Donderdag 29/09/2022

InterviewBoeken

De Pools-Belgische Maja Wolny reisde via Siberië naar het dak van de wereld: ‘Krankzinnig natuurlijk, files op de Mount Everest’

null Beeld RV
Beeld RV

In De trein naar Tibet reist Maja Wolny (45) per trein door Siberië en Mongolië, om via Peking in Lhasa het dak van de wereld te bereiken. Een vermetele reis in het kielzog van ontdekkingsreiziger Alexandra David-Néel. ‘Ik ben voortdurend op zoek naar de leegte.’

Dirk Leyman

Maja Wolny te pakken krijgen voor een interview is geen sinecure. De Poolse schrijfster, die twaalf jaar in België woonde en daar een mooi zangerig Nederlands aan overhield, is in haar thuisland een veelgevraagd spreker en literair organisator. Ze springt ook in de bres voor ­Oekraïense vluchtelingen. “Ik ben een ­onrustige en nomadische ziel. Ik heb altijd veel behoefte gehad aan in beweging zijn”, geeft ze toe. Ook bij ons is Wolny, die getrouwd is met VRT-correspondent Marc Peirs, geen onbekende. Ze publiceerde sinds 2016 zowel thrillers als romans, en verkent nu het reisgenre.

De trein naar Tibet, vertaald uit het Pools, is in haar geboorteland uitgeroepen tot beste reisverhaal van het jaar. ‘Een poging tot slow travelling’ en ‘een treinreis door de eentonige, einde­loze woestenij van Eurazië’, net voor de pandemie toesloeg, zo omschrijft Wolny haar boek, dat volgestouwd zit met wetenswaardigheden maar stilistisch soms wat op de vlakte blijft. “Het is een kruising van onderzoeksjournalistiek en non-fictie”, zegt ze.

Wolny laat zich vanuit Warschau meevoeren met de trans-Siberische, trans-Mongoolse en Tibetaanse spoorlijn, om via Peking in de Himalaya terecht te komen, met nog een zijsprong naar New Delhi. De ankerpunten van haar relaas zijn steden als ­Jekaterinenburg, Irkoetsk, Novosibirsk, Ulaanbaatar, Lanzhou en Lhasa. Maar het boek weerspiegelt toch vooral haar grote affiniteit met Rusland en Siberië.

Maya Wolny: “De laatste vijf jaar voor de pandemie zat ik fysiek en mentaal grotendeels in Azië. Ik verbleef veel in Siberië, omdat ik mij voorbereidde op mijn roman Terugkeer uit het Noorden. Toen die in 2020 verscheen, kreeg ik talloze vragen over de reizen zelf, naar wat er onderweg, op de trein, gebeurde. Later heb ik mijn volledige traject via de trans-Siberische spoorweg overgedaan. En ben ik verder gereisd. De geboorte van mijn Tibetboek heb ik dus aan de fictie te danken.” (lacht)

Wolny wilde een statement maken als vrouwelijke reisauteur. “Reisboeken zijn nog steeds een zeer masculien genre, met figuren als Paul Theroux, V.S. Naipaul of Sylvain Tesson”, betoogt Wolny. “Ik had zelf weliswaar een fantastische mannelijke mentor in de persoon van non-fictiegrootheid Ryszard Kapuscinski (1932-2007), die ik leerde kennen op het weekblad Polityka. Hij moedigde me aan en reisde in zijn Imperium ook met de ‘Transsib’.

“De tijden veranderen, tegenwoordig zijn er al veel meer vrouwelijke reisauteurs, zoals ­Lieve Joris. Toch straalt het genre in Oost-­Europa nog veel machismo uit: de avontuur­lijke paardrijder die wodka drinkt, zich amuseert en beren verjaagt. Dat soort borstklopperij lijkt me nu toch wel voorbij?” (lacht)

Maja Wolny: 'Ik miste die onmetelijkheid, voelde me bekneld door de Belgische volgebouwdheid. Het zorgde voor een ontwaken van mijn hunkering naar het Oosten die altijd sluimerde.' Beeld RV
Maja Wolny: 'Ik miste die onmetelijkheid, voelde me bekneld door de Belgische volgebouwdheid. Het zorgde voor een ontwaken van mijn hunkering naar het Oosten die altijd sluimerde.'Beeld RV

Precies daarom nam Wolny een vrouw als kompas: ontdekkingsreiziger Alexandra David-­Néel (1868-1969). Die kleurrijke Frans-­Belgische schrijfster was oriëntaliste en voormalige operazangeres, maar ook spiritiste, boeddhiste én feministe. Haar werk oefende zelfs invloed uit op de beatgeneratie van Jack Kerouac en ­Allen Ginsberg.

Maja Wolny: “Ik zocht naar een leidsvrouw die me op die treinreis intellectueel kon meevoeren”, vertelt Wolny. “Bij mijn voorbereidingen stuitte ik in een Poolse boekhandel bij toeval op David-­Néels Mystiques et magiciens du Tibet uit 1929. (zwaait met de vergeelde uitgave) Ze was de eerste Europese vrouw die op het dak van de wereld stond en in 1924 de Tibetaanse hoofdstad Lhasa bereikte. In België is ze bijna vergeten, maar in haar tijd was ze een bestsellerschrijfster en, jawel, een van de eerste vrouwen die van haar pen kon leven.”

BIO

Poolse schrijfster en journaliste • geboren in 1976 in Kielce, 200 km ten zuiden van Warschau • begon haar loopbaan als chef literatuur bij het Poolse weekblad Polityka • werkte In België werkte als correspondente, boekhandelaar, museumdirecteur en columniste • haar boeken verschijnen in het Pools en in het Nederlands • debuteerde in 2016 met Zwarte bladeren. Daarna volgden De boekenmoordenaar (2018) en Terugkeer uit het Noorden (2020) • De trein naar Tibet (2022) is haar non-­fictie­debuut

Alexandra David-Néel verzon inventieve manieren om toch door te dringen tot Tibet, honderd jaar geleden bijna terra incognita voor buitenlanders. Ze moet een ijzeren gestel hebben gehad.

“Ze nam de Trans-Siberië Express tot Peking en trok daarna te voet naar Tibet, grotendeels op de rug van een vijftienjarige monnik die ze later adopteerde als haar zoon. Ze smeerde zich in met boter, roet en cacao om zo donker mogelijk te ogen en niet als vreemdeling herkend te worden, maar als Aziatische pelgrim. Dankzij haar vloeiende Tibetaans lukte dat haar nog ook. Een trip van acht maanden, terwijl ik hem met de trein in twee weken kon maken.”

U plaatste David-Néels teksten op uw ­e-reader voor onderweg. Want, schrijft u, ‘tijdens elke reis komt het moment waarop het delicate evenwicht van avontuur, verrassing en lelijkheid zoek is’. Vond u troost bij haar?

“Dat is dat welkome accent van vrouwelijke reisliteratuur: in tegenstelling tot mannen durven ze toe te geven aan zwakte of noteren ze het als ze even mentaal en fysiek uitgeput zijn. Dat maakt iedereen mee op een veeleisende reis. David-­Néel lezen bood relativering en tegenwicht.”

U legde tienduizend kilometer af en doorkruiste twee continenten, vijf grensovergangen en acht tijdzones. Waar komt uw altijd weerkerende hang naar het Oosten vandaan?

(droogjes) “Vermoedelijk is die ontstaan doordat ik als Poolse ruim twaalf jaar in het Westen woonde. Ik miste die onmetelijkheid, voelde me bekneld door de Belgische volgebouwdheid. Het zorgde voor een ontwaken van mijn hunkering naar het Oosten die altijd sluimerde.

“Eigenlijk is de verdeling van Europa en Azië kunstmatig. We zijn een aaneengesloten stuk land. We benadrukken nu sterk die culturele en politieke grens tussen Azië en Europa, maar mij interesseren de subtiele zaken die ons verbinden. Al wil ik daar niet naïef over zijn: ik besef dat de kloof sinds het conflict in Oekraïne steeds groter wordt. Je zou het bijvoorbeeld niet denken als je me Pools hoort praten, maar er zijn wel degelijk verwantschappen met het Nederlands. De taalstam is in wezen dezelfde.”

De Britse filosoof Alain de Botton omschrijft reizen als ‘de vroedvrouwen van het denken’ en vindt dat thuis niet per se ‘de plek is om je ware ik te ontmoeten’. Hoe onontbeerlijk is reizen voor u?

“Ik ben een onrustige en nomadische ziel. Ik moet in beweging zijn. Intussen ben ik al zestien of zeventien keer verhuisd. Ik ben nog geboren achter het IJzeren Gordijn. Daar was reizen een privilege voor een kleine groep. Met onze eerste reispaspoorten konden we alleen naar andere socialistische landen. Ik was natuurlijk vooral geïnteresseerde in het Westen, want daar mocht je niet heen. Toch kochten in Polen mensen wel een one way ticket naar het Westen: oppositie­leden, dissidenten, mensen die betrokken waren bij Solidarnosc, de vrije vakbond die het communisme sloopte…

“Ikzelf was dertien jaar toen de Muur viel. En precies in die zomer van 1989 maakte ik mijn allereerste buitenlandse reis, naar de DDR, waar de Muur nog even overeind stond. Twee jaar later kreeg ik mijn eerste ‘gewone’ paspoort en ondernam ik een non-stoptrip door Europa, zonder geld, zonder groot doel. Onderweg vond ik een aanzienlijke som Italiaanse lires, herinner ik me. Toen leerde ik dat je steeds enig reisgeluk moet hebben. Dat had ik van kleinsaf mee. Ik reisde ook naar Oekraïne, naar Roemenië… Maar ik schreef nog niet over mijn ervaringen. Nochtans was ik in 1991 bij de Augustusstaats­greep in de Sovjet-Unie, die ­Michail Gorbatsjov wilde afzetten.”

Maya Wolny: ‘Het uitzicht op de Mount Everest, dat wens je iedereen toe. Precies daar voel je hoe zwak je bent als mens, slechts een korreltje.’ Beeld RV
Maya Wolny: ‘Het uitzicht op de Mount Everest, dat wens je iedereen toe. Precies daar voel je hoe zwak je bent als mens, slechts een korreltje.’Beeld RV

‘In het woord ‘trans-Siberisch’ zit het menselijke geloof in het onmogelijke’, schrijft u. ‘In de sissende opeenhoping van medeklinkers gaat het vervaarlijke geheim van het langste spoor.’ U benadrukt hoezeer de desolaatheid van Siberië u lokt.

“Ik ben heel vaak op zoek naar leegte, naar plaatsen die niet zo gastvrij zijn. Natuurlijk vertoef ik in de zomer graag in een gastvrij mediterraan land met mooi weer. Maar ik heb er niets mee. Welke thema’s zijn interessant? Slechts drie: liefde, dood en tijd. En die gaan gepaard met lijden, ontbering en conflict, met onmogelijke hindernissen. Siberië is een ­doodse omgeving. Je krijgt er het gevoel dat die prachtnatuur maar één ding wil: dat je je wegmaakt, dat je er niet meer bent. Wie er verloren loopt, wordt er gewoonweg vernietigd en verteerd door de kracht van de natuur.”

Het is bijna een mantra in uw boek: hoe nietig we wel zijn. En dat we onze plaats moeten kennen in de hiërarchie van de natuur.

“Jazeker. Ook omdat ik ook sterk begaan ben met de klimaatkwestie. Plaatsen waar het krachtsvertoon van de natuur zo prominent is, fascineren me. In Siberië kon je naar de nietsontziende wildernis, naar haar schoonheid en haar macht kijken. In de Himalaya heb je dat ook. Maar in Siberië grijpen tegelijk ook de vervuiling en de bosbranden om zich heen.”

‘De weg door Siberië is er een van martelaars. (…) De trans-Siberische spoorlijn vereenvoudigde het transport van gevangenen; ze bracht zonder sporen na te laten het ‘vijandige element’ de ijzige diepte van het land in’, merkt u op.

“Siberië heeft een cruciale plaats in ‘de Sovjet-­logistiek van de afzondering’, zoals ik het noem. Er worden mensen heen geëvacueerd en hervestigd, nu ook weer Oekraïners. Maar er wonen ook gelovigen of oud-orthodoxen die willen ontsnappen aan religieuze vervolging en discriminatie. Siberië trok altijd de rustelozen, de avonturiers en zelfs utopisten aan. Veel mensen ook die niet willen meedraaien in de rat­race. En hun aantal stijgt wellicht nog.”

Op zoek naar een soort Into the Wild-gevoel?

“Ja. In mijn boek Terugkeer uit het Noorden schrijf ik zelfs over Oost-Europeanen die er een eigen utopisch land willen stichten. Je hebt er enorm veel rare sektes die bijzondere geloofsvormen koesteren. Of een man die zich een incarnatie van Jezus waande, met veel volgelingen.”

Al net zo verbazend is hoe in dergelijke onherbergzame gebieden toch megasteden oprezen, zoals Irkoetsk en Novosibirsk.

“Ja, steden met goed uitgebouwde universiteiten en luchthavens, terwijl de omgeving van de stations dan weer afschrikwekkend en opwindend tegelijk is. Het blijft een uitdaging om een bestaan vol te houden met winters van -30 tot -40 graden. Steden waar je elke avond de batterij van je auto demonteert, binnenhaalt en onder een dekentje legt, als een huisdier dat je moet verzorgen. Gewone activiteiten vergen er veel energie. Zelfs het internet is er een schaars goed. Iedereen ziet er ook veel ouder uit dan hij is. Of ze sterven jong, it’s a price to pay. En de vrouwen willen er geen kinderen meer.”

Maar er heerst wél iets meer vrijheid in dergelijke gebieden, ontdekte u.

“In Rusland en de vroegere Sovjet-­Unie is vrijheid een kostbaar goed. En hoe verder van Moskou en Sint-Petersburg, hoe groter de vrijheid van meningsuiting. Maar zelfs dat is relatief. Een van mijn vrienden daar spreekt Engels en Duits, hij wordt één keer per maand gecontroleerd als een ‘spion’ van Duitsland.”

Voelde u zich ooit onveilig in Siberië of tijdens uw treinreis?

“Nee, dat is dan weer het voordeel van een totalitair land als Rusland: over je veiligheid hoef je je niet te veel zorgen te maken, ook al word je soms wel geviseerd. In pakweg Mexico-Stad of Rio de Janeiro voel je je onveiliger. De meeste inwoners hadden veel bewondering voor het feit dat ik alleen reisde, ik kreeg veel complimentjes, al vroegen ze steeds naar mijn echtgenoot. Ik dwong wellicht respect af omdat ik Russisch sprak. In de leegte zijn mensen ook blij als er iemand passeert, de eenzaamheid is niet voor te stellen. Mijn komst was een soort gebeurtenis.”

U merkt meermaals op hoe levend het stalinisme er nog is en hoeveel waardering er in heel Rusland voor president Poetin is.

“Dat was een van de negatieve ontdekkingen van mijn reis. Stalin leeft nog altijd. Zijn erfenis is aanwezig, zeker als je verder van Moskou reist. Poetin wordt dan weer enorm gecultiveerd, door alle bevolkingsgroepen. Niet alleen uit angst, maar ook als houvast, als sterke man. En even opvallend: de generatie die perestrojka (de hervormingspolitiek die mee het einde van de Sovjet-­Unie inluidde, red.) steunt, gaat langzaamaan dood; ‘Gorbatsjov’ is synoniem geworden met ‘nederlaag’. Het is alsof je over een duivel spreekt.”

“In de jaren 90 heeft de Russische federatie veel vernederingen moeten doorstaan, een soort transformatiepijn. Dat was ook zo in andere Europese Oostbloklanden, maar daar ging het daarna economisch goed. Daar hielp de rijkdom van de Europese Unie. In Rusland kwam er geen alternatief voor het gedemodeerde systeem. Als enige alternatief kwam Poetin aandraven met zijn mythe, zijn overtuiging van een tsaristisch Rusland, zijn ‘Make Russia Great Again’. Dat werkt perfect. En het was ook niet moeilijk te voorspellen dat het zou werken omdat Rusland niet bij dat politieke Europa wilde horen.

“Die clash of civilizations zie je nu weer in ­Oekraïne, dat geabsorbeerd had kunnen zijn door het Westen in plaats van door het beast from the East. In feite organiseren de Russen een moderne slavernij, door mensen te herlokaliseren. Naar Siberië, een gebied dat demografisch gezien een ramp is.”

Het tweede luik van uw reis was wellicht nog confronterender. Na de trans-Siberische spoorlijn stapt u over op de trans-Mongoolse lijn om via het hoogste spoor ter wereld in Tibet te eindigen, hoog in de Himalaya. Wat trok u daar zo aan, naast het voorbeeld van Alexandra David-Néel?

“Tibet staat in zekere zin symbool voor de onmogelijke reis, je moet altijd een stapje verder gaan met de trein. Tot je niet meer verder kunt. Tot op het dak van de wereld, het basiskamp van de Mount Everest. Ik wilde er op een soort van uitkijktoren staan om de ambitie en de hoop van de wereld beter te kunnen detecteren. Ook in Tibet raak je bedwelmd door de schoonheid van de natuur. En ik wilde er iets leren over China als expansieve wereldmacht.”

Is dat gelukt? U raakte er op vijfduizend meter hoogte gevloerd door hoogteziekte.

“Ik ben een bergfanaat, maar de impact van de hoogte had ik flink onderschat, terwijl ik een een goede conditie heb. Maar wat me nog meer verraste, was de strenge Chinese onderdrukking. Als individu stel je daar niet veel voor. En als toerist doe je niet zomaar wat je wilt. Beschouw het als een les in nederigheid. De bereidheid van de Chinezen om hun doelen te bereiken, is groot. Dat valt veel meer op in Tibet dan in Peking.”

Maakt u dat eens concreet.

“De vrijheid om je te verplaatsen bestaat niet in Tibet, je reisplan ligt er muurvast. Je mag bijvoorbeeld geen militairen fotograferen of over politiek praten. Je merkt dat je voortdurend gedesinformeerd of belogen wordt. In het centrum van Lhasa zijn er checkpoints waar je je persoonlijke spullen moet laten controleren.

“Op de heiligste plaatsen van Lhasa staan snipers klaar om te schieten. En dat in een gebied dat symbool staat voor spiritisme en boeddhisme. Eén verkeerde of onverhoedse beweging of zwaaien met een speelgoedwapen? Paf! Men zou niet aarzelen. Op de heiligste plaatsen, hè, bidden met een wapen tegen je hoofd! Dat heb ik in andere dictaturen nog nooit meegemaakt. Zelfs de kerken werden destijds van agressie gevrijwaard door de communisten, ook in Polen.

“Toch zal ik de Himalaya nooit vergeten. Het is een bedevaartsoord voor de mensheid. Krankzinnig natuurlijk, files op de Mount Everest. Maar dat uitzicht op die bergtop, dat wens je iedereen toe. Want je gaat er ook heen om de natuur te eren. Precies daar voel je hoe zwak je bent als mens, slechts een korreltje. Dát gevoel van menselijke onmacht wil je de hele wereld toewensen, aan politici en wereldleiders. Daar leer je je plaats in de rangorde.”

‘­Alexandra David-­Néel deed er acht maanden over om in Tibet te raken, terwijl ik het met de trein in twee weken kon doen', vertelt Maja Wolny. Beeld RV
‘­Alexandra David-­Néel deed er acht maanden over om in Tibet te raken, terwijl ik het met de trein in twee weken kon doen', vertelt Maja Wolny.Beeld RV

Wolny is een niet te stuiten verteller en vergeet de klok tijdens ons meanderende interview. Het valt op hoe sterk reizen bij haar samenvalt met een engagement. Die vanzelfsprekende solidariteit brengt ze ook in de praktijk in haar dagelijkse leven. In haar Poolse thuisstadje Kazimierz Dolny vingen zij en haar man een Oekraïens gezin op, met kinderen van zeven, tien en twaalf jaar. Het gezin is intussen doorgereisd naar Duitsland, maar de oorlog is nog altijd heel tastbaar. “In de grensdorpen iets verderop horen ze de raketten neer­komen”, zegt Wolny. Hoe ziet zij de oorlogs- en vluchtelingensituatie evolueren?

“In onze gemeente van zesduizend inwoners zijn er duizend vluchtelingen bijgekomen. Heel veel, natuurlijk. In het hele land gaat het om vier miljoen vluchtelingen. Toch voel je nog steeds veel solidariteit. Nergens is de opvang in Europa zo goed georganiseerd als in Polen. Oekraïners in Polen hebben recht op toeslagen en ze vinden ook vrij snel een job. Er is veel werk, zij het niet altijd dankbaar werk: je ziet Oekraïense dokters en apothekers nu aan de slag in de fruitpluk of aan een kassa of in kleine bedrijfjes.

“De Oekraïense taal is ook volop te horen op straat. Alle aankondigingen, advertenties en berichten in de stations zijn tweetalig: Pools en Oekraïens. Je hoort ook Russisch, en de radio verspreidt ook nieuws in het Wit-Russisch, zodat ze in Belarus kunnen horen wat er écht aan de hand is in Oekraïne. Taalkundig is het een soort terugkeer naar het multiculturele Polen van voor de Tweede Wereldoorlog.

“De Oekraïners waren er zich heel goed van bewust dat een aanval van de Russen op til was. Al in november 2021 kwamen jonge mannen in dichte drommen naar hier, omdat ze wisten wat hen boven het hoofd hing. En ze bleven komen. Maar je zag ook Oekraïners in luxeauto’s rondrijden. De vraag rees: als je hen helpt, steun je dan de verkeerde kant? Je hebt altijd oorlogsprofiteurs, daar moet je je van bewust zijn.”

Wolny windt er geen doekjes om. De corruptie in Oekraïne was en ís groot. En dat heeft extra nare gevolgen in oorlogstijd. “Ik heb veel door Oekraïne gereisd voor de oorlog uitbrak. Aan de grensposten zie je dan vaak borden met ‘Stop corruptie’. Maar wanneer de vrouwelijke ambtenaar je paspoort vraagt, steekt ze haar hand uit en vraagt: ‘Cadeautje alsjeblieft?’ Dan weet je niet of dat een provocatie is. Word je gefotografeerd? Komt iemand je terechtwijzen? Humanitaire hulpmiddelen komen ook niet goed terecht. Er zijn al schandalen opgedoken waarover je niets leest in de Belgische pers.”

null Beeld Maya Wolny
Beeld Maya Wolny

Ook bij haar eigen inzet bekruipt Wolny weleens ontgoocheling: “We zetten trajecten op voor tienermeisjes om hen aan het werk te zetten als hotelier en een stageplek te versieren. We vonden een werkplek in Mazurië (regio in het noordoosten van Polen, red.). Die meisjes waren superblij, maar zodra ze er arriveerden, begonnen ze te feesten en weigerden ze te werken. Ik begrijp het wel, ze groeien op zonder ouders. Hun verhaal is symptomatisch: ze zijn niet opgewassen tegen al die snelle veranderingen. Ook al doe je je uiterste best, je kunt niet zomaar garanderen dat ze goed terechtkomen.”

Wolny dubt openlijk over haar eigen toekomst én die van haar gezin in Oost-Polen. “Aanvankelijk waren we bang dat er een raket verkeerd zou terechtkomen. Die vrees is nu gemilderd. Maar velen denken wel dat het de laatste min of meer zorgeloze zomer is in Polen. Je leeft voortdurend met die dreiging. Daarom hebben we onze voorzorgen genomen: we hebben als gezin een stappenplan opgesteld én onze kinderen ingelicht. Als de spanning toeneemt, kunnen we snel vertrekken.

“In onze kelder staat 30 liter water en 80 liter diesel klaar. We hebben afgesproken dat ik voorlopig hier zou blijven en dat Marc indien nodig met de kinderen naar België zou vertrekken. We mogen van geluk spreken dat we daar nog een appartement hebben. We willen graag geloven dat de ‘goeden’ zullen winnen, dat Rusland wordt ontmanteld en Poetin aan de kant gezet. Maar in welke illusie geloven we? In een oorlog gebeuren er altijd onverwachte dingen.”

Maja Wolny, De trein naar Tibet, in het spoor van Alexandra David-Néel, Manteau, 238 p., 22,99 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234