Woensdag 17/08/2022

FestivalrecensieLive is Live

De nieuwe nummers verzekerden dat het nog stééds niet bergaf zal gaan met The National

null Beeld Koen Keppens
Beeld Koen Keppens

Ho maar even: dEUS én Wilco én The National op één nagelnieuwe festivalaffiche, is dat niet een beetje zoals americain préparé én een mexicano én geglazuurde ribbetjes op één ovenvers broodje? Het antwoord is natuurlijk volmondig ja. Kan alleen maar reuzelekker zijn.

Vincent Van Peer

Vergeef me bovenstaande mank lopende vergelijking, maar het is voor ons allemáál drie jaar geleden dat we nog eens de stoffige, vaagweg naar okselzweet en verschaald bier geurende lucht van een écht zomerfestival hebben kunnen opsnuiven, nietwaar? En dit moet officieel de eerste keer zijn sinds maart 2020 dat ik dacht: jáá, het mag weer! Een uur aanschuiven voor een Indiase rijstschotel! Twijfelen hoelang het bier van de tap al in de leidingen zit! Denken dat die knappe griet naar jou kijkt, terwijl ze het overduidelijk op de Matt Berninger áchter je begrepen heeft, en het raar vindt dat jij daar zomaar even met je rug naar het podium staat te knipogen! Ja, ja, ja: genieten!

Live Is Live, een zich op het Zeebrugse strand situerend samenzijn, kondigde zichzelf trots aan als een kakelvers concept door te zeggen dat het zou omvatten: 1) een openluchtpodium, 2) een leuke locatie, 3) memorabele artiesten, en 4) live concerten. Wat me verdacht in de oren klinkt als - welja - een zomerfestival, maar alla: het is niet elke dag dat er meeuwen mee azen op uw kebab en dat u uw tenen in het mulle zand kan duwen terwijl één of andere Mauro Pawlowski op de achtergrond onkiese dingen doet met zijn maîtresse, de gitaar.

Want natuurlijk: dit avondje aan de kust stond niet alleen in het teken van de terugkeer van de zomerfestivals - echt waar: bij mijn eerste pintje heb ik ofwel héél vieze Primus geproefd, ofwel een traantje weggepinkt van de emotie - maar ook van een andere, nog veel belangrijkere comeback: die van de enige echte Mauro bij dat niet onverdienstelijke Antwerpse gitaargroepje dEUS. Na een aangenaam kennismaken met Admiral Freebee (veel te vroeg) en Trixie Whitley (veel te warm) was het aan hén om de avond op gang te trappen.

dEUS ★★★★☆

Vanavond was - niet zo raar aangezien Tom Barman pas afgelopen week in Athene de terugkeer officieel maakte - de Grote Mauro Show. Tijdens ‘Constant Now’ mocht hij al een warm applaus in acht nemen, maar het was tijdens een vroeg in de set geplaatst ‘Instant Street’ dat je hélemaal voelde: he’s back! Zijn gitaarspel klonk als een opstijgende sf-raket en proefde als levenselixer voor oude botten. Ik hoorde hem zo graag soleren. Dat zegt natuurlijk niets over de verdienste van de vorige dEUS-gitarist Bruno De Groote, maar wel alles over de onvervalste Mauroheid van Mauro. Zie ook: ‘Sun Ra’ - Barman was zodanig dooreengeschud dat hij pardoes over het podium rolde.

Arme John Frusciante! Dacht die héél even dat zijn terugkeer bij de Red Hot Chili Peppers iemand ook maar één zanderige kontspleet kon schelen. Maar nee, Mauro liet ‘Hotellounge (Be the Death of Me)’ barsten en schipperen en schuren, en maakte de pikorde voor eens en voor altijd duidelijk. Sorry, John! Herkansing op Werchter.

Wilco ★★★½☆

Het zou de dag van de leadgitaristen worden, want tjongejonge: wat was de opeens wel héél blonde Nels Cline in absolute bloedvorm. ‘Handshake Drugs’ was een staalkaart voor zijn hele optreden. Hij leek ervan overtuigd dat Satan in zijn gitaar huisde, en dat hij ‘m er zo snel mogelijk uit moest friemelen. In ‘Hummingbird’ deed hij een viool na. Voor de vorm helpt het natuurlijk altijd als je de solo van ‘Impossible Germany’ mag spelen: daarin komt er geen Satan aan te pas, alleen God.

Verder geleerd? ‘Cruel Country’ is de beste Wilco-plaat in tijden. ‘Story to Tell’ en ‘All Across the World’ zijn bewijsmateriaal: zoete juweeltjes van volwassen, zachte Wilco die lekker waaiden op de zeelucht. En toch kwamen de beste momenten veelal uit ouder werk: hun laatste meesterwerk, ‘Sky Blue Sky’, dateert al van 2007. Neem nu ‘I Am Trying to Break Your Heart’, met één van de beste openingszinnen aller tijden: ‘I am an American aquarium drinker / I assassin down the avenue.’ Als u die ooit gebruikt bij uw hoogsteigen Danira en ze kijkt ook maar een béétje geïnteresseerd terug, dan weet u dat het voor altijd is. Kan je van ‘Via Chicago’ moeilijk zeggen (‘I dreamed about killing you again last night / And it felt alright to me’), maar goed: ik moet uw romantische rekening niet maken.

Niet álles was goed. Rond ‘Love Is Everywhere (Beware)’ - ook op plaat een zwak nummer - werd het even saai. Maar kon iemand erom malen dat de gezapigheid het soms haalde van de urgentie? We zaten toch op een strand? Net wanneer je dacht, ‘Niet het beste Wilco’, begonnen ze in de laatste vier nummers glorieus in overdrive te gaan. Sierlijk rammen, schaven en beuken: dat kan Wilco nog altijd, echt wel.

Ik keek nog even naar de blonde lokken van Nels Cline en ik mompelde hoopvol: ‘I am an American aquarium drinker.’

The National ★★★★½

De slechtste comeback op deze festivalweide: die van het ongebreideld keuvelen. De zeewind bracht soms de muziek met zich mee, en soms de anekdote van hoe u vorig weekend met de kinderen was gaan wandelen op de Kalmthoutse Heide. Gezellig, daar niet van. Maar toch liever The National.

Het grote verschil met vóór de lockdown: Matt Berninger heeft leren zingen. Hij kon dat natuurlijk al, maar nu deed hij het ook met overgave, soms zelfs met één oog op de notenbalk. Die hernieuwde scherpte deed de hele groep nóg majestueuzer en somberder klinken. Ik verdenk The National er inmiddels van dat zij een vijftal vampieren zijn die hier ronddwalen met maar één doel: het verlies van hun eerste geliefde, eeuwen geleden, verwerken. Hoe verklaar je anders het pijnlijke smachten in ‘I Need My Girl’? Niemand verklankt zo mooi grandioos gemis. En geef toe: hebt ú The National ooit al zien optreden in de zonneschijn?

‘This Is the Last Time’ was pure melancholie, ‘Apartment Story’ een onvermoed corona-anthem. In nummers als ‘Guilty Party’ en ‘England’ vertolkten de blazers glansrollen op de achtergrond. ‘Slow Show’ zei wat we, in het aanschijn van het festivalseizoen, allemaal dachten: ‘I missed you for 29 years.’ Het kwam allemaal geweldig binnen: de band klonk zelden strakker, de zak met hits puilde uit. Anders kan je ‘Bloodbuzz Ohio’ en ‘Mistaken for Strangers’ niet zomaar in de kop van de set droppen, alsof het summiere opwarmertjes zouden zijn.

Ik vind het goed dat The National, wellicht onder impuls van de onverzadigbare Dessner-broers, blijft innoveren: de drie nieuwe nummers die vanavond gespeeld werden, verzekerden dat het met de volgende The National-plaat nog stééds niet bergaf zal gaan (‘I was suffering more than I let on’ is de zin die ik onthoud). Maar het was toch wennen dat ze voor het eerst in jaren níét eindigden met het epische ‘Vanderlyle Crybaby Geeks’. De vervanger, ‘About Today’ uit de ep ‘Cherry Tree’, was toch maar een Michy Batshuayi in de plaats van een in topvorm verkerende Romelu Lukaku. Dat daarvóór ‘Fake Empire’, ‘Mr. November’ en ‘Terrible Love’ passeerden, was geen pleister op de wonde, wel een bad in de vijver waar ooit de Griekse krijger Achilles in werd ondergedompeld. Onoverwinnelijkheid is een normale bijwerking van een The National-concert. Stille droefenis ook.

Een festivalseizoen in België is nooit compleet zonder The National. Welnu, het is begonnen! Welkom terug, gitaren! Welkom terug, slecht bier! En welkom terug, lieve medefestivalgangers: tot op Werchter, allemaal.

©HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234