Donderdag 20/01/2022

RecensieBoeken

De nieuwe Ronald Giphart: meer dan één postmodernistische grap ★★★☆☆

Gipharts raamvertelling annex monoloog bevat ook enig geklungel in de liefde. Beeld ANP
Gipharts raamvertelling annex monoloog bevat ook enig geklungel in de liefde.Beeld ANP

De nieuwe roman van Ronald Giphart, over een eenzame schrijver, laat zich lezen als een soort striptease van het geheugen. Aan het eind vraag je je af: wat heb ik nu eigenlijk gelezen?

Maarten Steenmeijer

‘Het is gedaan met mijn rust, lieve Eva, ik verdwijn weer in het woordledige.’ Het zijn de laatste woorden van Ronald Gipharts korte roman Nachtangst en ze verrassen. Aan het woord is Peter Jacob Weber, een al jarenlang in New York wonende Nederlandse schrijver van halverwege de 40. Hij heeft een turbulente nacht achter de rug. Inbrekers zijn het gebouw binnengedrongen waar hij een nachtbaantje heeft, want alleen van de pen leven, dat lukt niet meer. Wie zijn die gasten? Wat komen ze doen? En wat moet ik doen? Me gedeisd houden? Maar wat als ze me vinden? Deze angstige vragen gieren de hele nacht door hem heen, dus hoezo rust?

Misschien is die rust wel het effect van het schrijven. De hele nacht door heeft Weber de ene na de andere mail naar Eva gestuurd, zijn New Yorkse literair agent. Ze beginnen gemoedelijk met een uiteenzetting van zijn plannen voor een nieuwe roman, die zich afspeelt ‘in de vibrerende kringen rond Sartre en Camus’. Maar dit onderwerp verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer hij merkt dat hij niet meer de enige in het gebouw is. Na de eerste schrik begint Weber over zijn leven te vertellen en ontpopt Nachtangst zich langzaam maar zeker tot een raamvertelling, die alle kans krijgt om over het volle voetlicht te komen omdat Eva zijn mails niet beantwoordt (en misschien niet eens ontvangt of leest).

Raamvertelling

Die raamvertelling annex monoloog is opgezet als een soort striptease van het geheugen. Aanvankelijk verschanst Weber zich in zijn schrijverschap. ‘In de wereld van mijn eigen taal kan niemand mij raken’, zo stelt hij categorisch. Maar dat pantser blijkt niet zo dik te zijn als hij beweert, want wat volgt zijn vooral herinneringen aan sleutelepisodes uit zijn leven. Die dienen zich aanvankelijk min of meer in chronologische volgorde aan. Eerst denkt Weber terug aan zijn ouders, die ieder zo hun hebbelijkheden (moeder overbezorgd, vader nogal teruggetrokken) en geheimen hadden (moeder had een affaire met een man met wie het niet goed afliep; vader bleek eerder getrouwd te zijn geweest).

Vervolgens passeert het geklungel in de liefde (of wat daar op zijn giphartiaans voor door moet gaan) de revue. De enige nacht die hij doorbracht met een Twentse groupie zorgde voor een onverwachte wending in zijn leven. Dat merkte hij een jaar later, toen zij voor zijn deur stond met in haar armen een baby van een paar maanden oud. Veelbelovend was de seks op afstand met de bloedmooie Amerikaanse sterauteur Lilith Schaeffer, maar die trans-Atlantische affaire werd een zeperd, al was de niet onbelangrijke bijvangst dat Weber zich in New York ging vestigen.

Jeugdtrauma

Net wanneer je je afvraagt wat er nu zo bijzonder is aan zijn verhaal en je naar wat meer vlees op de botten verlangt, gaat Weber weer terug naar zijn jeugd en vertelt hij over oom Thee, een jeugdwelzijnswerker die het beste lijkt te willen halen uit de jongens over wie hij zich ontfermt. Hij ontdekt de schrijver in de jonge Weber, maar blijkt een dubbele agenda te hebben. Met dit jeugdtrauma sluit Weber het verhaal van zijn leven af.

Het zal geen toeval zijn dat er juist dan een goed voornemen bij de eenzame schrijver ontkiemt. Zat Weber aan het begin van de nacht nog met een roman in zijn hoofd over een onderwerp dat nogal ver van zijn bed staat, bij het krieken van de volgende dag wil hij er meer zijn voor zijn zoon en een boek voor hem schrijven. Maar dat boek, zo weet de lezer, is al geschreven. Hij heeft het in handen.

Dit is niet de enige postmodernistische grap die Giphart uithaalt. Want wat hebben we eigenlijk gelezen? Een tekst in het Nederlands die pretendeert in het Engels te zijn geschreven (anglicismen als ‘ik zit hier met een situatie’ benadrukken dat nog eens). En nog zoiets: wie schrijft in één nacht bijna tweehonderd pagina’s bij elkaar?

Ronald Giphart, Nachtangst, De Bezige Bij, 192 p., 20,99 euro. Beeld rv
Ronald Giphart, Nachtangst, De Bezige Bij, 192 p., 20,99 euro.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234