreef ging – dat gebeurt gelukkig niet meer –, stonden géén twintig kwijlende paparazzi toe te kijken.

“Ik heb onze ouders ook meer gezien. Mick was altijd op tournee... Ik weet dat hij dat nu betreurt. Daarom zien hij en ik elkaar nu ook iets vaker. Geld, status of roem is niet het probleem tussen mij en hem. Tijd is het probleem. Om qualitytime met mijn oudere broer te hebben, moet ik in competitie gaan met het merk Rolling Stones en een duizend man sterke entourage.”

Hoor ik Mick op de achtergrond in ‘Anyone Seen My Heart’?

Jagger: “Ja. De video voor die song hebben we gefilmd in zijn tuin in Londen. In 2013 heeft hij al eens meegezongen op mijn songs ‘Concertina Jack’ en ‘Pearl of a Girl’. Het is dus niet de eerste keer.”

Niet iedereen kan zeggen dat Mick Jagger backing vocals zingt op zijn plaat.

Jagger: “Hij zingt goed: dát is het punt! Hij klinkt nu twintig jaar jonger dan hij is. Helaas kan ik niet hetzelfde zeggen.”

In vijftig jaar tijd heb je nooit in het voorprogramma van de Rolling Stones gespeeld.

Jagger: “Zo werkt het niet, hè. Ik ben daar niet bekend genoeg voor, en ‘de broer van’ zijn volstaat niet. Nu, ik zou het ook niet willen. Het zal wel klinken als een uitvlucht, maar ik gruw van stadions. Geef mij maar kleine zaaltjes.”

Twee jaar geleden moest Mick een hartoperatie ondergaan. Zitten hartproblemen in de familie?

Jagger: “Blijkbaar. Uit een scan bleek dat Mick dringend een nieuwe hartklep moest krijgen. Het had ook anders kunnen lopen. Joe Strummer van The Clash, bijvoorbeeld, is aan een defecte hartklep gestorven.”

JIMI, PETE, PAUL EN IK

Je hebt de opnames van meerdere Stones-platen bijgewoond. Aan welke heb je de beste herinneringen?

Jagger: “Aan die van Black and Blue, midden jaren 70. Een boeiende periode. Het rare was wel: we zaten in München, toch een metropool, maar ze bekeken ons daar alsof we aliens waren. Zeker toen we in een biertent koffie bestelden (lacht). Ook van Led Zeppelin en The Who heb ik opnamesessies begeleid.”

Jij hebt Stones-oprichter Brian Jones nog gekend, en Jimi Hendrix en…

Jagger: “Jimi zag ik voor het eerst in een piepklein zaaltje in Cambridge. Later leerde ik hem beter kennen in Londen. Ik ben nog met hem op tournee geweest in Zweden, of all places. We speelden drie shows in één avond. In die dagen maakte de vrouw van The Who-gitarist Pete Townshend kleren voor ons. Het jasje dat hij draagt op de cover van Are You Experienced heb ik mee ontworpen.

(Peinzend) “Ik heb geen enkele foto uit die periode. Is dat niet gek? Tegenwoordig legt iedereen elke seconde van z’n leven vast. Op restaurant heb ik zelfs al vrouwen hun gerechten zien fotograferen. O, dat is normaal? Dan is de wereld nog gekker geworden dan ik al dacht. Vroeger namen wij nooit foto’s! Integendeel, wanneer Jimi, Mick en ik en soms ook Pete, Eric en Paul (McCartney, red.) in de kamer waren, zou iemand die een foto nam zichzelf meteen hebben ontmaskerd als een opportunistische buitenstaander. Geen maat maar een parasiet. Alleen Linda McCartney, die fotografe was, kon zich dat permitteren omdat zij Pauls vrouw was. Voor Mick is gefotografeerd worden een echte no-no, tenzij de fotograaf één van z’n kinderen of kleinkinderen is.

“In Stockholm toonde een fotograaf me een foto van Jimi Hendrix in een hotelkamer, en ik herkende mijn rug. Dát is mijn claim to fame: ik kan bewijzen dat mijn rug en Jimi Hendrix een hotelkamer hebben gedeeld! (lacht)”

Jij bent de broer van Mick Jagger, je hoeft niets te bewijzen.

Jagger: “Nee, ik moet mezelf net méér bewijzen.

“Maar goed, op Facebook zag ik niet lang geleden een foto van Jimi en mij in het Saville Theatre in Londen, waarop ik hem dat jasje help omdoen. Maar die foto had ik dus evenmin. Ik hecht daar niet zo’n belang aan, maar ik wil ook niet dat mijn kleinkinderen later denken: opa heeft dat allemaal verzonnen! Ik heb de fotograaf opgezocht en die foto staat nu in mijn memoires. Eén foto die duizend legendarische avonden verbeeldt.”

In 1974. ‘‘De broer van’ zijn volstaat niet om in het voor­programma van de Stones te spelen. Nu, ik zou het ook niet willen. Ik gruw van stadions.’ Beeld Disney General Entertainment Con
In 1974. ‘‘De broer van’ zijn volstaat niet om in het voor­programma van de Stones te spelen. Nu, ik zou het ook niet willen. Ik gruw van stadions.’Beeld Disney General Entertainment Con

YES? NO!

Wie van de muzikanten met wie je toen omging leeft nog, behalve de Stones?

Jagger: “David Gilmour. Ik ging al met hem naar optredens van Pink Floyd voor hij toetrad tot die groep. David is heel genereus. Toen ik een benefiet voor Tibet organiseerde, heeft hij me geholpen.”

Wie mis je het meest?

Jagger: “De boomlange heerlijke Schot Robin McKidd. Je kent hem vast niet, maar hij was een nog betere muzikant dan al die andere grote namen samen. Hij zong en speelde gitaar, percussie, viool, banjo, piano, ukelele… Alleen al uit de namen van zijn groepjes kun je afleiden hoe leuk hij was: Balham Alligators, Alive ’n’ Pickin’, High Speed Grass, Asleep at the Wheel… Geweldig, toch?

“Hij overleed in 2016 aan longemfyseem. Hij was 69. Achttien maanden na zijn dood hebben we met zestig van zijn beste vrienden – zo’n man was hij – een concertje opgezet in Londen. Het was een veredelde jamsessie, maar ik heb die avond meer gelachen en gehuild dan op eender welk ander concert. Het deed me beseffen wat vriendschap waard is, en hoe één mens de harten van zoveel anderen kan raken. Het moest een soort wake worden, maar het werd een viering. Van sommige songs die we ooit samen hadden gespeeld, kreeg het publiek alleen een flard te horen. ‘Voor deze song hadden we een geweldig einde, weet je nog?’ En dan speelden we alléén dat einde (lacht).”

‘In Stockholm toonde een fotograaf me een foto van Jimi Hendrix in een hotelkamer, en ik herkende mijn rug. Dát is mijn claim to fame (lacht).’ Beeld Sygma via Getty Images
‘In Stockholm toonde een fotograaf me een foto van Jimi Hendrix in een hotelkamer, en ik herkende mijn rug. Dát is mijn claim to fame (lacht).’Beeld Sygma via Getty Images

Je hebt ook een tijdje geacteerd, onder meer in typische experimentele toneelstukken uit de jaren 60, zonder plot en vaak zonder dialogen.

Jagger: “Helaas ook die, ja. Ik heb er eentje gedaan met Pierce Brosnan. Je had toen nooit kunnen voorspellen dat die haveloze hippie ooit de strak in het pak gegoten James Bond zou spelen. Ik heb ook gezongen in de musical Hair, in Israël! Zo ging dat toen. Je kwam iemand tegen die vroeg: ‘Wil jij volgende week dit of dat doen?’ – en je zei: ‘Ja!’”

De muziek die jij maakt is nadrukkelijk oldskool, maar je hebt wel vijf kinderen en veertien kleinkinderen. Mis je de aansluiting bij hun leefwereld niet?

Jagger: “Nee. Ik heb niet de behoefte om me jonger voor te doen dan ik ben. Hoe jonge mensen obsessief naar hun telefoon zitten te kijken terwijl ze met iets anders bezig zijn: ik snap dat niet. Zelfs tijdens een concert is niemand nog in the moment, terwijl me dat net de essentie van die ervaring lijkt – meer nog: de essentie van het léven! Hoe dóén die jongeren dat?! Hebben ze ook seks terwijl ze hun sociale media beheren?”

Je hebt geen ghostwriter gebruikt voor Talking to Myself. Je memoires schrijven, wat was daar het moeilijkste aan?

Jagger: “Bekomen van mijn verbazing. Ik had tonnen oude columns en notities. Toen ik die herlas, dacht ik continu: wow, heb ik dat echt meegemaakt?! Ze zeggen weleens: wie zich de jaren 60 herinnert, was er niet bij. Als dat klopt, was ik er zéker bij (lacht).”

Zei je nu net: ‘Stel gerust nog een vraag over Mick’? Ik weet dat hij gevoel voor humor heeft, en jij hebt dat duidelijk ook. Wat is het laatste waar jullie privé om hebben gelachen?

Jagger: “Een incidentje in het Rainbow Theatre in Londen, ergens begin jaren 70. De symfonische rockgroep Yes had daar die avond gespeeld, het was het eerste concert waarop de security echt heel streng was. Achteraf was een feest gepland, in de grootste zaal backstage wachtte een enorm buffet. Maar alle genodigden die pas na de show backstage wilden gaan, werden geweerd door de security (lacht). Zelfs Mick en ik mochten er niet in.

“Nu ja, Yes… Zo goed zal dat eten wel niet geweest zijn. Die band is in de vergetelheid geraakt en in het Rainbow Theatre huist vandaag één of andere sekte, terwijl Mick en ik nog altijd muziek maken. Gerechtigheid!”

Mixing Up the Medicine is uit bij BMG.

‘Mixing Up the Medicine’ is uit bij BMG. Beeld rv
‘Mixing Up the Medicine’ is uit bij BMG.Beeld rv

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234